Gespot 38: Hoe leid ik mijn tegenstander af van het mat?

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.


In de rubriek Een dure hangpartij kwam de naam van de Poolse grootmeester Adam Kuligowski naar voren. Over hem bestaat nog een aardige anekdote. Die had te maken met het Nederlands kampioenschap snelschaken, vermoedelijk in 1984, dat destijds in Beverwijk werd gehouden. Het systeem was dat er in twee poules voorronden werden afgewerkt. De nummers een en twee van elke poule zouden daarna in kruisfinales uitmaken wie zich tot kampioen mocht kronen. Na een uitputtende dag met voorronden wist grootmacht Volmac/Rotterdam zich te plaatsen en de vereniging kwam daarin te spelen tegen de Koningsclub van Pagel. De andere twee geplaatsten waren Desisco/Watergraafsmeer uit Amsterdam en de Eindhovense schaakvereniging.

De Koningsclub versloeg tot groot genoegen van de omstreden Pagel aartsrivaal Volmac/Rotterdam, terwijl de Eindhovenaren ten koste van Desisco/Watergraafsmeer ook in de finale terechtkwamen. Van te voren was wel duidelijk dat bij een 2-2-gelijkspel de titel naar de zuiderlingen zou gaan vanwege de uitstekende resultaten in de voorronden.

Er werd gespeeld in een sporthal en de nodige mensen namen plaats op de tribune, vlakbij de tafels waar de finale gespeeld werd. De Eindhovense spelers hadden de hele dag een slimme strategie gehanteerd. Omdat de bordvolgorde in die tijd niet vastlag, draaiden de spelers een beetje om de borden heen, totdat de tegenstanders waren gaan zitten. Daarna nam iedereen plaats en zodoende kregen de spelers die daar prijs op stelden de gewenste tegenstanders. Maar in de finale ging er wat mis, want Rob Hartoch had dit plan in de gaten en hij maande zijn teamgenoten niet te gaan zitten. Het werd dus een hele vreemde situatie met twee viertallen die maar niet wilden gaan zitten. Op een gegeven moment greep de wedstrijdleiding in en toen moest er plaatsgenomen worden. De sfeer was hierdoor meteen flink opgefokt. Ondergetekende speelde op bord 1 tegen de Amerikaanse GM Lev Alburt, omdat hij die het jaar tevoren ook al had verslagen. Helaas, het is niet altijd feest en nu ging de partij verloren. Ook Frans Cuijpers kon het niet bolwerken, na een hele goede dag ging hij in de finale partij kansloos ten onder tegen de beer zelf, Rob Hartoch!

Op dat moment stond De Koningsclub met 2-0 voor, waarbij Eindhoven tegen ook nog twee bedenkelijke stellingen aankeek. Arnfried Pagel draaide op storend pralende wijze rondom de borden want zijn team ging het Nederlands kampioenschap behalen, dat kon niet meer missen. Eindhoven had enkel nog een theoretische kans, maar dan moesten beide overgebleven spelers winnen, want zoals gezegd telde bij 2-2 de klassering in de voorronde.

Rudy Douven was tegen Yacob Murey in de opening al onaangenaam verrast door 1. c4 Pf6 2. Pc3 e6 3. e4 ("ik wist niet dat dat ook kon") en hij speelde toen maar 3… d6?!. Met als gevolg dat hij in een soort Oudindisch terechtkwam met een tempo minder. Logischerwijs kwam hij onder druk te staan, zowel op het bord en nog meer op de klok. Het lukte Murey echter niet om door te drukken, hij maakte een lelijke fout en Douven won ineens : 1-2.

Alles hing af van Gerard Welling tegen Adam Kuligowski. Maar Welling was in een hopeloze stelling terecht gekomen, en hij had bovendien ook een catastrofale tijdsachterstand toen hij zijn laatste minuut inging. De stelling was volstrekt onhoudbaar wat helemaal duidelijk werd toen Kuligowski een niet te pareren dreiging had gecreëerd waarbij hij mat in twee kon geven. Uiteraard valt de stelling niet meer te achterhalen, maar de strekking van wat er gaande was, blijkt ongeveer uit het volgende plaatje:

Zwart kon, als hij aan zet was, een dame offeren en geforceerd mat geven met de wending … Dxg1+! en … Tf1#! En Welling kon daar niets meer aan doen…

Toen gebeurde het ongelooflijke. Welling besloot in zijn nood om op de damevleugel pionnen te gaan offeren om de tegenstander af te leiden van de dreiging aan de andere kant van het bord. Kuligowski, die duidelijk niet in de gaten had dat hij mat in twee kon afdwingen, nam al het materiaal van het bord. Toen de pionnen ‘op’ waren, voerde Welling met een elegante zwaai wederom een spectaculair offer uit. Kuligowski’s hoofd draaide meteen weg van de koningsvleugel en tegelijkertijd tikten ook zijn seconden tikten weg. Hij nam het stuk met als gevolg dat wit erin slaagde om nog meer onrust te stoken door zelf ogenblikkelijk schaak te geven. Een koningszet werd direct beantwoord met een matdreiging.

Omdat het hoofd van Kuligowski nog steeds op zijn eigen bordhelft was gefocust, zag hij nog steeds niet dat hij onmiddellijk kon winnen met het dameoffer. Vrijwel iedereen aan de kant keek vol verbazing toe wat voor tafereel zich hier afspeelde. Veel spelers zagen met groot ongeloof hoe de Poolse grootmeester keer op keer verzuimde de partij af te maken. Kuligowski bevroor met zijn hoofd wanhopig tussen zijn handen en hij keek niet eens meer naar de witte koning. Enige zetten later was de stelling dusdanig veranderd dat Welling ineens wel het mat kon dekken. Achteraf bleek dat de stelling op wonderlijke wijze was getransformeerd in een winststelling voor wit! Of de zwartspeler het zich nog realiseerde is niet na te gaan, maar plotseling was het Kuligowski die door zijn vlag ging. Welling (Gerard Welling (zie foto Wikipedia)) laat desgevraagd weten dat “de decibellen die de Eindhovense teamgenoten op dat moment produceerden 28 jaar later nog altijd zeer aan zijn trommelvliezen deden”. Maar het was 2-2 geworden en niet De Koningsclub maar de Eindhovense schaakvereniging was snelschaakkampioen van Nederland geworden. Een daverend applaus klaterde van de tribune, want de mensen die erbij stonden hadden zelden zo’n ongelooflijke ontknoping meegemaakt.

Bij de prijsuitreiking werd het verschil tussen de twee finale teams pijnlijk duidelijk. Terwijl de Eindhovenaren als team de prijs ophaalden, begeleid door het nodige lawaai, was het Arnfried Pagel zelf die zich de tweede plaats liet uitreiken. Alsof er helemaal geen spelers waren geweest en hij in zijn eentje deze score had gerealiseerd. Hoewel het bij hem usance was om spelers na afloop van een wedstrijd met veel vertoon de flappen te overhandigen, liet hij dat nu na bij Adam Kuligowski. Deze zat diepbedroefd met het hoofd tussen de handen, waarschijnlijk na te denken hoe hij aan zijn honorarium moest zien te komen.

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die ik op Schaaksite heb gezet.

2 Comments

  1. Avatar
    -de Zetter- april 20, 2012

    Direct nadat zijn vlag viel,

    realiseerde Kuligowski zich wat hij overzien had.

    Hij richtte zich op vanuit zijn stoel en "bijna letterlijk" met het schuim op zijn mond schreeuwde hij ontzet "Ich hatte ihm Matt setzen können" !!!

    Een accute aanval van epilepsie, dacht ik toen, en nu nog steeds eigenlijk.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.