Geen held, maar schlemiel…

Veel spelers zullen ervan dromen om de club en het team waar je voor speelt een handje te helpen. Een paar jaar geleden smaakte ik het genoegen om een voor mij persoonlijk erbarmelijk verlopen seizoen kleur te geven door de laatste partij winnend af te sluiten. Dat bleek de zege te zijn die ons team van De Stukkenjagers naar de Meesterklasse liet promoveren.

De afgelopen week kreeg ik twee kansen om een team van dienst te zijn. Eerst was ik op onze clubavond, woensdag 19 maart, in de gelegenheid het bekerteam te helpen in de match tegen de Eindhovense Schaakvereniging. Mijn tegenstander, Bas van de Plassche, was niet de eerste de beste. Met hem heb ik al heel wat robbertjes uitgevochten – met wisselend succes. Ons team had het zwaar. Mark Haast op het tweede bord kreeg wat voordeel, maar meer dan remise zat er niet in. Op bord drie ondervond Anne Haast grote problemen tegen Jos Sutmuller en ook Mart Nabuurs ondervond de nodige problemen aan het vierde bord tegen Alessandro di Bucchianico. Het moest dan maar komen van mijn mooie stelling die ik na de opening had opgebouwd. Maar helaas verzuimde ik de kansen die ik kreeg te verzilveren en uiteindelijk werd ik een uitvluggerfase uitgeteld waardoor er een 1-3-nederlaag op het bord verscheen. Geen heldenrol dus, maar meer die van een schlemiel.

Dat nare gevoel kon ik meteen afgelopen zondag wegpoetsen door in Brussel uit te komen voor mijn oude clubje Anderlecht. Ik heb jaren geleden vele partijen voor de Brusselaren gespeeld en omdat ze nu in grote problemen zaten, was ik wel bereid om te kijken of ik wat kon doen. Het ging om de match met Brugge dat een punt meer bezat dan Anderlecht. Om niet te degraderen moest er gewonnen worden.

De voortekenen waren al niet zo goed. Mijn auto vertoonde in de week ervoor al wat haperingen bij het starten, maar mijn garagehouder had niets bijzonders kunnen vinden. Toen ik wilde vertrekken, wilde de auto niet starten, maar eventjes duwen hielp meteen. Met goede moed reed ik toch maar naar Brussel om daar te mogen constateren dat beide ploegen optimaal aan de start verschijnen. Al snel vielen er links en rechts wat remises. Op een gegeven moment waren de partijen op de borden 3, 4 en 8 waren nog bezig. Naast mij vond de partij tussen IM Koen Leenhouts (Brugge) en Ludovic Carmeille plaats. Daarin had wit een stuk geofferd waar hij aanvankelijk te weinig compensatie voor terugzag. Maar langzamerhand kwam er een eindspel tevoorschijn waarin wit genoeg pionnen had voor het paard en het leek mij duidelijk dat Leenhouts inmiddels weer op winst aan het spelen was. De partij op het laatste bord zou waarschijnlijk in remise eindigen. Als Carmeille remise kon houden, moest ik dus winnen. Ik had opnieuw na de opening groot voordeel behaald in mijn partij tegen Steven Geinaert, ook niet de eerste de beste. Het voordeel werd steeds groter en op een gegeven moment stond ik huizenhoog gewonnen. Om in computertermen te spreken: het stond iets van rond +5. Zou ik dan hier mijn oude ploegje redden van de ondergang? De titel van dit stukkie zegt al genoeg: opnieuw strandde ik in het zicht van de haven. De vele kansen die zich voordeden waren niet aan mij besteed en ineens kwam er een eindspel op het bord van toren plus drie pionnen tegen paard plus vier pionnen, allemaal op één vleugel.

Dat was een flinke misrekening, want ik zag niet hoe ik dit zou kunnen winnen. Maar het prettige was natuurlijk wel dat ik het onmogelijk kon verliezen. Het onprettige was echter dat de gebeurtenissen op het belendende bord mij allerminst bevielen. Dus zocht ik verwoed naar manieren om deze stelling toch op een of andere manier naar mijn hand te zetten. En daarmee riep ik het onheil over mezelf af. Want nadat ik mijn winstpogingen allang had moeten staken om genoegen te nemen met remise, ging ik veel te ver. En omdat de klok ook een hartig woordje mee begon te spreken, stapelde ik fout op fout. Tot overmaat van ramp heb ik in de analyse ook nog kunnen vinden dat de tegenstander het ook niet allemaal even vlekkeloos deed. Want nadat hij een paard en drie pionnen tegen mijn toren had overgehouden, liet hij op een gegeven moment zelfs nog een remise toe. Overbodig om op te merken dat ook die variant niet aan mij besteed was. Ik verloor dus en toen wendde iedereen het hoofd naar het vierde bord waar Carmeille wonderlijk genoeg inmiddels weer gewonnen was komen te staan. Curieus genoeg had hij een paard plus twee pionnen tegen een toren, maar dat bleek simpel gewonnen te zijn vanwege een verre pion. Een noodlottige 4-4 dus, terwijl een overwinning vereist was! Een ware thriller die mij weer in de rol van de schlemiel plaatste.

En natuurlijk was het leed nog niet geleden op deze regenachtige zondag. Want de accu van mijn wagen bleek helemaal dood te zijn. Met een paar man werd er geduwd (waaronder mijn sympathieke tegenstander…) en kregen we hem aan de praat. Maar omdat er – naar later bleek – een kabeltje los zat, werkte de accu ook onder het rijden niet. En toen begon de ellende eigenlijk pas. Want als ik remde of mijn knipperlichtje aanzette, was er geen back-up van de accu. Dan ontstond er een soort elektrische time-out waarmee de lichten en ruitenwissers uitvielen. Dat betekende dat ik zonder remmen en zonder knipperlichten in de stromende regen terug naar huis moest zien te komen. U zult begrijpen dat het met grote moeite is gelukt, anders had ik deze regels niet kunnen schrijven.

Overbodig om op te merken dat ik de partij die ik afgelopen woensdag heb gespeeld ook kansloos verloren heb. Gelukkig was die voor mezelf zodat ik daarmee niemand benadeeld heb…

Grooten, Herman – Geirnaert, Steven

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pf3 b6 4. a3 Lb7 5. Pc3 Pe4

Een systeem dat ik kende van een oude partij Kasparov-Andersson.

6. Pxe4 Lxe4 7. Pd2 Lg6 8. g3 Pc6 9. e3 e5

Het was kennelijk allemaal al eens eerder gedaan, maar vanaf hier begon voor mij het improviseren.

10. d5 Pa5

Ik kon me tijdens de partij nauwelijks voorstellen dat dit een gezonde opbouw is voor zwart.

11. h4

Het is prettig de loper op g6 te ‘befragen’.

11…h6 12. b4

Ik laat me verleiden tot deze opstoot. Waarschijnlijk wil zwart dit uitlokken omdat hij nu met … a7-a5 een aanknopingspunt krijgt.

12…Pb7 13. Lb2 Ld6 14. e4!

Ik ga nu verder met het verder uitbouwen van het ruimtevoordeel. Nevenliggende gedachte is om veld b1 in te ruimen voor de toren zodat pion b4 voldoende gedekt kan blijven.

14…De7 Op 14…a5 15. Lc3 De7 kan ik 16. Tb1 spelen. Het opgeven van de a-lijn is van ondergeschikt belang.

15. Lc3 O-O

16. g4!

Na lang nadenken gespeeld. Wit wil tegenspel met … f7-f5 verhinderen.

Oorspronkelijk was ik de profylaxe 16. Tb1 van plan. Hierna kan namelijk 16…a5 niet meer vanwege [Maar ik dacht dat zwart zich zou kunnen bevrijden met 16…f5 en hoewel wit hier ook enig voordeel heeft, beviel deze stelling me minder omdat ik h2-h4 heb ingelast en daarmee een verzwakking van de koningsstelling heb toegelaten.] 17. c5! bxc5 18. bxa5 en 18…Pxa5 faalt op [18…Ta7 19. a6 Pd8 is geen pretje voor zwart.] 19. Tb5 met stukwinst.

16…f6?! Ik was verbaasd dat hij geen 16…a5 speelde. Na 17. Tb1 axb4 18. axb4 Ta3 heeft hij tenminste nog even de open a-lijn. Voor wat die waard is natuurlijk. 19. Tb3 Tfa8 20. Db1 en zwart doet in elk geval nog mee.

17. Tb1

Hiermee zijn alle actieve mogelijkheden van zwart voorlopig van de baan.

17…Dd8

Deze zet begrijp ik niet zo goed. Drie zetten later gaat de dame weer terug. 17…c6 18. h5 Lh7 19. Ld3 werkt alleen maar in wits voordeel.

18. Ld3 a5

19. Db3!

Hier staat de dame – ook om tactische redenen – prima.

19…axb4 20. axb4 De7 21. Ke2 Misschien was het nog beter geweest om eerst 21. h5 in te lassen. 21…Lh7 22. Ke2

21…Ta7?! Op 21…h5 had ik 22. f3 gepland en het is de vraag of zwart hierop vooruit gaat.

22. Ta1

Hier wilde hij zijn toren op f8 vastnemen om die op a8 te doen belanden. Maar ineens zag hij welke valstrik ik voor hem gespannen had.

22…Txa1

Bijtijds bedacht hij zich, maar ondertussen heeft wit nu de enige open lijn veroverd.

22…Tfa8?? faalt op 23. Txa7 Txa7 24. c5! bxc5 25. bxc5 Pxc5 [25…Lxc5 26. d6+ Df7 27. Lc4 met damewinst.] 26. Db8+ met torenwinst.

23. Txa1 Kh8

Hij gaat snel uit de diagonaal van de witte dame om verdere tactiek uit de stelling te halen.

24. h5

Omdat de strijd nu voornamelijk op de damevleugel afspeelt, besluit ik om de koningsvleugel te vergrendelen. In een eventueel eindspel (zoals we later gaan zien) blijkt dat de pionnen heel handig zijn vastgelegd voor wit.

24…Lh7 25. Ta7 Pd8

Hier gaat 25…Tb8? niet vanwege 26. c5 bxc5 27. bxc5 Lxc5 28. Txb7 met stukwinst.

26. Da4!

Een zeer sterke zet die druk zet op pion d7. Wit dreigt nu c4-c5 en na tweemaal slaan op c5 en Txc7 pion d7 te winnen.

26…c6

Noodzakelijk, maar daarmee krijgt wit aanknopingspunten.

27. f3 Met 27. Da6 had ik een invasie over de zevende rij kunnen inleiden. Bijvoorbeeld 27…Lxb4 28. Lxb4 Dxb4 29. Txd7 Lg8 30. Da7 en het is niet te zien hoe zwart dit gaat redden.

27…b5

Die had ik verwacht, maar ik kon nu niet goed kiezen uit de kansrijke mogelijkheden die zich voordoen.

28. Da5

Een goed alternatief dat de controle over de stelling vasthoudt, maar niet de beste.

Oorspronkelijk was ik 28. cxb5 van plan. De mogelijkheden na 28…cxd5 29. exd5 Lxd3+ 30. Kxd3 leken me iets te ingewikkeld. En omdat ik mijn tegenstander als een gevaarlijk tacticus beschouw leek me dat hij als een vis in het water zou zijn in deze stelling. Overigens vindt de engine dat wit huizenhoog op winst staat in deze stelling… 30…f5 waar ik bevreesd voor was kan luchtig opgevangen worden met [30…e4+ 31. fxe4] 31. gxf5 Txf5 32. b6 Tf7 (zie analysediagram)

33. Kc2! en de b-pion gaat zwart materiaal kosten.

28…bxc4 29. Pxc4 cxd5 30. Dxd5 Pc6

Ook deze tussenzet had ik zien aankomen en nu gedacht dat er wel een winnende afwikkeling in zou zitten. faalt nu op 30…Lxb4 31. Txd7 met stukwinst. Overigens heeft zwart hier het tactische grapje 31…Pe6 Dreigt … Pf4+. Maar na 32. Db7 Pf4+ 33. Kd1 is het dan toch gedaan, hoewel wit enige techniek moet tonen na 33…Dxd7 34. Dxd7 Lxc3

31. Tb7

Wederom na veel te lang nadenken gespeeld. Het is wel de beste voortzetting maar er was een mogelijkheid die me steeds bleef aantrekken.

Dat was namelijk met 31. Dxd6 Dxd6 32. Pxd6 Pxa7 33. b5 en omdat zwarts loper op h7 zo verschrikkelijk buitenspel staat, kan hij waarschijnlijk niet voorkomen dat ik de pion naar voren stuw waarna hij er een paard voor moet offeren. 33…Lg8 [33…Tb8] 34. Lb4 Tb8 (zie analysediagram)

De juiste zet is hier 35. Kd2! maar dat had ik allemaal niet zo helder op het netvlies.

[35. Lc5 Tot zover had ik het ongeveer gezien, maar niet dat er dan een grap inzit voor zwart: 35…Pxb5! en nu faalt Dan is helaas 36. Pxb5 gedwongen maar dan bevrijdt zwart zich enigszins met (36. Lxb5? op 36…Txb5 37. Pxb5 Lc4+) 36…d5 en de technische afhandeling is problematisch geworden.]

35…Le6 36. Lc5 Pxb5 37. Lxb5 en wit heeft twee stukken voor een toren en een pion. Omdat het paard zo sterk op veld d6 staat, heeft wit winstkansen, maar het is allemaal verre van gemakkelijk en misschien niet eens gewonnen.

31…Lxb4 32. Txd7 Dc5

Nu dacht ik dat er materiaalwinst in moest zitten, maar ik kon het niet vinden en het blijkt er ook niet te zijn.

33. Lxb4 Dxd5 34. exd5

34…Pxb4!

De beste kans. Veel slechter is 34…Lxd3+ 35. Kxd3 Pxb4+ 36. Ke4 en de koning grijpt beslissend in.

35. Lxh7 Kxh7 36. Pe3

Volgens de engine blijf ik steeds de sterkste zet spelen. Het paard dekt even pion d5 zodat Td7 kan spelen. Maar er dreigt vooral Pf5.

36…Kg8

Dit eindspel is totaal gewonnen voor wit (mijn engine geeft +5: 45).

37. Tc7?

Waarom niet gewoon de intuïtie achterna?

Ik wilde hier 37. Tb7! spelen met als mogelijk vervolg 37…Pa6 [En toen kwam het eerste spook. In tijdnood meende ik ineens dat het paard naar d4 kon springen… 37…Pc2?? maar dat gaat uiteraard niet wegens 38. Pxc2] 38. Pf5 Tf7 39. Pe7+ Kf8 40. d6 en het is uit. Ik wist eigenlijk niet waarom ik me hier niet op inliet. Na 40…Ke8 wint 41. d7+ Kxe7 42. d8=D+ Kxd8 43. Txf7 natuurlijk eenvoudig.

37…Td8 38. Tc5 Ook heel sterk is 38. Pf5 hoewel jammer van de mooie d-pion. 38…Pxd5 39. Txg7+ Kh8 40. Tf7 maar wit wint in elk geval pion h6 en heeft dan ook riante kansen.

38…Td7 39. Tb5 Opnieuw was 39. Pf5! bijzonder sterk. Wit kan dan een pion op d6 zetten waarna het ook gedaan is met de zwartspeler. 39…Kf7 40. d6 Ke6 41. Tc7 Pd5 42. Pxg7+ Kxd6 43. Txd7+ Kxd7 44. Pf5 en pion h6 valt. Omdat een paardeindspel getaxeerd mag worden als een pionneneindspel, mogen we aannemen dat wit hier op winst staat.

39…Pa6 40. Kd3 Precies op zet 40 was opnieuw 40. Pf5! de zet geweest.

40…Pc7

41. Tb8+!

Een goede tussenzet.

Hier dacht ik dat hij 41. Tb7 Pe6 had gepland maar na [De hele wending met 41…Txd5+! had ik nog niet gespot. 42. Pxd5 Pxd5 43. Td7 Pf4+ 44. Ke4] 42. Txd7 Pc5+ 43. Kc4 Pxd7 44. d6 Kf7 45. Kd5 wint wit simpel.

41…Kh7

Na lang beraad. Zelf dacht ik dat als de koning naar dit veld zou moeten, hij grote problemen zou hebben. Ik had 41…Kf7 verwacht maar daarop had ik 42. Tb7 gepland.

42. Tb7

Ik dacht dat hij na deze zet volkomen machteloos zou staan tegen elk plan. Maar ik moet eerlijk bekennen dat ik zijn volgende zet niet overwogen heb. Een blinde vlek kennelijk. Hier overwoog ik als eerste mogelijkheid 42. Kc4! en dat zou ook meteen de juiste zet zijn geweest. Met een afgesneden koning en twee hulpeloze zwarte stukken valt de de witte d-pion niet af te stoppen. Een voorbeeld: 42…g6 43. Tb7 gxh5 44. gxh5 Kg8 45. d6 wint een stuk en dan kan het niet moeilijk meer zijn, hoewel 45…Txd6 46. Txc7 Td4+ 47. Kc5 Tf4 nog berekend moet worden. Bij nader inzien wint wit door op mat te spelen: 48. Kd5 Txf3 49. Pg4 Tf1 50. Ke6 (zie analysediagram)

en Pxf6+ gevolgd door een matbeeld valt niet te voorkomen.

42…Txd5+!

Zwarts enige kans. Het paardeindspel na 42…Pe6 43. Txd7 Pc5+ 44. Kc4 Pxd7 45. Kb5 had ik nog wel gezien en terecht gezien dat wit op zijn sloffen wint: 45…Kg8 46. Kc6 Pf8 47. d6

43. Pxd5 Pxd5

Totaal verbouwereerd zat ik naar deze stelling te kijken. De winst – zo die er al zou zijn – leek me ineens ver weg. Maar ik moest winnen…

44. Ke4 Pf4 45. Tb8

Maar beginnen met het opsluiten van de koning. Remise heb ik altijd en ik mag hopen op meer als ik met koning+toren pion g7 van het bord kan halen.

45…Pe6 46. Kd5?! Het zou verstandig zijn geweest om een pion te ruilen. Dat kan met 46. Te8 Pf4 47. Kf5 Ph3 48. Ta8 Pg5 49. f4 exf4 50. Kxf4 en ondanks deze uitgedunde stelling heeft wit nog altijd goede kansen.

46…Pg5

47. Te8? De koning laten ontsnappen met 47. Tb3 was veel beter, maar een eventuele winst lijkt nu toch definitief verkeken.

47…Pxf3 48. Ke6 e4?!

Niet de beste. Na 48…Ph2 49. Kf7 Pf3 50. Tg8 lijkt wits plan gelukt, maar zwart verijdelt het slaan op g7 met 50…Pg5+ 51. Kf8 Pe6+ 52. Kf7 met herhaling van zetten.

49. Kf5 Pe5 50. Kxe4

50…Pxg4

Inmiddels heeft zwart twee pionnen, maar wit heeft nog altijd kansjes op een punt. Voornamelijk door de slechte positie van de koning.

51. Kf5 Pe5 52. Ke6 52. Ta8 Een mooi moment voor een wachtzet, omdat het paard moet spelen. In werkelijkheid denk ik niet dat wit echt verder kan komen, maar in een praktische partij moet de zwartspeler de goede paardzetten weten te vinden.

52…Pf3 Logischer was 52…Pd3 om met … Pf4+ te gaan dreigen.

53. Ta8 Wit lijkt nu echt iets voor elkaar te krijgen, maar wat blijkt: 53. Td8 Pg5+ 54. Ke7 Pe4! 55. Kf8 Pg5 56. Te8 f5 57. Te7 heeft zwart 57…Kh8 en wit bereikt niets.

53…Pg5+ 54. Kf5 Pf3 55. Td8 Pe5 56. Tc8 Pf3 57. Ke6 Pg5+

58. Kd6

Wat me bezielde om naar dit veld te gaan, weet ik nog steeds niet.

58…Pe4+!

Het paard komt nu op een voor wit onprettig veld terecht.

59. Ke6 Pg3

Nu gaat pion h5 ook nog verloren. Vooralsnog is er niets aan de hand, maar wit moet de omschakeling maken dat hij aan remise moet gaan denken.

60. Tc5 f5 61. Tc3 Om remise af te dwingen is 61. Txf5 Pxf5 62. Kxf5 de geijkte manier.

61…f4

62. Ke5?!

Ik had onder druk van de klok nog niet gezien dat de toren op c3 op een uiterst ongunstig veld staat. Een handige torenzet zoals 62. Ta3 Pxh5 63. Kf5 was nu de aangewezen manier om remise af te dwingen.

62…Pxh5 63. Kf5

Nog altijd geen centje pijn, maar zwart verbetert zijn paard via een trucje. Ook nu was er geen probleem geweest na een zet als 63. Ta3 g5 64. Ta7+ Kg6 65. Ta6+ Kg7 66. Ta7+ Kf8 67. Ta8+ Ke7 68. Ta7+ Kd8 69. Ke4 en pion h6 valt spoedig waarna de remise een feit is.

63…Pg3+ 64. Kg4 64. Kxf4?? mag natuurlijk niet vanwege 64…Pe2+

64…h5+

65. Kh4?

De fouten beginnen zich op te stapelen. Hoog tijd om de koning voor de verste vrijpion te zetten. 65. Kf3! g5 66. Tc6 en ook hier kan zwart niet winnen.

65…Kh6 66. Tc5 g6 67. Kh3 Pf5 68. Kg2 Kg5?!

Niet de meest handige.

Zwart kon nu al winnen met 68…Ph4+ 69. Kf2 [69. Kh3 g5] 69…g5 en de pionnen komen onweerstaanbaar naar voren.

69. Kf3 h4 70. Ta5 h3 71. Tc5 Kh4 72. Tc8

72…Pg3?

De zwartspeler wikkelt verkeerd af. De juiste zet was nu het wat vreemde 72…Ph6! 73. Th8 Kh5 en ook nu zijn de pionnen niet af te stoppen.

73. Tc2??

Na deze nieuwe blunder kunnen de stukken bijna opgeborgen worden. Na 73. Th8+! Ph5 74. Ta8 g5 75. Tg8! Pg3 76. Tg7 kan zwart niet verder komen omdat hij na 76…h2 77. Th7+ Ph5 78. Kg2 een cruciale pion verliest.

73…g5 74. Tc8

De volgende zetten die in het partijbestand staan, maar die zijn in werkelijkheid niet gespeeld. Wat er deze hectische slotfase wel gespeeld is weet ik niet meer. Feit was wel dat er een pion van zwart doorliep.

74…g4+ 75. Kxf4 h2

en het was uit.

0-1

Grooten, Herman – Van der Plassche, Bas

In een Konings-Indische stelling waarin zwart zijn witveldige loper voor een paard heeft ingeruild heeft wit dankzij zijn ruimtevoordeel groot voordeel in handen. Mijn tegenstander zei na afloop dat hij dacht dat het na het inlassen van 18… a5-a4 hij het ergste achter de rug zou hebben. In werkelijkheid heeft hij grote problemen met de ontplooiing van zijn stukken. Het paard op b4 staat schijnbaar actief maar ook kwetsbaar, het paard op b6 doet weinig anders dan het tegenhouden van Ta4 en de loper heeft geen enkele toekomst. Omdat de stand op de andere borden zodanig was, dacht ik dat nu het moment gekomen was om een interessant stukoffer te brengen. Ingegeven door de omstandigheid dat zwarts stukken nauwelijks iets kunnen doen, meende ik een stuk voor twee pionnen te kunnen geven.

24. Lxh5!?

Zo’n stukoffer houdt altijd wat risico in, maar hier blijkt wit weinig gevaar te lopen.

Minder goed is 24. c5 vanwege 24…Pd7+= en zwart krijgt weer wat ‘lucht’. [24…dxc5 25. Lxc5 P4xd5] 24. Dg1 Pd7 25. f3 Pa6 26. Le2 en wit kan blijven bouwen aan zijn stellingsvoordeel.

24…gxh5 25. Df3 Pd7

26. Df5+?

Een volkomen idiote en ook misplaatste gedachte om hier af te wijken van het oorspronkelijke plan.

Uiteraard had ik natuurlijk 26. Dxh5+ gepland en dat lijkt ook inderdaad kansrijk. 26…Kg8 27. Dg4 <met compensatie voor het geofferde materiaal> Wit staat nu klaar voor een opmars van de h-pion en eventueel het omspelen van het paard naar f5. Zwart kan niets doen. [Niet zo geweldig is 27. Pe2 Pc5 28. Lxc5 dxc5 29. Pg3 c6] 27…Dc8 [27…f6 28. g6 f5 29. Dh5 Pf6 30. Dxf5 en wit heeft zijn derde pion. 30…Dc8 31. f3!] 28. Ta7 Pa6 29. Ke2 Pac5 30. Lxc5 Pxc5 31. Dxc8 Txc8 32. b4 Pb3 33. Txb7 Pd4+ 34. Kd3 <groot voordeel voor wit> (zie analysediagram)

Wit heeft riante vooruitzichten in deze stelling. Niet alleen heeft hij drie pionnen voor het stuk, maar die stukken van zwart werken nog altijd niet. 34…Kh7 Ter illustratie een variant: 35. h5 Lf8 36. Pb5 Pxb5 37. cxb5 Kg7 [37…Le7? 38. b6] 38. Ke3 Le7 39. f4 exf4+ 40. Kxf4 Ld8 41. Kf5 met beslissend voordeel.

26…Kg8 27. Pe2

De tijd begon voor beide spelers te dringen en het foutenfestival neemt dan ook zijn aanvang.

27…Pb8?

Maar zwart, nu al geplaagd door de klok gaat ook niet optimaal verder. Veel beter was 27…Pc5 28. Kd1 Pbd3 <groot voordeel voor zwart> en plotseling moet wit rekening houden met die lastige zwarte paarden terwijl zijn eigen plannen spaak lopen.

28. Tg1?

De goede gedachte in de verkeerde volgorde.

Veel logischer en ook sterker is 28. Pg3! en nu bijvoorbeeld 28…Dc8 29. Dxc8 [De computer vindt 29. Ta7! overigens nog sterker.] 29…Txc8 30. Pxh5 [En nu ook weer: 30. Ta7 b6 31. Pxh5 met vrijwel beslissend voordeel.] 30…Kh7 31. Pg3 f6 32. Pf5 <groot voordeel voor wit> maar ook hier heeft zwart weinig in te brengen.

28…c6?!

Dit speelt wit in de kaart: pion d6 wordt heel zwak.

Na 28…Dd7! is 29. Kc3!? heel interessant.

[Niet zo handig is 29. Df3?! P8a6 30. Pg3 Dh3 31. Th1 Dg4 32. Dxg4 hxg4 33. Pf5 en hier is het niet gemakkelijk om er iets van te maken.]

[Iets beter is 29. Pg3!? Dxf5 30. Pxf5 P8a6 31. g6 Kh8 heeft wit niets te vrezen maar ook niet meer dan dat.]

29…Dxf5 [Als zwart blijft wachten versterkt wit simpel zijn stelling. 29…P4a6 30. Pg3] 30. exf5 P8a6 31. f6 Lh8 32. Pg3 c6 33. dxc6 d5 34. cxd5 Pxd5+ 35. Kc4 Pxe3+ 36. fxe3 Tc8 37. Kd5 bxc6+ 38. Kxe5+- (zie analysediagram)

en hoewel wit een stuk achter staat, heeft hij natuurlijk niets te vrezen. De loper op h8 is voorgoed ingesloten en virtueel heeft wit dus een pion meer aan de andere kant van het bord. Eerlijk gezegd denk ik dat wit moet kunnen winnen.

29. Pg3 Dd7 30. Df3 Dg4

31. Dxg4!

Tijdens de partij had ik gezien dat wit het eindspel niet hoeft te vrezen. Hij krijgt minimaal 2, waarschijnlijk 3 pionnen voor het stuk en zijn stukken blijven goed staan. Zwart kan daar weinig tegenover stellen. Ik zat nog wel tijd te verspillen met de variant 31. Dh1? maar ik kwam er tijdig achter dat zwart na 31…cxd5-+ ineens goed staat.

31…hxg4 32. Kc3?!

Omdat wit straks met de e-pion gaat terugslaan op d5 is het niet logisch om de koning in de lange diagonaal te zetten.

Meteen 32. Pf5! is vrijwel winnend voor wit. 32…cxd5 33. exd5 Verdient toch de voorkeur boven het andere terugslaan.

[Na 33. cxd5 Pd7 (33…Td8 34. Lb6 Td7 35. Txg4 is uit.) 34. Txg4 Kh7 (Op 34…Ta8 volgt 35. g6! Lf6 36. Ph6+ Kf8 37. Pxf7+-) 35. h5 Ta8 36. Kc3 Pa2+ 37. Kb2 Pb4 38. Pxd6 en wit verzamelt de nodige zwarte pionnen. De zwarte stukken werken nog allerminst samen.]

33…Td8 [33…e4?! 34. Txg4 Le5 35. Txe4+-] 34. Txg4 Kh7 35. h5 P8a6 (zie analysediagram)

en nu komt er iets verrassends: 36. f4! Wit opent vrijwillig de diagonaal van Lg7, maar daar staat tegenover dat hij hiermee de zwakte op d6 beter onder schot kan nemen. 36…Td7 37. fxe5 Lxe5 [37…dxe5 38. g6+ fxg6 39. hxg6+ Kg8 40. Lh6+-] 38. g6+ fxg6 39. hxg6+ Kh8 [39…Kg8 40. g7! De witte vrijpion is nu loeisterk. 40…Lxg7 41. Ld4+-] 40. Lb6! Verhindert alle tegenspel, zwart kan niets meer doen. 40…Lf6 41. Te4 Tg7 [41…Le5 42. Ld4 Lxd4 43. Te8#] 42. Te8+ Tg8 43. Pxd6 Txe8 44. Pxe8 Le5 45. Ke3 Pb8 46. Ke4 Pd7 47. Kf5+- (zie analysediagram)

en het resterende eindspel is gewonnen voor wit.

32…P4a6?! 33. Pf5 cxd5 34. exd5!

Lijkt merkwaardig, want de zwarte loper mag weer wat gaan doen.

34…e4+ 35. Kd2 Na ruil 35. Ld4 Lxd4+ 36. Kxd4 Pc5 37. b4 Pd3 38. Pxd6 zou wit ook op winst hebben gestaan.

35…Le5!

De juiste zet, zwart moet zijn zaakjes zoveel mogelijk bij elkaar houden.

36. Txg4 Pd7

37. Txe4?!

Ook nu heeft wit drie pionnen. Maar er was beter! Pion d6 is van groter belang. 37. Lf4 <groot voordeel voor wit> was waarschijnlijk sterker.

37…Pac5 38. Tg4

38…Ta8!

Het zwarte tegenspel begint nu wel op gang te komen. Gezegd moet worden dat Van de Plassche zijn stukken inderdaad tot leven heeft weten te wekken.

39. f4 <enige zet> Ta2+ 40. Kd1 Lc3 41. Pxd6 Pxb3 42. Pe4?!

Niet slim.

Het was hoog tijd voor een ‘lelijke’ zet: 42. g6 fxg6 [42…f5 is te riskant na 43. Pxf5] 43. Txg6+ Kf8 44. Pxb7 en omdat alle zwarte pionnen zijn verdwenen houdt wit waarschijnlijk stand.

42…Ld4 43. Tg3 Lxe3 44. Txe3

44…Pbc5?!

Beide spelers hadden het hier te kwaad met de klok.

45. Pd2?!

Probeert het zaakje bij elkaar te houden. Na 45. Pd6 <groot voordeel voor wit> staat wit zelfs weer beter…

45…Ta1+ 46. Ke2 Th1 47. Pf3 Pb6 48. Te8+ Kg7

49. f5?

Deze normale zet brengt wit in grote problemen. Hoog tijd om iets met de vrijpion te gaan doen: 49. d6! Tc1 50. Pe5 Pxc4 51. Pxc4 Txc4 52. Tc8 b5 53. h5 is nog altijd in orde voor wit. Hij loopt hier geen verliesgevaar.

49…Pxc4 50. Tc8 50. Te7 b5 51. g6 Pd6=+

50…b6 51. f6+?

De stelling was niet gemakkelijk maar dit is afschuwelijk. De zwarte koning wordt ineens toegelaten op het strijdtoneel. 51. Tc7=+ Ta1 52. Pd4 Ta2+ 53. Kf3 Ta3+ 54. Kf4 Pd3+ 55. Kf3=+

51…Kg6 52. Th8 Kf5-+

en de rest van de zetten zijn in de uitvluggerfase verloren gegaan. Mijn tegenstander merkte na afloop nog terecht zoiets op als dat het merkwaardige tempo (van 5 seconden increment bij bekerwedstrijden) toch heel veel narigheid veroorzaakt. Daar kan ik het alleen maar roerend mee eens zijn…

0-1

Een partij en een fragment via de viewer:

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die ik op Schaaksite heb gezet.

2 Comments

  1. Avatar
    pengschaak maart 28, 2014

    Schaken kan heel mooi en prachtig zijn, schaken kan ook hartverscheurend zijn. We houden van in ieder geval schaken.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.