Eindspelfinesses 0 – Introductie

Krijgt u wel eens een eindspel op het bord in uw partijen? En was u tevreden over de afloop? Of knaagde er iets waarvan u later dacht: “Dat had ik anders kunnen spelen?”

Schaaksite biedt een eindspelrubriek aan waarin u uw kennis kunt opfrissen of eventueel uitbreiden. De internationale meesters Twan Burg en Herman Grooten zullen op frequente basis u proberen bij te praten over diverse eindspelfinesses.

Euwe schreef het vroeger al: in het eindspel worden de meeste fouten gemaakt. Of dat waar is, is waarschijnlijk nooit onderzocht.

Het is wel een feit dat veel eindspelen verkeerd behandeld worden door een gebrek aan kennis. Veel schakers komen in hun partijen nooit toe aan het spelen van eindspelen en hebben zich daarom thuis de kneepjes van het vak niet eigen gemaakt. En geef ze eens ongelijk.

Waar zou je moeten beginnen? Wel boek moet je ter hand nemen? Welke eindspelen moet je eerst bestuderen, zodat je daar ook in je partijen nog wat aan hebt?

Wat is de praktische waarde van het bestuderen van een moeilijk eindspel dat je waarschijnlijk nooit op het bord gaat krijgen? Allemaal legitieme vragen waar niet een twee drie antwoord op te geven is. Als we in de gespecialiseerde boekhandel op de plank ‘eindspel’ kijken, zien we daar diverse boeken staan, die wel eens antwoorden zouden kunnen geven op de hierboven gestelde vragen.

Een nader onderzoek leert echter dat voor de gewone clubschaker die antwoorden niet zo maar te krijgen zijn. De auteurs gaan veelal uit van een hoog basis- en kennisniveau en nemen voetstoots aan dat de meeste ‘handgrepen’ al bij de lezer bekend zijn. Ook de aanpak in de meeste eindspelboeken laat te wensen over. Veel auteurs delen de hoofdstukken in op materiaal. Dat wil zeggen, men bespreekt hoe men bijvoorbeeld met een toren en een pion tegen een toren alleen moet spelen. In de daaropvolgende paragraaf wordt het eindspel van toren en twee pionnen tegen toren alleen behandeld enzovoort. Waar de meeste auteurs stilzwijgend aan voorbijgaan is het aanreiken van strategische en tactische principes, van vuistregels en technieken. De naspelende lezer is er meer bij gebaat als hij een leidraad krijgt aangereikt en als hem uitgelegd wordt hoe hij een stelling moet beoordelen. Ook dienen de basisbeginselen van elk type eindspel eerst behandeld te worden, puur om te weten welke stelling gewonnen is en welke niet. Kortom, er is veel werk aan de winkel voor de toekomstige auteurs van eindspelboeken.

Na deze, wellicht enigszins kritische inleiding, voel ik mij gedwongen om in deze serie een poging te doen om iets aan deze leemten op te vullen. Dat zal in de eerste afleveringen niet meer zijn dan het aanreiken van elementaire eindspelen, waarvan je kunt zeggen dat elke speler die standaard in zijn bagage moet hebben. Het is belangrijk van sommige eindspelen te weten welke stelling nog gewonnen is en welke remise. Juist deze kennis zorgt voor meer begrip in het middenspel en bij het afwikkelen van een gewonnen positie. Kennis is helaas nog niet voldoende. Men zal ook nog de vaardigheid moeten hebben om een theoretisch gewonnen stelling naar winst te voeren. Compagnon Twan Burg zal veelal op praktische eindspelen ingaan.

De kennis van eindspelen kan in elk geval helpen om het middenspel beter te gaan behandelen. Laten we maar eens blik werpen op de volgende stelling.

Sternberg – Pawelczak, 1964.

Wit heeft misschien afgewikkeld naar deze stelling omdat hij dacht dat hij met een toren tegen een paard en een pion goede winstkansen zou krijgen. Wit staat dan wel een kwaliteit voor, maar zwart heeft een vrijpion. In principe wint de toren doorgaans van het paard, maar in deze stelling is er sprake van een bijzonder geval. Sterker nog: wit heeft de stelling totaal verkeerd beoordeeld!

1… Pf3!

De juiste zet. Zwart moet allereerst zijn pion gedekt houden, anders is hij kansloos. In de tweede plaats is het van belang om de vijandelijke koning zo ver mogelijk van zijn vrijpion af te houden. Het verkeerde veld om de pion te dekken is met 1… Pe4? Wits koning nadert snel om zich op veld e2 te nestelen, waarna de toren vrij spel krijgt.

2. Td6+

Wit ziet in dat pionzetten hem ook niet helpen, dus probeert hij met dit schaakje onrust te stoken. Andere mogelijkheden falen ook allemaal:

  • Zo zou 2. Kg2? falen op de paardvork 2… Pe1+ met winst.
  • Als wit de toren ‘uit de vork’ wil halen met 2. Td5? heeft zwart een ander motief: 2… Pd4! Met deze zet onderbreekt zwart de lijn, waarna de pion naar dame gaat.
  • Uiteraard zou 2. Txf3 falen op 2… d1D+.

2… Kg5

De zwarte koning begeeft zich op weg naar de eigen sterke vrijpion.

3. Td7

Een poging die eveneens gedoemd is te mislukken. Nog altijd kan 3. Kg2 niet vanwege 3… Pd4 en zwart wint.

3… Kf4

De koning vervolgt het pad dat zwart heeft uitgestippeld. Ook 3… Pd4 is kansloos na 4. Tg7+ Kf4 5. Tg1 Ke3.

4. Td3

Wat anders? 4. Tf7+ Natuurlijk volgt op 4… Ke3 5. Te7+ Kd3 6. Td7+ Pd4 en de pion loopt door.

4… Ke4 5. Td5 Pd4 0-1

Dit fragment via de viewer:

(Van de foto’s en illustraties is de bron onbekend, tenzij het erbij vermeld staat)

1 Comment

  1. Avatar
    geertjan augustus 31, 2014

    Eindspelboeken zijn inderdaad droge kost. Ik ben er wel eens aan begonnen maar een eindspelboek van kaft tot kaft lezen. Nee. En vaak raakte ik door de vele varianten en het gebrek aan een uitleg wat de ideeën achter de varianten waren, de draad helemaal kwijt. De rubriek eindspelfinesses ziet er leuk uit en ik ga er een aantal naspelen. Zeker niet alle 48 die er tot en met augustus 2014 zijn gepubliceerd.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.