Begrijp wat u doet: Benoni 2

Benoni-structuren 2

In de eerste aflevering over de Moderne Benoni hebben we een paar strategische basisideeën op een rijtje gezet. Hierbij is gekozen voor de schematische opbouw, waarbij enkele algemene plannen en specifieke kenmerken van deze opening voor het voetlicht worden gebracht.

I De zwakte van e4

 Voor zwart

Als wit te vroeg met f2-f4 komt, kan e4 een aanvalsdoel worden. In veel gevallen kan zwart met bijvoorbeeld … b7-b5 het paard op c3 aan de tand voelen. De ruil van b7 tegen e4 is in principe gunstig voor zwart (zie diagram 1).

In diagram 2 wordt een andere methode schematisch aangegeven: met de opmars … c5-c4 gevolgd door … Pd7-c5 vergroot zwart niet alleen zijn ruimtevoordeel op de damevleugel, tegelijkertijd zet hij pion e4 verder onder druk.

II Veld e5

Het veld e5 is voor zwart een belangrijk veld om zijn stukken een nieuwe toekomst te geven. Niet alleen verdedigt hij zich tegen de aanval op zwakke pion d6, ook kan hij werken aan een aanval op de witte koningsstelling. Vaak gebruikt zwart veld e5 om wits ‘expansiedrang’ (zoals Nimzowitsch dat zo mooi noemde) met f2-f4 aan banden te leggen. Daartoe zijn twee methoden voor handen:

 Voor zwart

Het paard op e5 wordt ‘gestabiliseerd’ door een pion op g5 zodat een f2-f4 voorlopig even van de baan is. Als wit toch tot f4 wil komen, zal hij g2-g3 moeten spelen, maar daarmee verzwakt hij zijn eigen koningspositie. Nadeel: het prijsgeven van veld f5. Wit kan proberen met paardmanoeuvres op dat veld te spelen.

Kindermann – Danner, Boedapest 1985.

1. d4 Pf6 2. c4 c5 3. d5 e6 4. Pc3 exd5 5. cxd5 d6 6. e4 g6 7. Pf3 Lg7 8. Le2 O-O 9. O-O Te8 10. Pd2 Pbd7 11. a4 g5 12. Dc2 Pe5 13. Ta3 De7

14. Te1

Het begin van de manoeuvres om een paard naar f5 te krijgen. Wit maakt veld f1 vrij voor het paard van d2.

14… Pg6 15. Pf1 Pf4 16. Pg3 Pg4

17. Pd1

Het tweede paard maakt zich op om richting f5 gespeeld te worden.

17… Ld4

Zo op het oog staat zwart ‘superactief’, maar hij kan daar in de partij weinig mee uitrichten. Wit elimineert een belangrijke aanvaller en vervolgt dan zijn plan.

18. Lxg4 Lxg4 19. Pe3

Twee paarden staan nu gericht op f5 en daarmee dreigt wit zijn plan helemaal ten uitvoer te brengen. De volgende concessie is daarom nodig.

19… Lxe3

Daarmee doet zwart afstand van de prachtige loper en dat betekent dat hij straks problemen gaat krijgen over de lange diagonaal.

20. Taxe3 f6 21. b3 Df7?!

Een onvoorzichtige zet die hem straks lelijk opbreekt. Na het bescheiden 21… Ld7 had zwart zich nog kunnen verdedigen.

22. h3 Lh5

Zwart moet veld f5 ‘loslaten’. De normale zet 22… Ld7 faalt min of meer op 23. Tf3! En het paard kan niet wijken vanwege Lxg5. Zwart verliest dus een kostbare pion. Nu blijkt waarom de dame zo ongelukkig staat op f7.

23. Pf5

Het paard komt binnen op het mooie veld f5 en daar zal het zich voelbaar maken.

23… Dd7

24. Dc3

24. Lb2 zou denk ik nog sterker zijn geweest. 24… Dd8 (Nu is 24… Tf8 25. Tg3 al bijna uit vanwege de dreiging Txg5+ en Ph6#, een wending die straks ook de hoofdrol speelt.) 25. Dd2 Lg6 26. h4! en de zwarte koningsstelling wordt uit zijn voegen getild.

24… Te5

Dit kan het niet zijn: de toren zal weldra weggejaagd worden door Lb2.

25. Dc4

Wit maakt de lange diagonaal vrij voor zijn loper.

25… Tf8

Het was de hoogste tijd om het paard aan de tand te voelen met 25… Lg6 26. Lb2 Lxf5 27. Lxe5 fxe5 28. exf5 Dxf5 en zwart leeft nog.

26. Lb2 Tee8

27. Tg3

Op energieke wijze heeft wit al zijn stukken in de aanval gemanoeuvreerd. Er dreigt nu 28. Txg5+ fxg5 29. Ph6#. Het is de optelsom van mooie strategie en een tactische wending gebaseerd op de goede posities van de witte stukken.

27… Dxf5

Zwart ziet zich gedwongen de dame te geven, maar hij krijgt te weinig compensatie.

28. exf5 Txe1+ 29. Kh2 Kf7 30. Te3 Tb1 31. Dc2 Txb2 32. Dxb2 Kg7 33. Dd2 Lf7 34. Te7 Te8 35. Txe8 Lxe8 36. g3 Ph5 37. Da5 Kf8 38. Dxa7 Pg7 39. g4 h5 40. gxh5 Lxh5 41. Db8+ 1-0

 Voor zwart

De actie met … f7-f5.

Nog voordat hij zijn paard naar e5 speelt, probeert zwart duidelijkheid te verschaffen over de witte pionnenstructuur. Na bijvoorbeeld … fxe4, fxe4 zou hij veld e5 permanent in handen krijgen; of na een eventueel f5-f4 zou veld e5 ook moeilijk meer door wit te bestrijden zijn. Er kunnen een paar nadelen verbonden zijn aan de actie … f7-f5:

• Na e4xf5 gxf5 kan pion f5 zwak worden. Voorts is ook veld e6 verzwakt dus met bijvoorbeeld een paard op f4 kan wit daarop spelen

• Na e4xf5 Lxf5 kan veld e4 in wits handen komen

III Damevleugelproblematiek

Omdat we inmiddels weten dat zwart graag zijn meerderheid naar voren speelt zal, wit dat graag willen tegengaan. Daartoe zal hij soms profylactisch met a2-a4 komen of als zwart daadwerkelijk … b7-b5 dreigt (bijvoorbeeld na … a7-a6).

 Voor wit

Zwart moet dan oppassen dat zijn meerderheid niet wordt vastgelegd, zoals te zien is in het volgende diagram:

Acties met … b7-b5 zijn vrijwel onmogelijk geworden, de zwakte van veld b6 kan voelbaar worden. Met Ta1-a3-b3-b6 kan wit zelfs de zwakke pionnen op b7 en d6 onder schot nemen.

Een heel bijzondere situatie is als wit probeert de damevleugelpionnen van zwart ‘lam’ te leggen met een vroegtijdig a4-a5. Veel zwartspelers zullen zich niet graag laten insnoeren en dan toch koste wat het kost de zet … b7-b5 spelen. Na a5xb6 (en passant) en het terugnemen met een zwart stuk op b6 ontspint de strijd zich tussen de zwakke pionnen op a6 en b2. Worden deze tegen elkaar geruild, dan zal dat in principe in zwarts voordeel zijn omdat hij dan een gedekte vrijpion op c5 overhoudt. In de praktijk blijkt dat zwart veelal comfortabel spel krijgt.

 Voor zwart

Een andere manier voor zwart om zijn damevleugelactie (op de wat langere termijn) voor elkaar te krijgen zonder dat hij het risico loopt om vastgelegd te worden, is door te beginnen met … b7-b6, gevolgd door … a7-a6 en dan … b6-b5. Deze wat trage opbouw wordt vaak voorafgegaan door de paardmanoeuvre Pb8-a6-c7, waar het paard deze actie ondersteunt. Omdat wit vaak ook een mooi paard op c4 heeft, vinden we in veel partijen dat zwart zich zelfs eerst met … Lc8-a6xc4 van het witte paard ontdoet, alvorens hij met zijn pionnenopmars begint.

 Voor zwart

Er is wel een aspect waar zwart rekening mee moet houden. Als het inderdaad zover komt dat hij … b6-b5 heeft doorgezet, moet hij zich realiseren dat wit met Pc4-a5 binnen kan komen op het sterke veld c6. Het inschatten hiervan (of het wel of niet lastig is als daar een paard verschijnt) blijkt niet gemakkelijk te zijn.

Ten slotte nog een lastig vraagstuk. Als het zwart is gelukt om … b7-b5 te spelen, blijkt dat nog niet het einde van de wereld te zijn voor wit. Hij kan met Ta1-b1 en b2-b4 op zijn beurt de actie tegemoet treden. Er ontstaat bijvoorbeeld een soort ‘zenuwenblokje’ zoals in dit diagram weergegeven:

 Voor wit

Met zijn laatste zet b2-b4 dreigt wit meestal b4xc5 waarna pion b5 gaat hangen. Ook zou hij na een terugslaan van zwart met … d6xc5 een geweldig sterk pionnencentrum creëren. Zou zwart bijvoorbeeld met een paard op c5 slaan, dan is hij veld d4 kwijt, waarna wit met Pf3-d4-c6 op het sterke veld c6 kan gaan spelen. Tot slot kan zwart verder gaan met … c5-c4 waarmee hij een mooie gedekte vrijpion heeft gekregen. In de praktijk blijkt hij daar weinig aan te hebben. Door dan met a4-a5 de damevleugel ‘op slot’ te zetten, kan wit proberen te profiteren van het bezit van veld d4 terwijl hij ook zijn handen vrij heeft gekregen op de koningsvleugel. Aangezien de zwarte meerderheid (te) statisch is geworden, kan wit – door langzaam al zijn stukken zodanig te manoeuvreren dat hij op den duur een poging kan met f2-f4 en e4-e5 zijn mobiele meerderheid in beweging te zetten. Zeer ingewikkeld, maar ook allemaal heel interessant!

(wordt vervolgd)

Illustratieve partij:

  • Kindermann-Danner, Boedapest 1985.

Deze partij en het overzicht via de viewer:

Bronnen:

  • De wereld van de schaakopening door Paul van der Sterren
  • Mastering the Modern Benoni and the Benko Gambit van Robert Bellin & Pietro Ponzetto
  • Database van Chessbase

Reageren? .

(wordt vervolgd)

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.