Column 25: De Polgarzusjes

Hongarije is altijd een aantrekkelijk schaakland geweest voor Westerse schakers. Niet alleen staat het schaken in dit land op een hoog peil, de meeste toernooien worden ook organisatorisch prima verzorgd. Evenementen waarin titelnormen te halen zijn (denk aan de First Saturday-cyclus) zijn aantrekkelijk voor diverse spelers. De nodige Nederlandse spelers hebben hun heil al gezocht in het Hongaarse circuit en uiteraard was ik daar meermalen een van. Een van de keren dat ik met een paar schaakvrienden afreisde, was naar een toernooi in Keskemet. Een mooi open toernooi, met veel spelers uit het Oostblok, dus beresterk. Twee van mijn toenmalige reisgenoten waren de helaas vroeg overleden Johan van Mil en oud-Nederlands kampioen Rudy Douven. Laatstgenoemde speelde op een gegeven moment tegen een talentvol meisje, tegen wie hij het heel zwaar had. Uiteindelijk wist hij toch remise te bereiken. Zij bleek de toen 15-jarige Zsuzsa Polgar te zijn. Die was daar met haar moeder Klara en we raakten wat aan de praat. Sterker nog, we werden zelfs na afloop van het toernooi uitgenodigd om mee te gaan naar Budapest waar we in huize Polgar kennis mochten maken met vader László en de twee jongere dochters, Sofia (toen 9) en Judit (toen 7).

De Polgarzusjes, nog heel jong. Van links naar rechts: Johan van Mil, Rudy Douven, Herman Grooten, de 7-jarige Judit, de 9-jarige Sofia en de 15-jarige Zsuzsa (tegenwoordig) Susan Polgar (foto privécollectie)

We werden uiterst gastvrij ontvangen en de familie bood zelfs een overnachting in hun huis aan. Daarvoor werd in hun bepaald niet riante flat de slaapkamer van de meisjes ontruimd en 5 slaapplekken gecreëerd. De familie sliep zelf in de huiskamer en in de andere slaapkamer die aanwezig was. Zo maakten wij voor het eerst kennis met het beroemde wandbord met schaakdiagrammen dat daar in de meidenkamer hing. Vader László had een soort wandrek gemonteerd waar hij zo’n 40 of 50 schaakdiagrammen had gemaakt. Elk diagram werd met van die ‘insteekstukken’ gecreëerd en pa Polgar zette daar elke week weer 40 of 50 nieuwe op. Het spreek vanzelf dat hij zich beperkte tot stellingen waarin hij niet al te veel stukken op het bord stonden. Met zijn achtergrond als psycholoog had hij ontdekt dat het van belang was om bepaalde geheugenfuncties in het kinderbrein te trainen. Hoe jonger je bent, hoe makkelijker je leert. Zo zocht hij naar problemen waarin je matbeelden kunt oefenen. Een paar voorbeelden hiervan:

OPGAVE 1

OPGAVE 2

OPGAVE 3

OPGAVE 4

Judit Polgar, nog vrij jong. (Foto Jos Sutmuller)

De jonge meisjes werden op deze manier niet alleen vertrouwd met de matbeelden, maar ook ontwikkelden ze vaardigheden die tijdens de partij zeer bruikbaar zijn. Zo is onder meer het visualiseren van stellingen een van die vaardigheden die een schaker altijd nodig zal hebben.

Op een gegeven moment werd gevraagd of een van ons trek had in een partijtje blindschaken. Daar hadden mijn schaakmakkers nou niet direct zin in. Maar omdat ik het tijdens mijn middelbare school tijd regelmatig gedaan had en (naïef als ik ben) dacht dat ik het wel een beetje kon, bood ik me als vrijwilliger aan. Ik ging ervan uit dat ik zonder bord zou spelen tegen een van de meiden, die dan met bord zou spelen.

Nee, ik had het niet goed begrepen. Ik zou het MET bord opnemen tegen de 7-jarige Judit die dan zonder bord zou spelen. Het was alsof mijn wereldbeeld in duigen viel.

In Nederland stond ik soms aan 7-jarige meisjes uit te leggen hoe de paardensprong ging, hier zou ik een 7-jarige tegenover me vinden die zonder bord ging spelen. Overmoedig geworden riep ik: “Zij blind, dan ik natuurlijk ook”. Zo gezegd, zo gedaan. Er werden twee stoelen met de rugleuningen tegen elkaar aan gezet, zodat wij ruggelings tegenover elkaar zaten. Ergens verderop werd de partij bijgehouden en ook stond er een klok bij, waarin slechts 5 minuten per spelers was gereserveerd. De zetten werden uit het Hongaars naar het Engels vertaald en terug. Ondertussen dienden wij zelf de klok in te drukken als we een zet hadden gedaan. Hier is het blindvluggertje, dat ik later heb gereconstrueerd:

Judit Polgar – Herman Grooten, Budapest 1984.

1. e4 c5 2. Pf3 e6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 d6 6. Le2 Le7 7. O-O O-O 8. Le3 Pc6 9. f4 Ld7 10. De1 a6 11. Dg3 Dc7

12. f5 Kh8 13. fxe6 fxe6 14. Tad1 Pe5 15. Lf4 b5 16. Lxe5 dxe5 17. Pf3 b4

18. Pxe5!? Dc5+ 19. Kh1 bxc3 20. Txf6 Lxf6 21. Pxd7

21… Db6?? 22. Pxb6 1-0

Er kwam ineens een hoop gekraai uit de andere stoel. En toen kreeg ik te horen dat ze mijn dame had gepakt!

Deze nederlaag werd met groot leedvermaak door mijn landgenoten ontvangen. Maar de lafaards hadden kennelijk al zo’n vermoeden en wisten daarom het aanbod beleefd te weigeren. Koppig als ik was, wilde ik natuurlijk revanche. Om de vernedering nog groter te maken, werd mij toen aangeraden om er nu maar een bord bij te nemen, Judit kon nog steeds zonder bord. Zij zou dan wel wat tijd meer krijgen, ik flink wat minder. Het gelach na mijn tweede nederlaag, galmt nog steeds na in mijn oren. Een speler met een rating van boven 2300 verliest met bord van een meisje van 7 dat zonder bord speelt, hoe is het mogelijk? Dat is nieuws en bij terugkomst schreef ik een artikeltje in het blad Jeugdschaak hierover. Ik heb er maar niet bij verteld dat wij veel van de vluggertjes die we later op de avond hebben gespeeld, gewonnen hebben. De kinderen waren moe en daar profiteerden wij doorgewinterde nachtbrakers goed van.

Op een of andere manier kreeg Tim Krabbé lucht van dit verhaal en hij belde me hierover op. Het ging daarna snel met de Polgars. De Nederlandse pers stond er bol van en het duurde dan ook niet lang of de hele familie kwam naar Amsterdam om deel te nemen aan het OHRA-toernooi.

Opnieuw Judit Polgar (Foto Jos Sutmuller)

Het kostte de sponsor een lieve duit, maar dan had die ook wat. Want niet alleen de schaakwereld stond versteld, ook daarbuiten had het de belangstelling gewekt. De Polgars waren een soort circusattractie geworden. De ene na de andere grootmeester werd omgelegd en het duurde niet lang of de meester- en grootmeestertitels werden binnengehaald. Judit heeft een tijdlang het record van de jongste grootmeester (de algemene titel wel te verstaan!) op haar naam gehad.

Judit Polgar, een paar jaar geleden (Foto Jos Sutmuller)

Ik heb Susan (zoals ze zich tegenwoordig noemt) en Judit nog een paar maal ontmoet. Ze groeten nog altijd vriendelijk.

Telkens moet ik onwillekeurig denken aan die kleine meisjes die zo fenomenaal konden blindschaken. Het was net alsof ze het bord niet nodig hadden, ze waren gewoon even sterk zonder als met bord.

Susan is wereldkampioene bij de dames geworden en heeft daar een leuk bedrag getoucheerd. Nadat ze naar de Verenigde Staten was geëmigreerd, heeft ze bepaald niet stilgezeten. Ze heeft een prachtig schaakinstituut opgericht en doet veel aan promotie voor onze prachtige schaaksport.

Sofia is ‘slechts’ Internationaal Meester geworden, maar liet ooit in Rome diverse grootmeesters haar hielen zien. Ze is getrouwd met de Israëlische grootmeester Kosashvili en hem achterna gereisd naar Israël.

Judit is absolute wereldtop geworden. Misschien wel haar mooiste overwinning heeft ze behaald door ooit van Kasparov te winnen.

Het vluggertje via de viewer:

Lees ook mijn artikel over de Polgars, getiteld Zusterstudies.

Veel interessante informatie over de Polgarzusjes treft u (weliswaar in het Engels) aan op Wikipedia.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.