Boekrecensie – Improve Your Practical Play in the Endgame

Alexey Dreev heeft altijd indruk op me gemaakt. Hij straalt iets krachtigs uit, iets onverzettelijks. De eerste keer dat ik hem in levenden lijve zag, was op een van de prachtige snelschaakmarathons in Dordrecht, ergens in de negentiger jaren. Ik werd toen een beetje fan van hem. Dat was niet direct door zijn sterke spel – ik was nog te jong om dat op waarde te schatten – maar wel door het overhemd dat hij droeg. Het was een overhemd met een extreme tijgerprint en dat was ook in die tijd geen mode. Ik vond het heel bijzonder dat iemand, en dan nog zo’n sterke schaker, zoiets zou kopen. Pas later ging ik zijn partijen graag naspelen. Dreev is voor mijn gevoel een soort sterke uitvoering van de stereotype Russische schaker. Principiële openingen, een solide, positionele speelstijl en een haast feilloze techniek.

 De schrijver Dreev

Over de schaker Dreev heb ik hierboven al wat geschreven. Zijn rating ligt, als ik het goed zie, al 25 jaar onafgebroken boven de 2600 wat niet veel anderen hem zullen kunnen nazeggen. Zijn grootste succes was waarschijnlijk het winnen van Hoogovenstoernooi in 1995.

Als schrijver heeft Dreev vooral naam gemaakt met enkele goede openingsboeken. Vooral het boekje dat ging over het Damegambiet met 5. Lf4 en de afruilvariant van het Slavisch werd goed ontvangen. Niet toevallig werd die afruilvariant een tijdje  populair nadat zijn boek verscheen.

Opbouw

Het boek bestaat uit zes hoofdstukken. Elk hoofdstuk begint met een heel korte inleiding, het grootste deel bestaat uit diep geanalyseerde pratijkvoorbeelden, waarna ieder hoofdstuk eindigt met enkele oefeningen met oplossingen erbij. De hoofdstukken hebben de volgende titels:

1) Particular Endgames
2) Defense
3) Hidden Resources
4) Prophylaxis
5) Pawn Endgames and Transitioning into Pawn Endgames
6) Converting

De schrijver valt met de deur in huis. Er is geen inleiding, maar we beginnen direct met het eerste hoofdstuk. Dit doet een tikje minimalistisch aan. Ik had op zijn minst toch wel willen horen wat het doel is van het boek, wat we kunnen verwachten en waarom hij gekozen heeft voor de hoofdstukindeling die hij gekozen heeft.

De titels van de hoofdstukken roepen bij mij ook wat vragen op. Zo heeft het eerste hoofdstuk de titel Particular endgames en Dreev vertelt erbij dat we kijken naar eindspelen met een ‘non-standard balance of material.’ Het eerste eindspel dat hij laat zien is het volgende:

Nu was ik direct een beetje de weg kwijt, want ik begreep gewoon niet goed wat er nu zo ‘particular’ was aan dit eindspel. In ieder geval is er geen sprake van een ‘non-standard balance of material’. Misschien is het bijzonder dat de witte koning in de problemen zit, maar dat gebeurt toch ook wel vaker in het eindspel. Eens kijken naar het volgende voorbeeld in het boek:

Ook bij dit tweede voorbeeld blijf ik zitten met vragen over de hoofdstukindeling. Zeker, het eindspel wordt uitgebreid en goed besproken, maar wat uitzonderlijk is aan dit eindspel of welke lessen de lezer kan trekken uit deze stelling blijft voor mij te onduidelijk.

Wat niet?

Zoals ik hiervoor beschreef, mis ik enkele zaken in het boek. Dreev slaagt er voor mij onvoldoende in om samenhang aan te brengen in het boek. Ik had het net over het eerste hoofdstuk waarin ik dit miste, maar ik zag het ook in de hoofdstukken 2 en 4. Hoofdstuk 2 gaat over verdedigen, 4 over profylaxis en hoewel ik wel weet wat die termen betekenen, maken de voorbeelden in de twee hoofdstukken onvoldoende duidelijk wat de verschillen zijn. Wat bij mij als lezer blijft hangen, is dat je vooral veel verschillende, thematische voorbeelden ziet. In welk hoofdstuk zo’n voorbeeld staat, maakt weinig uit.

Ik mis ook wat algemene principes, samenvattingen van hoofdstukken en typische kenmerken van bijvoorbeeld pionnenstructuren. Toegegeven, Dreev geeft duidelijk aan dat het hem gaat om de praktische eindspelen en dat het niet zijn doel is een theoretisch eindspelboek te schrijven, maar merk ik dat ik als lezer hier steeds behoefte aan heb. Ik ben geen uitzonderlijk natuurtalent, dus ik heb echt iemand nodig die me aan het handje neemt en me laat zien waar ik precies op moet letten.

Ten slotte vond ik het nog een beetje gek dat we vaak vertrekken vanuit een diagram uit een partijstelling waarna we veel dikgedrukte zetten zien, maar dit zijn heel vaak niet de zetten die in de partij gespeeld zijn. De schrijver geeft wel aan dat de partij verder ging met een andere zet, maar het gebeurt zo veel dat het me wat ergerde. Bij practical endgames zie ik liever ook echt gehele eindspelen uit de praktijk, niet stellingen uit de praktijk met erna de correcte (computer)analyse.

Wat wel?

Liefhebbers van eindspelen komen echt wel aan hun trekken. Het boek bevat, uiteraard, talloze boeiende eindspelen die stuk voor stuk bijzonder interessante wendingen bevatten. Een voorbeeldje uit hoofdstuk 6 om even de sfeer te proeven:

Balogh – Navara, 2017

Een relevant voorbeeld. Zwart heeft een pion meer, een loper tegen een paard en een vrijpion, maar wit heeft wel wat kansen om een blokkade op te gooien. Hier besluit wit direct voor te gaan.

44. Pc2 b3 45. Pe3 Kf6! Bij deze zet legt Dreev uit waarom Kg5 en Kh5 tot remise leiden. 46. Kc1 waarna we bij de volgende stelling uitkomen

In deze stelling is er maar één winnende zet en dat is verrassend genoeg 46… g3!! Het idee achter dit verbluffend pionoffer is dat zwart het liefst de witte pionnenstructuur beschadigt. Op die manier kan de zwarte koning makkelijker de witte stelling binnendringen. Voor de volledigheid geef ik de rest van de variant: 47. hxg3 Ke5 48. Kb2 Ke4! 49. Pg4 Kd3 50. Ke5+ Ke2 51. f4 Kf2 52. g4 Kg3! 53. f5 Kf4 54. Pd7 Kxg4 55. f6 gxf6 56. Pxf6+ Kg3 -+

Daarnaast bevat elk hoofdstuk een aantal oefeningen. Bij hoofdstuk 5 zijn dit er maar 4, terwijl het er bij hoofdstuk 2 16 zijn. Die oefeningen zijn over het algemeen bepaald niet makkelijk. Bij sommige vraag ik me zelfs af of het vanuit het principe van ‘practical play’ realistisch is om de lezer te vragen deze op te lossen. Niettemin zijn de oefeningen wel leerzaam en instructief. Twee voorbeeldjes die ik uitprobeerde:

1. Navara-Jobava

In deze stelling heeft zwart maar één zet om zich te redden en het koste me weinig tijd om bij deze oefening de juiste oplossing te vinden. De sleutelzet vindt u onderaan.

2. Svidler – Indjic

Aan deze oefening besteedde ik 40 minuten en toen moest ik de handdoek in de ring gooien. Misschien doet u het beter. Wit heeft maar één zet om remise te maken, want zwart dreigt Pb2! Ook hier staat de sleutelzet onderaan.

Conclusie

Al bij al voldeed Improve Your Practical Play in the Endgame niet aan mijn verwachtingen. Ik heb graag een beetje structuur en wat regels die ik dan kan proberen navolgen, maar dat zit er bij dit boek niet in. Het is meer bedoeld voor een lezer die veel informatie tot zich wil nemen om op die manier zijn eigen eindspelkennis te vergroten en meer te kunnen putten uit verschillende thematische plannen. Ik blijf toch zitten met het gevoel dat er meer uit dit boek te halen was. De combinatie van Thinkers Publishing + Dreev + eindspeltechniek leek mij een gouden combinatie met een gegarandeerde bestseller als gevolg, maar ik twijfel eraan of dit hem wordt.

Antwoorden oefeningen

1… c4! en zwart houdt het pionneneindspel eenvoudig remise.

2. g3!! Ik neem mijn hoed af als u deze gevonden heeft.

Auteur Alexey Dreev
Titel Improve Your Practival Play in the Endgame
Uitgeverij Thinkers Publishing
Aantal bladzijden 250
Prijs €27,95

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.