Interferentie

Internet kan verslavend werken. Veel schakers zitten op hun scherm partijen te bekijken die live ergens op de wereld gespeeld worden. Of combinaties op te lossen via allerlei websites. Zelf verzorg ik al een tijdlang het dagelijkse schaakprobleem op de website van NRC. Helaas heeft de redactie (in zijn oneindige wijsheid) besloten om deze schaakpuzzel per 1 oktober te laten verdwijnen. Voor de zomer had men ook al het prachtige weblog van Hans Ree aan de wilgen gehangen. Dat moest ik even kwijt.

Maar om terug te komen op mijn inleidende zin. Ik zat dus een tijd geleden te surfen op zoek naar mooie partijen toen ik de volgende stelling zag langskomen:

Navara – Dergatchova Daus, 2007.

1. Tc6!! Txc6 [1… Lxc6 2. De6#] 2. Dd5+ Te6 3. Dxe6# 1-0

Wit staat natuurlijk op winst, hij kan op diverse manieren het punt binnenhalen. Maar wat een fantastische zet is die Tc6!! toch. Om zo’n zet in een partij te mogen spelen is kicken. Dit thema staat in de literatuur bekend als het “interferentiethema”. Ik heb zelf maar eens een stelling in elkaar geknutseld om dit nader uit te leggen.

Constructiestelling

De problematiek is simpel. De twee vrijpionnen van wit worden tegenhouden door respectievelijk de zwarte loper en de zwarte toren. De loper houdt de pion tegen over de diagonaal a3-f8, de toren over de c-lijn. Het kruispunt van de werking van beide stukken is veld c5. Door de toren op dat veld te offeren, wordt de werking van een van beide stukken verstoord. Het blijft wonderlijk om een stuk neer te mogen zetten op een veld dat twee keer gedekt wordt door vijandelijke stukken.

1. Tc5!! 1… Txc5 [1… Lxc5 2. c8D+] 2. f8D Tc2+ 3. Kxa3 1-0

Nu we dit schema in ons hoofd hebben, kunnen we op zoek naar meer voorbeelden. Zo kwam ik ook de volgende stelling tegen. U mag het zelf eens proberen. Enige fantasie blijft vereist…

Ivanovic – Popovic

Hoe komt wit tot winst?

In het weekendtoernooi in Helmond (als ik me goed herinner, twee jaar geleden) kwam een modale clubschaker in de gelegenheid om zich onsterfelijk te maken. En hij greep zijn kans!

Van Asseldonk – Kastelijn, Helmond 2007.

Met welke briljante zet forceert zwart een fraai mat?

Het thema krijgt in de eindspelstudiewereld een andere term. Omdat het hier gaat om het kruispunt van twee diagonalen wordt dit Plachutta genoemd.

De vraag is natuurlijk of een partijspeler met zo’n thema iets kan. Cor van Wijgerden vertelde mij ooit dat als je ergens mee bezig bent binnen het schaken, je er automatisch meer verstand van krijgt. Je maakt dan ook meer kans om het op het bord te krijgen. Omdat het thema al langere tijd mijn aandacht trok, kon het bijna niet missen of ik zou het in de praktijk op het bord gaan krijgen.

Grooten – Voormans, Eindhoven 1982

Het is duidelijk dat zwart in grote problemen verkeert. Met 26… Tg8 probeert zwart iets te doen tegen de gevaarlijke loper op g6. Hoe maakt wit het nu af?

En het lukte zowaar nogmaals, al moest ik daar wel heel wat jaartjes op wachten.

Het kan ook zijn dat ik het motief vele malen gemist heb…

Stellwagen – Grooten, Vlissingen 2007.

Misschien een beetje flauw, maar de volgende zet (tegen een zeer sterke tegenstander) past ook in het plaatje. Hoe maakt zwart een einde aan alle tegenstand?

Het wordt tijd om dit mooie thema af te sluiten met een stelling uit de probleemwereld.

Probleem van Tura

Wit geeft mat in twee.

Speel in de viewer alle fragmenten na:

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die ik op Schaaksite heb gezet.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.