Schaakgeschiedenis in vogelvlucht 8: Emanuel Lasker

Omdat het schaakspel een eeuwenoud spel is, dat naar schatting al 3000 jaar oud is, lijkt het ons gepast om een serie korte artikelen te presenteren, waarin we de schaakgeschiedenis voor het voetlicht willen brengen. Dit is het achtste artikel dat gaat over de tweede wereldkampioen, Emanuel Lasker.

Nadat Emanuel Lasker (1868-1941) in 1894 de wereldtitel heeft weten te veroveren ten koste van Steinitz, duurt het maar liefst 27 jaar voordat er een speler is, die hem van de troon stoot. Lasker speelt verschillende tweekampen met de wereldtitel als inzet, maar – op een gelijkspel met Schlechter na – blijft hij moeiteloos overeind. Lasker geeft in zijn spel de leer van Steinitz verder gestalte, namelijk dat er volgens de regels van de logica moet worden gespeeld, met een goed evenwicht tussen positiespel en tactiek. Deze stijl wordt de klassieke schaakstijl genoemd. Hij gunt Steinitz ook de eer de grondlegger van het hedendaagse positiespel te zijn. Aan de hand van analyses van zijn voorganger stelt Lasker de tabel van de (strategische) elementen van Steinitz samen. In deze tabel worden de verschillende kenmerken die een rol spelen bij het beoordelen van de stelling op een rijtje gezet. Zie hiervoor ook het vorige artikel over Steinitz in deze reeks.

Lasker blijkt naast het schaken een veelzijdig man te zijn, want ook op het gebied van de wiskunde en de filosofie komt hij met briljante publicaties.

Op schaakgebied wordt hij door velen als een van de allergrootsten beschouwd. Zelfs op hoge leeftijd weet hij vriend en vijand te verbazen, als hij in Moskou 1935 op 67-jarige leef¬tijd ongeslagen de derde plaats verovert in een buitengewoon sterk gezelschap. Het scheelt zelfs maar een haar of hij had de gedeelde eerste prijs voor zich opgeëist. Lasker draagt de wereldtitel over aan de Cubaan Capablanca tegen wie hij in 1921 in Havanna een match verliest. Een karakteristiek partijfragment voor de langst zittende wereldkampioen is het volgende:

Winawer, Szymon – Lasker, Emanuel, Nürnberg 1896.

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 Pf6

De ‘Berlijnse Muur’, waar kennen we dit ook weer van…?

4. O-O Pxe4 5. d4

5…Le7 De speelwijze die Kramnik koos in zijn WK-match tegen Kasparov had als voornaamste doel om de dames te laten ruilen. Dat vindt min of meer verplicht plaats vanwege 5…Pd6 6. Lxc6 dxc6 7. dxe5 Pf5 8. Dxd8+ Kxd8 hetgeen de naamgeving ‘Berlijnse Muur’ heeft opgeleverd.

6. De2 Pd6 7. Lxc6 bxc6 8. dxe5 Pb7 9. Pd4 9. Pc3 wordt ook vaak gespeeld tegenwoordig.

9…O-O 10. Pc3 Lc5 11. Pf5

Dit lijkt een gevaarlijke aanvalszet, maar het blijkt een slag in de lucht te zijn. Na zijn volgende zet staat zwart voortreffelijk. 11. Td1 wordt in de moderne openingstheorie aanbevolen, maar werd destijds ook al regelmatig gespeeld (zoals in een partij Reti-Schlechter, 1914 het geval was).

11…d5! 12. Dg4 Lxf5 13. Dxf5 Te8 14. Lf4 Ld4!

Zwart dreigt met 15… g6 pion e5 te winnen.

15. Tfe1 Pc5 16. Tad1 Lxc3 17. bxc3

Hiermee heeft zwart de witte pionnenformatie ernstig verzwakt.

17…Dc8!? 18. Dh5

Zwart wil graag dames ruilen en als wit niet meewerkt gaat hij op pion a2 af.

18…Da6

19. Te3?!

Dit is te traag. Een betere kans was 19. Le3 om na 19…Pe6 verder te gaan met 20. f4 en wit heeft wel degelijk een gevaarlijk initiatief.

19…Dxa2 20. Tc1 Dc4 21. Tf3 Pe6 22. Ld2 Te7 23. Th3 De4 24. f3 Dg6 25. Dh4 Td7

Misschien niet de meest handige. De toren staat beter op e8: 25…Tee8

26. f4 De4 27. g4 Pf8 28. Df2

28…a5!?

Lasker wil onmiddellijk zijn a-pion laten ‘voelen’.

29. Te3 Dc4 30. f5

Het is wit gelukt om zijn meerderheid naar voren te brengen, maar echt veel zal hij er niet aan hebben.

30…a4 30…Dxg4+? is te link. 31. Tg3 Dh5 32. Dg2 met onduidelijke stelling.

31. Tf1 a3 32. Tee1 a2

De rechtlijnigheid in het spel van Lasker is opvallend.

33. h3 c5 34. Kh2 d4 35. Df3 c6 36. e6 fxe6 37. fxe6 Pxe6 38. Dxc6

38…Tda7!

Zwart heeft scherp moeten rekenen om zich op deze afwikkeling in te kunnen laten.

39. Ta1

39. Dxe6+ Dxe6 40. Txe6 a1=D 41. Txa1 Txa1 wint voor zwart.

Wit heeft zich ervan overtuigd dat 39. Txe6 niet werkt vanwege 39…Dxf1 40. Te8+ Txe8 41. Dxe8+ Df8 en alles klopt als een bus.

39…Tf8 40. Tfe1 Pd8 41. Db6 Taf7 42. Lg5

Nu gaat het hard; de zwarte stukken nemen het heft in handen.

42…Tf2+ 43. Kg3 Dxc3+

En opgegeven. Het gaat geforceerd mat. Want na 43…Dxc3+ 44. Kh4 heeft zwart het fraaie 44…Dxh3+! 45. Kxh3 T8f3+ 46. Kh4 Th2#

0-1

AANVULLEND MATERIAAL

Lasker was een allround speler, een geweldenaar die van alle markten thuis kwam. Hieronder heb ik nog drie partijen van hem becommentarieerd, die niet mogen ontbreken in deze korte bloemlezing. Bij twee partijen heb ik wat vraagjes ingebouwd, die even mag proberen te beantwoorden. Veel plezier bij het naspelen!

Lasker, Emanuel – Bauer, Johann Hermann

Deze partij mag niet ontbreken in de collectie van ‘evergreens’. Hier wordt het eerste voorbeeld gecreëerd van het beroemde dubbel loperoffer.

1. f4 d5 2. e3 Pf6 3. b3 e6 4. Lb2 Le7 5. Ld3 b6 6. Pf3 Lb7 7. Pc3 Pbd7 8. O-O O-O 9. Pe2 c5 10. Pg3 Dc7 11. Pe5 Pxe5 12. Lxe5 Dc6 13. De2 a6

Zwart heeft nogal passief gespeeld en dat geeft wit het sein voor de aanval.

OPGAVE 1: Met welke zet begint wit zijn aanval?

OPGAVE 2

Lasker, Emanuel – Capablanca, Jose Raul

Deze partij is beroemd geworden vanwege Lasker fantastische spel tegen de ‘lichtvoetige’ wereldkampioen Capablanca, die hem de titel afhandig had gemaakt.

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. Lxc6

(!) Een zeer verrassende keuze, daar Lasker zich bewust op een eindspel inlaat. Dat lijkt een verkeerde beslissing aangezien Capablanca bekend stond als de speler met een fabuleuze eindspeltechniek.

4…dxc6 5. d4 exd4 6. Dxd4 Dxd4 7. Pxd4

Lasker moest deze partij winnen omdat hij een punt achter Capablanca stond in het toernooi.

7…Ld6 8. Pc3 Pe7 9. O-O O-O 10. f4 Te8

Later gaf Tarrasch een verbetering aan: 10…f5 11. e5 Lc5 12. Le3 Lxd4 13. Lxd4 b6 en ondanks wits gedekte vrijpion heeft zwart weinig te vrezen.

11. Pb3 f6

12. f5!

Onder de klassieke regels van Steinitz, zou dat een helemaal verkeerde beslissing zijn. Hij verzwakt vrijwillig veld e5 en maakt van zijn pion op e4 een zwakke, achtergebleven pion. Maar Lasker heeft de juiste bedoelingen met deze zet. Hij beoogt zijn loper op veld f4 te ruilen om zo het zwarte loperpaar onschadelijk te maken en als hij ooit tot e4-e5 komt, heeft hij zijn pionnenmeerderheid tot gelding gebracht.

12…b6 13. Lf4 Lb7?

Dit is pas een echte fout! Normaal gesproken zou zwart blij moeten zijn om van zijn dubbelpion af te komen, maar d6 wordt een permanente zwakte.

Beter was 13…Lxf4! 14. Txf4 c5! 15. Td1 Lb7 16. Tf2 Tad8 17. Tfd2 [17. Txd8 Txd8 18. Td2 Txd2 19. Pxd2 Pc6 of] 17…Txd2 18. Txd2 Pc6 19. Td7 Tc8 en na Pe5, volgens Capablanca na afloop, zou de stelling oké zijn voor zwart.

14. Lxd6 cxd6 15. Pd4 Tad8?

Capablanca neemt wits basisidee niet serieus. Het paard op e6 blijkt een verschrikking te zijn voor zwart in het vervolg. 15…Lc8 was noodzakelijk.

16. Pe6 Td7 17. Tad1 Pc8 18. Tf2 b5 19. Tfd2 Tde7 20. b4 Kf7 21. a3 La8?

Een slechte zet, zoals door Lasker later feilloos wordt blootgelegd. 21…Txe6 22. fxe6+ Txe6 zou hem een betere kans op behoud hebben opgeleverd.

22. Kf2 Ta7 23. g4 h6 24. Td3 a5?

Dat was Capablanca’s idee, maar het idee om de a-lijn te openen, blijkt alleen maar in wits voordeel te werken.

25. h4 axb4 26. axb4 Tae7

Een treurige aftocht van de a-lijn.

27. Kf3 Tg8 28. Kf4 g6 29. Tg3 g5+ 29…gxf5 zou ook geen verlichting brengen: 30. exf5 d5 31. g5! hxg5+ 32. hxg5 fxg5+ 33. Pxg5+ Kf8 34. f6 Ta7 35. Ke5! enzovoort.

30. Kf3 Pb6 31. hxg5 hxg5

32. Th3!

Lasker behandelt de stelling zoals Capablanca zelf zou doen. Hij neemt een van de twee open lijnen in handen. 32. Txd6 zou zwart wat op adem brengen vanwege 32…Pc4 33. Td1 Th8 en in elk geval werken zijn stukken weer.

32…Td7

Het paard moet nu op b6 blijven. Na 32…Pc4 33. Ta1 zou de gecombineerde werking van de twee witte torens hem in verlegenheid brengen.

33. Kg3

De laatste voorbereiding.

33…Ke8 34. Tdh1 Lb7

35. e5!

Een prachtige veldruiming om het andere paard in de strijd te kunnen werpen.

35…dxe5 36. Pe4 Pd5 37. P6c5

Knap gezien. Na een zet van de zwarte toren over de zevende rij, verliest hij de controle over veld d6 en dan zou de paardvork op d6 beslissend worden.

37…Lc8 38. Pxd7 Lxd7 39. Th7 Tf8

40. Ta1

De pijnlijke executie wordt zichtbaar. Wit neemt nu de andere lijn over om met twee torens vernietigend te kunnen binnendringen.

40…Kd8 41. Ta8+ Lc8 42. Pc5

Zwart gaf zich gewonnen. Met deze overwinning greep Lasker uiteindelijk ook de toernooizege omdat de aangegrepen Capablanca een ronde later ook nog van Dr Tarrasch verloor! (Met dank aan de analyses van Kasparov in My Great Predecessors)

1-0

Lasker, Emanuel – Marshall, Frank James

1. e4 e5 2. Pf3 Pf6 3. Pxe5 d6 4. Pf3 Pxe4 5. De2 De7 6. d3 Pf6 7. Lg5 Le6 8. Pc3 Pbd7 9. O-O-O h6 10. Lh4 g5 11. Lg3 Ph5 12. d4 Pxg3 13. hxg3 g4 14. Ph4 d5

Op het oog staat zwart heel behoorlijk. Hij bezit het loperpaar, het paard op h4 staat buitenspel en als hij eenmaal lang gerokeerd heeft, kan hij zijn stelling verder ontplooien. Lasker beseft dat hij niet mag wachten, hij moet onmiddellijk tot actie overgaan.

15. Db5! O-O-O 16. Da5 Wit trapt er niet in: 16. Pxd5 Lxd5 17. Dxd5 Dg5+ 18. Dxg5 hxg5 met winst van het (afschuwelijke) paard.

16…a6

16…Kb8 17. Pb5 ging natuurlijk ook niet echt.

Zwarts laatste zet lokt wel wat uit!

OPGAVE 3

(Geraadpleegde bron o.a. “Geschiedenis van het schaakspel” door Silbermann/Unzicker). Deze serie is lange tijd geleden verschenen in het Eindhovens Dagblad. Inmiddels zijn deze artikelen aangepast, verder uitgebreid en van opgavenmateriaal voorzien.

(Afbeeldingen bron onbekend)

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.