De grootmeester en de ober

Zelden heb ik een toernooi gespeeld in zo’n rustieke omgeving als in 1986 in Luxemburg. Een relatief klein aantal deelnemers zorgde ervoor dat de organisatie geen kind had aan de spelers en zo konden de partijen in ontspannen sfeer gespeeld worden. Mijn toernooi verliep zeker niet slecht en ik zou keurig in de top hebben meegedraaid, ware het niet dat er op drastische wijze een einde gemaakt werd aan deze harmonieuze gang van zaken. Dat was deels mijn eigen schuld, deels kwam dat door een volkomen stom toeval. Het gaat om mijn partij tegen de Duitser Kindl, tegen wie ik met wit in een Konings-Indische stelling risicoloos op winst wilde spelen, toen ik een slechte zet uit mijn vingers liet glippen. Van een stelling die iets beter was, stond ik plotsklaps zeer verdacht. Speelt u even mee? Ik kan u verzekeren dat het de moeite waard is om er een bord bij te nemen, want het nu volgende is nog nooit vertoond:

Grooten – Kindl

1. d4 Pf6 2. Pf3 g6 3. c4 Lg7 4. Pc3 0 0 5. e4 d6 6. Le3 e5 7. Le2 Pg4 8. Lg5 f6 9. Lh4 Pc6 10. d5 Pe7 11. Pd2 Ph6 12. g4 Kh8 13. f3 Pf7 14. Dc2 c6 15. 0 0 0 a6 16. Kb1

Er is een rustige manoeuvreerstelling ontstaan.

17. …b5 17. Lf2 b4 18. Pa4 c5 19. h4 Lh6 20. h5 Da5 21. hxg6?

Een slechte zet, die volledig onnodig het passieve zwarte paard activeert.

21. … Pxg6

22. Pxc5!?

"Dan maar de beuk erin", dacht ik hier. Voor het stuk krijgt wit in ieder geval twee mooie pionnen.

22… dxc5 23. Pb3 Dc7 24. Lxc5 a5!

Helaas begrijpt zwart het spelletje wel een beetje. Ik was er eigenlijk vanuit gegaan ook de derde pion op b4 mee te kunnen nemen, maar mijn tegenstander vindt het bezit van de zwarte velden wat belangrijker dan de kwaliteit op f8. Na 25. Lxf8 Lxf8 gaat 26. c5 (om over het cruciale veld c5 te komen) niet vanwege 26… a4. Wit blijft dan zitten met een heleboel pionnen op de kleur van zijn loper en als ik ergens een hekel aan heb, dan is dat wel een slechte loper. Hoe langer ik naar de stelling keek hoe meer ik tot de overtuiging kwam dat wit de zaken gewelddadig moest aanpakken.

25. Txh6! Pxh6 26. Lxf8 Pxf8 27. Dd2

Nu, vele jaren later, de stelling beziend was 27. c5 wel zo goed geweest. Waarschijnlijk wilde ik de vage zwarte tegenkansen na 27… a4 28. Pd2 b3 29. axb3 axb3 30. Pxb3 eruit halen omdat zwart in deze stelling de a-lijn krijgt. Tevens had ik nog een andere bedoeling met de laatste zet.

27… Pf7 28. f4!?

Dat was het idee. De zwarte velden moeten principieel aangepakt worden.

28… Pd7

Na 28… exf4 29. d6 Dd8 30. Dxf4 kan wit de zwakke broeder op f6 op de korrel gaan nemen.

29. g5!?

Consequenter kan bijna niet, zou je zeggen. Wie A zegt moet ook B zeggen en mijn voortzetting zet de lijn voort die moet leiden tot de volledig ondermijning van wat eens de trotse zwarte pionnenketen was.

29… a4

Deze zet had ik wel zien aankomen en ik was van plan mijn paard gewoon terug te trekken naar c1, maar eigenlijk beviel me dat niet zo. Zwart behoudt zijn grip op de zwarte velden, waarbij vooral veld c5 het sleutelveld is voor zijn stukken. Toen ik mijn ogen half dicht deed, kreeg ik ineens een geweldig idee en stelde mezelf de vraag: waarom schaak ik eigenlijk? Het antwoord is: hiervoor…

30. Dxb4!!

Een krankzinnige zet, waarvan ik onder de partij totaal niet wist of het geen totale onzin was. Nu heb ik het altijd al leuk gevonden de lachers op mijn hand te krijgen en kan ik het meestal niet laten om aan een dergelijk avontuur te beginnen. Als ik deze partij zou verliezen, kon ik altijd ter verdediging aanvoeren dat de zet in ieder zeer principieel verantwoord was en als idee heeft om de zwarte velden open te beuken. Wit komt echter bakken vol materiaal achter.

30… axb3 31. De7 bxa2+ 32. Ka1 Dd8

Deze zet had ik nog ingecalculeerd want veel anders is er niet voor zwart. Wit staat klaar om matbeelden tegen de zwarte koning in scene te zetten.

33. Dxf7 Pc5

De diagramstelling is een mooi plaatje. Wit staat een stuk achter, er dreigt mat in één en dat is niet op een fatsoenlijke manier af te dekken. Dan nog maar een toren ingeleverd!

34. b4! Pb3+ 35. Kb2 a1D+ 36. Txa1 Pxa1 37. gxf6

Deze zetten werden allemaal in hoge tijdnood gespeeld. Bij sommige omstanders zag ik de mond langzaam open gaan…

37… Dg8 38. De7 Lh3!

In opperste nood vindt zwart de enige verdediging, die nog een venijnige bijbedoeling heeft, hetgeen later blijkt. Om te beginnen moest 39. f7 gevolgd door 40. f8D eruit gehaald worden.

39. f7?!

Na zo’n consequente partij de eerste wat minder consequente zet. Wit is steeds bezig geweest de zwarte velden aan te vallen en in dat kader had hij natuurlijk 39. Dxe5! moeten spelen. Het zou tevens de volledige ondergang zijn geweest van de zwarte pionnenketen en een waardige bekroning hebben betekend voor mijn spel in deze partij. Speelt u ook Konings-Indisch? Laat dan niet uw pionnenformatie opvreten zoals hier!

39… Dg7 40. De8+ Df8 41. Dxe5+ Dg7

Eindelijk kan er weer adem gehaald worden. Heeft u wel eens zo’n curieus geval gezien als in de diagramstelling duidelijk gemaakt wordt? Wit staat een toren en een stuk achter, maar heeft daar vijf verbonden vrijpionnen voor. Tevens moet de toren het kreupele paard op a1 blijven dekken, hetgeen de activiteit van zijn stukken natuurlijk danig reduceert.

De partij werd nu afgebroken en mijn toenmalige clubgenoot Gerard Welling (die als ‘Basmanspecialist’ toch heel wat vreemde stellingen in zijn leven heeft gezien) kon zijn ogen niet geloven. Ster¬ker nog: hij vroeg me of we niet met een ander spel bezig waren geweest die middag!

Er was slechts een uurtje pauze en omdat ik me helemaal leeg voelde, bestelde ik in het restaurant van de speelhal een maaltijd. Ondertussen probeerde ik met een minischaakspelletje wijs te worden uit de werkelijk krankzinnige stelling die er op het bord stond.

Grootmeester Murej uit Israël, die zelf de meest vreemdsoortige partijen speelt en voor wie ook niets te dol is, wierp in het voorbijgaan een blik op mijn analysebordje. Als door een wesp gestoken bleef hij staan. Een dergelijk geval had ook hij nog nooit gezien.

Zonder te informeren of ik wel behoefte had aan enige hulp, begon hij zich met de analyse te bemoeien. Hoewel zijn ideeën soms aan het geniale grensden, slaagde ik er niet in enige lijn te ont¬dekken in zijn bevindingen. Hij zelf trouwens ook niet en een klein voorval schoot me te binnen toen deze sterke schaker de ministukjes begon te verzetten op mijn bordje. Deze Murej was namelijk ooit secondant van Korchnoi geweest, maar die vond hem op een gegeven moment maar een warhoofd en heeft hem toen naar huis gestuurd.

De verwarrende varianten waren nog niet zo erg geweest als de ober niet langs was gekomen om mij mijn maaltijd te brengen. Nadat hij mijn eten had opgediend, wierp ook hij een blik op deze doldwaze stelling. En waarom zouden obers ook niet een beetje kunnen schaken? In Hongarije hebben een aantal Eindhovense hoofdklassers ook wel eens een collectief potje van een restaurantbediende verloren.

In ieder geval meende deze heer ook zijn bijdrage aan het geheel te moeten leveren, door ook een zet voor te stellen. Had hij het maar niet gedaan!

Voordat ik iets in de gaten had, zaten de grootmeester en de ober op mijn zakschaakspelletje deze waanzinnige stelling tegen elkaar uit te spelen! Met stijgende verbazing zagen Gerard Welling en ik dit tafereel aan. Ik had moeite om het met droge ogen te aanschouwen.

Twee mensen met twee totaal verschillende achtergronden, zaten hier op een mini-schaakbordje in Luxemburg een volkomen dwaze stelling tegen elkaar uit te vluggeren en ik, de speler zelf, kon daar geen enkele invloed op uitoefenen. Maar wat merkwaardiger was, de ober won de ene na de andere partij! Een ober met een rating van onder de 1000 waarschijnlijk slaat een grootmeester met een rating van rond 2600 steeds om de oren. In mijn stelling, op mijn minischaakbordje. En dat terwijl ik probeer een maaltijd naar binnen te werken!

Ik probeerde van de nood een deugd te maken, door wat te eten, maar het smaakte me niet. Ik kwam op deze manier zelf niet aan analyseren toe maar ondanks mijn protesten bleven de heren hun inmiddels verhitte discussie doorvoeren. Ik probeerde hun ‘analyse’ te volgen, maar dat had ik beter niet kunnen doen, want toen ik de partij even later moest uitspelen, was er in mijn bovenkamer ook iets op tilt geslagen. Tegenstander Kindl was er als de kippen bij om ervoor te zorgen dat ik deze voor wit zeer kansrijke stelling als een kind verloor…

42. b5?!

De afgegeven zet en waarschijnlijk niet de beste, maar dat was mijn eigen schuld. Over de rest van de zetten weiger ik verantwoording af te dragen!

42… Lg2!

Dit is de venijnige riposte die zwart (bij toeval) had ingebouwd toen hij 38… Lh3 speelde. De grote moeilijkheid voor wit zit hem in het feit dat de enige pion die zwart nog heeft ook een vrijpion is, zodat 43. Ld3 met 43… h5! wordt beantwoord.

43. b6

Het valt me zwaar om deze stelling te gaan analyseren, maar ik heb het gevoel dat wit nog steeds ergens gewonnen moet staan.

43… Lxe4 44. b7 Tb8 45. Kxa1

Het is eigenlijk onzin om het zwarte paard te willen ophalen. Dat was vanzelf van het bord gevallen. Nu hoeft zwart tegen een vrijpion minder op te boksen.

45… Dxe5+ 46. fxe5 Kg7 47. e6

Het is triest, maar nu staan alle witte pionnen toch weer op de verkeerde kleur!

47… Txb7 48. d6 Tb1+!

Een sterk tussenschaakje.

49. Ka2 Tb8

50. Lh5?

Murej gaf hier later 50. Lg4 of 50. c5 aan, waarna wit volgens hem remise zou kunnen maken. Dat zal ongetwijfeld waar zijn geweest, maar de analyse achteraf ging helemaal langs me heen…

50… Lg6 51. Lf3 Lxf7

Emotieloos lost zwart de technische problemen op. Weer worden twee van de witte pionnen onschadelijk gemaakt. Van het eens zo trotse pionnenfront blijft maar een zielig restje over. Wat zeggen ze ook weer over Duitsers? Juist, de gründlichkeit.

52. exf7 Kxf7 53. Ka3

Had ik nu mijn pion maar op c5 staan, dan was het nog remise.

53… Ke6 54. c5 Tb5 55. Lg4+ Kd5 56. Lc8

Een klein valletje. Wit dreigt 57. d7 met winst.

56… Kc6 57. d7 Kc7 58. c6 h5

Bah, wat een rotpion is dat. Een grote walging overviel me hier. Heb ik maar liefst zes verbonden vrijpionnen gehad in deze partij en welke loopt er door? Juist, die ene zwarte.

Ik begreep nu ineens waarom een Nederlands gezin het televisietoestel van zes hoog uit het raam heeft gegooid toen Nederland in ’74 de finale van het WK-voetbal tegen Duitsland verloor.

59. Ka4 Tb1 60. Ka5

De laatste zet was om mijn tegenstander naar het bord te lokken om de partij op te kunnen geven.

0-1

De ober heb ik niet meer gezien. Ik heb verder ook geen maaltijd meer gebruikt daar.

Niettemin was deze partij een van de meest creatieve prestaties die ik ooit geleverd heb en die me veel voldoening heeft gegeven.

Samen met Sander Los besprak ik in Leeuwarden, tijdens het open toernooi daar, wat de belangrijkste motivatie moet zijn om je met het schaakspel bezig te houden.

Beiden waren we het er over eens dat het opzoeken van ‘het avontuur’ de meeste voldoening gaf.

En nog dezelfde middag sloeg Sander tegen een grootmeester met zijn zwarte toren een pion op a2, (… Ta8xa2) waarna Pb5-a3 volgde en de toren voor eeuwig opgesloten werd!

Sander had echter berekend dat de toren niet binnen een paar zetten opgehaald kon worden en kreeg er toen zo’n ontzettende kick van dat hij zijn toren inderdaad op a2 liet neerploffen.

Dit geweldige gevoel van spanning en avontuur bezorgde hem een soepele overwinning. Voor mij gold dat ook tijdens bovenstaande partij, maar het waren een grootmeester en een ober die dit fantastische gevoel van euforie behoorlijk bedorven hebben. Iemand anders heeft echter een geweldige avond gehad. Mijn toenmalige teamgenoot Gerard Welling heeft namelijk meer dan een uur lang in een deuk gelegen.

1 Comment

  1. Avatar
    HermanGrooten april 13, 2011

    Een kleine update. Ik heb inmiddels Sander Los even gesproken, toen ik hem als tegenstander in de KNSB-competitie tegenover me aantrof. Ik refereerde even aan bovengenoemd geval. Hij wist het direct toen ik het op tafel legde en hij wist ook de tegenstander nog: Micghiel de Jong uit Friesland was degene die de merkwaardige toren op a2 moest dulden in deze curieuze partij.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.