Eindspelfinesses 52: De heroïsche strijd van torens en de loper van de verkeerde hoek

Krijgt u wel eens een eindspel op het bord in uw partijen? En was u tevreden over de afloop? Of knaagde er iets waarvan u later dacht: “Dat had ik anders kunnen spelen?”

Schaaksite biedt een eindspelrubriek aan waarin u uw kennis kunt opfrissen of eventueel uitbreiden. De internationale meesters Twan Burg en Herman Grooten zullen op frequente basis u proberen bij te praten over diverse eindspelfinesses.

In het nieuwste nummer van het New in Chess Magazine bespreekt Timman zijn grote liefde voor het eindspel. Hij geeft aan dat hij Fischer een groot rolmodel voor spelers van zijn generatie was. Dat kwam omdat de voormalige wereldkampioen zijn grote analysecapaciteiten wist te demonstreren bij afgebroken partijen. In dit précomputertijdperk kon dat nog en waren spelers aangewezen op zichzelf of op het team van secondanten dat zij om zich heen hadden verzameld. Timman zelf werd in de loop van zijn succesvolle carrière ook een eindspelvirtuoos en ik kan hem bij deze mededelen dat hij veel spelers in ons land die 10-15 jaar jonger zijn dan hij ook heeft geïnfecteerd met het ‘eindspelvirus’. Zelf had ik ook de nodige afgebroken partijen waarvaover ik in eerdere artikelen wel eens een boekje open heb gedaan. Zie bijvoorbeeld:

Maar dat is door de aanwezigheid van engines en andere mogelijke hulpmiddelen vandaag de dag onmogelijk. Vandaar dat spelers zich zelf de nodige eindspelkennis en eindspeltechniek zullen moeten eigen maken. Overigens geeft Timman terecht aan dat – hoe sterk die engines ook zijn – ze in sommige eindspelen de plank volkomen misslaan.

Vandaar dat ik in mijn trainingen vaak het accent leg op de systematische studie van eindspelen en jeugdspelers aanraad om zeker hun eigen partijen na afloop goed te bestuderen. Zo doe je spelenderwijs de nodige kennis op. Want als je eigen partij in het geding is, ben je er vaak meer bij betrokken om te weten hoe je het had moeten doen.

De hartverscheurende uitvluggerfasen werken bepaald niet mee om eindspelen naar behoren te behandelen. Het resultaat van veel mooi opgebouwde partijen is niet florissant te noemen. Er zijn voorbeelden te over waar zeer sterke spelers volledig mistastten, puur door gebrek aan tijd. Maar ook zien we dat bij jeugdige toernooitijgers soms een chronisch gebrek aan kennis en ervaring bestaat om soms elementaire eindspelen tot een goed einde te brengen.

Nog niet zo lang geleden speelde ik een partij voor de zogenaamde Stukkenjagers Open op mijn vereniging tegen een jonge speler die ik een tijdje in een KNSB-groepje heb getraind. Inmiddels heeft deze jongeman spelend voor HMC/Calder, Thomas Mollema, zich aardig opgewerkt en van te voren wist ik dat ik te maken zou hebben met een geduchte tegenstander. Dat bleek ook in de partij; het duurde lang voordat ik concreet voordeel wist te bereiken en net toen ik dat had kunnen verzilveren, liet ik het weer schieten. Er ontstond een remise-achtig eindspel met ongelijke lopers, waarin ik kon bogen op een ver naar voren gespeelde vrijpion. En zowaar… die kostte mijn tegenstander een vol stuk. Maar omdat wij in dit toernooi spelen met een snel tempo zonder tijdcontrole en een increment van 15 seconden per zet, weet iedereen die hieraan deelneemt dat veel partijen ontaarden in ‘rücksichtlose’ tijdnoodtaferelen. Daarin gaat het er soms niet om om goede zetten te spelen. Nee, men dient in zware noodsituaties gewoon à tempo zetten te spelen om tijd te sparen, zodat men soms weer even een minuutje of zo op de klok heeft om even na te denken hoe dat winstplan ook al weer moet zijn.

En dan helpt het als je enige achtergrond hebt bij bepaalde eindspelen. Laten we maar eens naar een gedeelte van de partij kijken. Gezegd moet worden dat ik veel zetten pas na afloop heb gereconstrueerd omdat er niet meer genoteerd werd. Bij deze reconstructie heb ik het werkelijke verloop totaal niet meer boven water kunnen tillen, maar de essentie van hoe een en ander op het bord kwam, heb ik wel kunnen bedenken.

Alle partijen en analyses die later in dit verhaal volgen via de viewer:

Mollema, Thomas – Grooten, Herman

Nadat ik – zoals gezegd in de partij – eerst een paar grote kansen had laten liggen, begint het nu toch weer wat te worden omdat de zwarte c-pion erg sterk is.

44…Td2! 45. Kf2 Op 45. Ke1 had ik 45…c2! gepland.

45…c2 46. Kf3 Lb4

Dreigt … La3.

47. Ld3

De enige manier om niet meteen te hoeven opgeven.

47…Txd3 48. Txc2

En zwart heeft een gewonnen eindspel bereikt. Maar ik zat hier in extreme tijdnood. Daardoor beantwoordde ik zijn h4-h5 met … g6-g5 en raakte die pion door een stommiteit kwijt waarna er een theoretische remisestelling op het bord zou staan. Ondertussen had ik wel e3 te pakken gekregen en inmiddels wat tijd gespaard, terwijl mijn tegenstander nu enorme ruzie met de klok had gekregen. Er kwam toen ongeveer de volgende stelling op het bord.

60. g6?

Wit had gewoon ‘niets’ moeten doen. 60. h6 Lf8 61. Kf5 en hier valt bijna niets te bedenken voor zwart om nog op winst te spelen.

60…h6!

Nu mag zwart nog hopen op iets. De volgende fase is verloren gegaan in het uitvluggeren (geen van de twee spelers noteerden nog), maar het is mij gelukt om een reconstructie te maken die grote gelijkenis toont met het partijverloop. Daarin veroverde ik met (veel moeite) de beide witte pionnen, waardoor ik het eindspel van de loper van de verkeerde hoek met ieder een toren erbij overhield. Dat deed mij denken aan een heel oude partij tussen Jan Timman en Dennis Dieks die door Dieks werd gewonnen (zie verderop).

61. Th7 Lf8 62. Td7 Tc4+ 63. Kd5 Tc5+

En op een of andere wijze ging via een trucje pion h5 de mist in.

64. Ke4 Txh5 65. Tb7 Tg5 66. Tb6 Kg7 67. Ta6 Tg1 68. Tc6 Te1+ 69. Kf5 Le7 70. Ta6 Tf1+ 71. Ke4 Tg1 72. Kf3 Lf6 73. Ta4

En hier veroverde ik eindelijk de laatste witte pion met

73…Txg6

Wit kan geen torens ruilen met

74. Tg4

omdat ik

74…Lg5

bij de hand had. En hier begon het eindspel dat mij zo lang aan het bord gekluisterd hield. Mijn jonge tegenstander toonde zich een uitstekend verdediger. Terwijl hij meermalen na een zet zijn increment van slechts 15 seconden zag wegtikken tot bijna nul produceerde hij telkens een zet die mij het leven zuur wist te maken. Maar ook Mollema slaagde erin om mij diverse pattrucs voor te schotelen, zoals Timman dat bij Dieks vele jaren terug ook had gedaan… Uiteindelijk wist ik alle klippen te omzeilen en toch, diep in de nacht, een vol punt binnen te halen.

0-1

Hoe zat het nu met die oude partij die zo vreemd in mijn achterhoofd naar boven was gekomen? Ik herinnerde me dat die analyse van Timman stond in het prachtige maandblad Schaakbulletin, zeg maar de Nederlandstalige voorloper van wat nu New in Chess is. In dat blad tekenden alle grootheden uit het schaakleven van de zeventiger en tachtiger jaren (naast Jan Timman, ook de beroemde stukjes van Jan Hein Donner, Hans Ree, Tim Krabbé, Max Pam, Lex Jongsma, Hans Böhm, Gert Ligterink en dan ben er nog een paar vergeten) hun schitterende verhalen op. En die partij tussen Jan Timman en Dennis Dieks was me om een of andere reden bij gebleven. Het ging hier om een afgebroken partij uit een KNSB-wedstrijd. Timman kon die partij niet goed uitspelen omdat hij in het Interpolistoernooi te Tilburg zou deelnemen. Daarom stelde hij voor dat de partij gearbitreerd zou moeten worden. Dat verbaasde zijn tegenstander. Die meende toch dat dit eindspel gewonnen zou moeten zijn, hoewel hij al tijdens de partij erachter was gekomen dat het lastig te winnen was. Uiteindelijk bleek dat er helemaal geen arbitrage had plaatsgevonden, maar dat de partij gewoon verloren voor Timman was verklaard. Ter ondersteuning van dit oordeel gaf men aan dat het in de eindspelboeken van Chéron was gevonden en dat er een beroemde partij Capablanca – Tarrasch was gevonden, waarin de winstvoering duidelijk was. Bij terugkeer uit Tilburg vond Timman dat men wel heel gemakkelijk had vertrouwd op het oordeel van deze autoriteiten. Daarom begon hij die partij Capablanca – Tarrasch uitvoerig te analyseren. En toen bleek dat er veel meer onder de oppervlakte zat dan de spelers tijdens de partij hadden gevonden. Capablanca gaf ook veel te vroeg op – naar later bleek. De winstvoering bleek uiteindelijk heel lastig maar ook heel clean te zijn, zoals Timman in zijn analyse wist aan te tonen. En toen hij die – na pagina’s lang analyses gegeven te hebben – ook gevonden had, schreef hij de woorden die mij waren bijgebleven: “En bij deze geef ik mijn partij tegen D. Dieks op”.

Omdat ik na zoveel jaar benieuwd was hoe het nu precies zat, ging ik op zoek naar dat oude nummer van Schaakbulletin. Maar helaas heeft een paar maal verhuizen ertoe geleid dat ik veel heb weggedaan. Gelukkig wisten de mensen van New in Chess mij te helpen (bedankt René Olthof en Peter Boel!). Hier zijn de kopieën van het artikel over Timman-D.Dieks.

pagina 1

pagina 2+3

pagina 4

Omdat ik me kan voorstellen dat dit voor veel mensen toch een beetje lastig te volgen is, heb ik de zetten en de analyses uit Timman-D.Dieks en de hierboven aangehaalde partij Capablanca-Tarrasch, met alle aantekeningen van Timman, ingevoerd. Voor het geval u hetzelfde eindspel ooit op het bord mocht krijgen, kunt u alle zetten hieronder bekijken of via de viewer naspelen.

Jan Timman – Dennis Dieks

Met zijn volgende zet wint zwart de laatste witte pion en ontstaat het (beruchte) eindspel van de loper van de verkeerde hoek met voor iedere speler een toren.

55…Txf5 56. Ta7

Volgens de eindspeldatabase (tablebase, vanaf nu afgekort tot TB) wint zwart nu in 24 zetten.

56…Te5

Zwart wil de loper op e7 te zetten om zijn koning te activeren.

57. Tb7

Gek genoeg (voor de mens tenminste) is 57. Ta3 een veel taaiere verdediging.

57…Le7

Dieks gaat systematisch verder. De TB geeft 57…Te3

58. Tb3

Timman vindt nu de sterkste verdediging.

58…Kg7 59. Kh3 Te4 60. Td3 Kg6 61. Tb3 Lf6 62. Td3 Kg5 63. Ta3 Le5 64. Tf3

64…Te1!

Sterk gespeeld.

65. Kg2 Te2+ 66. Tf2 Te3

67. Tf1 67. Tf3 was ietsje beter; veel maakt het niet uit.

67…Kg4 68. Tg1 Lg3 69. Kh1

Timman brengt patmotieven in de stelling. 69. Tb1 was relatief beter (TB).

69…h3 70. Tf1 Te2 71. Ta1 Lf4 72. Tg1+ Kf3 73. Tf1+ Kg3 74. Tg1+ Tg2 75. Te1 Th2+ 76. Kg1

76…Lg5?!

Nu valt de winst in 14 zetten te behalen (TB). 76…Tf2 was winst in 8 (TB).

77. Te5 Ld2 78. Te8 Tg2+ 79. Kh1 Tf2 80. Tg8+ Kf3 81. Tg1 Te2 82. Tg8 Lf4 83. Tg7

Vanaf hier citeer ik Timman in dat artikel in Schaakbulletin: Op dit moment moest voor de tweede keer worden afgebroken; het toernooi te Tilburg zou over twee dagen beginnen en ik stelde voor te laten arbitreren. Mijn tegenstander keek er een beetje van op; hij zag wel niet direct hoe hij kon winnen, maar had toch de indruk dat het als theoretisch gewonnen te boek moest staan. Ik was daar niet zo zeker van; Dieks had al vele zetten lang vruchteloze pogingen ondernomen en ondertussen had ik ook niet kunnen ontdekken hoe het precies moest. Wel, als de pion nog op h4 zou staan, maar deze had zwart ten onrechte opgespeeld. Zwart zou dan veld h3 met de koning kunnen bereiken en geforceerd mat of torenwinst kunnen afdwingen, zoals tamelijk eenvoudig valt na te gaan. Bij de opening te Tilburg bleken ook Karpov, Smyslov en Sosonko niet blindelings een definitief oordeel uit te durven spreken. Donner had wel direct zijn mening klaar. Het valt ook in zijn eindspelboek te vinden bij de beschouwing van toren + loper tegen toren: zwart offert de h-pion door hem te laten oprukken. In verband met patwendingen is dit plan echter niet geruisloos te verwezenlijken. Zo volgt in de diagramstelling op 1… h2 2. Te7 en wit heeft voorlopig een dolle toren, waardoor hij op tijd is om op de eerste rij terug te keren. Zwart moet dan zijn tegenstander gaan dwingen de pion te slaan, geen eenvoudige opgave. Terug uit Tilburg hoorde ik dat ik de partij verloren had. Navraag bij de wedstrijdleider De Hooge wees uit dat de partij ter arbitrage was opgestuurd. Hte eindspel bleek in Chéron te staan waar een slotfragment van een partij Capablanca-Tarrasch, St. Petersburg 1914, als representatief werd weergegeven. Tezamen met enige ander clubleden werd derhalve besloten de partij zonder meer op te geven. Een associatie dringt zich op met een geval dat Tim Krabbé in ‘Nieuwe Schaakkuriosa’ beschrijft. Dat een partij gewonnen werd gearbitreerd, aangezien Aljechin in de match om het wereldkampioenschap 1928 een zo goed als identiek eindspel van Capablanca had gewonnen. Blijkbaar is het vertrouwen in de eindspelkunst van Capablanca zo groot dat velen het als een onherroepelijk afdoende bewijs beschouwen dat een eindspel theoretisch verloren is, als hij het eens verloren heeft. Zo geeft Fine in ‘Basic Chess Endings; evenals Chéron het fragment Capablanca-Tarrasch zonder kommentaar. Chéron en Euwe merken nog op dat Capablanca te vroeg heeft opgegeven. Ikzelf mis ten enenmale dit ‘Autoritätsglauben’ en ben met grote overgave in het eindspel gedoken om uit te zoeken of ik de partij tegen Dieks werkelijk had verloren. Daarbij kwam ik tot de volgende resultaten (ik neem het voorbeeld Capablanca-Tarrasch dat zich aan de andere kant van het bord afspeelt, ter hand, zodat ieder het met de bestaande standaardboeken erbij kan volgen):

0-1

Capablanca, Jose Raul – Tarrasch, Siegbert

76…a3+

Laat, evenals Dieks, een eenvoudige winst met … Kc5 achterwege.

76…Kc5 77. Tg1 Kb4 78. Tg4+ Lc4 79. Tg1 Th2+ 80. Ka1 Ka3 81. Td1 Lb3 (zie analysediagram)

82. Tg1 [82. Tc1 Ta2+ 83. Kb1 Tb2+ 84. Ka1 Lc2] 82…Ta2+ 83. Kb1 Lc2+ 84. Kc1 Ta1+

77. Ka1 Kc5 78. Tc1+ Lc4 79. Tg1 Th2

80. Tg5+

Verliest direct. Voor een echte test van de theoretische waarde van het eindspel was het noodzakelijk de toren op de eerste rij te handhaven.

80…Kb4 81. Tg1 Ta2+ 82. Kb1 Td2

Wit gaf het op. Te vroeg, zegt Euwe, want na Ka1 is de zaak nog niet zo gemakkelijk.

Hij geeft: 82…Td2 83. Ka1 (zie analysediagram)

83…Kb3

[… <invoegen variant> 83…Ld3! 84. Tg4+ (84. Tc1 Ka4! 85. Tc7 Td1+ 86. Ka2 Lb1+ (zie analysediagram)

en mat gespeeld zou hebben (de laatste variant is van Chéron, die de aantekeningen van Tarrasch overneemt). Maar dat terzijde. Wit had deze onmiddellijke winstmanoeuvre eerder kunnen vermijden. Ik onderzoek na … Kc3 twee varianten:) 84…Kc3 (Niet 84…Kb3 85. Tb4+ Kc3 86. Tb3+ (zie analysediagram)

met remise.)] 84. Tb1+ Tb2 85. Td1! Tc2 86. Tb1+ Kc3 (zie analysediagram)

waarmee een stelling uit mijn partij tegen Dieks bereikt is. Zwart heeft geen directe winst- die Tarrasch wel had hij het anders had gespeeld (namelijk … <zie variant>). Ik onderzoek na 86… Kc3 twee varianten: 87. Tb8 Allereerst zal ik nu ingaan op het plan van Donner; bijvoorbeeld:

[87. Th1 Zwart wint nu weer met 87…Ta2+

(Euwe geeft 87…Ld3 88. Td1 Th2 89. Tc1+ Lc2 90. Ka2 Th4 91. Ka1 Tb4 (zie analysediagram)

92. Ka2 {In plaats van het vrijwillige terugtreden van de koning is 92. Th1 mogelijk waarna zwart niets opgeschoten is.} 92…Tb2+ 93. Ka1 Kb3 Geen overtuigende variant, want i.p. v. het vrijwillige terugtreden op de 92ste zet is 92. Th1 waarna zwart niets is opgeschoten.)

88. Kb1 Td2 (zie analysediagram)

waarna mat in enkele zetten niet te vermijden is.]

87…Th2

[Toch is het eindspel gewonnen. Zwart moet na Tb8 allereerst de witte toren naar de eerste rij terugdwingen door 87…Tb2 Wit heeft i.p.v. Tc8 maar één zet: 88. Td8 Het heeft me geruime tijd gekost voor ik na Td8 de korte fijnzinnige winstmanoeuvre vond: en toen pas besefte ik pas hoe logisch en gewoon het eigenlijk was.

(Euwe geeft nu 88. Tc8 (zie analysediagram)

en gaat dan verder met 88…Tb4 {overziende dat zwart met 88…Ta2+ 89. Kb1 Th2 direct mat kan geven. Op een of andere manier moet dit gedeelte van het anders zo efficiënte werk van de ex-wereldkampioen in grote haast, zonder veel aandacht afgehandeld zijn. Een waarschuwing voor Donner als hij bij zijn bewerking van de eindspelen op dit punt aankomt!} want op 88. Th8 komt 88…Ta2+ 89. Kb1 Tg2 90. Th1 Ld3+ 91. Ka1 Kb3 De witte toren moet steeds op b- of de d-lijn staan.)

88…Ta2+ 89. Kb1 (zie analysediagram)

89…Tc2! 90. Td1 Le2! (zie analysediagram)

dwingt de toren naar een minder gunstig veld 91. Th1 Ld3 92. Ka1 Kb3 93. Tb1+ Tb2 met mat op de volgende zet. En bij deze geef ik mijn partij tegen D. Dieks op.] [Zinloos is 87…Ta2+ 88. Kb1 Tb2+ zowel als het prozaïsche 89. Ka1 (vanwege 89. Txb2 Ld3+ 90. Tc2+)] 88. Tb7 Th8 (zie analysediagram)

89. Tb1 Noodzakelijk. [Want na 89. Tb6 a2 90. Tb3+ Kd4 komt de witte toren niet terug op de eerste rij.] 89…a2 90. Tc1+ (zie analysediagram)

Zwart kan het plan iets geraffineerder uitvoeren met de koning op d4, maar dan heeft wit dezelfde manoeuvre, bijv. 90…Kd4

[90…Kb4 91. Tg1 Th3 92. Te1 Tb3 Dreigt wit door … Ld3 te dwingen de pin te slaan, waarna het makkelijk gewonnen lijkt. 93. Td1! Ld3 (zie analysediagram)

94. Td2! De enige verdediging. Wit dreigt nu Tb2, een zet die ook op … Kc3 komt: 94…Kc3

(Maar ook na 94…Tb1+ 95. Kxa2 heeft zwart gaan follow-up. Conclusie: remise. 95…Kc3 {95…Tb3 96. Tb2} 96. Txd3+)

95. Tb2 Ta3 96. Txa2 Tb3 97. Tb2 enzovoort.]

91. Tg1 Tb8 92. Td1+ Ld3 93. Td2 (zie analysediagram)

93…Th8 De enige methode is

[Op 93…Kc3 komt nu weer 94. Tb2 maar na 94…Th8 is niet zo gemakkelijk. De enige methode is: 95. Tb3+ Kd4 (zie analysediagram)

96. Tb2! Er dreigde … Th1+ met onmiddellijke winst. 96…Th1+ 97. Kxa2 Lc4+ 98. Ka3 Kc3 (zie analysediagram)

Het lijkt uit, maar wit redt zich verrassend met 99. Tb3+! Het is opvallend hoe vaak wit het motief van de dolle toren kan gebruiken.] [Het alternatief van … Kc3 is 93…Tb1+ (zie analysediagram)

Na 94. Kxa2 Tb8 (zie analysediagram)

95. Tb2! Ta8+ 96. Kb3 Lc4+ 97. Kb4 ontstaat eenzelfde soort eindspel van toren en loper tegen toren, dat geen winstkansen biedt, aangezien de witte koning nog niet definitief is afgesneden op de eerste lijn. Toch is het eindspel gewonnen.]

0-1

Nogmaals via de viewer:

(Met dank aan de analyses van Jan Timman, de hulp van René Olthof en Peter Boel bij de totstandkoming van dit artikel)

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.