“Today is the big day”

Nadat ik besloten had dat het leven van een schaker vele aantrekkelijke kanten had, schuimde ik vele jaren lang toernooien in Europa af op zoek naar nieuwe ervaringen. Ik was met alles een laatbloeier. Pas op 22-jarige leeftijd leek het erop dat ik iets meer van het spel begon te begrijpen dan de gemiddelde clubschaker. Het heeft lang geduurd eer ik mijn kop boven het maaiveld wist uit te steken.

De tijd leek toen rijp om een gooi te doen naar het behalen van een internationale meesternorm. In 1981 was het eindelijk zover. Tot mijn eigen verbazing behaalde ik in Kopenhagen bij de Politiken Cup mijn eerste norm. Het was een open meestertoernooi en het had niet veel gescheeld of ik had het nog op mijn naam geschreven ook. Dat smaakte naar meer en in de loop van de daarop volgende tien jaar behaalde ik gemiddeld één IM-norm per jaar. Helaas mocht ik me nog steeds niet IM noemen omdat in die tijd de Fide de beperkende regel had opgelegd dat er tenminste één norm in een gesloten toernooi moest worden behaald. En dat werd een grote ellende voor mij. Om te beginnen waren er überhaupt niet veel gesloten toernooien en als ze al georganiseerd werden, werd ik daar niet zomaar voor uitgenodigd. Er kwamen wel gelegenheden zoals bij het Hoogovenstoernooi in Wijk aan Zee (het tegenwoordige Corustoernooi). Je kon daar via een soort reservegroep proberen te kwalificeren (hetgeen mij tweemaal lukte), maar het daarop volgende jaar werd deelname aan de meestergroep (er waren nog geen grootmeestergroepen B en C) een groot fiasco. In Zeeland en België waren ze me echter welgezind. Ik kreeg een paar keer een uitnodiging voor het ECI-toernooi dat mede door Walter Cardon (de helaas overleden vader van IM Helmut Cardon) werd georganiseerd. Dit toernooi vond eens in de tweemaal plaats in Sas van Gent, het andere jaar waren de Belgische broeders aan de beurt om het in Eeklo op gepaste wijze onder te brengen. Het ging hier eigenlijk om een soor open Europees jeugdkampioenschap en die gesloten meesterkamp was er als een soort extraatje bovenop gezet.

Toen ik in 1989 in Eeklo meespeelde was ik heel content met de wijze waarop men de spelers in de watten probeerde te leggen. Ik was samen met de Belg Luc Winants, de Amerikaan Mark Ginsburg en de Zweed Ferdinand Hellers ondergebracht in een soort van familiehotel. Laatstgenoemde was de regerende Europese jeugdkampioen en hij zou niet lang daarna ook grootmeester worden. Het hotel werd vooral gerund door een bijzonder vriendelijke, doch zeer struise dame die er flink de wind onder had. Niet alleen waren er strikte regels voor het personeel ook aan de gasten werd gevraagd om enigszins rekening te houden met de huisregels zoals zij die bepaald had. Zo werd iedereen vriendelijk gevraagd om niet na twaalven het hotel binnen te komen. Verder werd ook verzocht om zuinig om te gaan met het douchewater, men wilde graag ergens op bezuinigen. Dat laatste viel eventueel nog te billijken, maar het eerste verzoek werd door onze Amerikaan luidkeels weersproken. Hoe kon men van hem, globetrotter in een alleraardigst land als België, verwachten dat hij vóór twaalven zou binnenzijn? Na enig sputteren besloot de hotelhoudster hem een nachtsleutel toe te vertrouwen omdat zij geen zin had om ’s nachts door hem uit bed gebeld te worden.

De speelzaal was op loopafstand van de speelzaal. En daar was het de Belgen alles aan gelegen om het de spelers ook zoveel mogelijk naar de zin te maken. De bar bleef namelijk vaak tot in de nachtelijke uurtjes open en het kon ook bijna niet anders dat levensgenieters als Luc Winants en Mark Ginsburg daar veelvuldig bleven hangen. Hoewel het mij zeer voor de wind ging in het toernooi, werd er op aangedrongen dat ik ook niet al te vroeg het hotel zou opzoeken. Naarmate het toernooi vorderde, leek het er ook op dat het steeds later werd. Het bier smaakte uitstekend, de Belgische meisjes leken ook steeds leuker te worden. Op een van deze doorwaakte nachten, wandelden wij met een paar Belgische grietjes door de verlaten straten van de metropool Eeklo. Op een gegeven moment ging Ginsburg op de grond tegen een muurtje zitten (en hij wenkte Winants en mij hetzelfde te doen). Zo gezegd, zo gedaan. Daar zaten we dan, drie schakers, middenin de nacht tegen een muurtje.

‘Wat doen jullie’, vroeg een van de meisjes. ‘Slapen’, zei Ginsburg. Dit idiote antwoord werd met een groot giechelen beantwoord. ‘Hoezo slapen jullie hier?’ was uiteraard de terechte wedervraag.

‘Wel’, zei Ginsburg, ‘ik ben – net als de andere twee heren hier – professioneel schaker. Maar het gaat momenteel niet helemaal naar wens. Ik heb vandaag een stuk weggegeven en dat kost geld. En zonder dat geld kan ik me geen hotel permitteren, dus slaap ik hier!’

Terwijl Winants en ik vreselijke moeite hadden om niet bulderend in lachen uit te barsten, keken de meisjes ons hoofdschuddend na, terwijl ze huiswaarts keerden. ‘Zo’n goedkope versiertruc heb ik nooit eerder gehoord’, zei Winants, toen ze verdwenen waren in het duister. ‘Dan stel ik toch maar voor om ons hotel op te zoeken’, antwoordde de Amerikaan. Zo gezegd zo gedaan en even later stonden wij voor de nachtingang van het hotel. ‘Jij hebt toch de sleutel’, zei hij tegen Winants. ‘Nee, die heb jij toch elke dag bij je?’ En daar stonden we dan, zonder sleutel voor het hotel dat uiteraard helemaal uitgestorven was. Ik keek al achterom of ik ergens een mooi muurtje zag, waar we tegenaan zouden kunnen zitten, maar dat leek toch weinig aantrekkelijk met een zware partij voor de boeg. Er zat dus weinig anders op als maar aan te bellen.

Het leek wel een eeuwigheid te duren maaruiteindelijk kwam de hoteleigenares met een chagrijnig hoofd in haar nachtjapon de deur opendoen. De excuses die wij probeerden te maken, werden direct weggewuifd door haar. ‘Wat stinken jullie naar alcohol’, was het eerste wat zij ons toebeet. En dit is de laatste keer dat ik schakers toelaat in mijn hotel. Maar ze liet ons toch binnen.

Zelf was ik de enige van ons die aan het ontbijt zat, aangezien ik al een paar zittingen bezig was aan een afgebroken partij. In die tijd werden de partijen nog afgebroken. Er werd dan onder “couvert” (in een enveloppe) een zet afgegeven en dan werd de partij ’s avonds en zo nodig ook ’s morgen voortgezet. Deze partij werd een marathonzitting die erg lang ging duren. Ik had namelijk tegen Ferdinand Hellers het beruchte eindspel van toren en loper tegen toren op het bord. Hoewel ik wist dat het theoretisch remise was, was in die tijd de algemene opvatting dat het in een praktische partij lastig te verdedigen was. Daarbij kwam voor mij dat elk half puntje cruciaal kon zijn voor mijn gooi naar de lang verwachte meestertitel. Tegenwoordige schakers kunnen zich er waarschijnlijk niets meer bij voorstellen, maar in die tijd had niemand nog een computer, laat staan een laptop met database of zelfs tablebases waarop dit eindspel helemaal uitgeanalyseerd is. Ik had op een paar Schaakinformatoren na verder helemaal geen hulpmiddelen bij me, dus ik besloot om het eindspel flink te gaan rekken, zodat ik het op mijn gemak op mijn kamer kon analyseren. Er was nog een aspect waarom ik besloot door te gaan.

Hellers sprak mij bij het ontbijt aan op mijn ‘onsportieve gedrag’. Hoe kon hij tegen een regerend Europees jeugdkampioen een theoretisch remise-eindspel gaan uitmelken? Dat was niet fatsoenlijk.

Ik vond hem maar een bijzonder verwaand kereltje dat het een beetje hoog in de bol had gekregen. Tijdens het toernooi gaf hij er al blijk van enkele onhebbelijkheden te hebben tijdens de partij. Bij een andere gelegenheid kwam hij mij storen met de mededeling dat ik toch echt niet meer verder hoefde te gaan hiermee, want hij had via een schaakvriend het eindspelboek “Basic Chess Endings” van Fine op de kop weten te tikken. ‘En daar stond het hele eindspel in uitgewerkt’, zo liet hij mij fijntjes weten.

Dit was nog een goede reden om juist door te gaan! Ik had dat boek thuis ook. Bij het schrijven van een eindspelartikel voor het bondsblad (toen nog Schakend Nederland geheten) was ik erachter gekomen dat het werkelijk wemelt van de analysefouten. Dus ging ik er eens flink voor zitten. En zie wat er gebeurde:

Grooten – Hellers, Eeklo 1985.

63… Ta1 64. Te8 Tc1+ 65. Lc4 Kf5 66. Te2 Kf4 67. Te6 Kf5 68. Te3 Kf4 69. Th3 Ke5 70. Th5+ Ke4 71. Tg5 Kf4 72. Th5 Ke4 73. Th2 Ke5 74. Th6 Ke4 75. Tg6 Ke5 76. Tg7 Ke4 77. Th7 Ke5 78. Te7+ Kf5 79. Tf7+ Ke5 80. Tf2 Ke4 81. Tf6 Ke5 82. Tf3 Ke4 83. Tf8 Ke5 84. Th8 Ke4 85. Tg8 Ke5 86. Ta8 Ke4 87. Ta2 Ke5 88. Ta3 Ke4 89. Ta4 Ke5 90. Ta5 Ke4 91. Ta6 Ke5 92. Ta7 Ke4 93. Ta2 Ke5 94. Ta7 Ke4 95. Txc7 Ke5 96. Ta7 Ke4 97. Ta2 Ke5 98. Ta3 Ke4 99. Ta4 Ke5 100. Ta5 Ke4 101. Ta6 Ke5 102. Ta8 Ke4 103. Tb8 Ke5 104. Tb7 Ke4 105. Tb6 Ke5 106. Txc6 Pas hier treedt de 50-zetten-regel in werking. 106… Ke4 107. Te6+ Kf5 108. Te2 Kf6 109. Te3 Kf5 110. Kd4 Td1+ 111. Ld3+ Kf6 112. Kd5 Ta1 113. Tf3+ Ke7 114. Lc4 Te1 115. Kc5 Kd7 116. Tf7+ Te7 117. Tf1 Te3 118. Kd5 Ke7 119. Kc6 Tc3 120. Kc5 Ke8 Hij gaat vrijwillig naar de rand. Van enig systeem lijkt geen sprake bij de zwartspeler. 121. Tf4 Kd7 122. Tf7+ Kc8 123. Kd5 Kb8 124. Lb5 Tc7 125. Ld7 Tc2 126. Lc6 Td2+ 127. Kc5 Tc2+ 128. Kd6 Th2 129. Le4 Th6+ 130. Kd7 Th4 131. Ld5 Th5 132. Kd6 Th6+ 133. Kd7 Th5 134. Tf8+ Ka7 135. Kc6 Th2 136. Le4 Tb2 137. Tf1 Tb6+ 138. Kc5

Th6?? En dan gaat hij eindelijk toch de fout in. [138… Tb2 zou ook verliezen na 139. Ta1+ Kb8 140. Kd6! Kc8 141. Tg1 Kb8 142. Tg8+ Ka7 143. Ta8+ Kb6 144. Tb8+] [De juiste zet was 138… Ta6 toch niet heel voor de hand liggend.] 139. Tf8! 1-0

Ik geef toe: niet elke tegenstander zou ik zo op de pijnbank gelegd hebben. Het heen en weer spelen van de toren, waarbij ik steeds vermijd dat er driemaal dezelfde stelling ontstaat, is inderdaad wat misbruik maken van de omstandigheden. Maar dan moeten ze zich eerst maar eens leren correct te gedragen, vond ik toen. En daarbij gebruik ik geoorloofde middelen, het is tenslotte niet verboden om heen en weer te spelen. Het kostte mijn tegenstander ook weinig tijd om zijn antwoord te geven. De diverse zittingen die we hadden, duurden meestal ook niet zo heel lang, zodat er nog tijd genoeg was om ons voor te bereiden op de andere partij die ’s middags ook nog op programma stond.

Ondertussen vond er elke dag bij de lunch een leuk tafereel plaats. De lunch was namelijk het ontbijt voor Ginsburg en Winants en vooral Ginsburg kwam nogal onverzorgd zijn bed uit om wat brood naar binnen te werken. Dat werd de hotelhoudster toch te gortig. Zij maakte een paar toespeling op zijn verwaarloosde persoonlijke hygiëne. Tegen het slot van het toernooi kwam de Amerikaan echter in zijn blote bast en een boxershort, de handdoek slordig over de schouder, naar beneden. Hij liep tussen de tafeltjes door, waar wat zakenlui in een keurig kostuum een beetje raar opkeken. De hotelhoudster snelde toe om dit ongeleide projectiel tot rust te manen. Maar voordat zij iets had kunnen ondernemen, balde Ginsburg zijn vuist naar zijn ‘publiek’ en sprak de eetzaal de onsterfelijke woorden: “Today is the big day. I’m going to have my bath!” En vervolgens beende hij de zaal uit op zoek naar de trap, de halve zaal verbijsterend achterlatend.

Met mijn IM-titel leek het helemaal goed te komen. Slechts een half puntje uit de laatste twee partijen had ik nodig. Maar in de voorlaatste ronde blunderde ik vlak na de opening tegen Ginsburg en kon direct opgeven. En ook het halve puntje was niet aan mij besteed in de laatste ronde. Ik moest nog meerdere jaren wachten op de titel. En dat was in Sas van Gent. Daarover wellicht een andere keer.

Ik ging zwaar gedesillusioneerd naar huis, een illusie armer, een ervaring rijker. Wel een mooie ervaring, dat dan wel weer!

2 Comments

  1. Avatar
    MvanLeeuwen april 22, 2010

    Ook tegenwoordig wordt dit eindspel (zelfs op topniveau) doorgespeeld. Regelmatig met een overwinning voor de T+L partij.

    Bijvoorbeeld:

    Pashikian-Malakhov, Bursa 2010 (1/2-1/2)

    Carlsen-Leko, WK blitz Moskou 2009 (1-0)

    Tiviakov-Ivanchuk, Hoogeveen 2009 (1/2-1/2)

    Grischuk-Karjakin, 2009 (1/2-1/2)

    Akopian-Kamsky, Nalchik 2009 (1-0)

    Rytchagov-Grischuk, 2009 (0-1)

    En zo zijn er ongetwijfeld meer voorbeelden.

  2. Avatar
    HermanGrooten april 23, 2010

    Dat klopt inderdaad en de overwinningen zullen mede tot stand komen onder druk van de klok. Sinds de partij Van der Sterren-Piket, Amsterdam 1994 hoort iedereen te weten hoe je het eindspel moet verdedigen. Hier wordt de zogenaamde "zevende rij"-strategie door Van der Sterren gehanteerd.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.