Boekrecensie: Game Changer

Toen ik nog heel jong was, kregen we thuis het computerprogramma The Final Chess Card. Waarschijnlijk was het bedoeld voor mijn oudere broer en zus die toen iets verder waren in het schaken. De naam van dat programma suggereerde dat een definitieve oplossing van het schaakspel nabij was, maar dat was bij dit programma nog lang niet het geval.

Hierna volgden allerlei andere programma’s die steeds sterker werden: Fritz natuurlijk, Rybka sloeg ik over, Houdini kocht ik wel en de laatste jaren natuurlijk vooral Stockfish. Meestal liep ik een aantal versies achter en aan het kijken naar de instellingen heb ik me al helemaal niet gewaagd. Nee, het computerschaak vond ik niet zo interessant en de matches ‘Man vs. Machine’ uit mijn jeugd tussen Kasparov en Deep Blue en Kramnik en Deep Fritz al helemaal niet, hoewel ik het wel erg speciaal vond dat Kramnik zich zo maar mat in 1 liet zetten. De deelname van Fritz SSS* aan het Nederlands Kampioenschap in 2000 vond ik destijds heel apart en nu nog veel meer.

Gek genoeg maakte enige opwinding zich van mij meester toen begin december 2017 berichten over AlphaZero verschenen. Een programma dat binnen een paar uur schaken leert en dan al sterker is dan het sterkste programma ooit, doet het goed bij de massa en blijkbaar ook bij mij. Later bleek dat op de onderzoeksopzet wel wat af te dingen was. AlphaZero maakte gebruik van veel sterkere hardware en Stockfish was niet op zijn sterkst. Desondanks was ik bijzonder onder de indruk van het mysterieuze spel van AlphaZero dat op niets leek wat ik eerder gezien had.

Daarom gaf ik aan graag het boek Game Changer te recenseren. Naast het feit dat ik AlphaZero erg interessant vond, was ik ook benieuwd naar de invalshoek van de auteurs, Matthew Sadler en Natasha Regan. Van hen las ik eerder het bekroonde Chess for life dat erg helder en origineel geschreven was. Nu bleek ik niet de enige te zijn met interesse in dit boek, want op deze site vertelden Teun Koorevaar  en Han Schut al uitgebreid over het boek. Dat hoef ik natuurlijk niet nog eens te herhalen, dus heb ik het in mijn stukje iets meer over de relevantie van het boek voor mij als schaker.

Lees meer >

Boekrecensie – Under the surface

Een boek moet van papier zijn. Je slaat een bladzijde om, soms eentje terug. Je ziet welk deel van het boek je al gelezen hebt en hoeveel je nog moet. Als ik mijn schaakbord op mijn bureau leg, leg ik dat op een vaste plaats zo dat er nog mooi wat plaats is om het schaakboek naast te leggen. Desondanks heb ik het boek Under the surface van Jan Markos gelezen op mijn telefoon via de app Forward Chess. Dat ging zo. Voor ons tripje naar Barcelona en Valencia in de herfstvakantie reisden we met enkel handbagage en de avond voor vertrek had ik nog juist wat licht leesvoer klaargelegd. Dat vergat ik de volgende ochtend natuurlijk in mijn trolley te stoppen, waardoor ik, de wanhoop nabij, net voor het instappen in het vliegtuig Under the surface kocht en downloadde. Het leek me een slim plan, want tegenwoordig maken de prijsvechters het zo moeilijk om in het vliegtuig naast elkaar te zitten, dat ik vreesde me anders te vervelen.  Ik heb er geen spijt van.

Lees meer >

Boekrecensie – Endgame virtuoso Magnus Carlsen

 

Ik had gehoopt betere resultaten te boeken in de zomertoernooien. Het Nederlands Kampioenschap eindigde nog met een acceptabel resultaat en op het Open NK in Dieren begon ik veelbelovend met 3 uit 4 tegen sterke tegenstand.

Ronde 5 werd het keerpunt van de hele schaakzomer. Met wit tegen Casper Schoppen speelde ik een goede partij waarna we in onderstaand eindspel terechtkwamen

 

 

Keer op keer verzuimde ik de genadeklap uit te delen en naarmate de partij vorderde in de warme speelzaal, zag ik steeds minder en minder en werd het geloof in een goede afloop steeds onzekerder. Toen ik uiteindelijk toch dacht vorderingen te maken, trakteerde Casper me op een geweldige truc.

Leenhouts – Schoppen

71… Txc7+! 72. Kxc7 Pe6+! en remise is onvermijdelijk. Casper speelde hierna een beresterk toernooi en scoorde een prachtige grootmeesternorm, terwijl ik in de zomer maar liefst 40 ratingpunten, en een aantal illusies, verloor. Veel punten gingen verloren in het eindspel, dus wat meer aandacht hiervoor aan de hand van het nieuwe boek Endgame virtuoso Magnus Carlsen dat verscheen bij uitgeverij New in Chess kan geen kwaad. 

Lees meer >

Boekrecensie: Chess Calculation Training Volume 1: Middlegames

Op Youtube heb ik uren lang gekeken naar de backhand van de Zwitserse tennisser Stanislas Wawrinka, zodat ik op de banen van mijn eigen tennisclub TIOLA (Tennis Is Ons Liefste Amusement!) iedereen versteld kon doen staan van ook zo’n prachtige techniek. Zonder succes natuurlijk. Pas nadat ik met een trainer een paar honderd backhands geoefend had, begon het een heel klein beetje ergens op te lijken. Het was niet de eerste keer dat ik in deze valkuil liep. Toen ik een jaar of vijf geleden besloot om beter te worden in het schaken, kocht ik eerst de dvd’s Chess Endgames 1 t/m 9 van Karsten Müller. Zo zou ik alle eindspelen tot in de puntjes beheersen zonder van de bank te hoeven komen. Ik heb er ook een paar bekeken, maar ik geloof niet dat er veel van is blijven hangen. Van nature zitten veel schakers volgens mij zo in elkaar. We willen graag beter worden en we zijn er ook van overtuigd dat we het in ons hebben, maar het liefst vervullen we die potentie zonder al te grote inspanningen. Toch zullen de meesten van ons echt aan de bak moeten om die felbegeerde elopunten te winnen door bijvoorbeeld je eigen partijen te analyseren, becommentarieerde partijen na te spelen, openingen te bestuderen en moeilijke oefeningen te maken.

Lees meer >

Boekrecensie – The Art of the Tarrasch Defence

Toen ik in 2012 met enkele vrienden van de Koninklijke Brugse schaakkring een toernooi in het Spaanse Benasque speelde, waren twee van hen, Frederic Decoster en Linton Donovan, in de ban van de Tarrasch-verdediging. Ik was toen net begonnen met het spelen van 1. d4 en met de nuances en subtiliteiten van de Tarrasch-verdediging was ik onbekend. In mijn onwetendheid ging ik ervan uit dat wit makkelijk spel had tegen de geïsoleerde pion op d5. Dat was natuurlijk wel erg kort door de bocht aangezien veel giganten uit het verleden de Tarrasch in hun repertoire hadden. Frederic en Linton lieten me toen zien welke gevaarlijke ideeën zwart tot zijn beschikking heeft en sindsdien had ik altijd wat schrik om de Tarrasch tegen te krijgen, wat ook weer overdreven was. In 2011 verscheen het boek The Tarrasch Defence van Jacob Aagaard en Nikolaos Ntirlis wat gerust een standaardwerk genoemd mag worden. Het boek leidde tot een opleving van de opening die vooral populair was in de jaren 70 en 80. Sinds 2011 heeft men natuurlijk niet stilgezeten en volgens de laatste stand van de theorie heeft zwart volgens mij wat probleempjes. Ik was dus benieuwd wat Alexey Bezgodov zou vertellen in The Art of the Tarrasch Defence dat eind 2017 verscheen bij uitgeverij New in Chess.

Lees meer >