Begrijp wat u doet: Konings-Indische structuren 1

In deze rubriek worden de achtergronden van verschillende openingssystemen onder de loep genomen. Met toestemming van Minze bij de Weg, de hoofdredacteur van Schaakmagazine, het blad van de Nederlandse Schaakbond, zullen we in de loop van de tijd de afleveringen van deze rubriek integraal op Schaaksite online gaan zetten.

Iedere geïnteresseerde kan de rubrieken zo nog eens nalezen, het voordeel is dan ook dat alle (model)partijen en fragmenten via de viewer nagespeeld en gedownload kunnen worden. Veel plezier!

Na de Spaanse structuren gaan we over op een opening die tot heel wat discussie heeft geleid in de vorige eeuw: het Konings-Indisch. Een dogmaticus als Tarrasch vond dat een dergelijk systeem nauwelijks speelbaar kon zijn. Op 1. d2-d4 was in zijn optiek 1. … d7-d5 de juiste zet en nog altijd bestaat de variant die naar de oude leermeester is genoemd (2. c4 e6 3. Pc3 c5 is de Tarrasch¬variant).

Het Konings-Indisch (dat ontstaat na de zetten 1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 4. e4 d6) spot eigenlijk met de stelregel dat het centrum zo snel mogelijk met pionnen bezet dient te worden. Zwart laat het centrum in het begin helemaal aan zijn tegenstander met het idee om het later in de partij aan te vallen. We zullen voornamelijk stellingen bespreken uit de hoofdvariant die ontstaat na:

5. Pf3 0-0 6. Le2 e5 7. 0-0 Pc6 8. d5 Pe7

Tijd om even stil te staan bij deze stelling. Nadat zwart met 7. … Pc6 de aanval op het centrum heeft geopend, sluit wit het centrum af waardoor er de zogenaamde “ketenstrijd” ontstaat. Zoals in de derde aflevering van deze serie al is aangestipt gaat het er in de ketenstrijd voor beide partijen om om de “basis” van elkaars keten aan te vallen. Nimzowitsch beschouwt in zijn boek “Mein System” pion d6 als de basis van de zwarte pionnenketen en pion e4 als de basis van de witte structuur. De belangrijkste gedachte van Nimzowitsch was dat als een speler erin slaagt zijn stukken richting het vijandelijke aanvalsdoel te dirigeren hij automatisch zijn stukken op de goede velden krijgt en er min of meer ‘vanzelf’ combinatoire wendingen in komen te zitten.

9. Pe1

De oude voortzetting die leidt tot typische Konings-Indische stellingen. Momenteel staat vooral de voortzetting 9. b4 in het middelpunt van de belangstelling.

9. . . … Pd7 10. Le3 f5 11. f3 f4

De zwartspeler verlegt de basis naar f3. De reden is dat hij ruimte wint op de koningsvleugel en hij zich voornamelijk richt op een mogelijke koningsaanval!

12. Lf2

Deze stelling is vaak op het bord verschenen. Wit stuurt aan op het doorzetten van c4-c5 (voorbereid door Pe1-d3 en zo nodig b2-b4), zwart gaat … g6-g5 gevolgd door … h7-h5 spelen om met … g5-g4 een aanval tegen de basis (maar in werkelijkheid tegen de witte koning!) in te zetten.

De problematiek is heel interessant. In een lezing die grootmeester Viktor Korchnoi in oktober 2007 gaf in Boxtel kon hij niet nalaten om op te merken dat het Konings-Indisch volgens hem onspeelbaar is. Wat hij eigenlijk wil zeggen is dat wit er in bijna elke partij op de damevleugel doorheen komt en daar materiaal wint. In veel gevallen creëert hij vervolgens een vrijpion die vrijwel ongehinderd naar dame loopt. Dit betekent dat zwart koste wat het kost op de koningsvleugel ook moet doorbreken. Als dat lukt, gaat wit in veel gevallen fraai mat. Een reden voor veel zwartspelers om deze opening te spelen! Korchnoi is één van de weinige spelers die als geen ander weet hoe hij de verdediging van wit moet voeren en veel spelers zijn inderdaad kapot gelopen op zijn vernuftige spel. Voordat we het gaan hebben over de tactische schermutselingen die zich meestal op de koningsvleugel afspelen dienen we ons af te vragen hoe het spel er voor beide spelers in principe uitziet.

  • Voor zwart:
  • Hoe dient zwart zijn aanval op touw te zetten? Een veel gekozen speelplan is als volgt:

    – pionzetten: … g6-g5 en … h7-h5.

    – paardzetten: … Pe7-g6 en later … Pd7-f6

    – torenzetten: … Tf8-f7-g7

    – loperzetten: … Lg7-f8, soms … Lf8-h6, zo nodig … Lc8-d7

    De meeste zetten spreken voor zich. De torenmanoeuvre is leerzaam: zwart brengt de toren via veld g7 in de aanval en tegelijkertijd dekt hij het invalsveld c7 tegen mogelijke witte stukken. De zwartveldige loper maakt dus plaats voor de toren en hij dekt nogmaals het zwakke punt d6.

    Als dit allemaal gelukt is, staat zwart klaar voor de opstoot … g5-g4 en begint de aanval serieuze vormen aan te nemen. Essentieel voor het slagen van de mogelijke aanval is of zwart zijn witveldige loper kan inzetten in de strijd.

    Niet alleen moet zwart proberen al zijn strijdkrachten op de koningsvleugel in te zetten, in veel partijen hangt het succes van slagen meestal af van de aanwezigheid van de witveldige loper of hij kan doorbreken of niet.

  • Voor wit:
  • Hoe zet wit zijn damevleugelactie op poten? Dat is niet zo eenvoudig in een schema te vatten omdat het meer afhankelijk is van wat zwart wel of niet voor maatregelen neemt. Het begin is meestal duidelijk: wit begint met Pe1-d3 om c4-c5 voor te bereiden. Als zwart dat wil verhinderen met … b7-b6, bezorgt hij zijn tegenstander een prettig aanknopingspunt. Behalve de opmars a2-a4-a5 kan wit natuurlijk ook nog met b2-b4 komen zodat de opmars c4-c5 alsnog kan worden doorgezet.

    Het tweede onderdeel in wits plan is de paarduitval Pc3-b5. Dat dient meerdere doelen. Zo valt wit de zwarte basis op d6 aan en ondertussen richt hij het vizier op de pionnen c7 en a7 en kan hij (na enige voorbereiding, bijvoorbeeld met een toren naar c1) af en toe gaan werken met Pb5-c7. De hele actie met Pc3-b5 is niet zo goed zonder dat wit eerst a2-a4 en eventueel a4-a5 heeft gespeeld. De reden is dat Pc3-b5 weinig effect zou hebben na het antwoord … a7-a6 gevolgd door … b7-b5. Met een pion op a4 kan zwart zich niet bevrijden en met een pion op a5 is na … a7-a6 is soms de tussenzet Lf2-b6 (met aanval op Dd8) mogelijk. Er zit nog een gedachte achter de opmars van de a-pion. Wit hoopt op de damevleugel materiaal te winnen waarna hij probeert een doorbraak te bewerkstelligen. Een ver opgerukte pion kan hem dan aardig van pas komen.

    Het is nuttig om eens een voorbeeld te bekijken waarbij bovengenoemde bespiegelingen een rol spelen.

    Viktor Korchnoi, uit een grijs verleden (Foto Jos Sutmuller)

    Kortschnoj – Stanec, Ptuj 1995.

    17. cxd6 cxd6 18. Pb5

    Op dit moment is de paardsprong naar b5 volledig verantwoord. Na 18. … a6 heeft wit de tussenzet 19. Lb6! De7 20. Pc7 Tb8 21. La7! Dxc7 22. Tc1 en wit wint beslissend materiaal.

    18. . … g4

    Zwart besluit om over te gaan tot een “alles of niets”-aanval.

    19. Pxa7 g3

    Een standaardwending van zwart, die in deze stelling niets om het lijf heeft.

    20. Lb6!

    Zwart krijgt gelijk als wit zich inlaat op 20. hxg3? fxg3 21. Lb6 De7 en nu heeft zwart niet alleen veld f4 voor zijn paard, maar vooral de dreiging … Dh4 komt nu snel in de stelling terwijl ook de zwart-veldige loper via h6 tot leven is gewekt.

    20. . … gxh2+ 21. Kh1

    Zolang deze pion op het bord staat, geniet de witte koning bescherming tegen aanvallen over de h-lijn.

    21. . … De7 22. Pxc8!

    Dit is waar Korchnoi in veel van zijn partijen op speelt. Als hij de witveldige loper van zwart kan afruilen, zal hij meestal niet aarzelen. Volgens de nestor van het internationale schaak heeft de zwarte aanval nauwelijks kans van slagen als zwart geen beschikking heeft over deze loper.

    22. . … Txc8 23. Tc1 Txc1

    Stukkenruil werkt in wits voordeel, maar zwart kan toch niet ongestraft de c-lijn weggeven.

    24. Dxc1 h4

    Er is nauwelijks iets anders om de aanval verder gestalte te geven.

    25. Lb5 Ph5 26. Tf2 Lf8 27. Dc8

    Met de dame op deze cruciale diagonaal is de zwarte aanval tot staan gebracht.

    27. . … Dg5 28. Ld7 h3 29. Lxh3 Tg7 30. Kxh2 Kh7 31. b5

    Hier blijkt zwarts lot in sommige partijen. Als de aanval niet doorslaat, brengt wit soms een pion aan de overkant, zonder dat daar ook maar iets tegen gedaan kan worden.

    31. . … Le7 32. a6 bxa6 33. bxa6 Dg3+ 34. Kg1

    En de zwartspeler zag het hopeloze van verdere tegenstand in. 1-0

    De “stelregel van Korchnoi” (dat zwart niet kan aanvallen zonder zijn witveldige loper) is geen wet van meden en perzen. In de partij volgende laat de Chinese Xie Jun zien dat zwarts aanval ook zonder witveldige loper gevaarlijk kan zijn.

    Ex-wereldkampioene Xie Jun (Foto Josmuller)
    Ioseliani – Xie Jun, Monte Carlo 1993

    26. Pxc8

    Wit lijkt mooi op tijd want na 26. h3 was direct 26. … Lxh3! gevolgd met als mogelijk vervolg: 27. gxh3 Ph4 28. Tg1 Pd7 29. Pxd7? Dxd7 30. Lf1 g2+ 31. Lxg2 Txg2 en zwart wint.

    26. … Txc8 27. La5 De7 28. h3 Ph7 29. Dd3 Pg5 30. Tg1 Ph4

    31. Pb6?

    Hier was 31. Lf1! absoluut de enige zet. Na de foutieve tekstzet toont Xie Jun aan dat de zwarte aanval ook bijzonder gevaarlijk is zonder aanvalsloper.

    31… Pxh3! 32. gxh3

    Vooral niet 32. Pxc8? wegens 32. … Pf2 mat!

    32… g2+ 33. Txg2

    Of 33. Kh2 Dg5 34. Le1 Dg3+! 35. Lxg3 fxg3 mat.

    33… Pxg2 34. Tg1

    Op 34. Pxc8 heeft de Chinese het vernietigende 34. … Dh4 klaarliggen. Na de tekstzet kan Xie Jun het niet laten met een nieuwe spectaculaire combinatie.

    34… Tc1!

    Met dit torenoffer, lokt zwart de belangrijkste verdediger weg. Overigens was ook 34. … Dh4 niet misselijk. De rest verloopt van een leien dakje.

    35. Txc1 Dh4 36. Lf1 Dxh3+ 37. Kg1 Pe1+ 38. Kf2 Dg3+ 39. Ke2 Pxd3 40. Kxd3 Dxf3+ 0-1

      Modelpartijen:

    • Kortschnoj – Stanec, Ptuj 1995.
    • Ioseliani – Xie Jun, Monte Carlo (7) 1993.

    Alle partijen en fragmenten via de viewer:

    (wordt vervolgd)

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.