Column 55: Een bijzondere editie van de HSG Open in Hilversum

Dit weekend is het HSG-weekendtoernooi aan de gang. Het heeft zo langzamerhand al een flinke traditie opgebouwd. Zoals Johan Hut al in zijn leuke voorbeschouwing op dit toernooi schreef, ging het eerst om een internationaal toernooi waarin normen behaald zouden kunnen worden. Dat de eerste editie daarvan in 2006 met overmacht (9 uit 9!) gewonnen werd door de enig aanwezige GM Karel van der Weide, dáár kon de organisatie weinig aan doen. Het was de eerste maal dat het toernooi op de kalender verscheen en het moest blijkbaar zijn plaats nog verdienen. Zoals Hut schreef, liftte het toernooi mee met de nationale titelstrijd die oud-senator Jan Nagel naar zijn eigen woonplaats had weten te halen. In de prachtige entourage van de televisiestudios in 2008 speelden zowel mijn vriendin Petra Schuurman als pupil Anne Haast mee bij het dameskampioenschap en besloot ik om ook mee te doen in het HSG Open.

Anish Giri (foto Frans Peeters)

Dat dit een bijzonder toernooi ging worden (naar later bleek, won de toen 13-jarige Anish Giri dit evenement mét zijn eerste grootmeesternorm) werd mij na een paar ronden ook duidelijk. We hadden besloten om ons op een Landalpark te huisvesten en reden elke dag op en neer. Ik begon uitstekend aan het toernooi met 2 uit 2 en een remise in de derde ronde tegen IM Anna Zatonskih (2458), zeg maar mevrouw Fridman. In die partij stond ik eerst niet zo goed, maar daarna lange tijd huizenhoog gewonnen. Die avond gingen wij eventjes zwemmen en helaas gleed ik uit en kwam met een harde klap op mijn rug terecht. Dat deed zeer en ik kon nauwelijks meer overeind komen. Petra reed snel naar de dichtst bij zijnde huisartsenpost en daar gaven zij mij wat pijnstillers (paracetamol…) mee met het advies om wel te blijven bewegen, maar het verder rustig aan te doen…
Met een pijnlijke rug ging ik met zwart achter het bord zitten tegen de Bulgaarse (later Deense) grootmeester Boris Chatalbashev (2585). Hij speelde echter recht in mijn straatje en ik leverde – al zeg het zelf – een aardig strategisch hoogstandje af. Op zet 37 gaf hij het op. Hier is deze partij:

Chatalbashev, Boris – Grooten, Herman
1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pf3 b6 4. e3 Lb7 5. Pc3 Lb4 6. Ld3 Lxc3+ 7. bxc3 d6 8. O-O c5 9. d5 e5 10. Ph4 e4 11. Lc2 Lc8 12. La4+ Kf8 13. f4 Pg4 14. De1 f5 15. h3 Pf6 16. Kh2 a6 17. Tb1 Ta7 18. Dg3 g6 19. Dg5 Tg7 20. Ld2 Pbd7 21. Le1 Kf7 22. Dg3

Ik vond dat de tijd rijp was om de tegenstander eens flink aan te pakken.
22…b5! 23. cxb5 Pb6 24. bxa6?
Ik was totaal verbaasd dat hij een stuk offerde. Het is ook niet correct maar hij dwingt me wel tot heel nauwkeurig spel. Maar na 24. Lc2 axb5 gaat pion d5 verloren en dat zag hij waarschijnlijk ook niet zitten. Ook na 24. Lb3 axb5 kan wit de dreiging …c5-c4 gevolgd door een keer …Pfxd5 niet meer verhinderen.
24…Pxa4 25. a7 Da5 26. c4 Dxa7
De gevaarlijke pion is van het bord, zwart staat een stuk voor en dat moet dan verzilverd worden, zelfs tegen een GM met bijna 2600.
27. Df2 Ld7 28. Dc2 Tb8 29. Tb3 Tgg8
Eerst hergroeperen.
30. Ld2 Pb6 31. Tfb1
31…La4
Een penning?
32. Ta3
Een tegenpenning…
32…Lxc2
32…Da8 was misschien slimmer geweest, maar eigenlijk wint alles zo’n beetje voor zwart.
33. Txa7+ Pbd7 34. Tc1
Ik dacht: als dit moet, is het tegenspel van wit ook als sneeuw voor de zon verdwenen.
34…Ld3 35. a4 Ta8 36. Txa8 Txa8 37. a5 Pb8
Een blokkade op veld a6. En verder kan hij ook nauwelijks een stuk verzetten. Daarom gaf hij hier maar op.
0-1

 

Zeer tevreden als ik was, leek het ons die avond een goed idee om op het vakantiepark een balletje te gaan slaan op een tennisbaan. Had de dokter namelijk niet gezegd dat ik moest blijven bewegen? Dat ging, ondanks de nog altijd gevoelige rug, niet slecht. Totdat ik op het idee kwam om een bal te gaan smashen. Dat had ik natuurlijk niet moeten doen, het schoot er weer aan alle kanten in en nu kon ik echt niets meer. Zelfs een hoge dosis ibuprofen hielp niet en dat werd dus een slecht nachtje. Met 3½ uit 4 moest ik uiteraard tegen een grootmeester; het werd de Belgische Georgiër Alexandre Dgebuadze (2512). Strompelend, omdat elke beweging pijn deed, bereikte ik de toernooizaal en ging kaarsrecht op mijn stoel zitten en probeerde zo min mogelijk te bewegen. Ondanks het ongemak ging de partij nog wel, maar langzamerhand, begonnen er steeds meer slechte zetten uit mijn vingers te komen en na 66 zetten moest ik na een gecompliceerd eindspel mijn koning omleggen. Dat was een domper, maar van terugtrekken uit het toernooi wilde ik niets weten. Ik had me nog nooit teruggetrokken en ik moest toch wel half dood zijn als ik me pas zou terugtrekken. Er waren genoeg toernooien geweest waar ik volop redenen had om me voortijds te laten uitschrijven, waarbij de 1 uit 11 in het Ohra-toernooi in Amsterdam 1983 het absolute dieptepunt was. Maar van opgeven wilde ik niet weten, hoewel ik dat in tien van mijn partijen wel moest doen… Dus toog ik de zesde ronde weer naar de zaal, hoewel ik nu een hele nacht niet had kunnen slapen van de pijn. En zowaar, ik won mijn partij ook nog van de Serviër Jovan Ceko (2242). Dus had ik 4½ uit 6 en deed volop mee in de top van het toernooi dat later zo glorieus zou eindigen voor de 13-jarige jongeling. Maar nu ging het helemaal niet meer. Ik kon niet meer uit mijn stoel komen, alles werd me teveel en met man en macht probeerde men mij ervan te overtuigen dat terugkomen in Hilversum geen goed idee meer was. Petra en Anne gingen natuurlijk wel elke dag nog op en neer en ik bleef in het vakantiehuisje achter, mezelf te verbijten hoe ik zou hebben gedaan als ik niet was uitgegleden in het zwembad. Maar vooral door zo stom te zijn een tennisbal te willen smashen, terwijl ik een volslagen leek op tennisgebied ben…

 

Ik heb alle partijen van Giri uit dat toernooi in de database weten te vinden. Extra leuk is het commentaar van de toen 13-jarige op zijn overwinning op Dgebuadze in de laatste ronde. Ik heb ze in de viewer toegevoegd.

Voor wie geïnteresseerd is in meer schaakverhalen, hier is een link naar mijn columns.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.