“Coronale stilte” door Manuel Nepveu

De column van Manuel gaat over schaken in onze roerige tijden.

Wie schaker is en de titel van dit stukje leest, denkt vermoedelijk aan het piepend en knarsend tot stilstand komen van het (schaak)leven in Nederland en de rest van de wereld, de gedwongen rust. Ikzelf had tot voor kort nog nooit van corona-virussen gehoord. De corona was voor mij gewoon het buitenste deel van de zonneatmosfeer waar het altijd lekker warm is (106 Kelvin en meer) en juist helemaal niet rustig. De corona kun je met het blote oog zien bij een totale zonsverduistering, zoals die schitterende van 11 augustus 1999 die ik vanuit mijn Delftse werkplek van dat moment kon bewonderen. Tijdens het kijken even geen bespiegelingen aangaande de kolkende plasmafysische processen die daar voor prachtige magnetische structuren zorgen, maar genieten van de schoonheid en de stilte. Alle mensen hielden hun waffel en de vogels ook. Stilte.

Stilte ook nu, maar dan net iets anders. Stilte eveneens in de sportwereld. Slechts in Jekaterinenburg leek men dapper stand te houden tegen de beperkingen die het virus dicteert, het enige grote sportevenement dat nog doorging. Ja, het schaken kwam zelfs om die reden kort op televisie. Hiep hoi! Maar goed, de realiteit rammelde uiteindelijk toch te hard aan de ivoren torenpoorten en na de eerste zeven ronden was het voorlopig einde oefening. Dat betekent dat ik toch nog altijd zeven ronden lang het schaakcommentaar kon volgen, tijdens de partijen gegeven door de GM’s Miroshnichenko en Dubov. Daarbij kregen ze ondersteuning van de mij totaal onbekende jonge GM Daniil Yuffa, die achter de schermen monitorde wat de engines te melden hadden over de partijen en daar op gezette tijden kond van deed. Er zijn mij een aantal dingen opgevallen die ik met u delen wil.

  • Tijdens het volgen van het commentaar uit Jekaterinenburg kon ik in een bewegend balkje lezen wat de toernooiorganisatie wilde meedelen. Zo las ik dat de spelers niet voor de veertigste zet remise mochten aanbieden. Huh? Kan dat zomaar geëist worden? Kennelijk wel. Het gaf een paar maal aanleiding tot onzin op het schaakbord. Spelers moesten kennelijk doorspelen in stellingen die zelfs op clubniveau als “potje” zouden worden beschouwd. Anish Giri was bij zoiets betrokken en vluggerde, evenals zijn tegenstander, de partij naar de veertigste zet. Kul in het kwadraat.
  • Als een partij beëindigd was, werd er een interview gegeven. Er waren spelers die out of the blue begonnen met teksten in de trant van: “Ja ik had Kf8 kunnen spelen, maar ik dacht dat b3 dan onaangenaam kon worden. Daarom toch maar naar d8 en, ja, misschien had X nu via Dh5 sterker kunnen spelen, maar nu had ik alles onder controle… ”. Waar had de goede man het over? Geen schaakbord om iets te verduidelijken, slechts verbale diarree zonder een grein van context. Zou het echt niet tot de heren doordringen hoe verschrikkelijk autistisch dit overkomt? Uiteraard begrijp ik dat zij zo kort na de partij vol van eigen indrukken en gedachten waren, maar toch. Gristsjoek kreeg de vraag voorgeschoteld of hij tegen de stukken speelde, of tegen de persoon van vlees en bloed. Gristjsoek antwoordde dat je eerst maar eens de techniek moet beheersen om goed tegenstand te bieden en gaf eigenlijk geen antwoord op de vraag. Als dat bewust gebeurde was dat begrijpelijk. [Wie Krogius’ “Psychologie im Schach” (Sportverlag Berlin, 1986) heeft gelezen, weet overigens dat er maar een antwoord mogelijk is, hoezeer schaaklegendes als Rubinstein en Capa dat ook bagatelliseerden, zie pag.7 van het genoemde boek]. Overigens gaf Gristsjoek al bij het interview in ronde vijf of zes te kennen dat hij vond dat ze met deze vertoning moesten stoppen. Hij zat kennelijk niet comfortabel in de ivoren toren en was daar buitengewoon eerlijk over.
  • Tijdens de partijen kwam meer dan eens de vraag naar voren: “Zit X nog in zijn voorbereiding of niet?” Diezelfde prangende vraag werd trouwens ook meermaals gesteld door de commentatoren bij Tata Steel. Hans Ree liet in de NRC van 28 maart de partij zien van Maxime Vachier-Lagrave met Zwart tegen Kirill Alekseenko. Ree beweerde dat “MVL” zo ongeveer de hele partij al thuis op de computer had zien langskomen en wist waar de mijnen in het mijnenveld precies zaten. Iemand als Anish liet er in de interviews al of niet bewust geen twijfel over bestaan hoe belangrijk die voorbereiding is. Dat is niet nieuw, maar hoever gaat dit? Even lekker bot: heb ik naar acht aapjes zitten kijken die hun computerzetten uitbraken en weten hoe ze elke afwijking moeten beantwoorden? Het zal wel niet, maar als ik Hans Ree beluister, lijkt het daar soms wel een beetje op. Zijn we dan uiteindelijk toch tot RandomChess veroordeeld om het schaken SPEL te laten zijn? Je kunt je trouwens afvragen of beroepsschaak inderdaad nog spel is; de belangen zijn daarvoor wellicht iets te groot.

En zo zitten we nu, nadat ook het Kandidatentoernooi is gestopt, in een algehele coronale stilte. Qua sport dan. En terwijl ik deze regels invoer zingt op enkele tientallen meters afstand een vogeltje het hoogste lied.

Klik hier voor het pdf-bestand!

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.