Begrijp wat u doet: Catalaanse structuren 3

Damegambietstructuren 1

We zijn toe aan de laatste aflevering over het Catalaans. Na de zetten 1. d4 d5 2. c4 e6 3. Pf3 Pf6 4. g3

hadden we gezien dat zwart drie methodes heeft om te antwoorden op wits opzet:

A. 4… c7-c5

B. 4… d5xc4

C. 4. .. Lf8-e7

De eerste twee mogelijkheden zijn eerder aan bod geweest. Het is nu tijd voor misschien wel de meest belangrijke en principiële aanpak tegen de Catalaan:

C) 4… Le7 5. Lg2 0-0 6. 0-0 en nu pas 6… dxc4

Deze variant is tegenwoordig onderwerp van discussie onder de topspelers. Wit zal de pion op c4 met de dame gaan ophalen. Zwart antwoordt met … a6, zodat hij Dxc4 kan beantwoorden met … b5, gevolgd door … Lb7.

Hij heeft dan een belangrijk succesje geboekt: de loper op c8 is met tempo op b7 terecht gekomen en daarmee is de kracht van de loper op g2 geneutraliseerd. Zwart heeft daartoe wel een belangrijke concessie moeten doen: hij heeft namelijk velden op de c-lijn verzwakt (veld c5!) waardoor zijn pion op c7 een achtergebleven pion op een half open lijn is geworden. Komt zwart tot de bevrijdende actie … c7-c5, dan heeft hij alle problemen opgelost, lukt dat niet, dan heeft wit een klein, doch tastbaar strategisch voordeel in handen gekregen. In veel partijen ontwikkelt het spel zich als volgt:

7. Dc2

Heel logisch lijkt ook 7. Pe5 maar de praktijk heeft uitgewezen dat zwart met het verrassende 7… Pc6! zijn spel kan bevrijden. Dit is typisch zo’n zet, die je – als je hem nooit eerder gezien hebt – moeilijk zelf zult ontdekken. Na 8. Pxc6 bxc6 9. Lxc6 Tb8 heeft zwart voldoende activi-teit (in de vorm van open lijnen en diagonalen) op de stelling in evenwicht te houden. In de voorbeeldpartij Smejkal-Byrne, Amsterdam 1979 werd de muziek snel uit de stelling gehaald.

7… a6 8. Dxc4 b5 9. Dc2 Lb7

10. Ld2!?

Het gaat om deze loperzet, waarmee wit gaat proberen om … c7-c5 te ontkrachten. Een ander idee is dat veld c1 vrijmaakt zodat Tc1 in de stelling komt. We zullen weldra zien wat voor diepere bedoelingen er nog meer zijn.

10… Le4

Met deze ‘stoorzet’ probeert zwart zijn tegenstander uit zijn evenwicht te brengen. De dame moet naar een ongunstig veld, waardoor wit niet tot een snel Tfc1 kan komen.

11. Dc1

In deze stelling heeft zwart veel verschillende zetten geprobeerd. Ik laat de twee belangrijkste de revue passeren.

11… Lb7

De loper keert terug naar zijn vorige veld om even af te wachten hoe wit zich gaat ontwikkelen. Zwart geeft hiermee te kennen dat hij geen zin heeft om Pb1-c3 (met tempowinst) af te wachten. Het is in feite ook een uitnodiging tot een zetherhaling waar wit vanzelfsprekend niet op in zal gaan.

Een belangrijk en ook logisch alternatief is 11… Pbd7 om de actie … c7-c5 zo snel mo-gelijk voor te bereiden. Hierop volgt echter het ronduit verrassende 12. La5! Hier komt de werkelijke bedoeling aan het licht. Wit pent de zwakke pion op c7 en tegelijkertijd ruimt hij veld d2 in voor het damepaard. Daarbij maakt hij b2-b4 mogelijk zodat de pion definitief vastgelegd wordt. Dat zijn loper op a5 buitenspel staat, deert hem niet want hij gaat ervan uit dat die door c7 te winnen weer in het spel komt. De verdienste van de loper op a5 is dan ook dat zwart de pion op b4 niet kan aantasten met het gebruikelijke … a6-a5. Een mogelijk vervolg is 12… Tc8 13. Pbd2 La8 14. Dc2 De8 15. b4 en er is een bijzonder interessante stelling ontstaan. In een partij Gelfand-Lutz, Dortmund 2002 nam wit de stelling in zijn greep.

12. Lf4

Het is duidelijk dat de loperzet 12. La5 weinig brengt vanwege het antwoord 12… Pc6 Dat is de reden dat zwart nog even wachtte met het ontwikkelen van zijn damepaard.

12… Pd5 13. Pc3

Opmerkelijk genoeg levert wit ‘gratis’ zijn loperpaar in. Een van de gedachtes hierachter is dat hij weldra de witveldige lopers kan ruilen (door bijvoorbeeld Pf3-e5) waarna er een stelling ontstaat waarin hij twee paarden tegen een loper en een paard heeft. Wit hoopt dat zijn paarden een beter emplooi kunnen vinden dan de stukkencombinatie die zwart heeft. Een andere gedachte is dat zwart op zijn beurt ook een loper zal moeten inleveren voor een paard, waardoor hij ook afstand heeft moeten doen van zijn loperpaar.

13… Pxf4 14. Dxf4 c5

Oppervlakkig gezien heeft zwart bereikt wat zijn hartje begeert. Dat het niet zo eenvoudig is, zullen we snel zien.

15. dxc5 Lxc5 16. Tfd1 De7 17. Tac1 Ta7 18. a4 b4 19. Pe4 Lxe4 20. Dxe4

En ondanks alle vereenvoudi¬gingen bleek de stelling niet gemakkelijk voor zwart. De zwakke velden en pionnen op de damevleugel speelden hem danig parten in de partij Lastin-Novikov, Tomsk 2004, waarin wit een lastig eindspel op kunstige wijze naar winst schoof. Hieronder de analyse van deze partij.

20… Tc7 21. e3

Wit heeft niet alleen een ontwikkelingsvoorsprong maar ook oefent hij positionele druk uit tegen de zwarte damevleugel.

21… Td8 22. h4 Tcd7 23. Te1!?

Wit wil graag torens op het bord houden om de strijd te kunnen compliceren.

23… h6

24. Lf1

De Catalaanse loper verlaat de diagonaal h1-a8 (waar hij weinig meer te zoeken heeft), maar hij gaat naar de diagonaal f1-a6 waar hij een oogje heeft op a6. Soms komt ook de mogelijkheid Lf1-d3 in de stelling.

24… Ld6 25. Pd4 Df6 26. Tc4 Lf8 27. Tec1

De witte toren domineren nu de open c-lijn, het paard op d4 heeft de zwarte c-lijn ver-grendeld.

27… Td5 28. Tc8 Txc8 29. Txc8 Pd7

Eindelijk wordt het zwarte paard ontwikkeld.

30. Tc6

Vooral niet 30. Lxa6? wegens 30… Pc5.

30… Pc5

31. Dxd5!

Deze zet leidt tot vereenvoudigingen die wit een gunstig eindspel opleveren.

31… exd5 32. Txf6 gxf6 33. a5!

Met deze zet legt wit de zwakke pion a6 op de goede kleur vast, terwijl aan beide kanten van het bord de zwarte pionnenstructuur ernstig verzwakt is.

33… Ld6 34. Pc6

Of 34. Lg2 Pe6 35. Pf5 met groot voordeel voor wit.

34… Le5

Na 34… b3 35. Lg2 staan zowel d5 en b3 op de kleur van de witte loper.

35. Pxb4 Lxb2 36. Lxa6 Pb3

37. Lc4!!

Een fantastische zet (er dreigt a6), waarna hij praktisch gezien zonder paard (dat gedo-mineerd gaat worden) moet verder spelen. Minder goed is 37. Pxd5 Pxa5 en de aanwezigheid van ongelijke lopers geeft zwart remisekansen.

Overigens had 37. Lb7 had tot hetzelfde doel geleid na 37… Pxa5 38. Lxd5.

37… Pxa5 38. Lxd5 f5 39. Pd3

Wit speelt nu min of meer een eindspel van paard tegen loper met pluspion en een verzwakte pionnenstructuur bij de tegenpartij.

39… Lc3 40. Kg2 Kg7 41. Kf3 Kf6 42. Kf4 La1

43. h5!

Hiermee fixeert hij de pion op h6.

43… Lc3 44. g4

Wit ontkomt er niet aan dat hij een dubbelpion oplost bij zwart, maar daar staan andere voordelen tegenover, zoals het veroveren van terrein.

44… fxg4 45. Kxg4 La1 46. f4

Wit wil met e3-e4-e5 zwart verder terugdringen.

46… Lc3 47. e4 La1 48. e5+ Kg7 49. Pc5

Het paard is op weg naar de velden d6 en/of f5.

49… Lc3

Of 49… Lb2 50. Pe4 Kf8 51. Pd6 f6 52. e6 met winst.

50. Pe4 Ld4 51. Pd6 Lc3 52. Pf5+

Er was ook niets tegen het nemen op f7, maar dit is nog nauwkeuriger.

52… Kh7

53. Lxf7

Wit neemt een tweede pion. Dat hij het paard uit zijn gevangenis laat ontsnappen is nu nog maar bijzaak.

53… Pc6 54. Lg6+

Met drie pionnen meer moet het wel lukken. (Veel aantekeningen zijn gebaseerd op die van GM Ribli in Chessbase).

1-0

Illustratieve partijen:

  • Smejkal-Byrne, Amsterdam 1979.
  • Gelfand-Lutz, Dortmund 2002.
  • Lastin-Novikov, Tomsk 2004.

Alle partijen en fragmenten via de viewer:

Bronnen:

"De wereld van de schaakopening" door Paul van der Sterren en de database van Chessbase.

Oudere afleveringen van deze rubriek, waarbij u de illustratieve partijen interactief kunt naspelen, treft u aan op www.schaaksite.nl onder het kopje “Techniek”.

Reageren? Stuur een e-mail naar .

(wordt vervolgd)

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.