Schaakrubrieken weekend 9 juli 2016

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Hans Ree Gert Ligterink Hans Böhm Bab Wilders Johan Hut Rini Kuijf Henk Prins

Hans Ree

De wet van Schopenhauer

Arthur Schopenhauer (1788-1860) legde in zijn grote werk Parerga und Paralipomena (kleinigheden en aanvullingen) uit waarom mensen die leven van hun hersenarbeid niet met geld kunnen omgaan. Het komt volgens hem doordat ze het geld dat ze verdienen, associëren met de intellectuele vitaliteit die dat inkomen mogelijk maakt, en omdat ze niet willen erkennen dat het daarmee ooit gedaan is, hebben ze de illusie dat het geld altijd blijft binnenstromen. Iemand die leeft van een erfenis had volgens Schopenhauer een veel rationelere verhouding met geld. Ik denk dat hij het goed zag en dat dit de reden is dat ik nooit aan een seniorenkampioenschap heb meegedaan. Er is een ruime keuze aan aantrekkelijke wedstrijden. Het NK, EK, WK, individueel of per team, in verschillende categorieën (50+ en 65+) en vaak in mooie steden. Ik zou er buitenlandse schakers kunnen treffen die ik al heel lang niet heb gezien, en dat zou ik prettig vinden, maar ik doe het niet.

Meedoen aan zo’n seniorenwedstrijd kost geld. Ik zou het best kunnen betalen, maar volgens de wet van Schopenhauer zou dat betekenen dat ik me met mijn schaakdood had verzoend. Geen geld meer verdienen met schaken is al erg genoeg, maar geld uitgeven om te kunnen schaken, dat is de omgekeerde wereld, dan lig je onder de grond.
Niettemin deden er aan het WK voor seniorenteams dat de afgelopen weken in het Duitse stad Radebeul werd gespeeld, grote schakers mee. Er was een keur van vroegere wereldkampioenskandidaten: Rafael Vaganian, John Nunn, Jon Speelman, Artur Joesoepov, Johann Hjartarson en Fridrik Olafsson. Ze moeten sponsors hebben gehad.

In de categorie 50+ werd Duitsland kampioen en bij 65+ Rusland. Er deden vier Nederlandse teams mee: Oranje1, 2 en 3 en Koninklijke DD, een afkorting van Koninklijk ’s Gravenhaagsch Schaakgenootschap Discendo Discimus. Zouden schakers op hoge leeftijd monarchist worden? Hoge ogen gooiden de oranjeklanten niet, maar ze hadden vast veel plezier.

Ed Baarslag (Oranje 2) – John Nunn (Engeland 1), World Senior Teams 50+, Radebeul 2016

1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 4. e4 d6 5. Pf3 0-0 6. Le2 e5 7. d5 a5 8. Lg5 h6 9. Le3 Pg4 10. Ld2 f5 11. exf5 gxf5 12. h3 Pf6 13. Dc1 f4 14. g3 Dit was al vaak voorgekomen en steeds werd voortgezet met 14…e4 15. Ph4 e3 16. fxe3 fxg3. 14…Ph5 15. Tg1 Een interessant antwoord op het nieuwtje van Nunn. Wit wil niet dat na 15. g4 Pf6 zijn Ld2 opgesloten blijft. 15…fxg3 16. fxg3 Df6 17. Le3 Lxh3 18. Dd2 Lg4 Nu zou 19. Pe4 wit duidelijk voordeel geven. Hij vreesde waarschijnlijk 19…Dg6, maar dan heeft wit 20. Ph4 Dxe4 21. Ld3 met damewinst.

19. Ph4 Pxg3 Slecht was 19…Lxe2 20. Dxe2 Pxg3 21. Dg4 en wit wint.
20. Txg3 Helaas, 20. Lxg4 faalt op 20…Df1+ en mat.
20…Dxh4 21. Lf2 h5 22. De3 Txf2 Echt nodig was dit kwaliteitsoffer niet, want 22…Dh1+ 23. Tg1 Dh2 was goed speelbaar. 23. Dxf2 Een hardere test van zwarts kwaliteitsoffer was 23. Kxf2 Pd7 (of 23…Lxe2 24. Kxe2 en zwart verliest door de open g-lijn) 24. Lxg4 hxg4 25. Kg2. 23…Pd7 24. 0-0-0 Tf8 25. Dg2 Tf4 Zwart heeft grote gevaren doorstaan en neemt nu langzamerhand het heft in handen.
26. Tg1 Pf6 27. Kb1 Dg5 28. Ka1 Df5 29. Tf1 Nog steeds zou wit na 29. Pd1 gevolgd door 29. Pe3 niet echt slecht staan. 29…e4 30. Txf4 Dxf4 31. Dg1 Lh6 32. Lxg4 hxg4 33. Pe2 De5 34. Da7 In slechte stelling onderneemt wit nu een kamikazeactie. 34…Df5 35. Db8+ Lf8 36. Tc3 Met 36. Tg1 Df2 37. Dd8 kon wit nog tegenstand bieden. 36…Df2 Wit gaf op.

Gert Ligterink

Ongebruikelijke ideeën zijn het handelsmerk van Hector

Wie even genoeg heeft van de diepzinnige, door de computer gecontroleerde openingsvoorbereiding van de moderne topgrootmeesters, doet er verstandig aan kennis te maken met het spel van Hector. Niet Jonas Hector, de verdediger van het Duitse voetbalelftal, maar Jonny Hector, een van de origineelste schakers van deze tijd. Een aanvalspartij van hem is een probaat middel tegen een schaakdepressie Hector is een 52-jarige grootmeester uit Kopenhagen, die, zoals hij het zelf eens uitdrukte, vanuit zijn keukenraam zijn geboorteland Zweden kan zien liggen. Ondanks een late kennismaking met het spel op 14- jarige leeftijd werd hij snel een sterke speler, die in 1988 debuteerde in het Zweedse olympiadeteam. Om uitnodigingen voor toernooien heeft hij nooit verlegen gezeten. Altijd speelt hij op winst met dank aan een uitstekende mentaliteit en een openingenrepertoire vol ongebruikelijke ideeën. Hector behoort met onder anderen de Georgiër Baadur Jobava en onze eigen Manuel Bosboom tot de kleine groep spelers op wie velen jaloers zijn. Zij doen wat de meeste schaken wel zouden willen maar nooit zullen durven. Ze kiezen openingen waarvoor de topspelers hun neus ophalen. Lang niet altijd lopen hun experimenten goed af, maar ze laten zich door teleurstellingen niet ontmoedigen en hebben een volgende keer wel succes. Vorige week deelde Hector met zijn landgenooit Tiger Hillarp Persson de eerste prijs in het Svein Johannessen herdenkingstoernooi in Oslo. In de eerste ronde won hij tegen een van de zwakkere deelnemers een partij in de stijl van de 19de eeuwse gambiet3spelers.

Hector – Vestby Ellingsen Oslo 2016
1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lc4 Lc5 4. c3 Tegen zijn gewoonte in vermijdt Hector het Evansgambiet, waarvan hij een groot liefhebber is. Een paar jaar geleden gaf ik in deze rubriek Hectors duizelingwekkende partij tegen de Deen Antonsen, die met 4. b4, het pion-offer van Evans, verder ging. Zoek die partij op en geniet.
4 … Pf6 5. d4 exd4 6. cxd4 Lb4+ 7. Pbd2 Pxe4 8. d5 Pe7 9. 0-0 Lxd2 10. Pxd2 Pxd2 11. Lxd2 d6 12. Te1 0-0 13. Dh5 Pg6 14. Ld3 Ld7 15. Te4

Ik ben er niet zeker van of de zwartspeler wist wat hij deed, maar tot dit moment volgde hij trouw een partij die Hector drie jaar geleden in de Duitse clubcompetitie won van de Tsjech Hracek. Daarin speelde zwart 15 … Te8 16. Lg5 en nu had hij met 16 … f6 17. Th4 Pxh4 18. Dxh7+ Kf8 19. Lxh4 De7 wit kunnen dwingen remise te maken met 20. Dh8+ Kf7 21. Dh5+. 15 … c6? Hierna is geen verdediging meer mogelijk. Waarschijnlijk is 15 … f5 16. Tb4 Tb8 het sterkst. 16. Lg5 Da5 Met de toren op f8 loopt zwart mat na 16 … f6 17. Th4 Pxh4 18. Lxh7+ Kh8 19. Lg6+. 17. Th4 h6 18. Lxh6 Pxh4
19. Lxg7! Kxg7 20. Dh7+ Kf6 21. Dxh4+ Ke5 22. b4 Da3 23. Te1+ Kxd5 24. Lc4 Mat

Hans Böhm

Viktor

Het is 1976. Viktor Kortsnoj is niet teruggekeerd naar Rusland na het IBM-toernooi en zit in Nederland. Eerst op een geheime plek maar als de grote heisa rond zijn vlucht uit het nieuws is, begeeft hij zich weer onder de mensen. Hij speelt veel simultaans en schaakmecenas Waling Dijkstra organiseert een tweekamp tussen onze beste speler Jan Timman en Viktor in Leeuwarden. In die trainingsmatch mocht ik de secondant zijn van Viktor. Hij wist van mijn boezemvriendschap met Jan maar toch vertrouwde Viktor mij kennelijk genoeg om zijn openingsideeën samen te onderzoeken. Natuurlijk in de verhouding wk-kandidaat (als Viktor in 1974 de tweekamp had gewonnen van Karpov, was hij wereldkampioen geweest) tegenover een leergierig Meestertje, maar dat mocht onze pret niet drukken. In één partij kwam een eindspel op het bord dat we in zijn algemeenheid ook hadden voorbereid.
J. Timman –V. Kortsnoj
1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Lb4 De Winawer-variant in de Franse verdediging, een favoriet systeem van de legendes Nimzowitsj en Botwinnik. 4.e5 c5 5.a3 Lxc3 6.bxc3 Pe7 De meest strijdlustige voortzetting, zwart is niet bang voor de klassieke aanval op g7 na Dg4. “Dat hoeven we niet te analyseren, dat weet ik wel”, had Viktor gezegd, gevolgd door die typische grinnik van hem. Echter, uit dezelfde tweekamp 7.Dg4 cxd4 8.Dxg7 Tg8 9.Dxh7 Da5 10.Pe2 dxc3 11.Pg3 Pd7 12.Ph5 d4 13.f4 b6 14.a4 La6 15.Pf6+ Pxf6 16.exf6 d3 17.Lxd3 Lxd3 18.Dxd3 Pd5 19.0-0 Dc5+ 20.Kh1 0-0-0 21.La3 Dc6 22.De4 Kb7 23.f5 exf5 24.Txf5 Tge8 25.Df3 Te3 26.Df2 De6 27.a5 Te8 28.a6+ Kc8 29.Tf1 De4 30.Le7 Te2 31.Dg3 Te3 32.T5f3 Txf3 33.gxf3 Df5 34.Te1 Pxf6 35.Te5 Ph5 36.Dg4 Dxg4 37.fxg4 Pf4 38.Lf6 Txe5 39.Lxe5 Pd5 40.h4 f6 41.Ld4 Kd7 42.h5 Ke6 43.g5 Kf7 44.g6+ Kg7 45.Kg2 Pc7 46.Kf3 Pxa6 47.Kg4 Pc7 48.Kf5 Pe8 49.Lxf6+ Kh6 50.Lxc3 a5 51.Kg4 en Viktor gaf op.
7.a4 Pbc6 8.Pf3 Da5 9.Ld2 Ld7 10.Le2 In deze partij pakt Timman het positioneel aan, zoals ook Fischer placht te doen. Kortsnoj wilde hier iets nieuws proberen:
10…f6!? 11.c4 Dc7 12.cxd5 Pxd5 13.c4 Pde7 14.exf6 gxf6 15.dxc5 0-0-0 16.Lc3 e5 17.Dd6 Pf5 18.Dxc7+ Kxc7 19.0-0

Wit heeft een pion meer en het loperpaar en daarom was ik er niet zo gerust op maar Viktor was zo enthousiast over de mogelijkheden van zwart dat tegenspraak niet op prijs werd gesteld. 19…Pfd4 20.Pxd4 Pxd4 21.Ld1 Kc6 22.Lxd4 exd4 23.Lf3+ Kxc5 24.Lxb7 Lf5 Wit behoudt zo zijn pluspion en is van zijn dubbelpion af maar zwart staat actief en de d-pion is een sterke troef. Het blijft spannend. 25.Lf3 The8 26.Ta2 Tb8 27.Td2 Tb1 28.g4 Tee1 29.Txe1 Txe1+ 30.Kg2 Le4! 31.Lxe4 Txe4
Goed gezien, zwart heeft de beste papieren in het toreneindspel: pion c4 valt en de witte koning is over de e-lijn afgesneden van de d-pion. 32.Kf3 Te5 33.h4 Kxc4 34.Tc2+ Kb3 35.Tc7 d3 36.Txh7 Td5 37.Tb7+ Kc2 38.Tc7+ Kb1 39.Tb7+ Ka1 wit gaf op.

Een mooi klassiek gevecht waarbij ik de illusie koester indirect betrokken te zijn geweest. Na afloop was zelfs Viktor tevreden en dat gebeurde niet zo vaak want hij was het hardst voor zichzelf. Hij won uiteindelijk overtuigend met 5,5-2,5. Jan zou zich spoedig daarna bij de absolute wereldtop melden en zij speelden over een periode van dertig jaar 75 partijen met slechts een klein verschil (Viktor won 19 keer, Jan 14 keer en 42 keer remise). Hun partijen waren altijd interessant, vol vechtlust van beide kanten en vaak met nieuwe ideeën in de openingsfase. Viktor Kortsnoj onderscheidde zich omdat hij het puur logische spel met hart en ziel speelde.

Bab Wilders

Ooit was snelschaken een bezigheid voor na afloop van de echte partij of in de kroeg, besproeid met de nodige alcohol, begeleid met kreten die niet door de censuur van het ND komen. Toen kwamen er echte snelschaak-toernooien, vooral voor de houtschuivers, al was er wel eens een enkele grootheid die wat zakcenten kwam ophalen. Nu zijn er ook voor grootmeesters toernooien, een WK en een ELO. Persoonlijk neem ik dit niet serieus maar dat is, zal men zeggen, bekend gemopper van een oude knar. Maar laten we eens kijken naar zo’n Blitz tussen … Giri-Carlsen. De eerste zetten is niets mis mee maar die kunnen ze ook zo spelen als ze in coma liggen.
1.e4 c5 2.Pf3 e6 3.d4 cxd 4.Pxd4 a6 5.g3 d6 6.Lg2 Pf6 7.c4 Ld7 8.0-0 Pc6 9.Pc3 Le7 10.Pxc6 Lxc6 11.a4 a5 12.Le3 0-0 13.De2 Pd7 14.Tfd1 Db8 15.Pb5 Td8 16.f4 b6? 17.e5 Lxg2 18.exd6 Lc6 19.dxe Te8 20.Pd4 Le4?? (Dc8) 21.Pxe6 Txe7? 22.Pxg7 Db7? 23.Ld4 Lh1 24.Df2 Tae8?? 25.Pxe8 Txe8 26.Te1 Le4 27.f5 f6 28.Df4 Dc6 29.Te3 Pc5 zwart kan al opgeven 30.Tae1 Pd3 31.Dg4† Kf8 32.T1e2 Pc5? (Pc1) 33.h4? (Df4) Te7 34.Df4 Pd3? 35.Dh6? Kf7?? 36.Txd3 Dxc4?? 37.Df6† Ke8 38.Dh8† Kd7 39.Tdd2 Kc7 40.Df6 Td7? 41.De5† 1-0.

Hier zwijgt de lezer stil, hij snikt, kan niet meer. En dit soort onzin wordt gewoon rechtstreeks uitgezonden en leidt tot ELO. Ik zou zeggen: terug naar de kroeg en de keukentafel. Clubschakers hebben waarschijnlijk niet meer de illusie ooit grootmeester te worden maar kunnen natuurlijk wel streven naar een grootmeesterlijke zet. Welnu, bij Batsford verscheen What it takes to become a grandmaster (www.pavillionbooks.com, isbn 978-1-84994-339-0, € 18,95) van schaakboekenschrijver bij uitstek Andrew Soltis. In de vijf hoofdstukken, onderverdeeld in een aantal thema’s, komen alle aspecten van de partij naar voren. Soltis weet de moeilijkste posities, vooral die in het middenspel, helder te maken en te demonstreren wat de kritische zetten zijn. Ieder hoofdstuk eindigt met een quiz, meer dan zeventig opgaven en gelukkig staan achterin de oplossingen. Voor het vinden van de grootmeesterlijke zet is het nodig op het juiste moment de stelling te analyseren en wie een goede zet vindt kijke nog even naar een betere. Voorbeeld: Topalov-Naiditsch 1.Pf3 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 d5 4.d4 dxc 5.e4 Lb4 6.Lg5 c5 7.e5 cxd 8.Pxd4 Lxc3† 9.bxc Da5 10.exf Dxg5 11.fxg Dxg7 12.Dd2 0-0 13.Lc4 a6 14.0-0 Td8 15.Df4 b5 16.Dc7 Df8 17.Ld3 Td7 18.Df4 Lb7 19.Tae1 Dg7 20.Le4 Kh8 21.Te3 Lxe4 22.Dxe4 Td5 Hier zag Topalov dat 23.Pf5 Txf5 Dxa8 wel leuk is maar zwart doet 23.Dg6 en dan 24.Dxd5 exd 25.Te8† Dg8 26.Txg8† Kxg8 27.Pe7† en het is nog een hele weg. Dus verder kijken en ziedaar: 23.Pxe6 fxe 24.Dxe6 .Td8 was nu het beste voor zwart maar na 24.Td7 kwam 25.Tg3 Df8 en 1-0 vanwege 26.Te1 Taa7 27.Df6†. Maar uiteraard komen ook belangrijke positionele beslissingen aan de orde. Kortom: leerzaam voor wie als club-schaker hogerop wil of in ieder geval een paar keer per jaar de zet van de eeuw wil spelen. Soltis neemt u bij de hand op het smalle pad.

Probleem 2588 is een tweezet van Stasic:

Sleutelzet van 2586: 1.Ld4!

Johan Hut

Sadler is zelf nog echt niet oud

Er zijn sterke grootmeesters die al voor hun vijftigste stoppen met topschaak. Internationaal is Yasser Seirawan een voorbeeld, in ons land Paul van der Sterren. De nu 42-jarige Matthew Sadler trok zich bijna twintig jaar geleden al terug, terwijl hij hard op weg was de sterkste Britse schaker van zijn generatie te worden. Bij een schaaktoernooi in Nederland trof hij een Nederlandse vrouw, hij vestigde zich in Amersfoort en vond een baan in de automatisering. Sadler, die in de top twintig van de wereld heeft gestaan, werd zelfs lid van het Schaakgenootschap Amersfoort. Hij ging boeken schrijven. Onlangs verscheen bij uitgeverij Gambit het boek ‘Chess for life’, geschreven samen met Natasha Regan. Voor dat boek interviewden ze diverse veertigplussers uit de wereldtop met als doel de oude wijsheid tegen te spreken, dat jeugdig enthousiasme na verloop van tijd moet worden gecompenseerd met ervaring. Is dat wel zo?

Eigenlijk had Sadler geen collega’s hoeven te interviewen, hij had een boek over zichzelf kunnen schrijven. Sinds wat zijn pensionering heette, had hij drie keer het NOVA College Toernooi in Haarlem gewonnen, al vele jaren een van de sterkste weekendtoernooien van Nederland. Vorige week deed hij dat voor de vierde keer. Ook Erik van den Doel (die overigens ook al richting veertig loopt) won het toernooi vele malen en het was leuk dat de onderlinge partij deze keer (niet voor het eerst) in de laatste ronde viel. Een echte finale. De veertiger Sadler koos zoals gewoonlijk voor het ontwijken van de actuele openingstheorie en vervolgens voor een frisse aanval. Niet op ervaring, maar mogen we dit toch gewoon jeugdig enthousiasme noemen?

Van den Doel-Sadler

1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pd2 Le7 Sadler wijkt het liefst zo snel mogelijk af van de theorie. Alleen de zetten Pf6 en c5 (naast het slappe dxe4) zijn hier normaal. 4.e5 c5 5.c3 Pc6 6.Ld3 Ld7 7.Pe2 f6 8.Pf3 fxe5 9.Pxe5 Pxe5 10.dxe5 Dc7 11.Lf4 g5 12.Lg3 0-0-0 13.b4 h5 14.h3 Ph6 15.Dd2 h4 16.Lh2 g4 17.Lf4 gxh3 18.gxh3
Je moet natuurlijk even kijken naar 18.Lxh6 hxg2 maar dat laat je als wit niet voor je plezier toe met de twee zwarte torens die erachter komen te staan. 18…Pf7 19.De3 Dit laat een beslissende combinatie toe, maar wit heeft al gaten in zijn stelling en zwart niet. 19…Lc6 20.Tg1

20…d4 21.cxd4 cxd4 22.Pxd4 Verliest materiaal, maar 22.Dd2 Pxe5 is ook geen pretje.22…Lxb4+ 23.Ke2 Lc5 24.Pxe6 Lxe3 25.Pxc7 Lxf4 26.Pe6 Lxe5 27.Pxd8 Kxd8 Balans opmaken: zwart heeft twee lichte stukken voor de toren. 28.Tad1 Ke7 29.Lc4 Pd6 30.Ld5 Ld7 En de witte h-pion valt, want het passieve Th1 is geen optie. Wit probeert daar de zwarte h-pion voor terug te krijgen, maar dat blijkt niet te lukken. 31.Tg8 Txg8 32.Lxg8 Lxh3 33.Th1 Lg4+ 34.f3
34…Pf5 Ai, de beslissende dreun. Zwarts h-pion blijft erop, wits f-pion gaat eraf en de strijd is gestreden. 35.Tg1 Pd4+ 36.Ke3 Lxf3 37.Tf1 Lg2 38.Tf7+ Kd6 39.Th7 h3 40.Kf2 Pf5 41.Lc4 Lg3+ 42.Kg1 Ph4 Dreigt Pf3 mat. 43.Le2 h2+ O ja, dat dreigde ook. Mat.

Rini Kuijf

Voor beginners A7061

Wit aan zet doet?

Voor gevorderden B7061

Zwart aan zet wint fraai met?


Henk Prins

Zogenoemde batterijen spelen een hoofdrol in de drie driezetten uit de winterpuzzelbijlage van december. Een batterij is een bekend begrip in de schaak- en probleemwereld en heeft te maken met de termen aftrek- en dubbelschaak. Onder een batterij verstaan we een opstelling van twee stukken van een zelfde kleur op een lijn met de vijandelijke koning, zodanig dat het stuk dat het verst van die koning af staat, schaak zou geven als het andere stuk de weg niet versperde. De batterij wordt afgevuurd door het stuk dat het dichtst bij de koning staat en dat het frontstuk van de batterij genoemd wordt, weg te spelen. Het andere stuk, dat het staartstuk van de batterij wordt genoemd, geeft dan schaak. In diagram 4 van de Russische grootmeester in schaakcompositie Alexander Kuzovkov staat er een batterij op de diagonaal g2-d5. De toren op e4 is het frontstuk en de loper op g2 het staartstuk.

In de driezet zien we dat de zwarte loper op e5 schaak kan geven. Wit heeft dan een direct mat klaar liggen, namelijk 2. Txe5. Dit mat is mogelijk omdat veld c4 extra wordt gedekt doordat de zwarte loper de c-lijn van de toren op c2 opende. Met dit idee wil de componist de oplosser op het verkeerde spoor brengen. Die toren op c2 moet blijven staan, om het tegenschaak van zwart op te kunnen vangen. De sleutelzet is verrassend, omdat de toren van deze lijn gaat. De oplossing is 1. Tf2! Wit heeft een dreiging: 2. Tf5+, Le5+ en 3. Tfxe5 mat. Tegen deze dreiging heeft zwart parades die tegelijk een verzwakking geven, waardoor de batterij g2-d5 aan het werk gaat.
Als zwart 1. …Ld4 speelt, kan de dreiging niet, omdat er een vluchtveld op c4 is ontstaan. Na 1. …Ld4 speelt wit met zijn frontstuk 2. Te3+. Zwart moet 2. …Kc4 spelen en wit zet mat met 3. Pd2. Ook is uiteraard een parade tegen de dreiging de “crosscheck” 2. Le5+, Ook dan werkt de batterij, nu met 2. Tef4+, Ke6 en 3. Pg5 mat. Ook na 1. …c5 kan wit de dreiging niet uitvoeren, zwart maakte het vluchtveld c6 voor de zwarte koning. Na 1. …c5 vuurt de batterij zijn schaak af met 2. Td4+, een voorbeeld van dubbelschaak, 2. …Ke6 3. Lh3 mat. In de vierde variant is er ook een dubbelschaak: 1. …Pd6 2. Te5+, Kc4 3. Lf1 mat. In de vier varianten wordt door zwart telkens rondom de zwarte koning een veld geblokkeerd. Deze velden (d4-e5-c5-d6) vormen een kruis. De tweede zet van wit met de witte toren van e4 vormen ook een kruis: e3-f4-d4-e5. Zowel zwart als wit maken een “kruis”. Dit is dan ook het thema van deze driezet. Bijvariant is nog 1. …Te7 2. Te5+, Kc4 3. Lf1 mat.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.