Gespot 11: Kleptomaan?

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders.

In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.

Een spraakmakend figuur in de schaakwereld was Emil Joseph Diemer (1908 – 1990), ofwel Josef Diemer, zoals hij zijn eigen naam spelde. De Duitser is bekend geworden vanwege het Blackmar Diemergambiet. Deze speelwijze is bedacht door de Amerikaan Blackmar, maar vooral gepopulariseerd door Diemer.

De opening komt op bord na de zetten 1. d4 d5 2. e4 dxe4

Hier werd door Blackmar aanvankelijk direct een pionoffer met 3. f3 gebracht maar men kwam erachter dat dit niet de meest handige volgorde is na 3… e5! Vandaar dat eerst de zetten 3. Pc3 Pf6 werden ingelast om dan te vervolgen met het pionoffer dat zo kenmerkend is voor dit systeem: 4. f3 exf3 5. Pxf3

Dit is een belangrijke basisstelling van het Blackmar Diemergambiet.

Gezegd moet worden dat Diemer hier veelal 5. Dxf3 speelde, hetgeen een tweede pionoffer inhoudt.

Emil Joseph Diemer (Foto, bron onbekend)

Er is geen weg terug meer voor wit, maar dat deerde Diemer allerminst. De man was een redelijke schaker, die echter geen opzienbarende resultaten heeft geboekt in zijn carrière. Hij werd wel bekend door zijn boek “Vom ersten Zug an auf Matt“, waarin hij propageerde om zo snel mogelijk op de vijandelijke koning af te gaan.

De bezetenheid die hij aan de dag legde om ’zijn’ gambiet aan de man te brengen, was bijna neurotisch te noemen. Van Diemer is ook bekend dat hij een tijd in een psychiatrische inrichting heeft moeten verblijven. Als ik aan Diemer denk, doet hij me ook altijd denken aan ‘Catweazle’, bekend van een oude tv-serie. Deze kluizenaar met zijn verwilderde uiterlijk kwam door een tijdmachine uit de Middeleeuwen plotseling terecht in onze moderne tijd, hetgeen hilarische taferelen te zien gaf.

Karikatuur van Emil Joseph Diemer (Afbeelding, bron onbekend)

Het verhaal luidt dat Diemer toen hij later als bejaarde in een tehuis terecht kwam en een kamer moest delen met een andere man, hij last kreeg van een andere typische schakersziekte, paranoia. Hij beweerde dat zijn kamergenoot een kleptomaan was en zijn ‘geheime’ aantekeningen stal over het Blackmar Diemer gambiet. Diemer was zo paranoïde dat hij oprecht meende dat zijn kamergenoot, die waarschijnlijk geen schaker was, belangstelling zou hebben in zijn schrijfsels!

Van Diemer heb ik twee aardige ‘Kurzpartien’ geselecteerd waarin hij als een mes door de boter gaat.

Diemer – Portz, Lindau 1948.

1. d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 Pf6 4. f3 exf3 5. Dxf3 De correctheid moet hiervan betwijfeld worden, maar het geeft veel interessante tactische mogelijkheden. 5… Dxd4 6. Le3 De5 Daar staat de dame niet optimaal. [De kritieke variant is 6… Dg4 waarna wit dameruil moet vermijden met 7. Df2] 7. O-O-O c6 8. h3 Wit moet nu … Lg4 uit de stelling halen. 8… Le6 9. Ld3 Pbd7 Het is opvallend om te zien dat Diemer zich rustig de tijd geeft om zijn ontwikkeling te voltooien, ondanks de twee pionnen achterstand. 10. Pge2 O-O-O Dat is vragen om moeilijkheden. [Misschien had zwart beter voor de korte rokade kunnen gaan, te beginnen met 10… g6] 11. Lf4 Dh5?? De enige zet was 11… Da5! waarna wit maar moet zien hoe hij compensatie gaat zoeken. Dat zie je veel van de partijen van Diemer inderdaad gebeuren: de tegenstander overziet een tactische grap, waardoor hij snel wint.

OPGAVE 1: Hoe maakt wit het nu af?

Diemer – Portz, Lindau 1948.

1. d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 Pf6 4. f3 Lf5 5. fxe4 Pxe4 6. Df3 Opnieuw de voorkeur voor deze agressieve damezet. 6… Pxc3 7. bxc3 Lc8 De loper keert terug naar zijn uitgangsveld; het is duidelijk dat wit genoeg compensatie heeft voor de pion die hij geofferd heeft. [Een alternatief is 7… Dc8] 8. Lc4 e6 9. Ph3 Le7 10. O-O O-O 11. Pf4 c6 Erg passief, maar zwart kan niet goed ontwikkelen en ondertussen komen de stukken van Diemer snel in de aanval. [De voorkeur gaat uit naar 11… Pd7] 12. Ph5 Pd7 13. Dg4 g6 14. Lh6 Te8?? De enige verdediging was 14… Pb6 hoewel wit na 15. Lxf8 Dxf8 16. Lb3 de betere kansen krijgt. De tekstzet is net als in de eerste partij een afschuwelijke blunder, waarna wit een geweldige surprise in petto heeft.

OPGAVE 2: Hoe zet wit door?

Deze fragmenten via de viewer:

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.