Gespot 96 Een zet achteruit

Tigran Petrosian (foto Jos Sutmuller)

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen. Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.

 

In de laatste column van Rudi Matai (van de schaakvereniging Promotie Zoetermeer) kon u lezen dat hij een paar gevallen aanhaalde waarin ex-wereldkampioen Anatoly Karpov het slachtoffer werd van een zet terug van de tegenstander. Dat was niet zelden een paardzet die over het hoofd werd gezien.

Toen ik het las, moest ik onwillekeurig denken aan een andere ex-wereldkampioen die zichzelf ook de das omdeed toen hij in een strategisch gewonnen stelling zijn dame en prise liet staan tegen Bronstein. Het is een dermate komische blunder dat het slachtoffer er zelf hartelijk om kon lachen.

 

Petrosian, Tigran V – Bronstein, David,

Kandidatentoernooi Amsterdam/Leeuwarden 1956

 

Anatoly Karpov (foto Jos Sutmuller)

In deze voor zwart hopeloze stelling heeft Bronstein zojuist 35…Pf5 gespeeld. Petrosian, was kennelijk niet helemaal meer bij de les, want hij speelde hier
36. Pg5??
waarop zwart het cadeautje dat hij zojuist heeft gekregen, toch snel even uitpakte met
36…Pxd6
Het enige actieve stuk, het zwarte paard van f5 heeft zojuist een volle dame van het bord geslagen. Ook bij wereldkampioenen komt voor dat zij zetten achteruit van de tegenstander wel eens missen. Dit is een historische blunder en het verhaal gaat dat Petrosian in lachen is uitgebarsten nadat de dame van het bord was gehaald.
0-1

 

Aangezien Matai het vooral had over Karpov, ging er in mijn achterhoofd een klein lampje branden. Kende ik niet een partij waarin het deze keer Karpov was die met een zet achteruit de winst greep in een partij? Sterker nog: Karpov stond hopeloos verloren en was wanhopig op zoek naar tegenspel. Maar ik kon me in de verste verten de naam van de tegenstander niet herinneren en ook niet hoe het precies stond. Daarom begon ik te grasduinen in mijn uitgebreide trainingsarchief en ja hoor, daar kwam het bewuste partijfragment tevoorschijn onder het kopje “Verdedigen”.

 

Karpov, Anatoly – Csom, Istvan

In deze stelling moet zwart iets doen met zijn paard op h7. Wat speelt u met zwart? 39…Pf8 of 39…Pg5 ?

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

17 Reacties

  1. Avatar
    Wim Weehuizen 29 mei 2021

    Bij dat weggeven van de dame door Petrosian stond in het toernooiboek van Euwe en Mühring dat CaIssa zich de haren uit het hoofd getrokken had. Dit gebeurde in de tweede ronde. Petrosian had ook al in de eerste ronde van Geller verloren en had dus duidelijk een valse start met 1,5 uit 5. Daarna won hij nog wel een paar partijen, maar had toch vooral veel remises en eindigde op 2 punten van winnaar Smyslov.

    • Avatar
      1_Pf3 02 juni 2021

      Nog een beroemde ‘tikkie terug’ met Dd1: https://www.chessgames.com/perl/chessgame?gid=1069116

       

  2. Avatar
    Henk Smout 06 juni 2021

    In chessbites.com/Games.aspx?d=xkQQQZp heet de witspeler Nikolay Zhuravlev. Dit gezegd zijnde aandacht voor 20.Le2-d1. Fischer had in april 1967 te Monte Carlo met 20.Le2-g4? in de laatste ronde tegen Geller verloren, in juni won Tal te Budva tegen Rajko Bogdanovic met de wel sterkste zet 20.Dd2-c2!!.

    Een Haagse schaker die onder pseudoniemen als “0-64”, “de Ster uit het Oosten”, “de Wijze Ster” brieven in kleur stuurde aan rubriekschrijvers en clubbladredacteuren – ik kreeg van hem brieven ondertekend met “Ingrid” – stuurde onder zijn echte maar hier door mij met X weergegeven naam ook onder het kopje “X analyseert voor de grootmeesters” en met de claim “Wit wint in alle varianten” (ik weet uit ervaring dat je daarmee voorzichtig moet zijn) analyses van het op eigen kracht gevonden 20.Ld1, o.a. aan Lod. Prins. Die complimenteerde in de Paroolrubriek de man met zijn vondst, hij wist te vertellen dat in de Sovjet-Unie Lilienthal zich met dezelfde zet bezighield. Ik zie een heleboel vertakkingen in Najdorf for the Tournament Player uit 1988 van John Nunn die 20… Le7 “the only move” noemde.

    Nunn zette op 20… Kd7 21.Tf7+ Kc6 22.cxd5+ exd5 23.Lb3 met 23…Ld4 voort waar ik via de engine van database.chessbase tot 23… d4 24.De2 Kb6 25.Dxe5 Db4 26.Lh4 Tf8= kom. Andere variant 22.Dc2 Kb6 23.Le2 Ka7, als je de onder het diagram van chessbites aanklikbare “Toggle Engine Analysis” maar lang genoeg bezig laat, dan krijg je 23.Lc1 Db4 24.Le2 De1+=.

    Voor welwillende correctie houd ik mij aanbevolen.

    • Avatar
      Henk Smout 12 juni 2021

      Zonder eerst met schaak op h7 slaan zou een zet eerder, dus 24.Th5-h1!!! nog sterker zijn geweest (dank je, Michel Hoetmer!).

    • Avatar
      Henk Smout 15 juni 2021

      In verloren stelling doet Zwart in 365chess.com/game.php?gid=2611345 de volgens de computer relatief sterkste zet 23… e7-e6 en achter het bord vindt de 17-jarige Karpov 24.g5-g6! en 26.Th5-f5!!. In publicaties van de witspeler eindigt de partij met 35.Dg7+ 1-0.

      In de loop der volgende decennia had de achteruitzet 23… Pe5-g6 voor Karpov en niet voor hem alleen vele analytische voetangels en klemmen.

      Karpovs eerste winstpoging met voorwaartszetten 24.Dxh7+ Kf8 25.Th6 e6 26.Txg6 fxg6 27.Dxd7 Dxe2 28.Dxd6+ Kg7 29.De7+ (de achteruitzet van de computer haalt met 29.De5+ Kh7 30.Lxe6 eerst de e-pion op, wint evenmin) 29… Kh8 30.Df6+ Kh7 31.Df7+ Kh8 32.Dxg6 levert na 32… Dd1+ niet meer dan remise op.

      Na tussentijds eerst beperkt achterwaarts 25.Dh6+ en dan op 25… Ke8 naar voren met 26.Dh8+ Pf8 27.Th7 e6? (27… Le6! met heel fraaie remisevarianten) komt hem later de eer toe voor 25.Th5-h1!!, alleen na 25… e6 26.Pd4 (zetnummer 27 bij Golubev is vergissing) was 26… Df4! en na op Karpovs voorstel 27.Pf5 de hernieuwde achteruitzet 27… De5! van S. Goldstein (uitroeptekens voor laatste twee zwarte zetten bij Gufeld/Stetsko The Ultimate Dragon 2001) zand in de machine, al blijkt de machine met het vervolg 28.Pxd6 Dxd6 29.Tf1 Le8 30.Dxg6 toch nog behoorlijk voordeel voor Wit te ontdekken. De verwarring was voor Golubev aanleiding tot 27.Lxe6, dat is uiteindelijk toch zwakker.

      • Avatar
        Henk Smout 22 juli 2021

        Men zie ook het rechts onderaan het artikel bij NEXT aanklikbare “Beste Anatoly Karpov, …”

        Het enkele dagen geleden door Magnus Carlsen gespeelde 6.Pd4-b3 kan zonder nadeel geschieden en op chessbites vond ik zelfs bijna 500 partijen met die stelling, o.a. ook van Smyslov, Pachman, Larsen, Pilnik, Kurajica en Kramnik met Wit. In de positie na de witte zetten 9, 10 en 11 van chess24.com/en/watch/live-tournaments/sochi-fide-world-cup-2021/2/1/2 hebben menselijke schakers – en niet steeds de geringsten van heden en verleden – zich geroepen gevoeld om met a7-a5 meteen achter dat paard aan te gaan, de computer kent die verleiding niet.

  3. Avatar
    Henk Smout 10 juni 2021

    De achteruitzet 16.Pf3-d2, een computeralternatief, is sterker dan de partijzet, al gaat het om smalle marges en het is toch ook niet het allersterkste. Fred Reinfeld in Great Brilliancy Prize Games of the Chess Masters 1961 beloonde op psychologische gronden (“Played to intimidate Black.”) 16.Tac1 in 365chess.com/game.php?gid=2695925 met uitroepteken. Uitgesteld speelt Pf3-d2 een belangrijkere rol in het vervolg van de alternatieven 16.Ta1-d1 (Igor Zaitsev) en 16.De2-e4 (Keres, ! in vijf edities ECO 1974 – 2006 en bij Roisman 1982). Na 16.d4-d5 van Romanovsky (! bij Koblenz in Lehrbuch der Schachtaktik Band 2 1972, Roisman in 400 Kurzpartien 1982 en Karpov in Miniatures from the World Champions 1985) kan het paard naar d4.

    Menselijke spelers mogen misschien na … f7-f6 primair tot … Ke8-f7 geneigd zijn, maar op 16.Tad1 en 16.d5 is 16… Kf8 het beste (16.Tad1 Kf7 17.Dc4+ Kf8 18.d5; 17… Pd5 18.Pe5+!; 16.d5 Kf7 17.De6+ volgens de engine iets sterker dan 17.Tad1 bij Koblenz en Karpov).

    Volgens Reinfeld en eerder Réti (postuum verschenen in 1930 in het Duits, Engelse vertaling 1933) was Von Bardeleben onterecht bang voor 16… Kf7 17.Dxe7+? (Wit heeft niet beter meende Tarrasch), want op 17… Dxe7 18.Txe7+ Kxe7 19.Txc7+ (gevolgd door Txb7 zegt Tarrasch zonder Txg7 te noemen), want 19… Kd6! (van Fahrni zegt Euwe) is beter tot gewonnen voor Zwart.

    Op 16… Kf7 i.p.v. het gespeelde 16… c6? is misschien het sterkste opnieuw de achteruitzet 17.Pf3-d2, voor dat oordeel is wel een microscoop nodig en het heeft geen praktische betekenis. In het menselijke schaak acht ik plausibel dat Von Bardeleben (ik ken geen uitlatingen van hem over de partij) ook 17.Pe5+ (was ik al als computerzet tegengekomen) en 17.Pg5+ vreesde. Of hij dat wel of niet zelf heeft bedacht, beide paardschaakjes zijn door Karpov vermeld en “immense complications” genoemd, beide mogelijkheden heten 0.00 op diepte 30 van de online engine van ChessBase. Ik vind het meest opmerkelijke dat het pre-digitale zetten zijn.

    Ik wil nog wel even kwijt dat 15.Dd1-a4+ sterker was geweest en 15… Kf7 in de twee edities van Batsford Chess Openings 1982  en 1989, eerste keer zelfs met !, verliest na 16.Pe5+!.

  4. Avatar
    Henk Smout 15 februari 2022

    Misschien wel is het eerste wat u opvalt in chessgames.com/perl/chessgame?gid=1036367&comp=1 ,een partij met op het bord en in de analyse vele achteruitzetten, dat u dat van Adolf Anderssen 1871 afkomstige en in 1985 door Loetikov nog een keer gespeelde 8… Pc6-e7 nooit eerder hebt gezien.

    In zijn Dreihundert Schachpartien ziet Tarrasch 14… Pxb3 15.e6, 15… Pxb3 16.e6 en 17… c5 18.e6 wèl; de winstvoortzetting 18.e5-e6 in de partij ontgaat hem zowel tijdens het spelen als in de analyse achteraf.

    Op 11.Pd4 (“Droht 12. Sc6” [Tarrasch – Mortimer, Monte Carlo 1902 11… c6 12.Pxc6! en Wit won] “Der Springerzug geschieht hauptsächlich, um zu verhindern, daß Schwarz sein Bauernübergewicht auf dem Damenflügel mit c7-c5 zur Geltung bringt […] c7-c5 würde 12. Sb5:, Tb5: 13. La4, Ld7 14. f2-f3 zur Folge haben.”) 11… Ld7 12.c3 of 9.c3 vind ik 12… c5 resp. 9… c5 consequent, er zijn mij geen praktijkvoorbeelden mee bekend, allemaal niet genoeg om Wits voordeel aan te vechten.

    16.Lg5-e3 (Tarrasch’ ‘weerlegging’ van 16… c5? door 17.Pdxb5 d4 18.Pd6+ en La4 is geen overduidelijke winst; 18.La4, 18.Ta7 en 18.Ted1 zijn dat wèl en misschien is ook 18.Lxd4 sterker) “Dieser keineswegs naheliegende Rückzug ist der schwerste Zug in der Partie, das Resultat einer halbstündigen, tiefen und richtigen Überlegung. Auf 16. Se6: würde Schwarz nach fe langsam, aber sicher in Vorteil kommen, denn nun ist der Punkt d5 gut gedeckt, so daß der c-Bauer vorgehen kann, und die Bauernphalanx ist unwiderstehlich. Die Gegenchance von Weiß aber, der f-Bauer, ist dann durch den Bauern e6 gehemmt, so daß Weiß, auf eine völlig passive Verteidigung beschränkt, schließlich verlieren müßte.” MISKLEUN, de computer denkt daar fundamenteel anders over. In het menselijke schaak is het overigens heeltegaar niet ongewoon dat iemand zich in prachtstelling laat overspelen.

    Vergelijkbare taxatiefout maakt Tarrasch bij 14… Pc5-e6 in plaats van de ook volgens hem sterkere partijzet 14… Pg6 met “Der mehr glänzende als gute Zug 15. Sc3-e4.” Anders dan T. oordeelt staat Wit na 15… Pg6 16.Pxe6 fxe6 17.Pg3 goed en met het computeralternatief 17.Pd2 nog veel beter. Ook 15.Pxe6 Dxe6 en nu niet 16.f4 van T. maar 16.Pe4 bijv. 16… Pf5 17.Ta7 Dg6 18.Dxg6 hxg6 19.Tfa1 en heel opmerkelijk 15.Pce2 Pxg5 16.Dxg5 Pg6 17.Dg3 Tb6 18.Ta8 Ta6 19.Txa6 Lxa6 20.Ta1 Lb6 21.h4 Lc5 22.h5 zijn sterk. Ik moet mij inhouden om de omvang binnen de perken te houden.

    Het door Tarrasch aanbevolen 14.Lxe7 Lxe7 15.f4 is met ! bij 14.Lxe7 in het Euwe-deeltje van 1964 overgenomen. Ik geef toe dat op mij het pionnenduo e5-f5 na 15… o-o 16.f5 intimiderend overkomt. De engine van database.chessbase geeft vier vertakkingen met minteken van beter voor Zwart 16… Lg5; 16… Ld8; 16… b4; 16… Pxb3, in het vervolg van die varianten zie ik Wit telkens vroeg of laat met f5-f6 of onder omstandigheden e5-e6 doorstoten, ik verwacht niet dat het oordeel verandert als ik meer geduld heb met de machine.

    Als alternatief op zet 13  geeft T. alleen c3 en het boek van Keres uit 1969 met ! 13.Ta7. Dat zijn mogelijkheden die de witte stelling zeker niet bederven, maar anders dan de partijzet 13.Pc3 die op sommige dieptes zelfs op één komt, komen die niet in de computerkeuze van de bovenste vijf.

    In plaats van 14.Dh5 geeft de CB-engine 14.Df3, we kunnen nu wel met zekerheid zeggen dat T. dat nooit zou doen. Illustratieve voortzetting 14… Db7 15.Tfe1 Pe6 16.Le3 Dc7 17.Pxe6 fxe6 18.Ta7 Tb7 19.Ta8 Pf5 20.Tea1 of 17.h3 Pxd4 18.Lxd4 Le6 19.Ta7 Tb7 20.Ta6.

    Bij 21… f5? beweert t. dat Lb4 achteruit moest en Tsjigorin zelfs dat 21… Lc5 voordeel voor Zwart is. De sterkste zet volgens de engine is 21… De7, 21… Db7 en 21… Dd8 bieden geringer voordeel. 21… Lc5 geeft geen voordeel na 22.Pe2, wèl na de zet van T. 22.Le3.

    • Avatar
      Henk Smout 24 februari 2022

      “De grote technici uit de twintigste eeuw, zoals Rubinstein en Capablanca, bouwden voort op Steinitz, en wisten nog verschillende positionele kenmerken aan de zijne toe te voegen, zoals bijvoorbeeld die van de meerderheid op de damevleugel.” (Hans Bouwmeester: Prisma-Schaakboek 1960, hoofdstuk Positiespel, blz. 139)

      Tarrasch had in zijn annotaties van de partij hierboven een ongelukkige hand bij de momenten waarop hij – om zijn eigen bewoordingen te gebruiken – de “Gegenchance” f2-f4 uitspeelde tegen het “Bauernübergewicht auf dem Damenflügel”. Na 14… Pe6 15.Pxe6  Dxe6 16.f4? (16.Pe4!) vervolgt zijn analyse met 16… Pf5, maar 16… Dg6! is beter voor Zwart. Goed getimed f2-f4 zag ik in computervarianten voorbijkomen, markant voorbeeld 14… Pe6 15.Pe4! Pg6 16.Pxe6 fxe6 17.Pd2! Df7 18.Le3! (achteruitzet) Le7 19.f4 of 19.g3 Pf8 20.Dxf7+ Kxf7 21.f4.

      Het hoofdstuk De pionnenmeerderheid op de damevleugel van Euwes Oordeel en plan heeft na 14… Dxd4 in chessgames.com/perl/chessgame?gid=1271260&comp=1&kpage=1#kibitzing de tekst “Deze stelling […] heeft de theorie vroeger enige hoofdbrekens bezorgd […] wanneer de dames werden geruild, dacht men, dat wit in het eindspel stellig niet slechter zou staan, daar wit over iets meer ruimte beschikt en alle stukken bij de hand heeft.   Bij deze laatste conclusie werd echter de betekenis van de pionnenmeerderheid op de damevleugel over het hoofd gezien.”

      Ik signaleer dit en voel mij niet geroepen om gedetailleerd op de partij in te gaan. Alleen dit: de niet gespeelde achteruitzet 37… Le6+ was winnend geweest en de remisezet 41.Kg6! is voor de computer een peuleschil, in het mensenschaak een probleemzet die je maar moet zien en dat is een hele kunst!

  5. Avatar
    Henk Smout 06 maart 2022

    Lasker’s Manual 1927 vertelt er niet bij dat 16.Pg3 Pf4 17.Lf1 g5 18.Le3 vanaf de 16de zet van Wit een alternatief is in  chessgames.com/perl/chesslike.pl?gid=1100049 Yates – Rubinstein. “Wit dicteert de gang van zaken” zegt Lasker, de engine van database.chessbase noemt de stelling na 18.Le3 0.00. Aandacht voor de achterwaartse zet 17.Ld3-f1, Lasker negeert de zwarte kwaliteitswinst 17… Pc2 18.Lxf4 Pxa1 (nog sterker dan 18… Pxe1) 19.Lxe5 dxe5 20.Dxa1 en volgens de engine heeft Zwart ruime keus tussen gunstige voortzettingen. We mogen gevoeglijk aannemen dat Lasker de gedekte vrijpion d5 als voldoende compensatie taxeerde.

    Capablanca volgde het voorbeeld van Lasker – Burn 1909 tegen Doez-Chotimirsky 1913. 16… Lxf3 17.gxf3 Ph518.Lxd4 exd4 19.Dd2 en nu acht ik het boven de menselijke vindingrijkheid om de achteruitzet 19… Dc7-d8 gevolgd door 20.f4 g5 te bedenken; gelukkig biedt ook het door Kasparov beter voor Wit genoemde 16… Pxf3+  17.gxf3 Ld7 18.Pg3 in werkelijkheid nauwelijks voordeel. Tussen de partijzet 16… Tac8 en het door zowel Capablanca als Kasparov aanbevolen 16… Tfc8 is om de vierde en vijfde plaats een concurrentieslag op diepte 26-29 ten gunste van 16… Tac8, 16… Pd7 staat op drie. In My Chess Career schrijft Capa dat hij indien opnieuw in deze positie hij 12.d5 zou spelen. Lasker meende het 12.h3 (en pas een zet later Pf1) van een jaar eerder twee keer tegen Tarrasch te kunnen uitsparen.

    Ik kijk er niet van op dat een obscure koningsgambiet-enthousiast 8.Pf3-e1 in chessgames.com/perl/chessgame?gid=107528 ‘passief’ noemt, alsof Wit daardoor verliest, van Kasparov vind ik voor 12.Pd2-f1 zo’n bevooroordeelde etikettering ontluisterend, al wil ik niet beweren dat het zo goede zetten zijn.

    e1 resp f1 zijn niet als definitieve standplaats gedacht, in schaken kun je achter de linies hergroeperen en je hoeft niet te slaan, zodat soms zettenlang spanningen overeind kunnen blijven, vergelijk met Konings-Indisch. Methoden om de centrumspanning te handhaven na het ingevoegde 12.h3 o-o of de tegenwoordig gangbare volgorde 8… o-o 9.h3 zijn 13.a4, 13.a3, 13.Pb3, er is ook de weinig voorgekomen achteruitzet 13.Ld3-b1 van Simagin 1947, het antwoord van Bronstein was ook een achteruitzet 13… Le7-d8 en dat kreeg een ! van de Pachman van de jaren ’60.

    In de twee partijen Lasker – Tarrasch 1908 was de volgorde 8… Pa5 en 12.h3 o-o 13.Pd2-f1, in Euwe -Kramer 1941 (o.a. te vinden door in similar games Yates – Rubinstein één van de twee partijen Lasker – Tarrasch aan te klikken en dan aldaar ‘similar games’) 8… o-o, Euwe speelde het 16.Pg3 waarmee Lasker de derde partij had verloren. In het boekje van Euwe en Modern Chess Openings 1939 had tot dan 16.Lg5 waarmee Lasker de vijfde partij had gewonnen onterecht als sterkste gegolden. De rehabilitaie van 16.Pg3 door Euwe had echter geen voordeel horen op te leveren. Ik ga er niet op in dat Euwes vervolg en zijn analyse daarvan niet helemaal deugen, behalve dan datZwart met de achteruitzet 20… Le7-f8 een afdoende verdediging zou hebben gehad.

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.