Begrijp wat u doet: Franse structuren 1

In de vorige drie afleveringen keken we naar de ketenstrijd en veel van wat daarmee samenhangt in het Konings-Indisch. Het ligt voor de hand om deze lijn door te trekken in een geheel andere opening namelijk in het Frans.

Daar ontstaan in diverse varianten ook pionnenketens, zodat we kunnen bekijken of we de opgedane ervaringen in het Konings-Indisch ook kunnen gebruiken bij de Franse structuren.

1. e4 e6 2. d4 d5

Dit is de uitgangsstelling van het Frans en ook meteen een knooppunt van diverse varianten. Die zullen we niet allemaal de revue kunnen laten passeren, we beperken ons zoveel mogelijk tot stellingen waarin de ketenstrijd een rol speelt.

A) De doorschuifvariant

3. e5

De meest ‘gemakzuchtige’ voortzetting. Wit legt direct zijn kaarten op tafel door de stelling dicht te schuiven. Met de tekstzet verschaft hij zich een aanzienlijk ruimteoverwicht maar het grote nadeel is dat hij het initiatief overlaat aan de tegenstander.

3. … c5

Hiermee begint de zwartspeler de eerste ‘vijandelijkheden’. Voordat we naar concrete varianten kijken, dienen we eerst een paar algemene kenmerken voor beide spelers op te sommen:

Voor wit:

  • Wit heeft meer ruimte in het centrum en vooral op de koningsvleugel waar in de toekomst zijn werkterrein zal liggen.
  • Wit heeft door de drie pionzetten een lichte achterstand in ontwikkeling opgelopen.
  • De witveldige loper (f1) is zijn goede loper, de zwartveldige (c1) is zijn slechte loper.

Voor zwart:

  • Zwart heeft wat gebrek aan ruimte in het centrum en op de koningsvleugel, maar zal door de standaardactie met … c7-c5 spel genereren op de damevleugel.
  • Zwart zal als eerste zijn stukken in het spel gaan brengen waarbij hij zich vooral richt op het bestoken van pion d4.
  • De zwartveldige loper (f8) is zijn goede loper, hoewel die niet zoveel ruimte heeft in de praktijk, de loper op c8 is zijn slechte loper.

4. c3

Wit voelt zich genoodzaakt een nieuwe pionzet te doen om zijn centrum in tact te laten.

4. … Pc6

De eerste ontwikkelingszet, waar zwart de aanval opent op het kwetsbare punt d4.

5. Pf3

Wit is min of meer verplicht tot deze natuurlijke ontwikkelingszet, gezien het feit dat zwart met … Dd8-b6, Pg8-h6(e7)-f5 pion d4 met alle macht onder schot gaat nemen. Daarmee doet wit voor lange tijd afstand van de mogelijkheid om met f2-f4-f5 de basis van de zwarte pion¬nen¬keten aan te vallen. Niettemin is het van belang om te onderkennen dat dit plan een van de belangrijkste basisplannen in dit type stelling blijft. We zullen hier weldra een voorbeeld mee bekijken.

5. … Db6

Een lastige zet voor wit. Niet alleen voert zwart de druk tegen pion d4 op, ook neemt hij hiermee pion b2 onder vuur zodat wit problemen ondervindt met de ontwikkeling van de loper op c1.

6. a3

De meest moderne en ook meest principiële methode om het zwarte spel te bestrijden. Wit beoogt om met b2-b4 de druk tegen b2 op te lossen en tevens gaat hij de strijd aan tegen de vleugel waar zwart de heerschappij lijkt te hebben. Daarnaast verschaft hij zich de mogelijkheid om met Lc1-b2 pion d4 een extra steuntje in de rug te geven.

Naast dit ‘onooglijke’ pionzetje zijn er twee natuurlijke loperzetten geprobeerd in de praktijk.

A) 6. Ld3

De meest logische ontwikkelingszet, maar hij heeft een groot nadeel.

6. … cxd4 7. cxd4

Zwart moet zich nu uiteraard niet vergrijpen aan de pion op d4 (6. … cxd4 7. cxd4 Pxd4 8. Pxd4 Dxd4?? 9. Lb5+ met damewinst) maar na

7. … Ld7

staat de pion op d4 wél in. Wit kan nu kiezen tussen het tijdverlies na 7. Lc2 of

7. 0-0

hetgeen een gambiet is dat in de praktijk wel gespeeld wordt maar waarvan de correctheid bepaald niet bewezen is.

B) 6. Le2

Dit is een vaak gespeelde ontwikkelingszet, maar helaas staat de loper hier minder actief dan op d3. Zwart kan proberen daarvan te profiteren door snel de druk op pion d4 op te voeren met … cxd4 7. cxd4 Ph6 (of Pe7) waarmee het paard naar veld f5 streeft omdat er nu geen loper op d3 staat die het daar kan afruilen. Het spel verloopt doorgaans als volgt:

8. Pc3 Pf5 9. Pa4

Wit heeft geen normale manier om pion d4 verder te dekken zodat hij zich nu in allerlei bochten moet wringen om pionverlies te voorkomen.

9. … Da5+ 10. Ld2 Lb4 11. Lc3

Deze stelling wordt in de theorie behandeld en geeft interessant spel te zien. Zie hiervoor de partij Shirov – Ivanchuk, Monaco 2005 waarin het spel verder ging met:

11. … b5 12. a3 Lxc3+ 13. Pxc3 b4 14. axb4 Dxb4 15. Lb5 Ld7 16. Lxc6 Lxc6 17. Dd2 0-0 18. 0-0 Tfb8 19. Tab1 Tb6 20. Tfc1 Tab8 21. Tc2 h6 22. g3 a5 23. Kg2 a4 24. Ta1 Le8 25. h3 Ld7 26. Tac1 Tc6 27. g4 Pe7 28. Ta1 Tc4 29. Ta2 Db6 30. Tc1 Tb4 31. Tca1 Pg6 32. Pd1 Lb5 33. Pc3 Dd8 34. Kg3 Lc4 35. Txa4 Txb2 36. De3 T2b3 37. T1a3 De7 38. Txb3 Txb3 39. Ta1 Db4 40. Tc1 Pe7 41. Pd2 Ta3 42. f3 Pc6 43. Pxc4 dxc4 44. Dd2 Da5 45. h4 Tb3 46. h5 Dd8 47. Td1 Pb4 48. Ta1 Pd3 49. Pe2 Pxe5 50. Da5 Dxa5 51. Txa5 Pxf3 52. Pc1 Tb1 0-1

Alexei Shirov: ten onder in een Franse stelling (Foto Jos Sutmuller)

6. … c4

Zwart besluit om de druk op d4 op te geven. Je kunt je afvragen of het verstandig is om de spanning in zo’n vroeg stadium op te heffen. De belangrijkste reden is echter dat zwart onder geen beding zijn werkterrein op de damevleugel uit handen wil geven. Tegelijkertijd probeert hij wit erop attent te maken dat veld b3 een lelijke zwakte is geworden.

Mede hierdoor zal wit strategisch gezien moeite ondervinden om lijnen op de damevleugel te openen. Mogelijke acties met b2-b3 kunnen door zwart niet alleen grondig verhinderd worden, maar zelfs als wit deze opmars voor elkaar weet te krijgen zal hij zich na … c4xb3 geconfronteerd zien met positionele zwaktes (veld c4, zwakke pion op c3). Veel hangt af van mogelijke tactische motieven die zouden kunnen ontstaan, als wit zich inlaat op het b2-b3-plan.

Een belangrijk alternatief voor zwart bestaat trouwens in de zet 6. … a5. Daarmee legt zwart nog niet direct zijn kaarten op tafel. Het nadeel is echter dat wit nu met 7. a4!? kan proberen te profiteren van het vrijgekomen veld b5. Daarmee creëert hij een veld voor zijn loper op f1 waardoor hij dat probleem ook naar tevredenheid kan oplossen.

7. Pbd2 Pa5

Zo verhindert zwart voorlopig dat wit tot b2-b3 komt. Dit is een belangrijke uitgangsstelling van de door beide spelers principieel aangegane strijd in de doorschuifvariant. Een voorbeeld van het laveren in deze stelling zien we in de partij Anand – Moreno Carnero, Villarrobledo 2006.

8. h4

Op het eerste gezicht oogt deze zet wat vreemd, maar wit laat hiermee zien dat hij zijn heil zoekt op de koningsvleugel.

8. … Ld7 9. g3 Pe7 10. Lg2 Dc7 11. h5 h6 12. Ph2 Pc8 13. Pg4 Pb6

Hier is 13. … b5 een alternatief. Zwart bereidt daarmee een mogelijk b5-b4 voor. In de partij verschaft zwart zichzelf geen tegenspel.

14. Pe3 0-0-0 15. Df3 La4 16. 0-0 Kb8 17. Te1 Ka8 18. Dg4 Tg8

19. f4

Wit heeft eindelijk f2-f4 voor elkaar gebokst en daarmee treft hij voorbereidingen om met f4-f5 de zwarte basis in de pionnenketen aan te vallen.

19. … Le7 20. Dh3

Hier is 20. f5 al mogelijk maar na 20. … Ld7 gaat wit daar nog niet echt op vooruit.

20. … Ld7 21. g4 f6

Voordat wit de kans krijgt voor zijn belangrijkste plan met f4-f5 opent zwart de stelling. Het is echter de vraag of hij daarmee gebaat is.

22. Pf3 Pb3 23. Tb1 Tgf8 24. Dg3 fxe5

Een concessie: de zwartspeler geeft veld e5 vrijwillig uit handen.

25. Pxe5 Ld6 26. Pf1 Pxc1 27. Tbxc1 Le8 28. Ph2 De7 29. Tc2 Pd7 30. Tf2 Pxe5 31. fxe5

De oplettende lezer kan nu constateren dat zwart in feite het witte basisplan heeft doorgezet!

31. … Lc7 32. Tef1 Ld7 33. Pf3

Langzaam maar zeker maakt wit vorderingen. Het paard streeft naar veld g6.

33. … Tg8 34. Ph4 Le8 35. Kh2 Kb8 36. Lh3 a6

37. g5!

Een tijdelijk pionoffer.

37. … hxg5

Nu is 37. … Lxh5 38. g6 De8 39. Tf7 gevolgd door Ph4-g2-f4 is erg goed voor wit.

38. Pg6 Lxg6 39. hxg6 Dd7 40. Tf7 Db5 41. T1f2 Tde8 42. Dxg5

Zwart staat machteloos tegen de effec¬tieve hergroepering die Anand in deze partij doorvoert.

42. … Ld8 43. Dd2 Lh4 44. T2f3 a5 45. Kg2 a4 46. Lg4 Dc6 47. Th3 Ld8 48. Th7

De eerste resultaten van wits strategie worden zichtbaar: pion g7 valt niet meer te verdedigen.

48. … Te7 49. Df2 De8 50. Kg3 Ka7 51. Th2

Een kleine aarzeling.

51. … Dd7 52.Th7 De8 53. Th5

Anand trapt niet in de val die zijn tegen¬stander gespannen had. Als wit toehapt met 53. Txe7 Dxe7 54. Df7 Dg5 55. Dxg8 De3+ 56. Lf3 Dg1+ zou zwart wegkomen met een remise door eeuwig schaak.

53. … Db5 54. Txe7 Lxe7 55. Lxe6

Eindelijk haalt wit de eerste oogst binnen.

55. … Tf8 56. Lf7 Db3 57. Th1 Td8 58. Kg4 Db5 59. Th7 Lf8 60. e6 Dc6 61. De3 Dc7 62. Th5 Td6 63. De5 Db6 64. e7

Verder materiaalverlies is voor zwart onvermijdelijk.

64. … Lxe7 65. Dxe7 1-0

Viswanathan Anand (Foto Jos Sutmuller)

    Modelpartijen:

  • Shirov – Ivanchuk, Monaco 2005.
  • Anand – Moreno Carnero, Villarrobledo 2006.

Alle partijen en fragmenten via de viewer:

Geraadpleegde bron: De wereld van de schaakopening, deel 3 van Paul van der Sterren.

Reageren? Stuur een e-mail naar .

(wordt vervolgd)

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.