Begrijp wat u doet: Gambiet 6: Het Staunton gambiet

Gambiet 6: Het Staunton gambiet

Het Hollands is altijd een populaire opening geweest. De term ‘Hollands’ is overigens afkomstig uit de kingen van de wat cynische Britten over deze opening. Met hun uitdrukking ‘Double Dutch’ wordt duidelijk dat de Engelsen een wat denigrerend oordeel over dit systeem vellen.

Waarom de opening veel aanhangers kent, heeft vooral te maken dat zwart in de meeste gevallen zelf het systeem (of dat nu de Leningrader met … g6 of de Stonewallopstelling is) kiest en dus in stellingen terecht kan komen die hij van te voren heeft bestudeerd. Dat heeft veel voordelen en daarbij is de opening natuurlijk niet zo slecht als de Britten ons willen doen geloven. Een van hen, de sterke Engelse IM Robert Bellin, heeft zelfs een uitgebreide manual getiteld ‘Winning with the Dutch’ geschreven.

En als topspelers zoals Mikhail Gurevich, Nigel Short, Artur Yusupov en uit ons land Friso Nijboer en de huidige Nederlandse kampioen Dimitri Reinderman in deze opening brood zien, kan hij toch niet al te slecht zijn. Want als sterke spelers een opening spelen, volgen clubschakers snel. Een reden te meer om een verrassingswapen klaar te hebben liggen, waarin de witspeler het spel dicteert en voor de verandering niet degene die de opening mocht kiezen. Een ideale bestrijdingswijze is dan ook het Stauntongambiet.

Dat ontstaat na

1. d4 f5 2. e4!?

Een woeste poging om zwart naar de keel te vliegen. Het is in de begintijd gespeeld door Howard Staunton (1810-1874), naar wie niet alleen dit gambiet is genoemd, maar die we ook kennen van het model schaakstukken dat hij heeft ontwikkeld.

2… fxe4 3. Pc3 Pf6

4. Lg5

Dit wordt gezien als de belangrijkste voortzetting. Interessant is de mogelijkheid 4. f3 om er direct een pionoffer van te maken. Er zijn nu twee belangrijke mogelijkheden:

A) Aanname van het pionoffer met 4… exf3 leidt tot scherp spel want na 5. Pxf3 (zie analysediagram)

heeft wit twee open lijnen waarover hij zijn latere operaties kan gaan uitvoeren. Het doet een beetje denken aan het pionoffer uit het Blackmar Diemergambiet (1. d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 Pf6 4. f3 exf3 5. Pxf3). Het grote verschil is dat zwart in het Stauntongambiet een extra centrumpion heeft, maar daar staat tegenover dat zijn koningsstelling een fikse verzwakking vertoont. Een vermakelijke ‘kurzpartie’ werd gespeeld tussen twee onbekende grootheden Menkhaus-Jung 1996.

B) Hier is 4… d5 het beste antwoord. Zwart houdt graag een pion op e4, hoewel die ten dode is opgeschreven. Het witte paard kan dan niet naar het natuurlijke veld f3 ontwikkeld worden. 5. fxe4 dxe4 6. Lg5 [6. Lf4 werd ooit geprobeerd door Nogueiras Santiago in zijn partij tegen Barbero in 1987. Dat werd een ware klopjacht op de zwarte koning die uiteindelijk ook ten onder ging.] 6… Lf5 gespeeld door de grote Hollands-specialist Malaniuk. 7. Lc4 Pc6 8. Pge2 e6 9. O-O Pa5 (zie analysediagram)

De principiële zet. Wits loper op c4 is zo sterk dat zwart die graag tot een verklaring dwingt. De partij Predojevic-Sedlak, 2008 verliep heel curieus: 10. Ld5 Dd7 11. Txf5 exf5 12. Lxf6 gxf6 13. Pf4 Dreigt Dh5+. 13… h5 14. Le6 Dd6 15. g3 Td8 16. Pcd5 c6 en het eindigt nu met een spectaculair dame-offer in een remise door herhaling van zetten: 17. Dxh5+ Txh5 18. Pxf6+ Ke7 19. Pg8+ (zie analysediagram)

En hier werd remise overeen gekomen! Dus als u nog eens een keertje een remise nodig heeft…

We keren nu terug naar de hoofdvariant.

4… Pc6!?

Deze op het oog merkwaardige zet wordt gezien als zwart meest adequate bestrijdingswijze van het gambiet. Er zijn natuurlijk alternatieven. Hier een kleine inventarisatie:

A) Een volstrekt logisch idee voor zwart is 4… c6 Het dwingt wit min of meer om er nu ook echt een pionoffer van te maken, wil hij op voordeel hopen. Dat culmineerde na 5. f3 exf3 6. Pxf3 d5 7. Ld3 g6 8. Pe5 Db6? (zie analysediagram)

in de partij Lalic-Kovacevic, 1995 met een door de witspeler magistraal gevoerde aanvalspartij. Ik druk de rest van de zetten nog even af:

9. De2 Dxb2? 10. O-O Dxc3 11. Lxf6 Tg8 12. Df2 Pd7 13. Lxe7 Kxe7? 14. Pxd7 Kxd7 15. Df7+ Le7 16. Dxg8 Dxd4+ 17. Kh1 Dh4 18. Tae1 Kd6 19. g3 Dg5 20. De8 d4 21. h4 Dd5+ 22. Kh2 1-0

In plaats van 8… Db6? verdient 8… Lg7 de voorkeur, maar het is duidelijk dat wit door het bezit van veld e5 en zijn ontwikkelingsvoorsprong geen centje pijn heeft.

B) Het fianchetto met 4… g6 levert wit ook een droomstelling op na 5. f3 exf3 6. Pxf3 Lg7 7. Dd2 in de partij 7… d6 Vidarte Morales-Martinez Balaguer, 2011.

C)4… e6 5. Pxe4 Le7 6. Lxf6 Lxf6 7. Pf3 O-O

[Het wat trage 7… b6 leidde na 8. Pe5 O-O 9. Ld3 Lb7 10. Dh5 De7 (zie analysediagram)

in de wereldberoemde partij Lasker-Thomas, 1912 tot een spectaculaire magneetaanval: 11. Dxh7+!! Kxh7 12. Pxf6+ Kh6 13. Peg4+ Kg5 14. h4+ Kf4 15. g3+ Kf3 16. Le2+ Kg2 17. Th2+ Kg1 18. Kd2#]

7… Pc6 wordt gespeeld door sterke spelers als Nikolic en Malaniuk. Hoe het toch snel mis kan gaan, zien we in het prachtig stukje positiespel dat wit aan de dag legt in de partij Yermolinksky-Curdo, 1994. Zwart raakt wat velden kwijt en hij wordt helemaal klem gezet. 8. c3 O-O 9. Dc2 d5?! Dit is vragen natuurlijk om moeilijkheden. In het vervolg lijdt zwart een smadelijke nederlaag: 10. Pxf6+ Dxf6 11. Lb5 Df5 12. Dxf5 Txf5 13. Lxc6 bxc6 14. O-O Tb8 15. b4 Ld7 16. Pe5 Td8 17. Tab1 Kf8 18. Tb3 Ke7 19. Ta3 Ta8 20. Ta6 Kd6 21. Te1 Tff8 22. Te3 Tfb8 23. Tg3 Tg8 24. a4 Le8 25. h4 Ld7 26. h5 Le8 27. h6 g6 28. Tf3 1-0

5. d5

Wit jaagt het paard op. Maar ook 5. f3 d5 6. fxe4 dxe4 7. Lb5 is wellicht goed speelbaar.

5… Pe5

6. De2!?

Deze wat op het oog ‘kromme’ zet is vermoedelijk wits beste mogelijkheid. In een partij Ivanisevic-Drazic, 2011, ging wit als een mes door de boter. Ook een aardig voorbeeld van hoe wit zijn tegenstander volkomen klem zet, valt te zien in de partij Erdos-Sikula, 2008.

De normale reactie op zwarts paarduitval is 6. Dd4 maar na 6… Pf7 (zie analysediagram)

A) 7. Lxf6 blijkt het toch een behoorlijke concessie te zijn om het loperpaar in te leveren. Daar staat tegenover dat wit snel kan ontwikkelen, terwijl van zwart nog alle stukken in het spel gebracht moeten worden, maar op de lange duur zullen de lopers een factor van betekenis worden. 7… exf6 8. Pxe4 f5 De keuze van de ‘Hollands-specialisten’. Die zullen wel in nopjes geweest zijn om tweemaal … f5 te mogen spelen in één partij! [Niet 8… d6?! 9. Lb5+ Ld7 10. Lxd7+ Dxd7 want dit bleek erg goed in de partij Dobrov-Sabaev, 2006. Vooral veld e6 is nu erg zwak en daar wist wit goed gebruik van te maken.] 9. Pg3 g6 10. O-O-O Lh6+ Zo ontwikkelt zwart ook snel. 11. f4 In Naumann-Kindermann, 2001 leek het er even op alsof wit de touwtjes in handen had, maar daar kwam niet veel van terecht. 11… O-O 12. Pf3 Lg7 13. Dd2 Want na het sterke 13… b5! kwam zwart goed te staan.

B) Wellicht moet het dan komen van 7. h4 maar dan blijkt 7… c6! de juiste aanpak voor zwart. (7… g6 8. O-O-O kwam voor in een partij Adly-Luciani, 2008. Ondanks de symmetrische pionnenstructuur die ontstond na 8… Lg7 9. Pxe4 O-O 10. Pf3 d6 11. Pxf6+ exf6 12. Le3 stond wit erg goed. Door zijn pion op d5 heeft hij veel meer ruimte. Daarbij kan hij spelen op het zwakke veld e6 en eventueel hangt zwart nog een aanvalletje boven het hoofd vanwege de mogelijkheden met h4-h5.) 8. O-O-O Db6! zoals bleek in een partij Cifuentes-Reinderman, 1993.

6… Pf7 7. Lxf6

Wit levert, zoals in veel van deze varianten, zijn loperpaar vrijwillig in. Dat is vooral om tijd te winnen. Ook wel eens geprobeerd is 7. h4 waarop 7… c6 wordt gezien als de beste reactie.

7… exf6 8. Pxe4

Wit wint de pion terug en hij dreigt nu een vernietigend dubbel aftrekschaak met mat!

8… De7

Ook de zwarte dame moet ‘krom’ voor zijn loper gaan staan. Zoiets zien we ook in het Schots (1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. d4 exd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pxc6 bxc6 6. e5 De7 7. De2).

Zowel na 8… Le7 9. d6!? als na 8… Lb4+ 9. c3 Le7 is het pionoffer met 10. d6!? Kansrijk omdat wit na 10… cxd6 11. Dd2 in de partij Drazic-Malaniuk, 2009 soortgelijke compensatie kreeg als in de hoofdvariant.

9. d6!

Van dit pionoffer moet het dan komen. Wit verminkt de zwarte pionnenstructuur, opent de witte velden en krijgt op den duur veld d5 voor een paard. Belangrijker is wellicht dat de zwarte stukken grote moeite zullen hebben om te ontwikkelen en dat geeft een klein, doch tastbaar plusje. Wit zal graag zijn witveldige loper willen ruilen tegen die van zwart, zodat hij veld d5 voor het paard kan reserveren. In twee partijen kwam zwart niet meer uit de omklemming: Berczes-Danner, 2009 en Nemet-Speck, 2004.

Belangrijkste illustratieve partijen:

  • Predojevic-Sedlak, 2008
  • Nogeiras Santiago-Barbero, 1987
  • Lalic-Kovacevic, 1995
  • Lasker-Thomas, 1912
  • Gelfand-Kerlouegan (simultaan), 2002
  • Yermolinksky-Curdo, 1994
  • Ivanisevic-Drazic, 2011
  • Erdos-Sikula, 2009
  • Adly-Luciani, 2008
  • Dobrev-Sabaev, 2006
  • Naumann-Kindermann, 2001
  • Cifuentes Parada-Reinderman, 1993
  • Drazic-Malaniuk, 2009
  • Berczes-Danner, 2010.

Geraadpleegde bronnen:

– Megadatabase van Chessbase

Reageren? Stuur een e-mail naar .

De illustratieve partijen via de viewer:

(Foto: bron Wikipedia)

1 Comment

  1. Avatar
    brabo februari 05, 2014

    Over de De2 variant heb ik al flink wat geschreven. Als je mijn blogartikel schaken-brabo.blogspot.be/2013/10/iccf.html leest dan vind je alle info en links terug.

    Een zonderlinge maar interessante variant die je niet vermeldt van het Stauntongambiet wordt besproken in dit artikeltje: schaken-brabo.blogspot.be/2012/03/de-boemerang.html

    Trouwens die laatste variant kreeg achteraf nog een staartje op chesspub: www.chesspub.com/cgi-bin/yabb2/YaBB.pl?num=1356608166

    Volgende keer mijn blog ook raadplegen? :)

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.