Column 47: De briljante zet die niet op het bord kwam 2

Het is weer even geleden dat ik u probeerde te vermaken met een schrijfsel van mijn hand, opgediept uit mijn geheugen. De vorige column dateert van 19 oktober 2012 en de titel die ik toen hanteerde suggereerde dat er een vervolg op zou komen. Hoewel het langer geduurd heeft dan ik zou willen, komt het er nu eindelijk van.

Toevallig verscheen er vorige week een bericht over mijn vroegere leermeester, helaas veel te vroeg gestorven, Huub van Dongen. U kent hem wel van het schaakalfabet dat op deze site verschijnt en bijna toe is aan de laatste letter. Huub was altijd op zoek naar schoonheid en stelde die boven het resultaat in een partij. Het kan bijna niet anders of Huub heeft me besmet met dat virus, want ik betrap me er soms op dat ik als een soort diepzeeduiker op zoek ga naar mogelijkheden die in de meeste gevallen onzin blijken te zijn. Het kost zeeën van tijd, de varianten zijn te moeilijk om te berekenen en in veel gevallen besluit je om de zet toch maar niet te spelen. Dat lijdt tot merkwaardige kortsluitingen die aan de argeloze toeschouwer niet zijn uit te leggen. Maar als het dan eindelijk lukt om een geniale zet op het bord te brengen, de partij er ook nog mee te winnen en het concept in de analyse na afloop ook nog de toets der kritiek kan doorstaan, is de euforie groot.

In een van de vele jeugdpartijen die ik van Huub verloor, verraste hij mij ooit als met een donderslag bij heldere hemel.

Van Dongen, Huub – Grooten, Herman, Uden 1974.

Hier kwam Huub met een verbluffende zet die de zwarte stelling in een klap onspeelbaar maakt.

25. Td6!! Tc6

Wit wint in alle varianten.

  • A) 25… exd6? 26. Pxf6+ Kh8 27. Dxh7#.
  • B) De pointe is dat wit wint na 25… Dc7 26. g5 Ph5 27. Txh5 gxh5 28. Pf6+ exf6 29. gxf6 voornamelijk omdat de schaakjes op f2 die zwart met een dame op b6 had, uit de stelling zijn gehaald.
  • C) Ook na een andere damezet 25… Da5 wint wit met 26. Pxf6+ exf6 27. Txe6 fxe6 28. Dxh7+ Kf8 29. Dd7! en de dubbele dreiging Th8# en Dxc8+ kost zwart de kop. Merk op dat veld d2 ook nog onder controle is, zodat er geen eeuwig schaak mogelijk is.
  • 26. g5!

    Weer de sterkste. Het logische 26. Pxf6+ voldoet niet na 26… exf6 27. Dxh7+ Kf8 28. Dh8+ Ke7 en de koning is ontsnapt.

    26… Txd6

    Dit houdt het mat niet tegen. Ook na 26… Ph5 27. Txh5 gxh5 28. Pf6+ exf6 29. gxf6 beslist wit de strijd. De dreigingen Dg7# en de zwakte van de onderste rij worden zwart teveel. 29… Df2+ 30. Td2. Daarnaast helpt 26… De3 niet na bijvoorbeeld 27. Pxf6+ exf6 28. Td8#.

    27. gxf6

    Merk op hoe belangrijk wits paard op e4 is: het dekt de velden d2, c3 en f2. Wit moet nog even goed manoeuvreren met de koning om uit de laatste wanhoopsschaakjes te ontkomen.

    27… Dd4+ 28. Kc2 Dd3+ 29. Kc1! 1-0

    Huub kon enorm genieten van dergelijke zetten. Het mooie was ook dat hij dat ook kon als hij verloren had met een dergelijke onverwachte en prachtige zet. De kunstenaar in hem voerde de boventoon, het resultaat was van ondergeschikt belang.

    Het weerhield hem er misschien van om verder op te klimmen op de schaakladder dan hij nu heeft gedaan.

    Ik heb met goede schakers gesproken die de winst van 4½ Elopunten belangrijker vonden dan om het plezier in het spel te behouden. Niet verwonderlijk dat sommigen ons edele spel de rug hebben toegekeerd, terwijl ze al heel wat bereikt hadden.

    Hoewel elke schaker goed wil presteren, won de artiest in mij het soms ook van de pragmaticus. Als ik nu een partij speel en ik zie iets bijzonders, kan ik mij niet bedwingen om er langer naar te turen, hoewel ik eigenlijk weet dat sommige zetten gewoon onzin zijn. Het is net alsof Huub daarboven meekijkt als zich weer zo’n moment voordoet, waarvan een sterke speler zou zeggen: “onzin, niet naar kijken, kost alleen maar tijd”. In Brabant hanteren we de slogan “Je weet ooit nooit nie!”

    En als het dan een keer raak is, tegen alle wetten in, heeft de winnaar altijd gelijk. Daar houd ik me dan maar aan vast als ik weer eens een mooi opgezette partij verloren heb…

    In dit verband wil ik u graag de volgende partij tonen. Hij werd gespeeld in een KNSB-wedstrijd tussen Volmac/Rotterdam en de Eindhovense schaakvereniging waar ik voor uit kwam. Tegenstander was grootmeester John van der Wiel, tegen wie ik de nodige partijen heb gespeeld.

    De onderlinge score valt enorm in zijn voordeel uit. In veel partijen kreeg ik een goed getimed remise-aanbod voorgeschoteld. Dat waren vooral momenten waarop Van der Wiel zijn stelling niet meer vertrouwde, maar waarin ik als tegenstander een zwaarwegende beslissing moest nemen. Het was ook een staaltje toegepaste psychologie: hij kent mijn compromisloze karakter in de partij. Ik heb het altijd moeilijk gevonden om afscheid te nemen van een mooie, veelbelovende stelling. Van der Wiel wist in vrijwel al deze partijen waarin ik zijn remise-aanbod had afgeslagen de zaak te doen kantelen. Vandaar dat de onderlinge score desastreus in mijn nadeel uitvalt, gezegd moet worden dat Van der Wiel natuurlijk altijd de sterkere speler was, die domweg beter rekende.

    In een van de onderlinge ontmoetingen dacht ik lang na over een heel bijzondere zet om hem dan toch niet te spelen. Maar het bijzondere motief had zo’n aantrekkingskracht dat ik maar bleef kijken naar iets dat misschien niet mogelijk was. Nu, vele jaren na dato, blijkt er een andere nuchtere oplossing voor het stellingsprobleem te zijn. Toen ik het idee achteraf aan Van der Wiel liet zien, viel hij van zijn stoel. En hoewel we het niet kloppend konden krijgen, leek het alsof zwart heel dichtbij de winst was. Met de moderne computerprogramma’s mag ik concluderen dat het voldoende was voor remise, maar ook niet meer dan dat. Oordeelt u zelf:

    Van der Wiel – Grooten, KNSB hoofdklasse 1991.

    1. e4 c6 2. Pc3 d5 3. Pf3 Lg4 4. h3 Lxf3 5. Dxf3 e6 6. g3 Pd7

    6… Pf6 is de hoofdvariant.

    7. Lg2 d4

    Ik besloot op avontuur uit te gaan. 7… Pgf6 wordt veel meer gespeeld.

    8. Pd1

    Hier staat het paard niet bijster goed. 8. Pe2 komt meer in aanmerking.

    8… Pe5 9. Db3 d3

    Zo probeer ik het witte kamp in twee stukken te rijten.

    10. c3

    Daarmee verhindert wit dat zwart veld d3 krijgt, maar het nadeel is wel dat Lc1 voorlopig begraven blijft. Een van de pointes is dat 10. f4 beantwoord kan worden met 10… dxc2 11. fxe5 cxd1D+ met voordeel voor zwart, terwijl ook 10. Dxb7 Lc5 meer dan oké is voor zwart.

    10… Dc7 11. f4 Pg6 12. Dc4

    Hij gaat op jacht naar die vervelende pion op d3.

    12… Td8 13. a4

    Wit moet nog meer tijd verliezen. Zwart staat klaar voor … b7-b5.

    13… Pf6

    Zwart ontwikkelt snel verder.

    14. O-O

    14. Pf2 loopt niet goed af vanwege 14… Ph5! en g3 valt niet te dekken.

    14… Ph5

    Interessant is nu 14… h5!? hoewel wit na 15. e5 Pd5 16. h4! misschien kan proberen te bewijzen dat d3 inderdaad dodelijk zwak is.

    15. Tf3

    De principiële voortzetting: pion d3 wordt nu weldra opgeruimd. Zwart moet nu laten zien dat hij er genoeg voor terugziet. Er is geen weg terug, dus ik besloot om er een stuk tegen aan te gooien.

    15… Pxg3 16. Txg3 Pxf4!

    Dreigt … Pe2+.

    17. Kh1 h5

    Ik wilde mijn toren op h8 in de strijd te werpen en tegelijk de dreiging … h5-h4 in de stelling brengen.

    18. Pf2

    18… De5!

    Het idee is om een batterij (Ld6/De5) op te werpen.

    19. b4

    Wit is druk bezig om zijn loper op c1 te bevrijden om zo ook de toren op a1 in het spel te brengen. De grap is dat 19. Pxd3? nu faalt op 19… Txd3 20. Txd3 en de tussenzet 20… Dg5 21. Lf1 Th6! en de dreiging … Tg6 begint actueel te worden.

    19… Th6!?

    Ik dacht tijdens de partij dat Van der Wiel hem flink zat te knijpen hier. Daar deed zijn gebruikelijke stoïcijnse blik niets aan af. Zwart brengt zijn voorlaatste stuk in de aanval en dat blijkt (achteraf gezien) een gouden keus te zijn. Wit heeft inmiddels zijn loper en toren bevrijd. En ondertussen zat ik nog altijd gebiologeerd te kijken of ik mijn idiote idee werkbaar kon maken. Tijdens de partij overwoog ik om de batterij meteen op te zetten. Maar ik zag dat ik na 19… Ld6 20. Dd4 de dames moest ruilen. En toen kwam het krankzinnige idee in me op om te werken met 19… Td5!?

    om de dameruil met Dd4 uit de stelling te halen. Zwart staat nu wel klaar voor Ld6, waarna de dreigingen onhoudbaar worden voor wit. Er zijn nu de nodige varianten:

    • A) Mijn idee was 20. La3 Pe2 21. Txd3? [De enige zet is 21. Tg5! Dxg5 22. exd5 en nu moet zwart snel remise gaan maken met 22… Pg3+ 23. Kg1 Pe2+ 24. Kf1 Pg3+ 25. Kg1 en de herhaling van zetten is een feit. (Vooral geen winstpoging want dat breekt wit lelijk op na 25. Ke1?? De5+ 26. Kd1 De2+ 27. Kc1 De1+ 28. Pd1 Pe2+ 29. Kb2 Dxd2+ 30. Kb3 Dc2#)] 21… Ld6! en inderdaad zijn de matdreigingen onbeheersbaar geworden.
    • B) 20. exd5 De1+ Ook nu moet zwart benen maken voor een herhaling van zetten. Het lukt net met [20… Pe2?? 21. Te3] 21. Kh2 Pe2 [21… Dxf2? 22. Dd4!] 22. Lb2 Dxf2 23. Tf3 Ld6+.

    Er zitten dus de nodige haken en ogen aan het concept. Nu, met moderne engines, kan gevonden worden hoe wit moet reageren. Conclusie van dit alles: de krankzinnige zet is genoeg voor remise. Niet meer en niet minder. Het is misschien een geniaal idee, de praktijk blijkt weerbarstig te zijn en de zet kwam uiteindelijk niet op het bord…

    20. La3

    20… Tf6?!

    Op zichzelf niet slecht, ware het niet dat er veel sterkere voortzetting voor handen was. Met 20… Tg6! ° had ik een belangrijke verdediger kunnen afruilen en daarmee zouden de dreigingen van zwart over de diagonaal levensgroot zijn geworden. Ik moet toegeven dat ik deze zet niet overwogen heb. 21. Txg6 Pxg6 22. Kg1 [De parade met 22. b5 om … Ld6 uit de stelling te halen faalt nu op. 22… Lxa3 23. Txa3 Dg3 24. Dc5 Ph4 is ondekbaar mat.] 22… Dg5 23. Kf1 Dxd2 24. Da2 Dg5 zou zwart goede kansen op de overwinning hebben gegeven.

    21. Tf1

    Van der Wiel verdedigt zich adequaat.

    21… Pe2

    Met deze logische zet vervolgt zwart zijn initiatief. Mijn engine verbaast mij met het merkwaardige 21… a5!? waarmee zwart nog altijd groot tot beslissend voordeel had kunnen verkrijgen. De computer omvat nog veel raadselen… Hij geeft nog 22. h4 Pe2 23. Th3, zegt u het maar, wat dit allemaal te betekenen heeft!

    22. Txd3 Pg3+

    Vermoedelijk was ook hier 22… Tg6! de aangewezen zet, waarmee zwart de nodige dreigingen in de stelling heeft gebracht.

    23. Kg1 Pe2+ 24. Kh1 Pg3+ 25. Kg1

    Zwart kan remise afdwingen, maar nogal verblind door mogelijke aanvalsvoortzettingen ging ik verder.

    25… Pxf1 26. Txd8+ Kxd8 27. Kxf1 Ld6 28. De2 Dh2

    29. e5!?

    Een praktische zet, waarmee in elk geval een van de twee lopers van wit iets gaat doen. Het kost wel weer een pion.

    29… Lxe5 30. b5

    Van der Wiel pareert de dreiging … Lg3 (door Lc5 mogelijk te maken) en tegelijkertijd heeft hij ook zijn tweede loper geactiveerd.

    30… cxb5?

    Het is duidelijk dat het mooiste er al vanaf is bij zwart, maar door deze fout gooit hij zijn eigen koningsvleugel open. Na 30… Dg3 31. bxc6 b6 is het verliesgevaar voor wit geweken en kan hij zich opmaken om zijn stelling te gaan verbeteren. Een dergelijke blunder mag je tegen Van der Wiel niet maken, hij profiteert optimaal.

    31. Dd3+! Kc8

    Ook na 31… Kc7 32. Dxb5 neemt wit de aanval over.

    32. Dxb5 b6??

    Dit laat een geforceerd mat toe. Ook met het koelbloedige 32… Ld6 33. Dxb7+ Kd8 34. Da8+ Lb8 35. Lc5 Dc7 zou zwart het vermoedelijk niet droog hebben gehouden na een zet als 36. Le3 Wit heeft zijn eigen koning goed afgeschermd en zijn stukken grijpen weldra in.

    33. De8+ Kc7 34. De7+ Kc8

    35. Db7+

    Opgegeven. 35. Db7+ Kd8 36. Le7+ Ke8 37. Lc6# zou een mooi matbeeld hebben opgeleverd en gezien de partij had ik dat misschien moeten toelaten.

    1-0

    Een fascinerende partij met een grote rijkdom aan ideeën.

    Deze partij via de viewer:

    De foto’s zijn van Jos Sutmuller)

    Overzicht van alle eerdere columns

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.