Gespot 56: Paard naar de hoek

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.


Dat ik als schaaktrainer een bijzondere voorliefde voor de schaakstrategie heb, is bij velen bekend. Vele jeugdspelers die ik in de trainingen heb gehad, heb ik geprobeerd niet alleen te interesseren voor dit moeilijke onderdeel van het spel, maar ook om hen wegwijs te maken in deze materie. En dat gaat met vallen en opstaan, zoals ook velen hebben gemerkt. Want hoe kun je een speler – die als het ware in een donker oerwoud loopt – helpen om hem hieruit te halen?

Van clubschakers hoor ik vaak dat ze volkomen in het duister tasten over waar het er in een stelling om draait. Vandaar dat ik in mijn trainingen voor deze mensen geprobeerd heb hen een soort baken aan te reiken, waardoor zij niet helemaal in het donker hoeven te blijven. Je ontkomt er dan niet aan om hen de nodige aanknopingspunten te bieden om zo het denkproces enigszins te structureren en in de goede richting te sturen. Het boek van de Nederlandse meester Willy Hendriks, Move First, think later gaat over de zin en de onzin van het aanreiken van dergelijke denkpatronen. Sterker nog: de titel van het boek geeft eigenlijk aan, dat grootmeesters meestal niet denken zoals veel auteurs van boeken doen geloven. En waarschijnlijk is dat ook zo, om de simpele reden dat veel processen bij grootmeesters ‘geautomatiseerd’ zijn. Ze ‘zien’ meestal binnen luttele seconden waar het er in een stelling om draait en spelen op basis daarvan ook in de meeste gevallen ook de juiste zet.

Ik heb hierover met Willy wel eens discussies gevoerd. Mijn ervaring is namelijk dat spelers, die een klein beetje houvast hebben, beter gaan schaken. Mijn doelgroep bestaat meestal niet uit mensen die – zeker op strategisch gebied – nog niet al te veel ‘geautomatiseerd’ hebben in hun denkproces. Als die zouden gaan spelen volgens de titel van Hendriks’ boek, zou er vermoedelijk weinig terecht van komen.

Een heel lastig aspect van dit alles is dat het niet eenvoudig is om goede opgaven te bedenken en zeker niet op een wat lager niveau. De opgaven zijn – zoals Cor van Wijgerden ooit tegen mij zei bij strategische opgaven – ofwel te moeilijk ofwel banaal. Er zit bijna niets tussenin.

Dat blijkt ook bij veel schaakboeken die over strategie geschreven zijn. De opgaven zijn veelal te lastig voor spelers met ratings van pakweg 1800 – 2100. Wat moet je dan als trainer? Dan ga je op zoek naar in elk geval leuke en originele zetten, waarmee een speler een interessant idee nastreeft. Het bestuderen van het idee kan helpen de weg te effenen om een redelijk plan te bedenken in een moeilijke strategische stelling.

Een van mijn vroegere pupillen, die het later tot grootmeester schopte, legde ik stellingen voor, waarvan de oplossing hem wel kon bekoren. Hij werd een voortreffelijk strateeg, die zijn voorliefde voor dit onderdeel van het schaken niet onder stoelen of banken stak. Ik heb het over GM Jan Werle, die zijn actieve carrière inmiddels op een wat lager pitje heeft gezet, nu hij een baan in de advocatuur heeft. Zijn liefde voor het spel en dan vooral zijn voorliefde voor mooie strategische concepten, heeft hij nog altijd. Hij heeft me wel eens toevertrouwd dat hij de criteria die in het algemeen voor een schoonheidsprijs worden toegekend, eigenlijk verafschuwt. Als er in een weekendtoernooi met veel gooi- en smijtwerk weer eens een koning is mat gezet midden op het bord, krijgt die partij meestal de schoonheidsprijs toegekend. Inderdaad denk ik dat bijvoorbeeld een briljante stille zet die meerdere doeleinden nastreeft, door de meeste juryleden niet op zijn merites zal worden beoordeeld. Een schitterend voorbeeld van zo’n zet van Jan zelf heb ik opgenomen in mijn boek Chess Strategy for Clubplayers. Ik geef alleen het diagram met een gedeelte van de tekst die in mijn boek is opgenomen.

Werle, Jan – L’Ami, Erwin, Leeuwarden 2005.

27. Dh1!!

Dit is de sleutelzet van het gehele concept dat Werle had bedacht toen hij zijn 23e zet speelde. Een mooi moment om even stil te staan bij deze stelling, want waar gaat het nu eigenlijk om? Het paard op e4 is het "bindmiddel" in de witte stelling. Het pakt velden in het vijandelijke kamp, het dekt pion f6, houdt veld d2 in de gaten, het dekt het zwakke punt f2 nog eens en het maakt de opmars… c4-c3 onaantrekkelijk. Eigenlijk houdt wit door zijn paard de volledige controle over de gang van zaken die nu gaat volgen. Jan Werle vertelde me dat hij voor dit toernooi het boek van Nimzowitsch, Mein System, had doorgewerkt en vooral gegrepen was door het hoofdstuk over "überdeckung". Nimzowitsch indachtig dient het sterkste stuk van het bord zo goed mogelijk gedekt te worden. Met zijn laatste damezet heeft wit veld f3 ingeruimd voor een pion zodat de mogelijke dreiging… Td5-e5 kan worden opgevangen met f2-f3. Het paard krijgt daarmee een natuurlijke dekking. Hij hoeft het paard dus niet te dekken met Ta1-e1, waardoor hij de toren op de a-lijn kan houden. De damezet doet nog meer. Ook de geniepige switch Dh1-b1-a2 is plotseling mogelijk geworden en daarmee gaat de zwarte koning plotseling lastiggevallen worden. De verdienste van Db1 is overigens ook dat het paard hiermee ook extra gedekt blijft. De zwakte van de tweede rij van wit speelt nauwelijks een rol van betekenis, niet alleen omdat veld d2 gedekt is tegen een invasie van de zwarte torens, maar ook omdat de witte koning eventueel een mooie schuilplaats heeft op h3. Al met al een fraaie multifunctionele zet die ingeleid is door een paar probleemzetten die getuigen van een groot strategisch inzicht. Opmerkelijk genoeg werd het idee (in combinatie met de manoeuvre Dh1-b1) razendsnel gevonden door het 14-jarige Zeeuwse talent Quinten Ducarmon.

1-0

Het leuke is dat dit boek uitkwam in 2009 en dat het talent dat ik hier noemde, Quinten Ducarmon, inmiddels IM is geworden!

Toen ik Jan nog niet zo lang geleden sprak, zei hij schertsend dat een opvallend aantal opgaven dat hij van mij ooit gehad had, een groot gehalte Ph1!! of …Ph8!! hadden. Ik heb het nagekeken: hij overdrijft het wat, maar er zit een kern van waarheid in. Laat ik het er maar op houden dat hij anders nooit zijn 27. Dh1!! zou hebben gevonden…

Maar door zijn opmerking ben ik toch even wat dieper gaan zoeken en daarom wil ik u graag de volgende fragmenten voorleggen. Nu u weet om welk type zet het gaat, is dat geen uitdaging meer. Maar u mag zelf proberen te ontdekken wat de ‘verbale’ verklaring van deze zetten zou moeten zijn. Laat ik eens beginnen met de man die Werle ook noemt in de analyse van zijn prachtige zet: Aaron Nimzowitsch. Dit voorbeeld heeft een aantal leerboeken gehaald.

Nimzowitsch, Aaron – Rubinstein, Akiba

Vrijwel alle witte stukken hebben een functie. Het paard doet echter helemaal niets. En Nimzowitsch heeft gezien dat het via veld g5 in het spel gebracht kan worden. Daarom begint het aan zijn lange weg hier naartoe. De varianten en de aantekeningen zijn gebaseerd op die van Nimzowitsch zelf.

18. Ph1! Ld7 19. Pf2 Tae8 20. Tfe1 Txe2 21. Txe2 Pd8 "Na 21…Te8 is 22. Dd5 sterk."

22. Ph3

22…Lc6

Nimzowitsch geeft nu 22…Te8 dat een mooie combinatie met zich meeneemt: 23. Dh5 Txe2 24. Pg5 h6 (zie analysediagram)

[HG: Relatief beter is 24…Txg2+ 25. Kxg2 Lc6+ 26. Kf2 g6 maar wit krijgt hier ook de overhand na 27. Dh4] 25. Dg6 hxg5 26. Dh5#

23. Dh5 g6 24. Dh4 Kg7

25. Df2!

"Wit besluit tot een hergroepering nu zwart zich voorlopig goed verdedigd heeft."

25…Lc5 Op 25…Db6 is 26. De1! sterk.

26. b4 HG: Het paard had de zegetocht al meteen kunnen bekronen met 26. Pg5!

26…Lb6?

HG: Pas dit is de beslissende fout. 26…Le7 was noodzakelijk.

27. Dh4

"Het thema van de terugkeer komt normaal gesproken alleen in eindspelstudies voor." HG: in werkelijkheid was 27. De1! de ‘killer’. Nu veld e7 beschikbaar is gekomen, kan zwart de invasie over de zevende rij niet meer tegenhouden. 27…Kh8 28. Te7 Dd6 29. Pg5 is dan helemaal uit.

27…Te8 "Op 27…Tf6? volgt 28. Pg5 h6 29. Ph7! met winst."

28. Te5 Pf7 28…h6 29. g4!

29. Lxf7 Dxf7

30. Pg5

HG: Daar is het paard eindelijk!

30…Dg8 31. Txe8 Lxe8

32. De1!

"Nu forceert wit een elegant slot".

32…Lc6 32…Kf8 33. De5

33. De7+ Kh8 34. b5 Dg7 35. Dxg7+ Kxg7 36. bxc6 bxc6 37. Pf3 c5 38. Pe5 Lc7 39. Pc4 Kf7 40. g3 Ld8 41. La5 Le7 42. Lc7 Ke6 43. Pb6 h6 44. h4 g5 45. h5 g4 46. Le5

Bron: La Stratégie, juni 1926.

1-0

De grote meester heeft de bekende zet nogmaals uit zijn vingers laten komen. Ditmaal van een iets minder zwaar kaliber, maar daarom nog niet minder fraai.

Nimzowitsch, Aaron – Tartakower, Saviely

Wit staat natuurlijk heel geweldig in deze stelling. De pionnenstructuur spreekt in zijn voordeel, vooral op de koningsvleugel. Daar is de enig mogelijke actie van zwart met … f7-f5 volledig uit de stelling gehaald en tevens is pion h7 een belangrijk doelwit. De velden f5 en h5 zijn stevig in wits handen. Het omspelen van de stukken naar de juiste velden was Nimzowitsch op het lijf geschreven. In de partij voert de druk snel op.

17. Ph1!

Het paard dient twee doelen. Niet alleen wil het zelf naar f5 of h5, maar tegelijkertijd wordt de tweede rij opengemaakt voor de dame, die nu naar h2 kan.

17…f6 18. Dh2 h6 19. Pg3 Kh7 20. Le2 Tg8 21. Kf2 Th8 22. Th4 De8 23. Tg1 Lf8 24. Kg2 Pb7 25. Ph5 Dg6

26. f4!?

Kennelijk acht hij de tijd rijp voor deze actie. Hij had ook op zijn dooie gemak eerst het andere paard naar de koningsvleugel kunnen omspelen.

26…Pd8?

Een vreselijke blunder. Noodzakelijk was nu 26…Kg8!

27. Lf3?

waarvan niet geprofiteerd wordt. 27. g5 had aan alle tegenstand onmiddellijk een einde gemaakt. 27…fxg5 28. fxg5 en de dreiging Pf6+ is dodelijk. Na 28…Dxg5+ 29. Kh1 De7 wint wit met 30. Df2!

27…Pf7 28. Pe2 Ook nu zou 28. g5! vrij sterk zijn geweest.

28…Le7 29. Kh1 Kg8 30. Peg3 Kf8 31. Pf5

Het andere paard is ten tonele verschenen.

31…Tg8 32. Dd2 Tc8 33. Th2 Ke8 34. b3 Kd8 35. a3 Ta8 36. Dc1

36…Lf8?

Het is bekend dat in slechte stellingen grote fouten worden gemaakt. 36…Lxf5 37. exf5 Dh7 was relatief het beste. Een pretje is anders.

37. Ph4! Dh7 38. Pxf6

Wit maakt beslissend materiaal buit. Nimzowitsch maakt het verder moeiteloos uit.

38…Dh8 39. Pxg8 Dxg8 40. g5 exf4 41. gxh6 Dh7 42. Dxf4 Lxh6 43. Df6+ Kc8 44. Pf5 Lxf5 45. exf5 Kb7 46. Dg6 Th8 47. Dxh7 Txh7 48. Tg6 Kc8 49. f6 Th8 50. Lg4+ Kd8 51. Le6 Ke8 52. Lxf7+ Kxf7 53. Thxh6 1-0

Een bijzonder mooi geval dat ik in mijn collectie heb zitten, gaat helaas ten koste van mijn hooggewaardeerde collega bij Schaaksite en de huidige kampioen van Nederland. Hij zal het mij niet kwalijk nemen, dat ik dit stoffige exemplaar uit de kast haal en aan een groter publiek voorleg.

Van Wely – Reinderman

Zwart heeft ergens … g5-g4 gespeeld, waarop wit, vermoedelijk tot verbazing van de zwartspeler, met f3xg4 heeft geantwoord. Met de koning op d5 staat zwart klaar om zijn loper op g7 te bevrijden met … e5-e4 en daarmee lijkt hij gelijk te krijgen met zijn pionoffer. Wat valt er immers nog te doen tegen … e5-e4, gevolgd door … Kd5-e5 en dan desgewenst … Kf4 of … Kf6 met verovering van een van wits pionnen. Voeg daaraan toe dat wit ook de controle over e4 is kwijtgeraakt waardoor zijn paard niet meer naar het ideale veld gespeeld kan worden en alles lijkt oké voor zwart. Echter…

45. Ph1!!

Een fantastisch concept, waarin Van Wely laat zien dat een tripelpion ook wel eens heel gunstig kan zijn. Laten we even wat dieper ingaan op de laatste zet. Het paard gaat naar het hoekveld waar het om te beginnen graag via g3 in het spel gebracht kan worden. Als we eens zetten gaan tellen zien we dat wit het paard precies op tijd op h5 krijgt, voordat de zwarte koning kan ingrijpen bij wits mooie pion op g6. Omdat het paard dus snel naar h5 dreigt te gaan, is de zwarte koning gedwongen terug te keren om de dreiging Ph5 gevolgd door g6-g7 met loperwinst tegen te gaan. Maar via veld g3 heeft wit meteen nog een andere mooie optie: het kan ook weer naar e4! Dit moet Van Wely in gedachten hebben gehad, toen hij vrijwillig de tripelpion accepteerde.

Er is wellicht een andere manier om goede winstkansen te krijgen, maar na bijvoorbeeld 45. g5 e4 46. Pg4 want ook nu wordt de zwarte koning buiten de deur gehouden. Het paard dreigt via f6 naar h5 te springen, dus de volgende variant is min of meer gedwongen. 46…Kd6 47. Ke2 Ke7 48. Ke3 Lc3 49. Kxe4 Kf8 50. Pe5 Kg7 51. Pc6 a6 52. Pd8 Kxg6 53. Pxe6 Ld2 54. g3 (zie analysediagram)

maar al met al is de technische afhandeling van deze stelling bepaald nog niet eenvoudig. Hier blijkt dat een loper in een open stelling vaak oppermachtig kan zijn aan een paard.

45. Ph3 is dan wel een interessante mogelijkheid. Zwart kan nu geen 45…e4 spelen vanwege [45…Ke4 faalt dan ook op 46. Pg5+ Kf4 47. Pxe6+] 46. Pf4+ Ke5 47. Ph5 precies wat wit wil.

45…Kd6

De zwarte koning keert terug. Dat is omdat de zwartspeler zich ervan heeft vergewist dat hij na 45…e4 46. Pg3 Ke5 47. Ph5 net te laat is om de gevaarlijke voorste g-pion onschadelijk te maken.

46. Pg3 Ke7

47. Pe4!

De verdienste van de originele paardmanoeuvre is dat het paard uiteindelijk toch weer op het ideale veld e4 terecht is gekomen. Daar houdt het de loper op g7 in bedwang en tevens vormt het samen met pion g4 een prachtige barrière waar de zwarte koning nooit langs komt. Zelfs als de koning pion g6 oppikt, hetgeen mogelijk is gemaakt door zwarts laatste loperzet.

47…Lh8 Na 47…Kf8 vervolgt wit zijn plan met 48. Ke2 bijvoorbeeld 48…Kg8 49. Pg5 Lf6 50. Pxe6 met winst.

48. Ke2 Kf8 49. Kd3 Kg7 50. Kc4 Kxg6 51. Kb5

Omdat het paard zo onaantastbaar staat is zwart kansloos. Na 51. Kb5 Lg7 52. Ka6 Lh6 53. Kxa7 is het natuurlijk afgelopen. De a-pion krijgt ruim baan.

1-0

Ik blijf het een sterk staaltje vinden! Heb ik zelf ook iets geproduceerd dat voor het nageslacht bewaard mag blijven? Misschien niet, maar onderstaand fragment is wellicht toch enigszins de moeite van het naspelen waard.

Bitalzadeh, Ali – Grooten, Herman

Zwart heeft een pionnetje geofferd, maar daar heeft hij fantastische compensatie voor. Niet alleen de gedekte vrijpion op b3 springt in het oog, maar ook de prachtig geposteerde dame op d5. Verder is van belang dat wits loper op h2 ‘levend begraven’ is.

27…Ph8!

Nimzowitsch kan trots op me zijn. Het paard grijpt in via veld h4.

28. hxg5 28. h5 was wat taaier, hoewel de pion er ooit af zal gaan.

28…hxg5 29. Pg1 Pg6 30. De2 g4 31. Kh1

31…Tad8?! Hier zou 31…Kf7! meteen aan alles een einde hebben gemaakt. Zwarts torens grijpen via de h-lijn in en daar valt door wit weinig tegen te beginnen.

32. Tab1 Tf5?!

Een onnauwkeurigheid. Opnieuw was 32…Kf7! heel wat beter. 33. De4 Dxe4 34. fxe4 f3 (zie analysediagram)

en er zijn twee witte stukken opgesloten. Daarna komt de invasie via de h-lijn zeer snel, de actie van wit in het centrum ten spijt. 35. d5 Pxe5 36. c6 Pd3 en dit houdt wit niet lang droog.

33. De4 Dxe4 34. fxe4 Th5 35. Pe2

Het paard weet in elk geval te ontsnappen.

35…Kf7 36. Kg1 f3 37. Pg3 Th3 38. d5 exd5 38…Tdh8!

39. exd5 Lxe5 40. d6 Pf4 41. Te1

Nu maakt zwart het wel goed af

41…Pe2+! 42. Txe2 fxe2 43. Te1 b2

en hier vond wit het wel genoeg.

0-1

Hebt u ook een stuk naar de hoek van het bord gespeeld en is die zet minstens een uitroepteken waard? Dan mag u die naar mij opsturen: . Ik ben benieuwd hoeveel geniale strategen er onder de bezoekers van Schaaksite te vinden zijn!

De analyses van deze fragmenten via de viewer:

Verantwoording bij de foto’s

De foto van Jan Werle is van Frans Peeters.

De bron van de foto van Nimzowitsch is onbekend.

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die ik op Schaaksite heb gezet.

5 Comments

  1. Avatar
    pieterpriems oktober 18, 2013

    Ik was vroeger bordenjongen bij de Interpolistoernooien. We konden toen ook de analyses in de post mortum volgen. Wat me opviel was dat de grootmeesters inderdaad in no time de essentie van de stelling doorhadden. Ze wezen dan naar een veld of een stuk en knikten beide instemmend. Daarna werden zetten gezocht. Ook in de perskamer werd door de mindere goden geanalyseerd tijdens de partijen. In een moeilijke stelling vond een meester een mooie zettenreeks die de kern van de stelling raakte. Ik liet deze reeks later zien aan Hort en deed voorkomen alsof ik die zelf gevonden had. Dat leverde respect op! Een dag later nam hij in een simultaan mijn remise aanbod aan, terwijl ie toch iets beter stond :-).

  2. Avatar
    brabo oktober 19, 2013

    In 2005 speelde ik eens een partij tegen Alexander Raetsky waarin ik op zet 30 Pba8 speelde (jawel zwarte paarden op b6 en c7) zie www.365chess.com/view_game.php?g=3113673. Na de partij lachte mijn tegenstander mij uit gedurende meer dan 10 minuten voor die zet alhoewel ik zelfs vandaag ze nog altijd geen slechte praktische keuze vind. Op zet 36 miste ik een prachtige remisekans met Tc1 gevolgd door Txc5. Niet iedereen apprecieert dus paarden in de hoek. B.t.w. na het tornooi werd mijn tegenstander grootmeester.

    Betreffende Willy Hendriks boek Move first, think later heb ik een uitgebreid artikel geschreven op mijn blog, zie: schaken-brabo.blogspot.be/2013/04/ik-wist-het-wel.html

    Over schoonheidsprijzen en mooiste zetten, schreef ik volgend blogartikel:

    schaken-brabo.blogspot.be/2013/07/mijn-mooiste-zet.html

    Een reactie op mijn artikeltje kan je lezen op schaken-brabo.blogspot.be/2013/07/reactie-op-mijn-mooiste-zet.html

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.