Ansh Jakhari en Luna Huang Nederlands E-kampioenen

In Waalwijk zijn gisteren en vandaag de Nederlandse Kampioenschappen t/m 10 jaar gespeeld. Zoals te doen gebruikelijk was de organisatie, in handen van de NBSB, weer pico bello verzorgd. Met een groot team aan vrijwilligers is het de sterkste jeugd t/m 10 jaar weer erg naar de zin gemaakt. Bij de jeugd waren er op voorhand drie spelers die favoriet waren voor de titel: de op rating nummer één geplaatst, Ansh Jakhari, regerend kampioen Tommy Grooten en de laatste tijd zeer succesvolle Gachatur Kazarjan. Daarnaast bleek er een andere speler, Mees van Batenburg, die ook zich ook in de titelstrijd wist te mengen.

Dat het niet zo eenvoudig is om een favorietenrol waar te maken, bleek al op de eerste speeldag. Tommy ging in de tweede ronde al onderuit tegen door tegen Jonathan Vijver pardoes een stuk weg te geven. Er overkwam hem nog een ongelukje tegen Max de Vreugt Pezo. Omdat hij een toren aanraakte, moest hij ermee zetten en dat kostte onmiddellijk een loper via een paardvork. Met de moed der wanhoop vocht hij door en hij werd daarvoor zowaar nog beloond ook. Nadat Max zijn verdediging had verwaarloosd, won Tommy door een mooie truc eerst een toren en toen een dame terug.

Onderlinge gesprekken tussen de vier prijswinnaars: Ansh Jakhari (rechtsachter), Gachatur Kazarjan (linksachter), Mees van Batenburg (linksvoor) en Tommy Grooten (rechtsvoor)

Lees meer >

Eindspelfinesses 56: koning in de box

Krijgt u wel eens een eindspel op het bord in uw partijen? En was u tevreden over de afloop? Of knaagde er iets waarvan u later dacht: “Dat had ik anders kunnen spelen? ”Schaaksite biedt een eindspelrubriek aan waarin u uw kennis kunt opfrissen of eventueel uitbreiden. Herman Grooten praat u op frequente basis bij over diverse eindspelfinesses.

Één van de grote beloften in het huidige jeugdschaak is het Oekraïnse toptalent Tihon Chernyaev (of Tykhon Cherniaiev zoals zijn naam ook wel geschreven wordt). Hij werd vorig jaar jeugdwereldkampioen rapid en blitz in de jeugdcategorie t/m 10 jaar. Geboren 1 maart 2010 heeft hij zijn sporen nu al verdiend.

Tihon Chernyaev (foto van zijn eigen Wikipediapagina)

 

Zo is hij regelmatig op chess.com te zien met een eigen livestream. Hij spreekt al een aardig woordje Engels want, terwijl hij aan het snelschaken is, geeft hij commentaar op zijn zetten.
Op zijn Wikipediapagina valt te lezen dat hij in juni 2018 als 8-jarige de sterke GM Vallejo Pons (2713) in een 10-minutenvluggertje wist te verslaan.

Tihon speelde ook mee in het WK-Kadetten in Spanje waar hij als 8-jarige ook al meedeed in de categorie t/m 10. Daar kwam hij een heel eind door 8 uit 11 te scoren, maar hij eindigde een punt onder de winnaar en moest daarmee genoegen nemen met de 13de plaats. Toen ik de naam Cherniaiev zag, ging er bij mij een belletje rinkelen. Want had mijn vriendin, Petra Schuurman, niet tegen een grootmeester Cherniaev gespeeld in het toernooi van Hastings 2006? Zou dat toevallig de vader van dit jonge talent kunnen zijn? Zijn voornaam is Alexander. Enig research levert op dat het hier gaat om een Rus, die niet de vader van Tihon is. Die blijkt Sergey te heten en komt uit de Oekraïne, zoals zijn zoon.

Lees meer >

Carlsen superieur in Shamkir, Giri laatste

Magnus Carlsen heeft met grote overmacht het Gashimov Memorial op zijn naam geschreven. Hij was al een ronde voor het einde zeker van de overwinning, maar dat weerhield hem er niet van om in de laatste ronde ook nog even de Rus Alexander Grischuk van het bord te zetten. Met 7 uit 9 bleef hij zijn naaste concurrenten, de Chinees Ding Liren en de Rus Sergey Karjakin, maar liefst 2 punten voor. De eindstand zag er zo uit:

No Name elo pts vict res SB
1 Magnus Carlsen 2845 7 5
2 Liren Ding 2812 5 2 0.5 22.25
3 Sergey Karjakin 2753 5 2 0.5 20.25
4 Alexander Grischuk 2771 4.5 2 0.5 18.25
5 Viswanathan Anand 2779 4.5 2 0.5 17.50
6 Teimour Radjabov 2756 4.5 0
7 Veselin Topalov 2740 4 1 0.5 17.50
8 David Navara 2739 4 1 0.5 17.25
9 Shakhriyar Mamedyarov 2790 3.5 0
10 Anish Giri 2797 3 0

 

De klassering van onze landgenoot Anish Giri biedt een trieste aanblik. Om alleen onderaan te eindigen is nooit leuk, vooral niet als je geen enkele partij hebt kunnen winnen en liefst driemaal onderuit gaat. Want dat overkwam hem. Giri verloor van Karjakin, Anand en Carlsen. Hij heeft dus zijn uitstekende prestatie in het laatste Tata Steel geen goed vervolg kunnen geven; hij was met zijn vierde plaats op de wereldranglijst een paar ratingpuntjes verwijderd van de ‘magische’ 2800-grens. Hoewel zijn ratingverlies -17,7 Elopunten was, bleef de duikeling beperkt. Hij staat met 2779,3 nu op de zesde plaats.

De wereldkampioen staat inmiddels op 2860,8 en slaat daarmee een gat met de nummer twee, Fabiano Caruana die met 2816,4 het nakijken heeft. We weten nog dat het verschil tussen deze twee bij het ingaan van de tweekamp om de wereldtitel, eind 2018, niet al te groot was. En ook de 6-6-uitslag toonde aan dat de krachtsverschillen niet zo groot waren. Dat blijkt nu dus bedrieglijk te zijn.

Het lijkt wel alsof de Noor de ‘last’ van het wereldkampioen zijn nu afgeschud heeft. Hij speelt een fris soort schaak. Hij schuwt complicaties niet, zijn rotsvaste vertrouwen in de Svesnikov met zwart, brengt hem steeds meer succes. Want iedereen lijkt erop te willen schieten, maar men komt telkens bedrogen uit.

(klik op het plaatje voor een link naar de liveratings)

 

Lees meer >

Boekrecensie: My Magic Years with Topalov

Inleiding

In deze recensie bespreek ik het boek My Magic Years with Topalov (Thinkers Publishing, 2019) van Romain Édouard, een Franse grootmeester die diverse internationale toernooien op zijn naam heeft staan en uitkomt voor het Franse nationale team.

Veselin Topalov is een Bulgaars grootmeester, die nog een jaar wereldkampioen is geweest ten tijde van de PCA, een afsplitsing van de FIDE. Beide hadden hun eigen wereldkampioenen, respectievelijk Topalov en Kramnik, die in 2006 een match tegen elkaar speelden. Kramnik won deze uiteindelijk, hoewel pas na de nodige calamiteiten.

Beoordeling

Er zijn al veel schaakboeken verschenen voor beginners, clubspelers en titelhouders, maar ik heb nog niet eerder een schaakboek gezien dat de fase van supergrootmeester behandelt, wanneer de speler zo goed is dat hij een secondant moet inhuren. Een secondant is het hulpje van de profschaker die nieuwtjes vindt, gaten in zijn openingsrepertoire opspoort, opzoekt wat zijn tegenstanders spelen en hem aanraadt hoe hij daarop zou moeten reageren. Het voordeel is dat grootmeesters zo meer energie overhouden voor het spelen van partijen, minder tijd kwijtzijn aan het onderbouwen van hun repertoire hun eigen ideeën extra gecontroleerd worden.

Beide heren spreken zeer lovend over elkaar (Édouard het hele boek door en Topalov in het voorwoord). Édouard vertelt dat hij zelf door middel van een soort sollicitatie enkele van zijn bevindingen opstuurde, waarvan Topalov onder de indruk was. Een overeenkomst in elkaar speelstijl bleek onontbeerlijk. Het lijkt me alleen ongemakkelijk dat, wanneer de samenwerking afgelopen is (wat inmiddels het geval is) en je tegen elkaar wordt ingedeeld, de ander alles van je weet.

Édouard, wiens rating de 2700-grens gepasseerd heeft en daarom niet veel onderdoet voor Topalov, kruipt in zijn huid en noemt hem een speler wiens grote kracht in zijn praktische spel ligt. Hij beschouwt schaken ´meer als een sport dan als een wetenschap´ en speelt wat goed aanvoelt; een talent dat je niet uit een boek kunt leren.

 

Toch wordt hier een poging daartoe gedaan. Het boek heeft geen inhoudelijk thema – dat wil zeggen ‘middenspel’ of ‘dynamiek’ – maar bespreekt leerzame partijen van Topalov aan de hand van belangrijke momenten in zijn schaakcarrière. De analyses worden verbonden door interessante anekdotes, waardoor je je als lezer goed in de soms bizarre situaties in kunt leven. Om alvast de nieuwsgierigheid te prikkelen, geef ik de eerste partij zonder commentaar:

Lees meer >

Eindspelfinesses 55: Het insluiten van een toren

Krijgt u wel eens een eindspel op het bord in uw partijen? En was u tevreden over de afloop? Of knaagde er iets waarvan u later dacht: “Dat had ik anders kunnen spelen? ”Schaaksite biedt een eindspelrubriek aan waarin u uw kennis kunt opfrissen of eventueel uitbreiden. Herman Grooten praat u op frequente basis bij over diverse eindspelfinesses. 

Gisteren gaf ik een training bij mijn eigen vereniging De Stukkenjagers in Tilburg. In ons prachtige home, bioscoop en zalencentrum Cinecitta, wordt de zogenaamde balkonzaal voor ons schakers beschikbaar gesteld. Van de 19 spelers die zich voor deze minicursus hadden opgegeven, waren er zestien aanwezig. Omdat het de laatste sessie van dit seizoen was, wilde ik met iets bijzonders voor de dag komen. Het onderwerp ‘toreneindspelen’ klinkt echter niet iedereen als muziek in de oren.

Sterker nog: associaties als ‘moeilijk’, ‘saai’ of ‘taai’ komen bij veel clubschakers naar boven als dit onderwerp wordt gepresenteerd. Daarom was het mijn insteek om veel tactiek in het toreneindspel de revue te laten passeren. Een oefenblad met 12 stellingen met typische tactiek voor toreneindspelen moest in 6 minuten zo ver mogelijk gemaakt worden. Eén speler slaagde erin om dat af te krijgen, een andere bijna. Met gemiddeld slechts 30 seconden per stelling een prestatie van formaat. Dat ze niet allemaal goed waren, mocht de pret natuurlijk niet drukken.

In de verhandeling over diverse tactische thema’s binnen toreneindspelen die ik daarna hield, ging er voor de meeste aanwezigen toch een nieuwe wereld voor ze open. Eén van de thema’s, waarin er sprake is van een kunstige torenopsluiting, wil ik de bezoekers van Schaaksite niet onthouden. Onderstaande stelling had ik uitgekozen voor de educatieve simultaan die ik hield. De spelers mochten proberen de winst voor wit te vinden en daarbij mochten ze telkens terugzetten. Ook mochten ze om tips en andere aanwijzingen vragen. Er was één speler die de winstvoering inderdaad wist te ontdekken, hetgeen als een prachtige prestatie gezien mag worden.

Studie van Petrov, D.

Lees meer >

Nederlandse jeugd bij het EK individueel

In Skopje (Macedonië) vinden van 17 – 30 maart de individuele Europese Kampioenschappen plaats. We zijn inmiddels al vijf ronden onderweg en het is verheugend om te zien dat ons land vertegenwoordigd wordt door vijf jeugdige talenten. We stellen ze even aan u voor (voor zover u ze niet al kende…)(Alle foto’s zijn van Harry Gielen)

Jorden van Foreest is uiteraard de sterkste van dit gezelschap, maar hij moet nog een beetje op gang komen. Een overwinning in de eerste ronde werd gevolgd door vier remises. Zijn jongere broer Lucas van Foreest, tegenwoordig ook grootmeester, deed het heel anders. Hij won driemaal op rij totdat hij in de vierde ronde de man met de hamer tegenkwam in de persoon van GM Vladislav Artemiev (2736), de glorieuze winnaar van het laatste Gibraltar Open. Maar met een remise tegen GM Falko Bindrich (2610) heeft Lucas de draad weer opgenomen. Ook Max Warmerdam, die de laatste tijd ook zeer succesvol is, staat op 3½ uit 5. Hij remiseerde in de eerste twee ronden tegen twee enorme kanonnen: GM Evgeny Tomashevsky (2705) en GM Anton Korobov (2686). Daarop volgden twee overwinningen en wederom een halfje tegen een sterke GM, namelijk Markus Ragger (2696). Robby Kevlishvili speelt een wat merkwaardig toernooi: twee overwinningen, één nederlaag en twee remises, waarvan eentje in de eerste ronde tegen een Fransman met ‘slechts’ 1916. De laatste en ook de jongste, Siem van Dael, doet het naar vermogen. In de eerste vier ronden behaalde hij twee keurige halfjes tegen hoger genoteerden, maar hij moest ook tweemaal in het zand bijten tegen twee andere sterke spelers. Gelukkig heeft hij nu zijn eerste puntje gepakt en kan hij omhoog kijken. Op het moment van schrijven is er een viertal spelers dat aan de leiding gaat met 4½ uit 5. Dat zijn Maxim Rodshtein (ISR, 2673), Ferenc Berkes (HON, 2666), Kirill Alekseenko (RUS, 2644) en Kacper Piorun (POL, 2631).

Van het beschikbare partijmateriaal heb ik de partijen van de Nederlanders zoveel mogelijk verzameld en op naam gesorteerd.

Jorden van Foreest

Een echte koffiehuispartij vond plaats al direct in de eerste ronde:

Lees meer >

Weer net niet

De vorige ronde verloren De Stukkenjagers nipt van Zuid-Limburg.

Blik in de speelzaal van Cinecitta in Tilburg (foto René Olthof)

Daardoor hadden we ons neergelegd bij degradatie, maar er waren nog altijd 30 partijen te spelen in de meesterklasse. De eerste 10 daarvan vonden plaats op zaterdag 16 maart thuis tegen HMC Den Bosch. Net als vaker dit seizoen hadden we deze wedstrijd zeker kansen maar wisten we weer net niet te winnen. Dat kwam mede door de verrassing die ik een kwartier na het startschot kreeg: GM Daniel Fridman kwam de speelzaal binnen. Behalve dat dit betekende dat wij speelden tegen het sterkste HMC Den Bosch (2392) van dit seizoen, was ik ook benieuwd naar de problemen die Fridman voorgeschoteld zou krijgen van Mart Nabuurs. Maar anders dan normaal als Mart GM’s tegenover zich heeft, was het vandaag helaas niet lang een spannend gevecht.

 

Bord 2: Mart Nabuurs – Daniel Fridman 0-1

Lees meer >

Recensie: Secrets of Attacking Chess van Mihail Marin

In deze boekenrubriek treft u voornamelijk recensies aan van boeken die zeer vers van de persen zijn gerold. Het is natuurlijk altijd leuk om het publiek te informeren over boeken die anno 2019 worden gepubliceerd. Ondertussen hebben we ook gemerkt dat het op prijs wordt gesteld dat er af en toe ‘een klassieker’ van al even geleden voor het voetlicht wordt gebracht. Om aan deze wens te voldoen wil ik graag het boek Secrets of Attacking Chess van de Roemeense grootmeester Mihail Marin onder de aandacht brengen. De ondertitel Understanding when, where and how to attack belooft in elk geval al veel goeds!

 

Over Marin

Dat ik dit boek heb gekozen heeft ook te maken met het feit dat ik zeer gecharmeerd ben van de ‘schrijfsels’ van Marin. Hij lijkt in elk geval één van meest productieve auteurs van vele boeken, artikelen, analyses terwijl hij daarnaast ook nogal wat dvd’s rondom bepaalde thema’s of openingen op zijn naam heeft staan. Marin, geboren in 1965, is meermalen kampioen van Roemenië geweest en hij vertegenwoordigde zijn land op maar liefst 12 Olympiades, waarin hij eenmaal (in 1988) een individuele bronzen bordmedaille behaalde. Hij passeerde in 2001 de grens van 2600 en staat nog altijd hoog genoteerd op de ratinglijst.

De meest bekende boeken te noemen van zijn hand zijn:
Secrets of Chess Defence
• Learn from the Legends: Chess Champions at Their Best
• Beating the Open Games
• A Spanish Opening Repertoire for Black
• Reggio Emilia 2007/2008 (met Yuri Garrett)

Het tweede boek uit dit lijstje, Learn from the Legends kreeg zelfs een prijs bij Chesscafe.com als ‘boek van het jaar 2005’. Maar in ook talloze andere boeken staat zijn naam gekerfd. Voor de serie ‘Grandmaster Repertoire’ schreef hij The Pirc Defence en The English opening (Vol 1, 2, 3), boeken die ook in het Italiaans en het Duits werden vertaald.

In de analyses die hij publiceert, bijvoorbeeld op www.chessbase.com toont de Roemeense grootmeester zijn grote didactische kwaliteiten door met veel instructieve tekst uit te leggen waar het in stellingen om draait. Varianten dienen bij hem ter ondersteuning wat hij wil zeggen en voeren meestal niet de boventoon. Juist die verbale uitleg, waarin de plannen en concepten duidelijk naar voren komen, geven de naspelende lezer houvast om het spel beter te gaan begrijpen.
Er is een recente dvd verschenen die hij heeft samengesteld over zijn ‘liefde voor de Engelse opening’.

 

Na deze introductie is het tijd voor een bespreking van zijn boek Secrets of Attacking Chess. Zoals hij zelf schrijft in zijn inleiding is het boek ontstaan naar aanleiding van zijn eerdere boek Secrets of Chess Defence.

Vanuit het gezichtspunt van de verdediger moet er kennis genomen van de verschillende manieren waarop een aanval gespeeld kan worden. En door het inzicht dat Marin opdeed met het schrijven van het eerste boek, was het natuurlijk niet al te moeilijk om van het perspectief van de aanvaller ook een boek het daglicht te laten zien. Het gekke is dat het logischer lijkt om eerst vanuit de aanvaller te redeneren en dan pas vanuit de verdediger. Maar zelf ben op een of andere manier ook uitgekomen in deze volgorde met de publicatie van twee boeken. Mijn jeugdschaakboek De verdediging van de koning verscheen (bij uitgeverij Van Spijk in Venlo) in 1983 en pas in 2016 kwam Attacking Chess for Club Players uit (bij uitgeverij New in Chess in Alkmaar).

Globale aanpak

Het boek bevat iets minder dan 30 partijen hetgeen erg weinig lijkt voor een leerboek dat gaat over aanvallen. Maar Marin dekt zich hier tegen in: hij heeft al het partijmateriaal zeer uitvoerig geanalyseerd en van commentaar voorzien, waardoor er toch zeer veel instructief materiaal tevoorschijn is gekomen. Omdat hij – in de tijd dat het boek geschreven werd – niet zo handig was met de computer, vroeg hij zijn vriend IM Valentin Stoica of die hem kon helpen met de computeranalyses. Zoals Marin het zelf opschrijft: ik concentreerde me alleen op het schaakbord en Stoica op het scherm. Deze opmerkelijke symbiose heeft inderdaad geleid tot een fraai eindresultaat. Op het moment dat de computer het ook even niet ‘zag’ (anno 2005) werd duidelijk de hand van de grootmeester zichtbaar. Maar ook sloeg hem de schrik om het hart toen bleek dat er wel erg grote analysebomen in de output zaten. Aangezien Marin er juist om bekend staat zoveel mogelijk verbale uitleg geeft en liever varianten ter ondersteuning geeft, moest hij dat in dit geval loslaten. Niettemin is hij aan de slag gegaan om binnen de varianten zoveel mogelijk verbaal commentaar toe te voegen en een aantal varianten te schrappen. Marin: ‘I’ve tried to make the final result easy to read and understand’.

Inderdaad was mij bovenstaand al opgevallen, nog voordat ik het voorwoord gelezen had. Erg veel varianten, soms excessief geanalyseerd, maar ook veel tekst. In sommige gevallen gebruikt hij vele pagina’s om een stelling te onderzoeken totdat hij een eindoordeel heeft geformuleerd. Het deed mij een beetje denken aan het Het Groot Analyseboek van Jan Timman, die soms ook een beetje deze methode hanteerde om de ‘waarheid’ in een stelling te ontdekken.

 

Lees meer >

Benjamin Bok klopt Ivanchuk

In Saint Louis in de Verenigde Staten werd de afgelopen week (van 2-10 maart) het Saint Louis Spring Classic gehouden. Het ging om een gesloten tienkamp die behoorlijk sterk bezet was en georganiseerd werd door de bekende Saint Louis Chess Club. Op de toernooisite werd de motivatie om zulk een toernooi te organiseren gegeven:

“The Quarterly Strong Tournaments here at the Saint Louis Chess Club were created so strong international masters and grandmasters can participate in strong round robin tournaments to test their mettle against players of similar levels and to learn from these experiences. These tournaments are very rare. Generally, organizers are more interested in hosting elite events with big names such as Fabiano Caruana, Wesley So or Magnus Carlsen. Opportunities in the U.S. are rare for grandmasters at the 2600 level”.

Onder de deelnemers ontwaren we onze landgenoot Benjamin Bok die – naast de studie die hij daar heeft opgepakt – zich ook op het schaakgebied nog verder wenst te bekwamen. Het was een zware kamp, waarin de Veldhovenaar zich redelijk staande hield, maar uiteindelijk toch slechts op de achtste plaats eindigde. Dat was nog niet gek, gezien het feit dat hij boven ex-Fidewereldkampioen Rustam Kasimdzhanov en Vassily Ivanchuk eindigde. Beide heren moesten genoegen nemen met de negende, respectievelijk tiende plaats. Het toernooi werd gewonnen door de Amerikaan Jeffrey Xiong die met uit 6 uit 9 de ongedeeld eerste plaats voor zich opeiste. De slottabel zag er zo uit.

 

Rank Name Score Rating TPR W-We 1 2 3 4 5 6 7 8 9
1 GM Xiong, Jeffery 6.0 2666 2781 +1.38 ½ ½ 1 ½ ½ 1 ½ ½ 1
2 GM Nyzhnyk, Illya 5.5 2638 2739 +1.26 ½ 1 ½ ½ ½ ½ 1 ½ ½
3 GM Le, Quang Liem 5.0 2710 2694 -0.23 1 ½ 0 1 ½ 0 ½ ½ 1
4 GM Robson, Ray 5.0 2667 2699 +0.36 1 0 ½ 1 ½ ½ ½ 1 0
5 GM Tari, Aryan 4.5 2620 2661 +0.52 1 ½ ½ ½ ½ ½ ½ ½ 0
6 GM Hansen, Eric 4.5 2615 2662 +0.57 0 ½ 1 1 ½ ½ 0 ½ ½
7 GM Akobian, Varuzhan 4.0 2643 2616 -0.31 1 0 ½ 0 ½ 1 ½ 0 ½
8 GM Bok, Benjamin 4.0 2638 2616 -0.24 0 1 0 0 ½ 1 ½ ½ ½
9 GM Kasimdzhanov, Rustam 3.5 2661 2577 -1.05 0 ½ ½ 0 ½ 0 ½ ½ 1
10 GM Ivanchuk, Vassily 3.0 2713 2526 -2.26 0 ½ ½ ½ ½ 0 ½ ½ 0

Ik heb de partij die Bok op knappe wijze won van Ivanchuk voor u geanalyseerd:

Lees meer >

Lopez blijft koploper bij Batavia

In Amsterdam wordt momenteel het Bataviatoernooi gespeeld. En na zes ronden is het nog altijd de Arubaan Jasel Lopez de trotse koploper die ongeslagen alleen aan de leiding gaat.

Jasel Lopez: trotse koploper (foto Lennart Ootes)

 

Hij heeft twee partijen gewonnen en de rest op remise gehouden en het moet gezegd worden dat hij daarmee – nu al – een ongekende prestatie heeft neergezet. Eén van zijn achtervolgers, IM Arthur Pijpers, is ook nog ongeslagen. Hij won in de vijfde ronde een mooie partij van Rick Lahaye, maar moest in de andere partijen ook in remise berusten. Met zijn 3½ punten wordt hij vergezeld van de Engelse grootmeester Simon Williams. Die heeft echter een heel ander scoreverloop. Drie overwinningen, twee nullen en slechts één remise is een heel andere opbouw van het toernooi. Williams, die bekend staat als GingerGM en talloze instructieve schaakfilmpjes op het internet produceert, heeft een aantrekkelijke stijl waarmee hij soms prachtig wint maar af en toe ook tegen een ‘zeperd’ aanloopt. Zo moest hij zijn meerdere erkennen in Rick Lahaye die hem op strakke wijze een eindspel van een loper en een paard tegen een toren tegen een pion afnam. De witte stukken bleken veel sterker te zijn dan de toren en de pion. Dit vond allemaal plaats in de vierde ronde, maar in de zesde ronde viel er nog zo’n eindspel te zien met precies dezelfde materiaalverhouding. Ditmaal bleek de zwarte toren en de pion van John van der Wiel superieur te zijn aan de twee witte lichte stukken. Het verschil kunnen we duiden aan de hand van de volgende twee diagrammen:

  Stelling 1:  Lahaye-Williams   Stelling 2: Arutinian-Van der Wiel

In stelling 1 heeft de zwarte toren niet of nauwelijks de mogelijkheid om de witte stelling binnen te komen. De zwarte pionnen worden geblokkeerd en daarmee erg kwetsbaar. Het paard heeft een mooi steunpunt en de loper heeft mooie diagonalen. Lahaye wist bijna op perfecte wijze aan te tonen hoe zoiets gewonnen moet worden.
In stelling 2 zien we dat de zwarte toren al naar binnen is gespeeld. De witte stukken werken totaal niet samen. Het paard heeft geen steunpunt en de loper kan in zijn eentje ook weinig uitrichten. Ook Van der Wiel toont aan hoe de torenpartij dit varkentje kan wassen. Zeer instructief allemaal!

Lees meer >