Rolmodel

Officieel heb ik tot mijn achttiende niet gerookt. Het leverde me een van mijn mooiste schaakboeken op, Ausgewählte Partien door Paul Keres. Het boek staat nog altijd in mijn boekenkast. Als beloning gekregen van mijn lieve opa. Op het titelblad van het boek schreef hij met krachtige hand: 4 februari 1968, Oma en Opa. Meer niet.

Het was mijn verjaardag en ik stelde mezelf gerust met de gedachte dat die paar sigaretjes die ik in Brussel met mijn Waalse vriend had gerookt natuurlijk niet telden. En lekker vond ik die zware Bastos sigaretten ook al niet, maar ja, ik wilde me niet laten kennen. Opa heeft hier gelukkig nooit van geweten.

Ruim een jaar later speelde ik mee in het IBM-toernooi. Er werd veel gerookt. Donner spande daarbij moeiteloos de kroon. Bij binnenkomst in de toernooizaal klopte hij op zijn borst- en broekzakken om te controleren of hij de benodigde sigaretten wel bij zich had. Die pakjes Chesterfield gingen tijdens de partij in rook op. Ik had dat kettingroken al eerder gezien, tijdens het zonetoernooi in Den Haag een paar jaar daarvoor. Dat was zeker geen aanmoediging om ook te gaan roken. Want zijn gewoonte zag er eerder als een beklagenswaardige verslaving uit dan als een recept om goed te schaken.

Lees meer >

Van café naar club (door Foppe Jan Montsma mmv Wim Westerveld)

Parijs telde rond 1750 ongeveer 600 cafés. Er werd koffie gedronken, sinds de eeuwwisseling de mode van die tijd. En er werd heftig gediscussieerd over Koning, Kerk en politiek op een manier die de autoriteiten niet altijd aangenaam was. Die cafés waren broeinesten van revolutionaire Verlichtingsideeën.

Journalisten luisterden met de hand aan het oor mee en publiceerden wat ze hadden gehoord. Maar daar, in die cafés, werd toch voornamelijk ook geschaakt. Koffie en schaken, beide werden in die jaren beschouwd als stimulantia bij uitstek voor de hersens. Je werd er slimmer van. Dacht men.

Denkt u nu niet dat de koffie slechts in Parijs tot de geneugten des levens behoorde. Integendeel: de koffie was al enige tijd bezig met een opmars in heel West-Europa, die hier en daar tot ongerustheid leidde. Men was bang voor het verslavend effect ervan. Precies dat is het onderwerp van een mooie moraliserende cantate van Johann Sebastian Bach, de Kaffeekantate, die hij componeerde in 1732 en vele malen zelf uitvoerde met zijn orkestje in het Leipziger Kaffeehaus (in de Tweede Wereldoorlog verwoest).

Lees meer >

Senior (slot)

Het slotakkoord van Foppe-Jan Montsma.

Afgezien van de in- en uitleiding bij zijn artikel blijf ik voorlopig maar op mijn handen zitten, indachtig het advies dat Euwe me ooit gaf.

Lees meer >

Tot hier

Dit is mijn laatste bijdrage aan Schaaksite.

Het ga jullie goed beste lezers!  Ik heb de positieve reacties op mijn stukken steeds op prijs gesteld.

Lees meer >

Senior (3)

Voor de oorlog maakte mijn oom deel uit van Goes I dat toen in de KNSB-competitie uitkwam. Een goeie schaker dus, maar gek genoeg wilde hij nooit tegen me spelen.

Het risico dat hij van die snotjongen zou verliezen, wilde hij waarschijnlijk niet lopen.
Toen hij benoemd werd tot directeur van de Wereldbank verhuisde hij van Brussel naar Washington en kocht hij een pied-à-terre in Zuid-Frankrijk. Een huisje in het departement Gard, het westelijke deel van de Provence, niet ver van het historische stadje Uzès.

Jarenlang mochten wij daar onze zomervakantie vieren.

Ik moest daaraan terugdenken toen ik het verhaal van Foppe-Jan las en bedacht dat we te laat bevriend zijn geraakt. Anders had ik vast een keer mee kunnen doen aan zo’n vriendentoernooitje waar vele bekende en minder bekende schakers aan hebben deelgenomen. Tenslotte was het maar 1 uur en 41 minuten rijden van het vakantiehuisje in Méjannes-le-Clap naar Mollans-sur-Ouvèze.

 

 

 

 

 

Lees meer >

Senior (2)

“Forever young”, wenst Bob Dylan zijn publiek toe.

“Voor altijd jong”, speldt Matthijs van Nieuwkerk de gasten van zijn muziekshow op de mouw. De meesten laten zich de vleierij aanleunen, een enkeling sputtert tegen. Eeuwige jeugd, het mocht wat.

Het is mogelijk, altijd jong blijven, zingt Alphaville. Als je maar jong sterft of als je maar op jonge leeftijd iets doet waardoor je als jong genie voor eeuwig voortleeft.

Voor ons, gewone schakende stervelingen, is zo’n eeuwige jeugd wenselijk noch haalbaar. Zolang we maar tot op hoge leeftijd van het spel kunnen blijven genieten. Dat is meer dan genoeg. De krachten zullen afnemen, maar als het meezit zullen er momenten zijn waarop het vroegere elan zich voor even weer in volle glorie toont en het jonge grut aan de andere kant van het bord ten onder gaat aan overmoed en onderschatting. En een enkele keer weet je misschien iets te bereiken waarvan je niet wist dat je het in je had. Remisekoning!

Enfin, lees het mooie verhaal van Foppe-Jan Montsma. Maar lees ook hoe fragiel alles is als de gezondheid je in de steek laat. Zoals bij die vriend van mijn allereerste schaakuur, Rob Witt.

Lees meer >

Senior

Aan het eind van mijn laatste werkdag wendde mijn directeur zich tot me met de woorden: “Besef je wel dat je de laatste levensfase ingaat?”

Jarenlang had ik prettig met hem samengewerkt en ik was allengs gewend geraakt aan zijn typische gevoel voor humor, maar deze woorden vielen toch enigszins rauw op mijn dak.

Een paar jaar later speelde ik mijn eerste individuele toernooi voor senioren. Het toernooi had een lange traditie en vond jaarlijks plaats in een sprookjesachtig stadje in het oosten van Duitsland totdat corona een streep door de rekening haalde. Een contingent Nederlandse schakers streek daar ieder jaar neer, veelal oude bekenden van me, en ik werd dan ook direct opgenomen in de gezellige club van ‘Schlachtenbummler’.

Het toernooi werd gehouden in een fraaie congreshal en alles wees erop dat ik een plezierige tijd tegemoet zou gaan. De openingsceremonie verliep in een aangename sfeer totdat de toernooidirecteur het woord nam. Wat volgde was een opsomming van een lange rij namen van schakers die jaarlijks het toernooi bezochten, maar er helaas nu niet meer bij konden zijn omdat ze ‘ons’ in het afgelopen jaar waren ontvallen. De woorden van mijn directeur schoten door mijn hoofd en ineens had ik niet meer het gevoel dat ik me in een toernooi bevond maar voor de poort van de schakershemel.

Lees meer >

Sport en politiek

Dat sport en politiek van elkaar gescheiden zouden moeten blijven, is nooit meer dan een vrome wens van ‘de sport’ geweest. ‘De politiek’ heeft zich daar zelden iets van aangetrokken.

De eerste brutale en veelomvattende toe-eigening van sportbeoefening en de positieve uitstraling daarvan vond in 1936 plaats toen Hitler-Duitsland gastheer was van de Olympische Zomerspelen. Leni Riefenstahl kreeg opdracht van het Naziregime om daarvan voor propagandadoeleinden een film te maken.

Lees meer >

Olympiade

Schaken is populair in Rusland en het land kan bogen op een indrukwekkende geschiedenis en traditie. Grootmeesters worden gekoesterd als iconen van hun cultuur.

Op een enkele uitzondering na verzetten die grootmeesters zich nu openlijk tegen de agressie van hun land tegen buurland Oekraïne. Dat is moedig en vanwege hun status zal dat effect hebben op de steun die Poetin onder de bevolking ondervindt voor zijn krankzinnige agressie.

Lees meer >

Metafoor

Het schaakspel is een metafoor in zichzelf, ontstaan als het is uit het nabootsen van oorlog. Een metafoor voor krijgskunst, maar het verband met oorlogsgeweld wordt tegenwoordig niet vaak meer gelegd.

Hooguit om iemand als Poetin te duiden die, ouderwets als in de negentiende eeuw, met zijn legers schuift en aan landjepik doet.

Lange tijd was schaken niet alleen een metafoor voor iets benijdenswaardigs zoals weloverwogen vooruitdenken, maar het werd ook gebruikt om iets als saai te bestempelen. Banken en verzekeringsmaatschappijen leenden de voortreffelijkheid van het schaakspel voor de reclame voor hun diensten. Sportjournalisten daarentegen lieten zich bij een voetbalwedstrijd die niet om aan te zien was, steevast ontvallen dat het wel schaken leek.

Misschien verbeeld ik het me, maar het lijkt wel of de negatieve connotatie inmiddels tot het verleden behoort. Je hoort dergelijke raillerende geluiden niet of nauwelijks meer. Zou het beeld van oude, lusteloos met houtjes schuivende mannen inderdaad verdwenen zijn?

Lees meer >