“De afwezige Giri?!” door Jan Willem Duijzer. Column van Schaakvereniging Promotie.

Herinnert u zich nog 27 april 2017? De NOS berichtte: “Giri klopt l’Ami en pakt eindzege in Reykjavik”. Zeven overwinningen, drie remises. Een geweldig toernooi. Genieten!
Om met de deur in huis te vallen: ik ben een enorme fan van Giri. Zelfs als hij twintig ‘saaie’ remises achter elkaar speelt. Voor mij is duidelijk dat hij over een uniek talent beschikt en ook over zijn inzet en ambitie heb ik geen twijfels. Ik heb genoten van zijn overwinning in Reykjavik, maar kan ook genieten van zijn fijnzinnige manoeuvreerpartijen tegen collega
wereldtoppers of zijn verdedigingskunsten als het eens wat minder gaat. Ik denk dat veel schakers daar hetzelfde over denken. Ik voeg hier aan toe dat ik persoonlijk ook zijn kruidige
“Nederlandse” humor wel kan waarderen.

Toch heb ik nog wel wat te wensen. Niet dat hij wereldkampioen wordt. Eigenlijk vind ik dat onbelangrijk. Timman werd ook nooit wereldkampioen. Van Wely kwam niet eens in de
buurt. Toch waren ze meer “aanwezig” in de Nederlandse schaakwereld en beschikten en beschikken ze over een enorme “fanbase”, vooral Timman natuurlijk. Waar komt dat door?
Ik denk dat Euwe, Donner, Timman, Van Wely, Ree, Van der Wiel en diverse andere (maar niet alle!) Nederlandse schaaktoppers door de jaren heen heel zichtbaar zijn geweest: door
hun soms openhartige en emotionele publicaties, door persoonlijke, hoogwaardige analyses, door hun deelname aan toernooien in Nederland, door hun participatie in de KNSBcompetitie, door warme contacten met Nederlandse clubs, het geven van simultaans etc. Door hun “aanraakbaarheid”, zo je wilt, ieder op zijn eigen manier. Ik lees dat Giri af en toe
iets doet voor zijn Nederlandse sponsor, maar dat komt bij mij over als een verplicht nummer waar geen ziel in zit.

Giri is voor het grote publiek hierdoor niet erg zichtbaar. Ook op de schaakclub hoor ik zijn naam maar weinig. Mensen kunnen zich moeilijk met hem identificeren. Het kan zijn dat dit
zijn keuze is. Misschien richt hij zich meer op een klein, deskundig, internationaal schaakpubliek. Ik begrijp dat hij een fervente en leuke Instagram-gebruiker is (…), maar welk
deel van de Nederlandse schakers is “op Instagram”? Een maandelijkse persoonlijke rubriek op Schaaksite zou ik al tien keer leuker vinden. Als zijn “Instagram-internationale” positionering een bewuste keuze van Giri is dan hebben we dat te respecteren. Maar ik vind het jammer dat we hem zo weinig “zien”.

10 Reacties

  1. Avatar
    Jaap Amesz 11 november 2019

    Ooit dacht ik even wat bevriende GMs te bellen voor een leuk simultaantje tegen een leuk prijsje. Dat bleek een stuk lastiger dan gedacht.

    Clubs hebben weinig budget. Een prof moet ook gewoon zijn huur betalen. Beiden logisch, daar wringt het.

    De prof moet zijn markt beschermen. Te snel ja zeggen tegen een vriendenprijsje is op lange termijn slecht. Het is sterker om te boek te staan als voor bedrag X komt de GM langs, zodat het gepingel op voorhand klaar is.

    Is Giri afwezig? Als je hem de juiste hoeveelheid knikkers geeft niet. 😉

  2. Avatar
    Peter Huisman 12 november 2019

    Ik vind het volkomen logisch dat Giri vooral is georiënteerd op de internationale top. Dat is nu eenmaal het niveau waarop hij zich bevindt. Als je van toptoernooi naar toptoernooi reist, en slechts één daarvan is in Nederland (Wijk aan Zee), en je speelt vooral tegen Carlsen, Caruana en Ding en nauwelijks tegen L’ami, Tiviakov en Van Foreest, dan is jouw wereld buiten Nederland een stuk nadrukkelijker aanwezig in je eigen leven, dan jouw wereld binnen Nederland. Logisch dat Giri de randzaken (social media, openbare verschijning) dan ook internationaler aanpakt. Als hij een paar weken thuis is, zal hij zich toch vooral op vrouw en kind willen richten, want je mist al genoeg. Ik denk dat dit vroeger niet anders is geweest. Timman was in de jaren 76-95 toch vooral in het buitenland. Die sloeg ook regelmatig een Nationaal Kampioenschap over. En dat was nog in de tijd dat Fred Emmer de uitslagen van het Hoogovens-toernooi en het IBM-toernooi nog voorlas in het acht-uur journaal. Kon je je vrienden de volgende dag uitleggen dat een afgebroken partij niet betekende dat er iets stuk was gegaan…

  3. Avatar
    wimw 12 november 2019

    Ik denk dat het verschil tussen Giri en Timman is dat laatstgenoemde in zijn topjaren als schaker zo’n 20 schaakboeken en een Teleac-cursus uitbracht en ook vanaf 1984 hoofdredacteur van New in Chess was. Dat geeft veel naamsbekendheid en je wordt natuurlijk ook voor presentaties gevraagd. Maar dat schrijven moet wel in je zitten. Die kwaliteiten heeft de één veel meer dan de ander. Laten we Giri de ruimte geven om zich goed voor te bereiden op het kandidatentoernooi en dan ga ik er vanuit dat hij deze keer wel een paar overwinningen boekt.

    • Avatar
      Peter Huisman 12 november 2019

      Dat klopt. Een ander verschil is dat de wereld sterk is veranderd: als Giri al een cursus zou (willen) uitbrengen, gaat dat niet meer via Teleac op onze nationale televisie, maar via chess24 (of soortgelijk) op internet, voor de hele wereld. En Timman had in zijn toptijd ook geen instagram of facebook-account en er viel voor hem ook weinig te tweeten en te re-tweeten met/tegen Karpov en Kasparov.

      • Avatar
        Dimitri Reinderman 12 november 2019

        Giri schrijft heel veel voor New In Chess, dus dat gedeelte zit wel goed.

  4. Avatar
    Johan Hut 12 november 2019

    Ik vind het zeker een interessante column. En ik denk dat Peter in beide reacties de spijker op de kop slaat. De mediawereld is natuurlijk totaal veranderd en daar heeft dit ook mee te maken. Voor het grote schaakpubliek is New in Chess al een minder luchtig blad dan Schaakbulletin, dat grotendeels over het Nederlandse schaakleven ging. En Giri doet inderdaad veel voor New in Chess. Verder komt hij graag voor de camera, tijdens het Tata-toernooi misschien wel dagelijks, voor de toernooisite geïnterviewd door Bianca Muhren of Tom Bottema. Instagram heb ik ook niet, maar ik volg hem wel op Twitter. Ik zie bij Giri geen onwil of luiheid.

    Leuk simultaan spelen moest hij wel leren. Toen hij hier net was, heb ik hem een keer meegemaakt bij een groot bedrijf in Baarn (Nijhof), over een bord of twintig. Hij won ze allemaal en zei helemaal niets tegen zijn tegenstanders, ook niet als ze opgaven. Hans Böhm maakt na de opgave van iedere deelnemer even een praatje en soms ook tussendoor. Toen ik Böhm eens remise aanbood, zei hij: “Als jouw paard van c6 op d6 zou staan, zou ik het aannemen.” Dat kost me maar drie zetten, was mijn reactie, waarop hij zei: “Ja, maar dan doe ik weer iets anders.” Böhm weet hoe hij met publiek moet omgaan, Giri was daar te jong voor maar misschien heeft hij inmiddels bijgeleerd. Vast wel.

    • Avatar
      Johan Hut 12 november 2019

      Böhm vindt het trouwens ook niet nodig om bij een simultaan alle partijen te winnen. Een paar remises is leuk voor de club en het doet aan zijn imago geen enkele schade.

  5. Avatar
    Herman Grooten 12 november 2019

    Ik denk dat we alweer vergeten zijn dat Giri (hoewel al enige tijd geleden) regelmatig een column schreef voor Schaaksite. Ik heb geen overzicht kunnen vinden, maar enig zoekwerk leverde bijvoorbeeld dit artikel op: Anish over het NK 2011. Verder liet hij zich jaar zien bij het NK Lighting in het Willem II stadion te Tilburg. Daar was hij ‘aanraakbaar’, getuige zijn slotspeech aan het eind, toen hij de toernooiwinst aan Hing Ting Lai moest laten. Overigens begrijp ik ook wel dat ‘supersterren’ enige afstand willen bewaren omdat het natuurlijk onmogelijk is iedereen te woord te staan. Topspelers maken m.i. inderdaad de fout om in simultaans alles te willen winnen. Met een paar halfje puntjes kun je iemand voor de schaaksport winnen. En een paar woordjes aan het eind zijn ook heel welkom. Ik herinner me dat iemand mij ooit het advies gaf om in elk geval de voorzitter en de penningmeester van de vereniging (die vaak verantwoordelijk zijn voor de organisatie) een remise te gunnen 🙂 !

     

  6. Avatar
    wimw 12 november 2019

    Giri schrijft regelmatig een column voor New In Chess, maar ik zie het niet zo vaak in de inhoudsopgave of op de frontcover expliciet vermeld. Merkwaardig is wel dat op zijn website sinds eind 2013 geen nieuwe berichten etc. zijn  geplaatst. De laatste aankondiging is van het Tata Steel toernooi van januari 2014. Ik herinner me wel, uit wat langer geleden jaren, analyses van Giri’s eigen partijen op de schaaksite. Dat was leuk om te lezen.

  7. Avatar
    Eric César 13 november 2019

    Het is bij de andere reacties ook al ter sprake gebracht en ik wil me daar bij aansluiten: er worden te weinig interessante nieuwe schaakboeken geschreven.

    Logisch is dat wel. In vroeger tijden kon het voor de schaakmeester nog wel een beetje rendabel zijn om hier tijd aan te spenderen. En daaraan hebben wij monumenten als Dreihundert Schachpartien (Tarrasch), Mein System (Nimzowitsch), My Best Games Of Chess (Alekhine), Oordeel En Plan (Euwe), en Zürich International Chess Tournament (Bronstein) te danken, om maar wat voorbeelden te noemen.

    Ook Timman past in dit rijtje. Hij heeft een hele serie magistrale boeken op zijn naam staan en publiceert nog steeds met enige regelmaat nieuw werk. De boeken van Timman waardeer ik niet alleen vanwege zijn fraaie romantische analyses, maar ook omdat hij, en passant, altijd veel over zichzelf en zijn denkbeelden heeft geschreven. Daardoor heb ik het idee dat ik Timman goed ken, terwijl ik hem in werkelijkheid nog nooit heb ontmoet.

    Van Giri heb ik één boekje gelezen, After Magnus, bij mijn weten het enige dat hij tot dusver heeft gepubliceerd. Daaruit blijkt dat de vraag of Giri kán schrijven, met een volmondig “jazeker” moet worden beantwoord. Hetgeen ook, inderdaad, opgemaakt kan worden uit zijn artikelen in New In Chess.

    Daarom hoop ik dat Giri ooit de tijd zal vinden om eens een dikke pil af te leveren aan het legioen der schaakliefhebbers.

     

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.