Sport en politiek

Dat sport en politiek van elkaar gescheiden zouden moeten blijven, is nooit meer dan een vrome wens van ‘de sport’ geweest. ‘De politiek’ heeft zich daar zelden iets van aangetrokken.

De eerste brutale en veelomvattende toe-eigening van sportbeoefening en de positieve uitstraling daarvan vond in 1936 plaats toen Hitler-Duitsland gastheer was van de Olympische Zomerspelen. Leni Riefenstahl kreeg opdracht van het Naziregime om daarvan voor propagandadoeleinden een film te maken. www.youtube.com/watch?v=H3LOPhRq3Es

In onze tijd doen de machthebbers van Rusland en China hetzelfde, dat wil zeggen propaganda maken met sport, zij het minder uitbundig. De Olympische winterspelen in Sotsji van 2014 met gastheer Poetin, vlak vóór de inname van de Krim door Rusland, zijn daar een schoolvoorbeeld van en de winterspelen van 2022 in China met een net zo gastvrije Xi Jinping zijn, zoals velen vrezen, een prelude tot een aanval op Taiwan. Het is de misleiding van agressieve dictaturen die hun kwade bedoelingen proberen te maskeren met zoiets onschuldigs als sport.

Sport en politiek zijn met elkaar verklonken. Of we dat nu willen of niet.

Ik ben van een generatie die de vorige oorlog in Europa nog heeft meegemaakt. Niet letterlijk, maar door de verhalen van mijn (schoon)ouders, ooms en tantes. Zij hebben de dood in de ogen gezien, actief in het verzet of gewoonweg lijdend onder onmenselijke omstandigheden. Nog jaren later werden alle Duitsers van een zekere leeftijd met argwaan bekeken en stilzwijgend werden ze verbonden met de moordmachine van de Nazi’s. Begrijpelijk maar ook wel onheus. Wie kon weten wie ze waren, wat ze gedaan hadden? Ook al waren ze niet openlijk in verzet gekomen, terwijl ze niets van het regime moesten hebben, dan nog is het makkelijk praten om hen te veroordelen vanwege hun passiviteit. Het risico dat ze zouden lopen als ze in het geweer waren gekomen, was immers groot. Je leven op het spel zetten en je gezin, je kinderen in gevaar brengen. Wie doet dat, wie durft dat?

En nu dreigen we in dezelfde situatie terecht te komen. Iedere Rus is verdacht zonder aanziens des persoons. Het IOC adviseert de aangesloten sportbonden om iedere Russische en Wit-Russische sporter uit te sluiten van deelname aan wedstrijden. De FIDE gaat (nog) niet zover, maar staat niet toe dat Russen en Wit-Russen onder eigen vlag aan FIDE-evenementen deelnemen. Dat is volstrekt logisch want onder die vlaggen worden afschuwelijke misdaden begaan. Het uitsluiten van individuen, domweg omdat ze Rus of Wit-Rus zijn, gaat echter ver en ik vrees dat machteloze woede ook in de schaakwereld de overhand gaat krijgen en elke Rus en Wit-Rus uitsluiting te wachten staat. De Russische grootmeester Andreikin, iemand die zich al veel eerder tegen Poetin gekeerd had en van wie gezegd wordt dat het zijn carrière heeft geschaad, hield er al rekening mee toen hem gevraagd werd waarom hij tijdens de FIDE Grandprix in Belgrado doorspeelde tegen Grishuk in een stelling met aanzienlijke remisetendensen. “Misschien is het wel de laatste partij die ik kan spelen”, zo verklaarde hij.

Is dat fair, zo’n uitsluiting? Sport en politiek zijn, zoals hiervoor betoogd, niet te scheiden en zeker niet in tijden van oorlog, maar als we daarop rigoureus en niemand ontziend handelen, verlagen we ons tot hetzelfde niveau als dat van Poetin en zijn trawanten voor wie het lot van andere mensen dan hijzelf en zijn kliek geen enkele rol lijkt te spelen.

Russen en Wit-Russen zijn niet per definitie schuldig, maar de bewijslast om onschuld aan te tonen ligt wel bij hen, net zoals dat voor Russische atleten gold na het dopingschandaal van de Russische overheid. Als ze konden bewijzen dat ze vrij van doping waren geweest, mochten ze meedoen aan de Olympische Spelen, zij het onder neutrale vlag. Dat is redelijk en ik hoop dat zoiets ook voor Russische en Wit-Russische schakers gaat gelden. Als ze duidelijk maken dat ze de invasie in Oekraïne niet steunen, zouden ze aan alles mee moeten kunnen doen, zij het onder neutrale vlag.

In de KNSB-mailing Oekraïne van 8 maart jl. maakt de bond het volgende besluit bekend.

‘Elke zichtbare steun voor de invasie wordt niet getolereerd. De betreffende speler zal dan worden voorgedragen voor disciplinaire maatregelen.’

Het is een echo van een soortgelijke maatregel op FIDE-niveau en terecht mijns inziens.

Maar zou daarnaast de omgekeerde bewijslast van goede trouw ook niet bij Nederlandse schakers moeten rusten als ze a priori onder de verdenking staan de Russische agressie niet te veroordelen? Niet vanwege hun nationaliteit zoals bij Russen en Wit-Russen, wel vanwege hun publieke verbondenheid, nu of in het verleden, met een politieke partij die Russische propaganda verspreidt en suggereert dat het de schuld van de NAVO is dat steden door het Russische leger platgebombardeerd worden en onschuldige burgers het leven laten. Het maakt dan niet uit of je een eenvoudige clubschaker bent of Nederlands kampioen schaken bent geweest. Als je je met een dergelijke politieke stroming in het openbaar hebt ingelaten, mag je niet zwijgen en als je dat wel doet kan dat opgevat worden als instemming met de Russische invasie in Oekraïne. Moed om te spreken heb je in ons land niet nodig.

Dit in tegenstelling tot Grishuk, Andreikin, Dubov en al die andere Russische schakers die de brief hebben ondertekend waarin ze de invasie veroordeelden. Zij hebben veel te verliezen in hun thuisland, voor de desbetreffende Nederlandse schakers staat slechts trots op het spel. Trots die hen ervan zou kunnen weerhouden om te erkennen dat ze het helemaal mis hebben gehad.

 

Wim Westerveld