Eindspelfinesses 31: Nieuwe inzichten in het lopereindspel

Krijgt u wel eens een eindspel op het bord in uw partijen? En was u tevreden over de afloop? Of knaagde er iets waarvan u later dacht: “Dat had ik anders kunnen spelen?”

Schaaksite biedt een eindspelrubriek aan waarin u uw kennis kunt opfrissen of eventueel uitbreiden. De internationale meesters Twan Burg en Herman Grooten zullen op frequente basis u proberen bij te praten over diverse eindspelfinesses.

Ik kom nog even terug op aflevering 18 van deze serie die ging over het eindspel van loper en pion tegen loper. Ik blijk een trouwe volger te hebben in de persoon van Frank Erwich. Die stuurde mij al een hele tijd geleden een reactie op een van de eindspelen die ik besprak. Erwich, die zelf professioneel schaaktrainer is, houdt zich nauwgezet bezig met deze problematiek. Neemt u eens een kijkje op zijn hoogst interessante site: Schaakeducatie.nl.

Het is hoog tijd om eens te kijken wat Frank te berde heeft gebracht. Deze stelling ontstond op de derde zet uit een studie van de beroemde eindspeltheoreticus Yuri Averbach in 1972. Die had aangegeven dat wit de stelling kan winnen. Maar dat blijkt niet waar te zijn. Frank Erwich (FS) geeft aan dat zwart op wonderbaarlijke wijze remise kan forceren. Dat doet hij met een indrukwekkende koningsmanoeuvre die iets weg heeft van de beroemde Reti-manoeuvre. De zwarte koning is op weg naar c5. Waarom dat is, zullen we straks ontdekken.

Studie van Averbach

3… Kg7!

De enige juiste zet waarmee zwart zelfs remise kan afdwingen! Ik heb er daarom meteen de hoofdvariant van gemaakt.

  • Ik had eerder 3… Le8? aangegeven. Die blijkt fout te zijn. Dat komt omdat de afwikkeling naar een pionneneindspel verloren is voor zwart na 4. Lxe8 Kxe8 5. Ke6! Kd8 6. d7 Kc7 7. Ke7.
  • Averbach gaf 3… La4? (zie analysediagram)

    als hoofdvariant, maar Frank geeft aan dat dit de verliezende zet is. Het is inderdaad met de tablebases eenvoudig na te gaan en dat had ik natuurlijk nagelaten… 4. Kc5! De witte koning gaat naar c7 waar hij later een brug op veld c6 kan bouwen. Dat gaat ongeveer zo in zijn werk: 4… Ld7 5. Kb6 La4 [Op 5… Lf5 was er 6. Kc7 gevolgd. 6… Lh3 7. Le2 De loper streeft naar c8 waarna de winst binnen is, bijvoorbeeld 7… Kf7 8. La6 Lf5 9. Lc8 Lxc8 10. Kxc8 en de pion loopt door.] 6. Kc7 Lb5 7. Lf3 La4 [7… Ke8? 8. Lc6+ Lxc6 9. Kxc6 Kd8 10. d7 en wint.] 8. Lc6 Daar is de brug en de winst is nu verzekerd. 8… Lxc6 9. Kxc6 Ke8 10. Kc7

4. Kc5 Kf6

Wit vervolgt hetzelfde plan: koning naar c7. Dat is de enige manier om de zwarte loper te verdrijven.

5. Kb6 Ke5

De zwarte koning snelt naderbij, maar hij lijkt nog relatief ver verwijderd zijn ideale veld, ook al omdat wit een tempo wint met zijn volgende zet.

6. Kc7 Le6!

De loper moet op de diagonaal c8-h3 blijven. Dat is het leerzame van deze stelling.

  • Uitwijken naar de andere diagonaal (a4-e8) verliest wel voor zwart. 6… La4 7. Lf3 Le8 8. Lc6 en wit wint.
  • Overigens niet naar c8, want dat verliest curieus genoeg wel: 6… Lc8? 7. Le8 Ke6 De meest hardnekkige verdediging, maar wit kan de winst toch afdwingen door te werken met tempodwang. [7… Kd5 8. Ld7 Lb7 (8… La6 9. Lc6+ Ke6 10. d7 en de pion loopt door.) 9. Lh3 Lc6 10. Lg2+ en wit wint.] 8. Lc6 Ke5 (zie analysediagram)

    9. Ld7 Nu de koning veld e6 niet meer dekt, wordt de zwarte loper verdreven. 9… La6 en nu wint wit op de bekende thematische manier: [Ook mogelijk is 9… Lb7 maar dat gaat sneller mis. Een voorbeeld: 10. Lh3 en d6-d7 valt niet meer te verhinderen.] 10. Lh3 Lb5 Nu de zwarte loper weer naar de diagonaal a4-e8 is gedwongen, volgt opnieuw de brug op c6. 11. Lg2 en het karwei zit er weer eens op.

7. Le8 Diagram

Deze variant had ik ook gegeven op autoriteit van Averbach. Hierbij schreef ik: Na deze zet vervolgt wit met Ld7 en de zwarte loper moet de diagonaal verlaten. Hoe het daarna gewonnen is blijkt uit de hoofdvariant. Maar Frank merkt terecht op dat de stelling toch remise is!

Het alternatief 7. Lf3 Kd4 8. Lc6 Kc5 9. Ld7 Lc4 levert ook niets op. Als wit een diagonaal verlaat, neemt de zwarte loper de andere in beslag om de promotie van de pion tegen te houden. Essentieel is dat de brug op veld c6 (die we in bovengenoemde varianten steeds zagen) niet meer mogelijk is omdat de zwarte koning dit veld een keer extra dekt.

7… Kd4!

De zwarte koning vervolgt zijn heroïsche tocht naar zijn bestemming.

8. Ld7 Lb3

Zo dwingt wit de zwarte loper van diagonaal te veranderen.

9. Lg4 La4

Het is wit gelukt de loper naar de andere diagonaal te dwingen.

10. Lf3 Kc5

En wit kan inderdaad op geen enkele wijze vorderingen boeken.

½ – ½

Erwich maakte me er ook op attent dat er een redelijk recent voorbeeld uit de grootmeesterpraktijk bekend was, namelijk van onze landgenoot Jan Smeets tegen de Fransman Fressinet. Natuurlijk kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ik ben daarom meteen gaan zoeken in mijn database. En inderdaad, daar kwam deze partij van maar liefst 107 zetten eruit rollen.

Ik geef de stelling een paar zetten voordat ons type eindspel ontstaat. In deze positie moest onze landgenoot een zwaarwegende beslissing nemen. Hij speelde de pion naar de voor hem ongunstige kleur. Het is de vraag of dat nodig is. Misschien was hij bang dat wit misschien zelf f4-f5 zou spelen en als dan pion f6 verloren gaat, is het verder kansloos. Maar ik heb niet kunnen vinden hoe de witte koning binnen kan komen.

Fressinet, Laurent – Smeets, Jan, Duitse Bundesliga 2011.

68… f5

Het blijkt wel remise te zijn hierna, maar wit gaat proberen zijn tegenstander op het verkeerde been te zetten.

Een voorbeeld van hoe zwart de koning buiten de deur kan houden. 68… Lb1 69. f5 La2 70. Lb7 Lb3 71. Ld5 Lc2 72. Le4 Lb3 73. Ld3 La2 Diagram

en de koning kan niet via d5 enteren. Kan hij dan via h5 binnenkomen. Ook dat lukt niet: 74. Ke3 Lb3 75. Kf4 Ld1 en ook nu zal het wit niet lukken.

69. Ke5 Ld3 70. Kd6

70. Lxf5 Lxa6 is inderdaad remise.

70… Lc2 71. Kd7 Ld3 72. Lb7 Lc2 73. Kc8 Ka7

Dreigt Kb8. Diagram

74. Kc7 Ld3

De zwarte koning is in een hoekje gezet. Tijd voor een heleboel schijnmanoeuvres…

75. Kc6 Lb1 76. Kb5 Ld3+ 77. Ka5 Lf1 78. Lc8 Ld3 79. Kb4 Kb6 80. Kc3 Lb1 81. Kd4 Lc2 82. Ke5 Ld3 83. Kf6 Lf1 84. Ke6 Ld3 85. Ke5 Lf1

Een klein geintje, dat misschien niet nodig was, maar het kan ook geen kwaad.

86. Lxf5

86. Kxf5 faalt natuurlijk op 86… Lh3+.

86… Lxa6

Nu hebben dezelfde stelling als bij de 70ste had kunnen ontstaan.

87. Kd6 Le2 88. Le4 Lg4 89. Ld5 Lf5 90. Ke5 Ld3

Smeets moet steeds zien naar welke diagonaal zijn loper gespeeld moet worden en dat is een lastige klus, zeker gezien het feit dat de partij in de uitvluggerfase zal zijn gekomen. 90… Lg4 blijkt overigens ook remise, maar gemakkelijk is dat in een praktische partij ook niet.

91. Le4 Le2 92. f5 Kc7

Zwarts verdediging bestaat uit het naderbij brengen van de koning.

93. f6 Kd8 Diagram

Nog altijd doet onze landgenoot het prima. Ook 93… Lh5 is correct.

94. Lc6 Lh5

Maar Fressinet werpt steeds nieuwe problemen op. Nu verhindert hij dat de zwarte koning via e8 het promotieveld van de pion kan bereiken. Dan zou er namelijk niets meer te zien zijn.

95. Kf5 Lf7 96. Ke5 Lh5 97. Lb5 Lf7 98. La4 Kc7

Het kan allemaal wat zwart speelt, maar het is lastig om vooruit te zien welke zetten van wit de schijnmanoeuvres zijn en welke behoren bij het echte winstplan. En dat is precies wat de witspeler hier doet: hij gooit de tegenstander zand in de ogen.

99. Lb5 Kd8 100. Kf5 Kc7!

Smeets vindt nu de enige zet naar de remise! Alle andere zetten verliezen. Het heeft wederom te maken met wat we in het eerste voorbeeld hebben gezien. De zwarte koning moet straks een brug zien te voorkomen. Zijn ideale veld is g5!

101. Kg5 Kd6 102. Kh6 Ke5

Wit doet nu echt wat, de koning streeft naar g7.

103. Kg7 Ld5 104. Le8 Lc4?

Dit verliest. Zwart mag geen tijd verliezen om met de koning naar g5 te gaan. De enige zet was 104… Kf4! 105. Lf7 Lf3 106. Lb3 Lh5 107. Lc2 Kg5! en de koning is weer exact op tijd op Lg6 te verhinderen. Exact dezelfde stelling, maar dan gespiegeld!

105. Lf7 Le2 106. Lb3 Lh5 107. Lc2 1-0 Diagram

En nu zag Smeets ook ineens in dat hij gefopt was. Een triest einde van een voortreffelijk gevoerde verdediging in een lastig eindspel.

1-0

Natuurlijk is het tijd voor een opgave. U mag uw tanden zetten in de volgende eindspelstudie.

OPGAVE

Hoe kan wit deze bijzondere lastige stelling nog remise maken?

Alle fragmenten via de viewer:

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.