Trappetje

Als schaaktrainer ben ik voortdurend bezig om materiaal bij elkaar te zoeken rondom bepaalde thema’s. Een van mijn veel geraadpleegde bronnen is de onvolprezen database met eindspelstudies van Harold v.d. Heijden, die elders op deze site zijn eigen “hoekje” hiermee vult. Zie zijn laatste aflevering hiermee.

Ik was bezig een onderzoekje te doen naar het eindspel van dame tegen pion (voornamelijk op de voorlaatste rij) en soms ook tegen meerdere pionnen (die al flink naar de overkant aan het lopen zijn). Dat levert bijzonder ingewikkelde materie op, waarmee ook bijzonder fraaie studies gemaakt zijn. Veel van dit werk vind ik te complex om mijn pupillen mee lastig te vallen, maar soms ook weer te leuk om zomaar in de vergetelheid te laten verdwijnen. In meerdere studies kwam ik een thema tegen waar ik de humor van inzie zodat ik die graag de bezoekers van Schaaksite wil laten zien. Bij dit thema maakt de dame een soort “zigzag-beweging” naar haar einddoel. Ik weet niet of daar een gangbare term voor is, maar ik noem het bij deze “het trappetje”.

Speelt u eerst het volgende fragment eens na en u zult er ongetwijfeld de humor van inzien:

Eindspelstudie van Barrett, 1874

1. Dc3 Kb1 2. Dd3+ Ka1 3. Dd4 Kb1 4. De4+ Ka1 5. De5 Kb1 6. Df5+ Ka1 7. Df6 Kb1 8. Dg6+ Ka1 9. Dg7 Kb1 10. Dh7+ Ka1 11. Dh8 Kb1 12. Dh1# 1-0

De dame moest helemaal naar h8 manoeuvreren waarna de open h-lijn gebruikt kon worden voor het mat. In de volgende ingewikkelde studie spelen er behalve het “zigzag”-motief ook nog andere creatieve aspecten een rol om de winst te kunnen afdwingen.

Eindspelstudie van Diesen, 1968.

Deze stelling is gemakkelijk gewonnen voor wit als er geen zwarte pion op a4 had gestaan. Met die pion erbij, wordt het echter problematisch. 1. Dg8+ Ka3 De enige zet om niet direct het loodje te moeten leggen. [Er is een ingenieuze winstvariant als zwart met de koning naar een ander veld gaat. 1… Kb1 2. Dc4 a3 3. Db3 a2 4. Dd1#] 2. Df8+ Ka2 3. Df7+ Ka3 4. De7+ Ka2 5. De6+ Ka3 6. Dd6+ Ka2 7. Dd5+ Ka3 8. Dc5+ Ka2 Wit heeft de dame genoeg dichtbij gebracht en wijkt nu af van zijn "zigzag-bewegingen". 9. Dc2 a3 10. Kf3 Ka1 11. Db3! Weer een sterke zet. 11… a2 [Na 11… b1D 12. Dxa3+ Da2 13. Dxa2+ Kxa2 wint wit het pionneneindspel.] 12. Dc3! Verhindert dat zwart een dame haalt en bereidt een kunstig matmotief voor. 12… Kb1 13. Dd3+ Kc1 De enige zet om niet direct mat gezet te gaan worden. [Het "zigzaggen" krijgt weer gestalte na 13… Ka1 14. Dd4 Kb1 15. Dd1# en mat!] 14. Ke2! Daarmee dreigt wit desgewenst mat op de velden d1 en d2. 14… b1P De enige manier om niet direct mat gezet te worden. [Na 14… a1D volgt 15. Dd1#] [En op 14… b1D volgt 15. Dd2#] 15. Dd4! Maar na deze zet houdt wit de promotie van de pion tegen en bezegelt daarmee de winst. 1-0

Om het af te leren nog even de volgende studie:

Eindspelstudie van Kopajev, 1940.

1. Dg7 Kb1 2. Dxh7+ Ka1 3. Dg7 Kb1 4. Dg6+ Ka1 5. Df6 Kb1 6. Df5+ Ka1 7. De5 Kb1 8. De4+ Ka1 9. Dd4 Kb1 10. Dd3+ Ka1 11. Dc3 Kb1 12. Ke2 a1D 13. Db3 Da2 14. Dd1# 1-0

Hieronder alle studies op een rijtje, na te spelen met de viewer.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.