Begrijp wat u doet: Franse structuren 3

We zijn al twee afleveringen bezig met de problematiek van gesloten stellingen in het Frans. In het eerste deel (onder A) werd de ketenstrijd belicht die ontstaat in de doorschuifvariant (1. e4 e6 2. d4 d5 3. e5). In het tweede deel (onder B) hebben we onze aandacht gericht op de varianten na 3. Pc3.

We nemen nu de draad op met één van de hoofdlijnen namelijk de zogenaamde Winawervariant die ontstaat na 3. … Lb4.

De uitvinder, Simon Winawer, speelde de zet in 1867 tegen Steinitz. Later was het vooral Aaron Nimzowitsch die begin van de vorige eeuw veel ideeën wist toe te voegen aan het systeem.

4. e5

Door het centrum te sluiten ontstaat opnieuw het vertrouwde stellingsbeeld dat we inmiddels al kennen. Er is echter een groot verschil met varianten die eerder behandeld zijn.

4. … c5

Deze opmars stelt wit het meest op de proef. In de vorige aflevering keken we naar de alternatieven 4. … b6 of 4. … Dd7.

5. a3

Het is goed grootmeester Van der Sterren in het boek De wereld van de schaakopening, deel 3 aan het woord te laten: ‘Wit investeert een tempo om zwart tot een ruil te bewegen waarvan nog maar de vraag is wie daar het meeste van profiteert’.

5. … Lxc3+

Vanaf nu is duidelijk dat zwart door de opgave van zijn zwartveldige loper kwetsbaar zal worden op de zwarte velden. Daar staat tegenover dat wit door zijn verminkte pionnenstructuur op de damevleugel problemen gaat ondervinden.

6. bxc3 Pe7

7. Dg4

Voor minder avontuurlijke spelers zijn 7. Pf3 en 7. a4 (om de loper van c1 via a3 te kunnen activeren) meer geschikt. Verder stond ook 7. h4 een tijdlang in de belangstelling van topspelers.

Met de tekstzet is wit verwikkelingen aangegaan die hem in vele partijen boven het hoofd zijn gegroeid. Maar niettemin lijkt het er tegenwoordig op dat het wits beste kans is om de zwarte opzet te kraken.

Er is nu een belangrijke tweedeling:

1) 7. … Dc7 en 2) 7. … 0-0.

We behandelen beide zetten als een apart complex.

1) 7. … Dc7.

Lange tijd gold deze zet als een van de belangrijkste methoden. Zwart verbrandt alle schepen achter zich op de koningsvleugel en slaat terug in het centrum.

8. Dxg7 Tg8 9. Dxh7 cxd4 10. Pe2

Gedwongen. Na het min of meer geforceerde zetverloop 10. … Pbc6 11. f4 Ld7 12. Dd3 dxc3 ontstaat een razend scherpe en spannende stelling waar het laatste woord nog niet over gezegd is.

Hier begint de tegenwoordige theorie pas. Wit komt na het slaan van pion c3 materiaal voor terwijl hij ook nog beschikt over een levensgevaarlijke vrije h-pion. Zwarts compensatie bestaat uit actief stukkenspel gecombineerd met het feit dat de witte koning onveilig staat. Daarbij komt dat de witte stukken niet geweldig samenwerken. Dit zijn de ingrediënten die een spannende en tweesnijdende strijd verzekert. Twee voorbeelden, één waarin wit zijn plan verwezenlijkt (Svidler – Berg, Kreta 2007), het tweede waarin zwart erin slaagt om zijn voordelen te manifesteren (Svidler – Ivanchuk, Linares 1999).

Peter Svidler, Russisch topspeler (Foto Jos Sutmuller)

Svidler – Berg, Kreta 2007.

13. Tg1!? 0-0-0 14. g4 d4 15. Tb1!

Het is interessant om te zien dat wit eigenlijk eerst zijn torens in het spel brengt, terwijl hij de overige stukken laat staan.

15… Le8

Een standaardmanoeuvre in dit type stelling. Zwart verdedigt pion d4 en bereidt … f7-f6 voor gevolgd door … Lg6. Het is voor zwart essentieel om actief te worden voordat wit zijn stelling heeft versterkt en zijn stukken kan ontwikkelen.

16. Tg3 f6 17. exf6 Pd5 18. Dc4?!

Wellicht was 18. Pxd4! de beste zet.

18. … e5 19. g5 Lf7?

Zwart had zich moeten inlaten op 19. … exf4! Ik geef de rest van de partij zonder commentaar.

20. Dd3! Lg6 21. f5 Lh5 22. De4! Tge8 23. Kf2 Lf7 24. Lg2 Pb6 25. g6 Ld5 26. Dg4 e4 27. f7 Pe5 28. Df4 e3+ 29. Kg1 Te7 30. Lxd5 Pxd5 31. Dxd4 Pxf7 32. gxf7 Txf7 33. Lxe3 Txf5 34. Dxa7 Te8 35. Da8+ Db8 36. Dxb8+ Kxb8 37. Pd4 Pxe3 38. Txe3 Txe3 39. Pxf5 Te2 40. Pd4 Td2 41. Tb4 1-0

Dan nu een stelling waarin het mis loopt bij de witten.

Svidler – Ivanchuk, Linares 1999.

13. Tb1 0-0-0 14. Pxc3 Pa5 15. g3 (Beter lijkt 15. Pb5!?)

15. … Kb8! 16. Pe2 La4 17. c3?! (Beter is 17. Pd4.) 17. … Pf5 18. Lh3?! d4! 19. Ld2 Pb3 20. Lxf5 dxc3 21. Dxc3 Pxd2 22. Dxc7+ Kxc7 23. Tc1+

23… Lc6! 24. Lh3 Kb6 25. Txc6+ bxc6 26. Kf2 c5 27. Lg2 c4 28. h4 Pb3 29. h5 Td2 30. Ke3 Ta2 31. h6 Txa3 32. h7 Th8 33. Pc3 Ka5 34. Pe4 Pc5+ 35. Ke2 Pxe4 36. Lxe4 Txg3 37. Tb1 Th3 38. Kd2? Td8+ 39. Kc2 Td4 0-1

En hieronder het andere variantencomplex.

2) 7. … 0-0

De rokade wordt in onze moderne tijd gespeeld. Het lijkt vreemd om “in de witte storm” te rokeren, maar in de praktijk blijkt dat de zwarte koningsstelling lastig te kraken is, omdat hij toch heel stevig is.

8. Ld3 Pbc6 9. Dh5 Pg6 10. Pf3 Dc7 11. Le3 c4 12. Lxg6 fxg6 13. Dg4

Een heel lastig te behandelen stelling waarbij de plannen voor zowel wit als zwart niet zomaar te verzinnen zijn.

In het algemeen kunnen we stellen dat wit vuist moet zien te maken op de koningsvleugel, waarbij hij zijn h-pion als stormram zal gaan gebruiken. Het jachtterrein van de zwartspeler ligt op de damevleugel waarbij hij zijn b-pion het vuile werk zal moeten laten opknappen. Om een indicatie te krijgen waar zowel wit als zwart op kunnen spelen, zullen we twee karakteristieke partijen bespreken.

Anand – Ramirez Alvarez, Mallorca 2004.

13. … Ld7 Hier is 13. … Df7 een alternatief. 14. h4 Tf5 15. Dh3!? Taf8 Een nieuwtje ten opzichte van de partij Agopov -O’ Connor, Izmir 2004. Daar volgde 15. … Da5.

16. Pg1!?

Deze paardmanoeuvre is stereotiep voor deze stelling. Om de zwarte koningsstelling open te breken dient het paard omgespeeld te worden. Niet alleen wordt zo de opmars g2-g4 mogelijk gemaakt, ook kan wit na een mogelijk h4-h5, … g6-g5 de vijandelijke pionnenstructuur gaan aantasten met f2-f4.

16. … Da5 17. Pe2 Da4 18. Kd2 Txf2!? 19. Lxf2 Txf2

20. h5! Hiermee weerlegt wit zwarts opzet op de meest energieke manier. 20… Txe2+ 21. Kxe2 Dxc2+ 22. Kf1 gxh5 23. Kg1! Dg6 24. Dxh5 Dxh5 25. Txh5 Pe7 26. Th3 Le8 27. Tf3 Pg6 28. a4! b6 29. Tf2 a6 30. g3 h5?! 31. Tb2 b5 32. axb5 Lxb5 33. Th2! h4 34. gxh4 Pe7 35. Kf2 Pf5 36. Kf3 Kh7 37. h5 Kh6 38. Kf4 1-0

Smirin – Vaisser, Istanbul 2003.

13. … Df7 14. Kd2 Beter is 14. Pg5. 14. … h6 15. h4 Ld7 16. Pg1 b5 N 17. Ph3 a5 18. Pf4 Pe7 19. De2 Tfb8 20. g4 Kh7 21. h5 g5 22. Ph3 Df8 23. f4 gxf4 24. Pxf4

24… b4 Van deze opmars moet zwart het hebben. Niet alleen wordt de witte koning bedreigd, ook de centrumpion op d4 wordt verzwakt. 25. Thf1 bxc3+ 26. Kxc3

26. … Dd8! De inleiding tot een aanval op de witte koning. 27. Tfb1?! Tb6 28. Kd2 Tab8 29. Kc1 La4 30. Dd2 Kg8 31. Dc3 Pc8 32. Txb6 Dxb6 33. g5 hxg5 34. Pg6? Pa7 35. Lf2 Pb5 36. Dh3 Pxd4! 37. Kd1 Db2 38. Lxd4 Dxd4+ 39. Ke2 Dxa1 40. Dxe6+ Kh7 41. Df5 Lxc2! 0-1

Modelpartijen:

  • Svidler – Berg, Kreta 2007.
  • Svidler – Ivanchuk, Linares 1999.
  • Anand – Ramirez, Mallorca 2004.
  • Smirin – Vaisser, Istanbul 2003.

Alle partijen en fragmenten via de viewer:

Belangrijkste geraadpleegde bronnen: De wereld van de schaakopening, deel 3 van Paul van der Sterren en de Megadatabase van Chessbase.

Reageren? Stuur een e-mail naar .

(wordt vervolgd)

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.