Ton de Vreede (Rotterdam) luidt de noodklok

Uittocht toppers dreigt

ROTTERDAM * Achttien maal kampioen van Nederland. Decennia lang een begrip in de nationale schaakwereld. Een cultureel erfgoed. Toch lijkt het gedaan met Rotterdam in de meesterklasse. Vrijwel zeker zijn er volgend seizoen geen sponsorgelden meer. Tenzij er een wonder gebeurt, kan de uittocht van grootmeesters beginnen.

Teamleider Ton de Vreede luidt de noodklok. Van opgeven weet hij niet, maar de tijd dringt. Net op het moment dat hij een aantal van zijn suggesties om de nationale competitie nieuw leven in te blazen gehonoreerd ziet, dreigt het vlaggenschip van zijn vereniging ten onder te gaan. ,,Dood- en doodzonde,” meent hij. ,,We hebben geldschieters een prachtig product te bieden.”

Ooit was Rotterdam, gekoppeld aan de steenrijke schaakfanaat Joop van Oosterom, ongenaakbaar. Succes na succes maakte het eerste team vermaard tot ver buiten de landsgrenzen. Toen Van Oosterom besloot om zijn geld anders te besteden, moest de club uit de Maasstad sportief gezien een stap terug doen. Drie jaar geleden bood Kees Schrijvers, directeur-eigenaar van een technisch adviesbureau en zelf enthousiast speler op de 64 velden, zich aan als sponsor. Met zijn steun konden weer grootmeesters worden gecontracteerd.

Schrijvers had beloofd drie jaar lang een financiële injectie te geven. Hij houdt zich aan zijn woord. Het bestuur van Rotterdam is er nog niet in geslaagd om een opvolger-geldschieter aan te trekken. Geen wonder in een periode van economische recessie, al zijn fervente schakers ervan overtuigd dat hun denksport een intellectuele uitstraling heeft die aantrekkelijk kan zijn voor een organisatie.

De Vreede staat bekend om zijn kritiek op de schaakbond. Zijn pijlen zijn gericht op het falende sponsorbeleid, maar ook op de in zijn ogen krakkemikkige wijze waarop de clubcompetitie wordt uitgevoerd. ,,Amateuristisch”, klinkt het schamper. Zijn woede richtte zich vooral op de mogelijkheid van vooruit te spelen partijen. ,,Dat mogen er vier zijn. Geen gezicht. Zoiets vind je verder nergens in Europa.”

Wrang genoeg ziet het ernaar uit dat over enkele maanden – als Rotterdam mogelijk sterk afgezwakt aan een vrije val gaat beginnen – aan dat bezwaar tegemoet wordt gekomen. Navraag bij de KNSB leert namelijk, dat de bondsraad in juni een voorstel krijgt voorgelegd om per wedstrijd maximaal twee partijen vooruit te spelen. Valt een competitiewedstrijd samen met een Olympiade of een andere landenwedstrijd, dan kan zelfs een andere datum worden vastgesteld. Dat laatste als tegemoetkoming aan de sterkste clubteams die als ‘hofleverancier’ voor de nationale ploeg dienen.

,,Eindelijk,” verzucht De Vreede die lang het gevoel had ‘tegen windmolens te vechten’. Het gaat wat hem betreft dan de goede kant op, al blijven er nog genoeg punten op zijn verlanglijstje over. Zoals het spelen in een gefixeerde bordvolgorde: sterkste man of vrouw op het eerste bord en dan – naar elorating – afdalend. ,,Niet proberen elkaar pootje te lichten, maar gewoon sportief strijd voeren.” Om de competitie voor het publiek attractiever te maken, bepleit hij het spelen van alle clubs tegelijk in één zaal. ,,En waarom niet alle partijen live zichtbaar maken op internet? Dat gebeurt in het buitenland immers ook al?”

De jacht op één of meer sponsors staat de komende maanden centraal. Mislukt dat, dan zal Rotterdam niet meer dan een buitenbeentje zijn in een verbeterd speelklimaat. Dimitri Reinderman, Luc Winants en Zhaoqin Peng – allen grootmeesters en profspelers – zullen dan elders onderdak hebben gevonden.

HENK J. DE KLEIJNEN (Algemeen Dagblad)

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.