Gespot 94: Mat met twee paarden

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen. Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.

 

Dat het paard in het schaakspel een bijzondere rol vervult, moge duidelijk zijn. Het is het enige stuk dat over andere heen mag springen, de paardensprong is ook heel bijzonder in vergelijking met wat de andere stukken mogen. Ik las ooit dat het paard mag springen zoals het nu doet omdat men in onderstaand minidiagrammetje het volgende had bedacht (zie diagram).

De loper en de toren kunnen allebei naar h3. Toen vond men het leuk dat ook het paard naar dat veld zou mogen om de symmetrie te bewaren en daarom heeft men de paardensprong bedacht. Of dit waar is? Geen idee, ik kan helaas niet meer terugvinden waar ik dit gelezen heb. Feit is dat de paardensprong ook gebruikt wordt in letterpuzzels, zoals bijvoorbeeld in de ‘Twee-voor-twaalf-quiz’ op tv.

Ziet u het woord in nevenstaand lettervierkant?

 

Aan het schaakbord was ik altijd gebiologeerd door matten met paarden. Twee voorbeelden:

 

Mat met 2 paarden (voorbeeld 1)

Toen ik deze stelling voor het eerst zag, vond ik het een gewaarwording dat het witte paard van c2 in twee zetten een relatief grote afstand overbrugt. Want na
1. Pd4 Pf5 2. Pe6#
staat zwart mat.

Dan moet je ook nog even met je ogen knipperen dat de koning in eendrachtige samenwerking met zijn paarden alle vluchtvelden van de zwarte koning onder controle heeft genomen (zie diagram rechts)!

Lees meer >

De bordenjongen die meneer Donner vergat

Jeroen van den Berg                                    (foto Tata Steel Chess Tournament)

We zijn vereerd met het feit dat Jeroen van den Berg, bekend als toernooidirecteur van diverse grote toernooien (waaronder het Tata Steel Chess Tournament), bereid is om af en toe één van zijn belevenissen, in zijn rijke geschiedenis bij toernooien, voor Schaaksite op te tekenen. Dat een toernooidirecteur de nodige dingen meemaakt, is een eufemisme, maar meestal blijven die binnenskamers. Daarom is het natuurlijk extra leuk als er een tipje van de sluier wordt opgelicht van dingen die achter de schermen gebeuren tijdens een groot toernooi. Dit is de tweede aflevering van een serie columns die hij voor Schaaksite gaat schrijven. 

 

Het is, zelfs voor ons schakers, een vreemde tijd. Toen de tweede golf zich in oktober aandiende, gingen veel schaakclubs weer dicht, nadat zij kort daarvoor – met de beste intenties – juist voorzichtig hun deuren weer hadden geopend. Schaken en corona, het gaat op zichzelf wel samen, want online-schaken is een fraai alternatief. Schaakvrienden treffen elkaar in toernooivorm via – bijvoorbeeld –  de toernooiarena, en hebben ondertussen hun zoom/whatsapp aan staan om zodoende onderling contact te houden over alle prestaties in teamverband. Niet iedereen kent deze vorm van ontspanning ten tijde van de pandemie.

Toch speel ik zelf liever achter een bord met echte stukken, in een goed gevulde speelzaal met na afloop een gezellige nazit. Nu dat voorlopig niet kan, begin ik weleens te mijmeren. Dan denk ik bijvoorbeeld terug aan de tijd waarin al die prachtige technieken nog niet bestonden. Toen pers, publiek en commentatoren nog volledig afhankelijk waren van bordenjongens bij de grote toernooien.

Voor de jongere lezers onder ons: een bordenjongen was in vroegere tijden iemand die de zetten op grote demonstratieborden bijhield voor publiek. Elektronische borden en internet bestonden nog niet. Begin jaren tachtig was ik zelf bordenjongen bij enkele grote toernooien in Nederland. Zo’n toernooi was in zekere zin voor alle in- en externe communicatie volledig afhankelijk van de bordenjongens. Immers, zij voorzagen pers, arbiters en publiek van de meest essentiële informatie: de zetten.

Jan Hein Donner

De leukste herinneringen bewaar ik aan mijn team tijdens de Hoogovenstoernooien. Maar de meest persoonlijke en bijzondere herinnering, stamt van het NK-schaken in Hilversum, in de AVRO-studio. Ik maakte toen mijn debuut als bordenjongen. We werden destijds in ploegen ingedeeld: ofwel je was permanent in de speelzaal om daar alle gespeelde zetten te noteren en tevens voor het publiek bij te houden; ofwel je was permanent in de perskamer om alles daar te coördineren en de inbellende journalisten te woord te staan over de actuele stellingen; ofwel je was verantwoordelijk voor het doorgeven van de zetten aan de commentator van de dag.

Op de dag dat de legendarische Jan-Hein Donner commentaar gaf, was ik op eigen verzoek degene die de zetten naar het commentaar zou brengen. Ik was als jonge, ambitieuze schaker altijd fan geweest van Donner en las zijn verhalen in de Volkskrant en andere uitgaven erg graag. Zodoende had ik als bordenjongen het genoegen om hem voor de eerste (en naar later zou blijken enige) keer de hand te schudden. Opvallend: hij maakte een buitengewoon vriendelijke indruk bij de kennismaking (en dat was hij in zijn stukken lang niet altijd), terwijl hij het ambt bordenjongen zeer bleek te respecteren: “Ik zal vandaag volledig afhankelijk zijn van jou en weet welke zware taak het is om de partijen, vooral in tijdnood, bij te houden. Succes daarmee!”

Lees meer >

Recensie: twee opgavenboeken van Gambit

De laatste jaren ontspint zich een discussie tussen schaaktrainers of je tactiek beter kunt oefenen uit een boek of online via één van de vele websites waar dat mogelijk is. De voorstanders van dat laatste beweren dat het – zeker voor kinderen, maar ook voor volwassenen – veel leuker is omdat het interactief is. Op de meeste sites krijg je een antwoord terug waarna je weer mag proberen de volgende zet te raden. De tegenstanders hebben problemen met die twee woorden: ‘proberen’ en ‘raden’. Dat werkt het trial and error-principe in de hand. En juist dat wordt verafschuwd. De trainer heeft namelijk zijn pupillen geleerd volgens een mooi uitgekristalliseerde zoekstrategie te komen tot een oplossing.
Het gaat deze trainers in eerste instantie namelijk niet zozeer om de gevonden oplossing, maar vooral om de weg er naartoe. Hoe krijg je patronen beter in je hoofd? Aan de hand van welke kenmerken herken je bepaalde motieven? En hoe zorg je voor een nauwkeurige berekening om de juiste varianten boven water te krijgen? Allemaal tools om een betere schaker te worden.
De voorstanders van de digitale wereld werpen tegen dat het steeds moeilijker wordt om vooral kinderen te motiveren om een boek te nemen, dat open te slaan en dan aan het werk te gaan. Een tablet of een I-pad zijn veel populairder dan boeken. “Het moet toch vooral leuk blijven…” De woorden ‘werk’ en ‘huiswerk’ lijken wel besmette woorden die toch echt niet uitnodigen om schaakdiagrammen te gaan oplossen.

Deze lastige kwestie lijkt vooralsnog niet op korte termijn beslist te worden omdat beide kampen hard hun best doen om benadering zo aantrekkelijk mogelijk aan te bieden. De elektronische varianten zien er steeds gelikter uit, terwijl ook de makers van de ‘puzzelboeken’ ook heel hard hun best doen om kwaliteit voorop te zetten.

Van uitgeverij Gambit uit Engeland ontving ik twee ‘puzzelboeken’ die beide het predicaat ‘kwaliteit’ opgespeld mogen krijgen. Ik laat van allebei de boeken mijn licht hierover schijnen.

 

The Chess Endgame Exercise Book

Dit boek van grootmeester John Nunn trok meteen mijn aandacht. In zijn introductie schrijft hij dat hij verschillende maanden heeft gewerkt aan de samenstelling van deze collectie van eindspelopgaven. Elk hoofdstuk, waarin een apart eindspel wordt behandeld, geeft hij een viertal instructievoorbeelden, waarin hij telkens de sleutelideeën weergeeft die de oplosser kan verwachten bij de gegeven opgaven. Een ‘W’ of een ‘B’ naast het diagram geeft aan wie er aan zet is terwijl een aantal sterretjes de moeilijkheidsgraad van de opgave weergeeft.

Lees meer >

Logo’s rubrieken op Schaaksite

Hieronder onze collectie van logo’s die we bij de verschillende rubrieken gebruiken. We stellen het op prijs als een redacteur het juiste logo zoekt bij zijn/haar rubriek. We hebben momenteel de volgende logo’s beschikbaar:

 

Om een logo te gebruiken in je eigen rubriek zijn er twee mogelijkheden:

1) Je zoekt binnen het menu “Afbeeldingen en/of PGN-bestanden toevoegen” naar het logo met de juiste naam. Bijvoorbeeld: “Logo_Boekenrubriek” en klikt dat plaatje aan en zet het aan het begin van de rubriek (links uitlijnen). Maak het plaatje iets kleiner dan het is als je het in je artikel hebt gezet.

Hieronder alle bestandsnamen waarop je kunt zoeken:

  • Logo_Analyses
  • Logo_Begrijp_wat_je_doet
  • Logo_Boekenrubriek
  • Logo_Eindspelfinesses
  • Logo_Gespot
  • Logo_Het_beste_van_de_clubbladen
  • Logo_Het_beste_van_de_clubsites
  • Logo_Jeugdschaak
  • Logo_Mooie_zetten_en_bloopers
  • Logo_Nederlanders_in_het_buitenland
  • Logo_Nieuws
  • Logo_Opleiding_en_training
  • Logo_Schaakhistorie
  • Logo_Strategie
  • Logo_Verslagen

2) Voor de geoefende gebruiker: je zet het ‘bewerkvenster’ even van “Visueel” naar “Tekst”. Dan copy-paste je bovenaan het artikel de bijpassende regel uit onderstaande lijst (b.v. voor de boekenrubriek <img class=”alignnone wp-image-83441″ src=”https://www.schaaksite.nl/wp-content/uploads/2020/10/Boekenrubriek-450×273.jpg”>  ) . Vervolgens kun je weer terug van “Tekst” naar “Visueel”.

Lees meer >

Nieuwe medewerkers!

We zijn verheugd dat naar aanleiding van onze oproep voor meer redacteuren, die op vrijwillige basis graag iets voor Schaaksite willen doen, gehoor is gegeven. Schaaksite is een gratis website zonder banners en andere commerciële inslag. Aan het motto “voor schakers, door schakers”  wordt voldaan nu zich uit ons land meerdere mensen hebben gemeld om mee te helpen. In het artikel ‘Wisseling van de wacht’  heb ik al drie nieuwe recensenten aan u voorgesteld, te weten: Michel Hoetmer, Jasper Dekker en Olivier de Hert. De eerste twee hebben aangegeven zich ook op andere terreinen te zullen inzetten en daarvan zult u het nodige van gaan zien in de toekomst.

Inmiddels heeft u vast ook wel de aantrekkelijke artikelen van Jan Jaap Janse uit Utrecht gezien, getiteld ‘Het beste uit de clubbladen’. We zijn heel verheugd met deze nieuwe serie omdat we denken dat hiermee het clubleven in Nederland op een voortreffelijke manier onder de aandacht wordt gebracht. Aarzelt u vooral niet bij het verstrekken van leuke informatie voor deze rubriek!

    

Van links naar rechts: Jan Jaap Janse (foto Frans Peeters), Gerben van Pel en Ardi Pierik (beide foto’s uit hun privé collectie)

Lees meer >

Korte biografie: Jan Jaap Janse

Nu het een goede gewoonte is dat redactieleden van Schaaksite zich voorstellen, kan ik niet achterblijven.

Foto Frans Peeters

Ik speel bij SV Paul Keres, waar ik van 2003 tot 2018 voorzitter was. Hiervoor heb ik gespeeld bij SC Groothoofd (Dordrecht), SV Alblasserdam en een naamloze huisschakersclub in mijn geboortedorp. Al die verenigingen bestaan niet meer, dus het is voor Paul Keres te hopen dat ik er nooit opzeg. Gelukkig ben ik dat ook niet van plan.

Als jongetje van een jaar of elf heb ik schaken geleerd van mijn oma en daarna van een leraar op de lagere school. Toen ik eenmaal bij een ‘echte’ schaakclub zat, bleek dat ik een aantal regels helemaal verkeerd had geleerd. Clubgenoten zien een verband met mijn huidige speelstijl. Het scheelt dat er nooit sprake is geweest van al te veel ambitie.

De keren dat mijn niveau omhoog ging, had dat alles te maken met gezellige medeschakers die ik enigszins in het vizier wilde houden. Tegelijk vond ik alles rondom het schaken eigenlijk leuker dan het schaken zelf, dus bij Paul Keres heb ik me vooral gestort op organisatorische zaken. Toen ik stopte als voorzitter, sprak ik de hoop uit om eindelijk eens een schaakboek open te doen. Het is er nog niet van gekomen, maar die ambitie blijft er nog wel.

Op Schaaksite gaat het vaak over topschaak en relatief weinig over clubschaak. Juist bij de clubs gebeuren leuke, originele dingen die echter maar door een klein groepje worden gezien. Met de rubriek ‘het beste van de clubsites’ hoop ik daar iets aan te doen. Dat kan alleen met tips van de lezers van Schaaksite, dus kom gerust met je tips en ideeën!

Lees meer >

Korte biografie: Gerben van Pel

Mijn naam is Gerben van Pel, ik ben 26 jaar en speel voor En Passant in Bunschoten.

Jaren heb ik met veel plezier bij het Hoevelakens Schaakgenootschap gespeeld. Daar ben ik trainer en teamleider geweest. Maar uit de hoop nog iets beter te worden vorig jaar de overstap gemaakt naar het grote Bunschoten

Ik probeer, misschien tegen beter weten in, nog steeds beter te worden.

Lees meer >

Korte biografie: Ardi Pierik

Ik heb al een paar artikelen voor schaaksite geschreven, dus wellicht hebben jullie mijn naam al gezien. Ik ben Ardi Pierik (20 jaar) en ik zal komende tijd verslagen van toernooien en DVD-recensies voor jullie verzorgen.

Mijn carrière als amateurschaker begon toen ik vier à vijf jaar oud was. Ik raakte verslingerd aan het spelletje en ging kinderschaakboeken lezen. Als achtjarige won ik een KNSB SpeelZ-toernooitje, tot zover mijn enige toernooizege buiten clubverband.

Lees meer >

Begrijp wat u doet: De Grand Prix Aanval

Hieronder treft u de volgende aflevering van de rubriek “Begrijp wat u doet”. In deze serie worden, speciaal voor clubschakers, achtergronden belicht van de ‘grote openingen’ zoals het Spaans, het Siciliaans, het Damegambiet, het Konings-Indisch enzovoort. De artikelen verschenen eerder in Schaakmagazine het blad van de KNSB, de Nederlandse schaakbond.

 

Voor het jaar 2019 had ik het plan opgevat om beroemde (beruchte!) openingssystemen te behandelen die hun weg hebben gevonden in de openingsliteratuur. En dan vooral varianten die aantrekkelijk zijn voor clubschakers om te proberen hun tegenstanders pootje te lichten. Mocht u ideeën hebben voor de toekomst, mag u mij een e-mail (hgrooten@xs4all.nl) sturen, wellicht ziet u dan uw systeem terug in deze rubriek! Ik kan natuurlijk niet beloven dat elk idee wordt gehonoreerd.

We beginnen met een systeem dat in nogal wat boekjes wordt opgenomen als wapen tegen het Siciliaans: de Grand Prix aanval!

1.e4 c5 2.Pc3

Dimitri Reinderman bracht de Grand Prix Aanval af en toe op het bord (foto Harry Gielen)

Dit wordt het Gesloten Siciliaans genoemd. En daarbinnen gaan we het redelijk zelfstandige systeem, de ‘Grand Prix aanval’ behandelen.

2…Pc6

Lees meer >

Korte biografie: Barry Braeken

Op Schaaksite treft u wekelijks op vrijdag een boekrecensie aan. Barry Braeken is een van de recensenten. We stellen hem graag nader aan u voor. Hieronder een door hem zelf geschreven korte biografie.

 

Mijn naam is Barry Braeken, een veertiger woonachtig in het diepe Zuiden. Als negenjarige begonnen met schaken door een enthousiaste oom en daarna verslingerd geraakt aan het spel.

Lees meer >