Schaakrubrieken weekend 16 juli 2016

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Hans Ree Gert Ligterink Hans Böhm Bab Wilders Johan Hut Rini Kuijf Henk Prins

Hans Ree

Onstuimig schaakplezier

Niet alle spreuken van Johan Cruijff begreep ik, maar ik was onder de indruk toen ik las wat hij als coach in 1992 gezegd zou hebben tegen de spelers van Barcelona, voordat ze het gras van het Wembley stadion in Londen betraden voor de finale van de Europa Cup I: „Ga naar buiten en geniet.” Dat is groots, op zo’n gewichtig moment. Veel profschakers zullen zich wel eens hebben afgevraagd of ze nog genoten van het spel. Was het nog wel een spel, of was het een duivelsplicht van routinehandelingen geworden, en had het schaken nog wel iets gemeen met het ‘steeds wenkend en steeds wijkend wonderland’ van hun j e u g d? Als je de vaak buitengewoon avontuurlijke partijen van oud-wereldkampioen Vladimir Kramnik ziet, lijkt het zonneklaar dat hij aan het schaakbord komt om te genieten. Zo was het in zijn jeugd, maar zo was het niet rond 2000, het jaar dat hij wereldkampioen werd door Garry Kasparov te verslaan. In die tijd was hij vooral een technicus. In een interview zei Kramnik vorig jaar dat het een een bevrijding was geweest toen hij in 2008 zijn titel voor de tweede keer kwijtraakte. Hij kon weer vrijuit spelen, en dat gaat hem goed af. Hij is nu, 41 jaar oud, tweede op de wereldranglijst. Dezer dagen speelt Kramnik in het Sparkassentoernooi in Dortmund. Op eigen erf, want hij heeft dat toernooi in het verleden al tien keer gewonnen. Het zal deze keer met concurrenten als Fabiano Caruana en Maxim Vachier-Lagrave niet makkelijk zijn. Het schaakplezier spat er van af in Kramniks partij uit de derde ronde. Eerst twee stukoffers en daarna een dameoffer. Je kunt achteraf met computerbijstand sterk vermoeden dat het laatste offer dubieus was, maar in feite doet dat er niet toe. Kramnik speelde geweldig en zijn tegenstander Rainer Buhmann, die in de kritieke fase met nog een minuut op de klok stand hield, eigenlijk ook.

Vladimir Kramnik- Rainer Buhmann, Dortmund 2016

1. e4 e6 2. d4 d5 3. Pc3 Pf6 4. e5 Pfd7 5. f4 c5 6. Pf3 Le7 7. Le3 b6 8. Dd2 0-0 9. h4 Pc6 10. Lb5 Dc7 Interessanter dan 10…Pxd4, wat wit een duidelijk voordeeltje geeft. 11. 0-0- 0 a6 12. Ld3 f5 Na meteen 12…c4 zou het standaardoffer 13. Lxh7+ Kxh7 14. Pg5+ wit een winnende aanval geven en na 12…f6 heeft wit met 13. Pg5 een sterk stukoffer. 13. g4 c4 14. gxf5 De harde aanpak, ook nu offert wit een stuk. 14…cxd3 15. fxe6 Pdb8 16. Pxd5 Dd8 17. Pxe7+ Pxe7 18. Pg5 h6 19. Dxd3 Een tweede stukoffer. 19…hxg5 20. hxg5 Lxe6 21. Dh7+ Kf7 22. d5 Lf5 Ondanks zijn tijdnood vindt zwart de enige zet. Alle manieren om op d5 te slaan zouden snel verliezen. 23. e6+ Dit is niet het beste. Na 23. Dh5+ Lg6 24. De2 zou zwart het heel moeilijk krijgen. 23…Ke8 24. Dxg7 Dc7 25. Th2 Pxd5

26. Dxf8+ Goed of slecht – eerlijk gezegd denk ik dat het niet goed is – dit is een geweldige zet. Na twee stukoffers komt nu een dameoffer.
26…Kxf8 27. Txd5 Lh7 Waarschijnlijk was 27…Lg6 beter. 28. b3 Wat een rust, wat een beheersing. Met een enorme materiële achterstand doet wit een stille zet. 28…Ke8 29. g6 Dit forceert remise. Nog een stille zet met 29. Kb2 zou wel erg driest zijn. 29…Lxg6 30. Th8+ Ke7 31. f5 Lxf5 32. Txf5 Dc3 33. Lg5+ Kxe6 34. Tf6+ Dxf6 35. Lxf6 Kxf6 Het eindspel is remise. 36. Th6+ Ke5 37. Txb6 Kd5 38. Kb2 Pc6 39. a3 Kc5 40. Tb7 Tg8 41. Th7 Tg2 42. Th5+ Kd6 43. Kc3 Tg3+ 44. Kb2 Tg2 45. Kc3 Tg3+ 46. Kb2 Tg2 Remise.

Gert Ligterink

De redactie van Schaaksite heeft bedroefd kennisgenomen van het overlijden van de echtgenote van Gert Ligterink. Voor het eerst in 33 jaar verscheen zaterdag in de Volkskrant geen schaakrubriek. Dat is begrijpelijk. Wij wensen Gert en zijn dochters sterkte bij dit onwaarschijnlijke verlies.

Hans Böhm

WK-snelschaken 1987

Het is 1987. Direct na afloop van het tweede SWIFT-toernooi in Brussel volgt het WK-snelschaken. De grote schaakpromotor uit die tijd Bessel Kok reageerde enthousiast toen ik hem voorstelde om dit spektakel toe te voegen aan het traditionele toernooi. “Maar dan moet jij het wel organiseren”, was de reactie. De techniek was in die tijd nog niet zo geperfectioneerd als nu, dus ook al werden de partijen op grote schermen live gebracht, er ging wel eens iets mis als de spelers de stukken niet goed op de velden zetten of als ze sneller waren dan de computer aankon. Omdat het aardig leek later een boekje te hebben met alle 134 partijen, liep tegelijkertijd een video-opname voor reconstructie achteraf. Dat boekje heb ik nu in de hand en de herinneringen komen terug. De spelers kregen vijf minuten per partij en niet zoals tegenwoordig gebruikelijk is drie minuten plus drie seconden bonus per zet. Dat komt gemiddeld op dezelfde totale bedenktijd neer maar vele uitslagen zouden anders uitpakken omdat men de tegenstander niet meer door-de-klok kan jagen. Zie eens wat de aartsrivalen uit die tijd overkwam.

G. Kasparov – A. Karpov

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pf3 b6 4.Pc3 Lb7 5.a3 d5 6.cxd5 Pxd5 7.Dc2 Pxc3 8.bxc3 Le7 9.e3 0-0 10.Ld3 h6 11.e4 c5 12.0-0 La6 13.Lf4 cxd4 14.Lxa6 Pxa6 15.cxd4 Dc8 16.De2 Db7 17.Tfd1 Tfe8 18.Pe5 Tad8 19.Td3 Lf6 20.Tad1 Pb8 21.Pg4 Lg5 22.Lxg5 hxg5 23.e5 De7 24.De4 Pd7 25.f4 Pf8 26.fxg5 Dxg5 27.Tg3

Ze hebben precies het type stelling waar ze in die hele reeks van meer dan honderd partijen onderling, altijd naar op zoek waren: Kasparov wil aanvalskansen, Karpov wil de gezondere stelling. Als de aanval niet doorslaat zijn a3 en d4 in ieder eindspel prooien.
27…Ph7!? 28.Tf1 g6 29.Df3 Kh8 30.h4 Df5 31.De3 Dh5 32.Txf7 Tf8 33.Txf8 Txf8 34.Pf2 Dxh4 35.Th3 Df4 36.Pe4 Dxe3 37.Txe3 Td8
Wat gebeurd is, is gebeurd. Tot hier een normaal verloop, wit heeft zijn kansen niet optimaal benut, dat is duidelijk. De aanval is verdwenen en wit moet actief spelen om zijn zwaktes te compenseren, zoals 38.Pd6 Kg7 39.Tc3 Td7 40.Kf2 Pg5 41.Ke3 en remise ligt in het verschiet. Maar Kasparov schakelt niet goed over en begaat een blunder. Beide spelers hadden hier nog zo’n 20 seconden. 38.Pg5?? Pxg5 39.Tc3 Txd4 40.Tc8+ Kg7 41.Tc7+ Pf7 42.Txa7 Td5 43.Tb7 b5 44.Kf2 Txe5
Dat is het cruciale verschil, met drie seconden bonus per zet zou het onzinnig zijn om door te spelen. Ik stond ernaast en zag Karpov lichtelijk geïrriteerd zijn zetten doen. Wereldkampioen Kasparov was weer de straatvechter geworden: hij smeet met zijn stukken en ramde op de klok. De twee beste spelers van dat tijdperk speelden met alle energie deze krankzinnige stelling. 45.Kf3 Kf6 46.Kf4 g5 47.Kf3 Pd6 48.Tb6 Pc4 49.Tb8 Te3+ 50.Kf2 Kf5 51.Txb5 e5 52.Tc5 Tc3 53.a4 Kf4 54.g3+ Ke4 55.a5 Tc2+ 56.Kg1 Kf3 57.a6 Kxg3 58.Kf1 Pe3+ 59.Ke1 Txc5 en bij het uitvoeren van die zet viel de vlag van Karpov. Wit wint vanwege pion a6.

Voor de goede orde ook een partij uit één stuk van Kasparov.

G. Kasparov – B. Larsen
1.Pf3 Pf6 2.c4 c5 3.Pc3 Pc6 4.e3 e6 5.d4 d5 6.a3 cxd4 7.exd4 Le7 8.Ld3 0-0 9.0-0 dxc4 10.Lxc4 b6 11.Dd3 Lb7 12.La2 Dd6 13.Lg5 Tfd8 14.Tad1 Ph5 15.Lc1 Pf4 16.De4 Pg6 17.Tfe1 Lf8 18.De2 Tac8 19.d5 exd5 20.Pxd5 Db8 21.Pg5 Te8 22.Dh5 Txe1+ 23.Txe1 h6

24.Dxg6! zwart geeft op, hij loopt mat.

Eindstand WK snelschaken 1987:
1.Kasparov 17 2.Timman 15 3.Karpov, Ljubojevic 12,5 5.Hübner 12 6.Kortsnoj, Short 11 8.Tal 10,5 9.Larsen, Sosonko 8 11.Van der Wiel 7,5 12.Torre 7

Tot slot speelden Kasparov en Timman nog een finalematch die Kasparov won met 1,5-0,5. De opbrengst van het boekje ging naar de toen net opgerichte Grandmasters Association (GMA).

Bab Wilders

In de Spaanse krant El Pais ontdekte ik een In Memoriam van Arturo Pomar, ooit wonderkind maar nooit tot ontplooiing gekomen. El Pais wijt dit aan het culturele klimaat onder Franco, een fascistische dictator die Spanje terroriseerde, wat overigens Nederlandse pensionado’s er niet van weerhield zich op het strand van de Costas te vermaken. Fischer, de wereldkampioen, had medelijden met ‘die Spaanse postbode’ die zijn unieke talent liet verslonzen. Bij het Interzonetournooi van 1962 zat de arme jonge man (1931) de hele nacht een afgebroken partij te analyseren terwijl zijn tegenstander rustig lag te slapen, hij liet zijn secondanten het werk doen. Toch flikkerde ook daar zijn genie af en toe op (als 12-jarige hield hij remise tegen wereldkampioen Aljechin) in de partij tegen de supergrootmeester uit de USSR:

Pomar-Geller
1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 Lg7 4.e4 d6 5.Le2 0-0 6.f4 vier op een rij c5 7.Pf3 cxd 8.Pxd4 Pc6 9. Le3 Pg4 10. Lxg4 leidt tot een afruil in het centrum Lxd4 11. Lxd4 Lxg4 12. Dxg4 Pxd4 13. Dd1 Pc6 14. 0-0 Da5 15.Kh1 Db4 16.De2 Pa5 de laatste drie zetten van zwart blijken een verkeerd plan na wits antwoord 17. Pd5 Dxc4 18. Pxe7†Kg7 19. Dd2 Pc6 wil het lastige paard verjagen maar 20.f5! Pxe7? Nu kan wit een beslissende aanval inzetten 21.f6†Kh8 22.Dh6 Tg8 23.Tf3 het paard kan wachten g5 (na Th3 komt nu Dxe4) 24.fxPe7 Tae8 25. Df6†Tg7 26.e5 d5 (Dxe 27.Dxe5) 27.e6 fxe6 28.De5 Dc8 29. Tf7 1-0 Na Teg8 komt Tf1.

Het is inderdaad triest dat dit grote talent niet de maatschappelijke kans kreeg zich te ontplooien. Hoewel het aantal grootmeesters explosief toeneemt, bestaat de meerderheid van de schakers op de wereld natuurlijk uit clubschakers. Aan deze categorie heeft NIC (www.newinchess.com) in het bijzonder gedacht met het uitgeven van Herman Grootens Attacking Chess for Club Players, een prachtig leerboek van zo’n 350 pagina’s. Dertig jaar ervaring als schaaktrainer spatten van de bladzijden af waarbij de voorbeelden steeds gecompliceerder worden. Het gaat bij een aanval niet om het profiteren van een toevallige mogelijkheid – hoewel men die niet moet versmaden – maar om structureel inzicht in de techniek van de aanval. De koningsmoord is het uiteindelijk doel, hoewel we niet meer in de 19e eeuw leven, waar heren van stand mat vaak toestonden uit bewondering voor de gevoerde aanval. Maar het gewone volk van tegenwoordig geeft meestal op als het mat dreigt te gebeuren. Veel oefeningen in het boek die leren hoe de schaaktroepen in stelling gebracht moeten worden om de veldslag met succes te voeren. Het klinkt allemaal wat militaristisch, maar tenslotte is niet alleen voetbal oorlog. Er is ook een hoofdstuk met partijen waarin de tegenstander wordt opgerold, de bovenstaande partij van Pomar is daarvan een mooi voorbeeld. Het analyseren van een stelling om te zoeken naar eigen mogelijkheden en zwakheden bij de tegenpartij wie dit boek bestudeert zal op dat onderdeel vorderingen kunnen maken. Probleem 2589 is een driezet van Wenda:

En de sleutelzet van 2587: 1.Pbd7!

Johan Hut

Sipke Ernst vecht zich naar NK

Vanaf 22 augustus wordt in Amsterdam het Nederlands kampioenschap gespeeld. Niet in de sterkste bezetting. Giri, Sokolov, Tiviakov, Van Kampen en Smeets zijn er niet bij. Juist daardoor zal de achtkamp heel onvoorspelbaar worden. Loek van Wely is favoriet, maar in een toernooi van zeven ronden kan iedere onverwachte uitslag de uitkomst beïnvloeden. De acht spelers vormen precies de helft van de sterkste zestien van dit moment. De spelers zijn aan elkaar gewaagd. In 2013 werd Dimitri Reinderman verrassend kampioen, waarbij nog verrassender was dat hij in de barrage Wouter Spoelman van zich af moest slaan. Dit jaar zou Reinderman het ook kunnen worden, maar ik zou niet gek opkijken als Benjamin Bok of Jorden van Foreest kampioen zou worden. Vorig weekend vond de kwalificatie plaats voor de achtste deelnemer. Sipke Ernst won, na een strijd waarin de spelers dicht bij elkaar zaten. Tegen Twan Burg boekte hij een leuke overwinning.

Ernst-Burg

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 d5 4.cxd5 Pxd5 5.e4 Pxc3 6.bxc3 Lg7 7.Pf3 c5 8.Tb1 0-0 9.Le2 Pc6 10.d5 Pe5 11.Pd2 e6 12.f4 Pd7 13.c4 exd5 14.cxd5 Pf6 15.0-0 Te8 16.Lf3 h5 17.Lb2 Pg4
Zwart laat een gat toe in zijn koningsstelling, vanwege een kwaliteitwinst die daar niet tegenop blijkt te wegen. 18.Lxg7 Pe3

19.Dc1 Pxf1 20.La1 Pxd2 21.Dxd2 Een bekend beeld: de lange diagonaal is zonder verdedigende loper op g7 dodelijk voor zwart. Tenzij hij het lelijke f6 speelt en zijn stelling nog verder verzwakt. 21…f6 22.Dc3 b6 23.Dxf6 Opmerkelijk, je zou 23.e5 verwachten. Maar Ernst ziet af van verdere aanvalskansen en ziet al kansen in het eindspel. 23…Dxf6 24.Lxf6 Kf7 25.Lg5 Lg4 26.Lxg4 hxg4 27.e5 De partij vertoont nu overeenkomsten met de overwinning van Ernst op Loek van Wely op het vorige NK, waarin hij ook een kwaliteit offerde voor niet te stoppen centrumpionnen. 27…c4 28.Te1 Ted8 Tja, teruggave van de kwaliteit is onvermijdelijk, want de witte pionnen kunnen zo doorlopen. De vraag is altijd: op welk moment? 29.Td1 Ke8 30.Lxd8 Txd8 31.Kf2 c3 32.Ke3 b5 33.d6 Kd7 34.Kd4 Tc8 35.Kd3 b4 36.Kc2 Tc4 Nu gaat het hard, maar wit stond al klaar om met bijvoorbeeld Td3 en a3 af te wikkelen naar een gewonnen pionneneindspel, op een manier die we zo dadelijk ook zullen zien. 37.e6+ Kd8
38.Td5 Een wat raadselachtige zet. 38.e7+ Kd7 39.Te1 Tc8 zou nog niet meteen werken, maar als de zwarte toren niet meer terug kan naar de achtste rij, werkt het wel. Zwart heeft nu geen goede zet meer. 38…Te4 39.e7+ Kd7 40.Te5 Beslissend. Maar we willen nog wel even zien hoe wit het afmaakt.
40…Txe5 41.fxe5 a5 42.e6+ Ke8 43.a3 Zo. Na 43…bxa3 44.Kxc3 a4 45.Kc2 wacht wit totdat zwart a2 speelt om met Kb2 de a-pionnen op te peuzelen. Tussendoor moet hij wel even d7+ spelen om de patdreiging eruit te halen, zo zien we ook in de partij. 43…g5 44.axb4 axb4 45.g3 b3+ 46.Kxb3 c2 47.d7+ Want 47.Kxc2 is pat en dus remise.47…Kxe7 48.Kxc2 Zwart geeft het op.

Rini Kuijf

Voor beginners A7067

Welke zet moet wit doen?

Voor gevorderden B7067

Wit aan zet, wat doet hij?


Henk Prins

Driezet nummer 5 van Alexander Bakharev uit de winterpuzzelbijlage van december 2015 bleek heel moeilijk op te lossen. Veel oplossers hadden een verkeerde sleutelzet aangegeven, waardoor een verkeerd eindprobleem ontstond. In de driezet is de vorige week aangekondigde batterij al te zien op de diagonaal e7-c5. De toren heet het front- of afvuurstuk en de dame is het staartstuk.

Als de batterij in de stelling direct gaat afvuren, lijkt het zelfs een mat in één. Kon de toren bijvoorbeeld naar d7 of d2, dan staat zwart gelijk al mat. Als het afvuurstuk speelt, geeft het een vluchtveld aan de zwarte koning bijvoorbeeld 1. Td3 geeft vluchtveld c4 of 1. Td5 vluchtveld d5. De sleutelzet zal niet met de batterij gaan, een schaakgevende sleutelzet is in de probleemwereld taboe. Bestudering van de stelling geeft wel aan dat de batterij gebruikt gaat worden op de tweede zet. Het vinden van een goede dreiging na de sleutelzet is de sleutel van de oplossing.

Het blijkt dat de dame als staartstuk niet sterk genoeg is en dat deze ondersteuning nodig heeft. Wit gaat met zijn sleutelzet de kracht van de batterij versterken door een extra staartstuk, zodat de dame op de derde zet mat kan geven via de batterijlijn. De sleutelzet is 1. Lf8! De moeilijk te vinden dreiging is dan 2. Td3+, Kc4 3. Dxb4 mat. Wit zet mat met de dame op een veld dat extra ondersteund wordt door de loper. Zwart kan deze dreiging tegenhouden door 1. …Pxb6 te spelen. Wit gaat dan weer zijn batterij afvuren: 1. …Pxb6 2. Td4+, Kxd4 3. Dc5 mat. Zwart wordt mat gezet op het veld waar de zwarte koning in het diagram staat. Ook hier zien we het nut van de sleutelzet, anders stond de witte dame ongedekt. De batterij werkt ook na 1. …cxb6, waarop 2. Td5+, Kxd5 en 3. Dd6 volgt. Na 1. …Ld5 blokkeert zwart alvast een komend vluchtveld. De batterij werkt nu met 2. Te6+, Kd4 en 3. Dxf6 mat. De loper dekt nu veld c5, zodat de zwarte koning niet terug mag. Een andere blokkade is 1. …Ld4. Wit zet dan voort met 2. Dxf7, waarna er zowel 3. Td5 als 3. Txf6 dreigt, de toren vormt nu met de loper een batterij. Na 2. …cxd6 is 3. Lxd6 mat. Een bijvariant is nog 1. …Pc4 waarop ook 2. Dxf7 komt en mat op de volgende zet. Een mooi probleem met interessant batterijspel.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.