Recensie: The Chess Scalpel – 32 Master Games Dissected

Inleiding

Zenón Franco (*1956) is een Paraguayaanse grootmeester. In het boek The Chess Scalpel bespreekt hij partijen volgens het model ‘bedenk de zet’. Dit houdt in dat de lezer een stelling voorgeschoteld krijgt, raadt wat de beste zet is en vervolgens controleert of hij het goed had. Soms worden enkele kandidaatzetten als meerkeuze gegeven, soms moet de lezer de zet zelf bedenken. Voor elke goede zet die de speler raadt, krijgt hij een aantal punten. Per partij telt de lezer alle behaalde punten op en leest af hoe sterk hij gespeeld heeft. Zo staan 40-45 punten bijvoorbeeld voor een rating tussen de 2400 en 2500, en alles daarboven is van grootmeesterniveau. Na elke zet geeft de auteur uitleg en analyse van de gespeelde zet, waarbij alternatieve zetten soms ook punten kunnen opleveren.

 

Boeken van dit type zijn zeldzaam. In Franco’s eerdere boek Chess Self-Improvement (2005) kiest hij voor een soortgelijke opzet. Een ander voorbeeld is de rubriek De lezer aan zet in Schaakmagazine.

 

Opbouw

De opbouw is overzichtelijk. De geanalyseerde partijen zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: aanval, aanval en verdediging, positioneel spel/structuren, en eindspel. De eerste drie hoofdstukken bevatten negen partijen en het laatste vijf. Dit onderscheid is niet waterdicht, zoals de auteur toegeeft. Aan het einde van elke partij volgt een opsomming van de belangrijkste lessen en de schaalverdeling. Voor elke partij zijn immers niet evenveel punten te vergeven, vandaar dat de verhoudingen per partij steeds anders zijn.

 

Lees meer >

KANDIDATEN R5: Vier remises maar niet zonder strijd

In Madrid doen de kandidaten voor de wereldtitel nog altijd verwoede pogingen om tot uitdager van de wereldkampioen uitgeroepen te worden. Het zou zelfs kunnen dat de winnaar van het Kandidatentoernooi zomaar ineens een tweekamp om de wereldtitel met de nummer twee van het toernooi mag spelen als Magnus Carlsen zich terugtrekt. Ligterink schreef in de Volkskrant dat Carlsen beter zijn intenties vóór dit toernooi kenbaar had gemaakt. In meerdere interviews heeft de Noor zich er al over uitgelaten dat hij het niet meer ziet zitten om in een zenuwslopende tweekamp zijn wereldtitel te verdedigen.

Liren Ding miste de grootste kans van de vijfde ronde (foto toernooisite)

Vooralsnog lijkt het erop dat de twee vorige uitdagers van Carlsen, Ian Nepomniachtchi en Fabiano Caruana zich hiervoor hard maken. Zij staan ongedeeld één en twee (met respectievelijk 3½ en 3 punten). Het achtervolgende trio bestaande uit Hikaru Nakamura, Richard Rapport en Jan-Krzysztof Duda staat op 50% en de door Carlsen gewenste tegenstander, Alireza Firouzja, bungelt samen met de nummer drie van de wereld Liren Ding en Teimour Radjabov helemaal onderaan, allen met 2 punten. Het is duidelijk dat alles nog wel dicht bij elkaar zit en dat had in deze ronde ook heel anders kunnen zijn. Om te beginnen had Nakamura riante winstkansen tegen Nepomniachtchi en op een bepaald moment misschien zelfs beslissend voordeel. Hetzelfde gold voor Ding die met zwart zijn tegenstander Radjabov naar de rand van de afgrond had gemanoeuvreerd. Maar beide kanshebbers gingen niet nauwkeurig genoeg te werk om de tegenstander ook daadwerkelijk over de rand te duwen en aalglad als die waren, slaagden zij erin om het vege lijf te redden. De andere twee partijen eindigden ook in remise waarbij gezegd moest worden dat die tussen Caruana en Rapport een gevecht was op het scherp van de snede dat in een zetherhaling eindigde. De andere partij tussen Firouzja en Duda viel in de categorie “correcte remise”!

 

NAKAMURA – NEPOMNIACHTCHI

Foto FIDE/Stev Bonhage

FIDE/Maria Emelianova/Chess.com

Lees meer >

Hoogspanning in Rijswijk bij het NK t/m 12 jaar

Na een pauze van twee jaar (vanwege corona) werd het afgelopen Hemelvaartsweekend in Rijswijk weer het Nederlands Jeugdkampioenschap t/m 12 jaar gehouden. Maar de mensen van de Haagse Schaakbond, onder de bezielende leiding van toernooidirecteur Ted Barendse, slaagden er opnieuw in om een prachtig toernooi te houden, waar geen wanklank gehoord werd. Zoals te doen gebruikelijk vond het evenement plaats in Don Bosco, waar naast het toernooi zelf veel gelegenheid is voor vertier van de deelnemers. Er was dit jaar één lastige bijkomstigheid, namelijk dat een grote zaal, waar traditiegetrouw de bar te vinden was, op de laatste speeldag niet beschikbaar bleek te zijn. Die was al verhuurd aan een andere groep, zodat men “verbannen” werd naar de gang en naar andere krochten in het gebouw. Zelf weet ik als schaakouder dat het soms niet meevalt een plekje te bemachtigen aan een tafel met een stoel, maar dit jaar was dat geen probleem omdat men mij had “gebombardeerd” tot toernooicoach. Zo had men mij voorzien van een grote tafel met een schaakbord en de nodige stoelen. Als een speler klaar was met zijn partij kon hij/zij aanschuiven om die partij te laten analyseren. Het duurde meestal niet lang of er stonden binnen de kortste keren hele drommen kinderen rondom het analysebord en aangezien iedereen wel van een grapje houdt, leidde dat vaak tot grote hilariteit. Toernooidirecteur Ted kwam op een gegeven moment melden dat deze taferelen bij voorkeur achterin de zaal gehouden moesten gaan worden, aangezien we iets te dicht bij een afscheiding tussen de speel- en analysezaal zaten waardoor de lachsalvo’s door de spelers gehoord konden worden. Enfin, op deze manier kon ik het toernooi redelijk goed volgen en zag ik vele interessante (goede én minder goede) zetten voorbij komen.

 

De traditionele groepsfoto met alle deelnemers

Lees meer >

Het gelijk van aartspessimisten en rasoptimisten

Groep 1B was dit langgerekte seizoen het tegenoverstelde van een Poule des Doods. Met HWP Sas van Gent en Zuid Limburg veilig opgeborgen in de Meesterklasse en het twééde team van Paul Keres in de poule droomden bijna alle teams ervan om, als het meezat, omhoog te vallen naar het Walhalla. Bij ons vochten de aartspessimisten en rasoptimisten om voorrang. Het ging van ‘we kunnen zomaar degraderen’ tot ‘als we goed beginnen tegen BSG, ligt de weg naar de Meesterklasse open’. Gevolgd door hard gelach.

 

Het kampioensteam van De Stukkenjagers uit Tilburg. Achteraan v.l.n.r. Constantijn Beukema en Tommy Grooten, in de rij ervoor Herman Grooten, César Becx, Sam en Luuk Baselmans en Peter Huibers. De voorste rij: Nick Bijlsma, Erwin Kalle en Sjoerd van Roon (foto Ilja Kalle).

Dat verstomde meteen tot een hard gelag: tegen BSG, qua rating net als wij een van de laagst geplaatste teams, gingen we meteen het schip in. De tweede klasse gloorde in de verte, maar gelukkig herstelden we ons via zeges op Krimpen aan den IJssel, UVS en het veel sterker geachte DSC Delft. De praatjes namen weer toe, maar kregen een knauw toen we terecht verloren van Blerick en tegen Paul Keres 2 niet verder kwamen dan 5-5. Die formulering geeft goed weer aan wat voor moodswings we ten prooi vielen: ‘niet verder kwamen dan’, het klinkt bijna arrogant want ook PK 2 heeft een hoger ratinggemiddelde dan wij.

Over moodswings gesproken: als we in ronde 7 van Spijkenisse zouden verliezen zag ik – met de ratingkleppers Vianen/DVP en LSG 2 nog voor de boeg – het lijk al drijven richting divisie 2. Degraderen uit de eerste klasse met 7 matchpunten, het is me al eerder overkomen, met De Wolstad begin jaren tachtig, na een start van 7 uit 4. Onze captain Hans Moors liet toen in Schakend Nederland optekenen dat ‘dat nietige cluppie uit Tilburg best eens voor een verrassing zou kunnen zorgen. Let maar eens op!’. De volgende ronde verloren we met 9,5-0,5 van Den Haag, later nog met 9-1 van ESV, niet heel verwonderlijk dat we aan het eind wat bordpuntjes te kort kwamen. Een klassieker van een jinx, en dit trauma ligt ten grondslag aan mijn nog steeds snel opborrelende degradatiezorgen.

 

Uiteraard – sorry! – wonnen we van Spijkenisse. Twee ronden voor het einde al veilig! Maar verrek, een blik op de stand leerde dat alle titelpretendenten leken te passen, de vergelijking met de strijd om de achtste plaats in de voetbal-Eredivisie drong zich op.

De onvolprezen teamleider Nick Bijlsma (links aan het bord) tegen Wim Heemskerk in de laatste partij (foto Ilja Kalle)

Met nog twee à drie wedstrijden te gaan… ho, stop, dit moet ik even kwijt. De KNSB heeft mijns inziens uitstekend werk verricht tijdens de coronacrisis, met duidelijke en frequente communicatie over de veelheid aan steeds wisselende scenario’s. Complimenten! Enige smet op het blazoen is dat de inhaaldatum voor ronde 6 ná de datum van de ‘laatste’ ronde is geprikt. Dat geeft de teams die indertijd – gedwongen of… bewust – niet speelden een enorm voordeel. Er had in onze groep zelfs een situatie kunnen ontstaan dat een wedstrijd tot grote tevredenheid van beide teams op 5,5-4,5 zou eindigen, goed voor respectievelijk promotie en handhaving. Moet je niet willen, toch?

 

Na uitgebreide bestudering van de stand was duidelijk dat alleen Krimpen aan den IJssel minder verliespunten had dan wij. Maar ja, die hadden dan weer drie kansen om dat enige broodnodige verliespunt te pakken, elk nadeel hep se voordeel. Als dat hun zou lukken hadden wij aan twee keer winnen voldoende om…

Lees meer >

Masterclass strategie in Wageningen update

MASTERCLASS STRATEGIE

Komende maandagavond 30 mei  vindt in het clubgebouw van schaakvereniging Wageningen een masterclass over strategie plaats gegeven door IM Herman Grooten. Ongeveer 2,5 uur training plus uitgebreide kleurenreader. Geïnteresseerden kunnen zich via dit aanmeldformulier opgeven vóór 28 mei voor € 25,-. Na deze datum wordt het inschrijfgeld met € 5,- verhoogd. Voor meer informatie kijkt u in dit bericht of klikt u op de Flyer-Masterclass-Strategie(Wageningen).

UPDATE: Er is nog plaats voor mensen die willen meedoen!

Lees meer >

Masterclass strategie op een visuele manier

De opening is achter de rug en hoe nu verder? Dit probleem zal de meeste clubschakers bekend in de oren klinken. Voor de hand liggende vervolgvragen zijn dan “naar welke kenmerken moet ik kijken?” en “hoe formeer ik een plan?” Eigenlijk draait alles om strategische inzicht. Maar hoe ontwikkel of verbeter je dat?

 

Het is leuk om clubschakers te laten kennismaken met een wat meer visuele aanpak van het strategisch denken. Aan de hand van partijen en illustratieve voorbeelden wordt er met deze aanpak een nieuwe impuls gegeven om het strategische denken te verbeteren. Een tweetal voorbeelden waarin deze visuele aanpak een beetje zichtbaar wordt:

 

Diagram 1 Diagram 2

Voor slechtzienden en mensen die kleurenblind zijn:
– de witte paarden op b6 en d6 zijn groen gemarkeerd.
– alle zwarte stukken op de onderste rij zijn rood gemarkeerd.

Voor slechtzienden en mensen die kleurenblind zijn:
– de witte loper op f1 en paard op g6 evenals de zwarte dame op a7 zijn groen gemarkeerd
– de zwarte loper op f8 en toren op h7 zijn rood gemarkeerd
– de witte torens op b1 en h1, dame op d1 zijn geel gemarkeerd evenals de zwarte toren op a8 en loper op g8.

Het eerste diagram stamt uit een partij van de toen 13-jarige Robin Swinkels op een clubavond. De slotstelling laat zien dat hij het grootmeesterlijke inzicht al snel in zich had.
Het tweede diagram komt uit een partij Vachier Lagrave – Ding Liren, 2013 waarin de Franse grootmeester de koningsvleugel “op slot zette” met h4-h5! Hoewel wit twee pionnen achterstaat, haalde hij toch veel later het punt binnen omdat zwart zijn slechte stukken niet meer wist te bevrijden.

Dit soort voorbeelden laat ik in trainingen zien aan spelers zien. Met kleurtjes probeer ik de goede en zwakke punten in een stelling aan te geven waarbij ik vooral de activiteit van de stukken uitdruk in kleuren.

Lees meer >

Onno Elgersma wint WLC-weekendtoernooi in Eindhoven

In Eindhoven organiseerde schaakvereniging WLC het afgelopen weekend haar traditionele weekendtoernooi. Onder auspiciën van DGT dat weer veel liveborden ter beschikking stelde, was het alweer de twaalfde editie van dit evenement dat als speciaal onderdeel het Brabants seniorenkampioenschap herbergt. Dit jaar geen grootmeesters aan de start, maar de te elfder ure toegelaten Thomas Beerdsen uit Apeldoorn, werd er op de valreep een speler toegevoegd van grootmeestersterkte (rating 2504 en drie GM-normen, maar nog niet voldaan het vereiste aantal partijen). Last but not least verscheen ook nog een wereldkampioen aan de start: Eline Roebers uit Amsterdam, de regerend wereldkampioene bij de meisjes tot en met 14 jaar. Voor het overige kwamen uit diverse windstreken de nodige regionale toppers hun geluk beproeven.

Strijd aan de topborden: achteraan de partij Onno Elgersma – Eline Roebers, vooraan Thomas Beerdsen – Sam Baselmans (foto Ad Bruijns)

Lees meer >

Spannende slotronde bij het NK jeugd in Almelo

De Nederlandse jeugdkampioenschappen in de hoogste categorie zitten er weer op. In Almelo is er weer een groot schaakfeest gehouden onder de bezielende leiding van goed geoliede organisatie die vrijwel alles tot in detail voor elkaar had. Opvallend was dat de enige twee vrouwelijke deelnemers in de A-categorie (Eline Roebers en Machteld van Foreest) hun stempel op het toernooi drukten en lange tijd samen de dienst uitmaakten. Eline versloeg Machteld en ging daarna soeverein naar de titel, bij Machteld die tot op dat moment de leiding had, kwam er duidelijk wat zand in de wielen. Het toernooi bleef tot het laatste moment spannend, mede door het uitstekende spel van Sasa Albers, die ongeslagen de tweede plaats voor zich opeiste. Bij de AB-meisjes was Jule Cordes met overmacht de sterkste, de B-jeugd werd een prooi voor Leandro Slagboom, terwijl Arthur de Winter en Elysia Feng respectievelijk de C-jeugd en C-meisjes op hun naam schreven.

Naast alle toernooien in de verschillende leeftijdscategorieën was er ook een mooi nevenprogramma in elkaar gesleuteld zoals op deze pagina te zien viel: njsk.nl/programma-2021-2-2/

Voor de thuisblijvers viel er ook heel te genieten. Behalve de foto’s (vooral gemaakt door Harry Gielen en Ilja Kalle) konden de partijen op maar liefst vier verschillende manieren gevolgd worden.

We worden steeds meer verwend tegenwoordig… En alsof dat nog niet genoeg was, was er daarnaast dagelijks op het Twitchkanaal van de schaakbond ook een livestream waarbij diverse (sterke) schakers hun visie loslieten op een aantal partijen. Gastheer Vincent Vleeming wist dat allemaal in goede banen te leiden, ondanks een paar technische problemen zich soms voordeden. Dit alles kon natuurlijk ook niet zonder sponsoring geregeld worden en daarom is de organisatie (behalve de KNSB) vooral ook DGT erg dankbaar.

 

Wat ik persoonlijk erg aardig vond, was het feit dat oud-jeugdspelers, de “zware taak” van de verslaggeving voor hun rekening namen. Komt misschien dat ook door het feit dat drie van mijn teamgenoten van De Stukkenjagers uit Tilburg (Sam en Luuk Baselmans en Erwin Kalle) naar Almelo waren afgereisd. Het is altijd aardig als oudere jeugd haar mening mag geven op het spel van de volgende generaties.

Last but not least warden er dagelijks ook de zogenoemde “spektakelprijzen” uitgedeeld, hetgeen natuurlijk vooral leuk is voor de jeugd die niet direct meer voor de hoofdprijzen kon spelen. Zoals te doen gebruikelijk loop ik alle toernooien even langs en bespreek een fragment van de kampioenen.

Jeugd A

Eline Roebers (foto Harry Gielen)

Lees meer >

Recensie :   Everybody’s talking about the Bird

De meeste schaakboeken die tegenwoordig op de markt komen zijn ofwel openingsboeken, dan wel leerboeken.  Persoonlijk juich ik de komst van die tweede categorie toe , hoewel er natuurlijk verschillen zijn in de kwaliteit van het aangebodene. En vind ik persoonlijk dat er veel te veel wordt gepubliceerd over modern openingsspel.  Een onderwerp als bijvoorbeeld de de huidige stand van zaken in de Najdorf variant van het Siciliaans is minder interessant voor spelers onder elite of sterk grootmeester niveau. Om te beginnen is door de snelle ontwikkelingen in de hoogste schaakechelons een idee vaak al verouderd als het word gepubliceerd. Verder betreft het openingen van het karakter waarvoor dagelijks onderhoud noodzakelijk is om het goed bij te houden. En tenslotte betekent het klakkeloos kopiëren van de openingsfinesses van elitespelers dat men subtiliteiten moet doorgronden die het bevattingsvermogen van het merendeel van de lezers meestal te boven gaan. Inclusief ondergetekende, laten we daar duidelijk over zijn.  Men koopt dergelijke boeken zodoende om zettenreeksen te kopiëren, en dat kan nooit de bedoeling zijn…

Er zijn ook schaakboeken, die de koper willen inspireren.  Die niet de ambitie hebben om direct bij te dragen aan verhoging van de speelsterkte van de lezer maar ideeën presenteren.  De schaakspeler kan het spel op twee manieren beleven, ofwel hij volgt strikt de voorschriften van de goede leerboeken, en houdt zich bij alle facetten van het spel aan de geschreven en ongeschreven wetten .  Op die manier kan de schaakstudent een hele goede speler worden.  Een hele andere benaderingswijze is wel kennis te nemen van de bekende leerstellingen, maar er zelf ook kritisch over na te denken en open te staan voor nieuwe ideeën.  Voor zulke schaakstudenten is de schaaktechnische ontwikkeling gepaard met vallen en opstaan, want de onderzoeker heeft het niet altijd (meteen) bij het juiste eind.

Afgelopen maand is in eigen beheer een boekje verschenen van de beroemde – of beruchte –  Britse meester Michael Basman wat de clubschaker wil inspireren om de eigen creativiteit in het spel te ontwikkelen.  En hij doet dat door de keuze van een rolmodel, een verrassende keuze, namelijk de 19e eeuwse Britse meester Henry Bird.

 

De titel :  “Everybody’s talking about the Bird
De subtitel :  “A celebratory talk about Britain’s greatest ever chess player Henry Bird, competitor, innovator, author, theorist, teacher, historian and visionary

 

Een hele mond vol, er er zullen zeker lezers van deze boekenrubriek zijn die zich afvragen wie Michael Basman en Henry Bird eigenlijk zijn?  Laten we beginnen met de auteur, een Britse meester die zich sterk ontwikkelde in de 60er jaren van de voorgaande eeuw en zelfs door Botwinnik als toekomstige hoop van het Britse schaak werd bestempeld. Zover is het niet gekomen, en dat had diverse oorzaken waarvan de belangrijksten wellicht waren gedeelde interesses ( bijv. schaakdidaktiek)  en een onbeteugelde experimenteervreugde van onze hoofdpersoon.  Maar Michael Basman heeft door de jaren wel een naam opgebouwd. Als sterke speler die diverse toernooien heeft gewonnen, zoals (gedeeld) eerste plaatsen in het Brits kampioenschap van 1973, Biel 1979, Luik open 1981 en vele kleinere evenementen.  Op zijn naam staan verder plusremises tegen wereldkampioenen Botwinnik en Tal, en van Smyslov verloor hij vooral omdat hij onverstandig een remiseaanbod van zijn legendarische tegenstander afsloeg. In Engeland heeft Basman een grote reputatie verworven als schaaktrainer en  popularisator van schoolschaak, waarbij hij een landelijke competitie voor scholen heeft ontwikkeld waar op het hoogtepunt tienduizenden kinderen aan mee deden. Internationaal is hij vooral bekend als speler, door zijn onconventionele spel en ongewone spelopeningen zoals 1.g4.. of 1.e4 h6 2.d4 a6.

Lees meer >

Stukkenjagers 1 klopt het sterke Vianen/DVP 1

Afgelopen zaterdag stond de lastige wedstrijd tegen Vianen op het programma, zij hadden een sterke ploeg met twee grootmeesters, de winnaar van deze wedstrijd zou goede zaken doen voor het kampioenschap. Na een gezellig ontbijt was het om 12 uur tijd om te beginnen.

De jongste (Constantijn Beukema, links op de foto) op het eerste bord tegen GM Alexander Berelowitsch (foto Herman Grooten)

 

Als eerste was Erwin Kalle klaar na ongeveer twee uur spelen. Erwin speelde met zwart tegen Reiner Odendahl (2339), Het werd remise na een bijna foutloze partij van beide spelers.

Lees meer >