Schaakhistorie

Top-40 Nederlandse schakers. 23: Frans Kuijpers

Nadat Hein Donner in 1954, 1957 en 1958 drie keer op rij kampioen van Nederland was geworden, lukte het hem niet net als zijn voorganger Max Euwe een hegemonie te vestigen. In 1961 was er Hoan Liong Tan, in 1963 Frans Kuijpers. Vanaf 1967 zat Hans Ree Donner in de weg, totdat in 1973 Jan Timman wel een nieuw tijdperk vestigde.

Frans Kuijpers (geboren 27 februari 1941) werd vanaf 1958 drie keer op rij jeugdkampioen van Nederland. In 1963 werd hij met zijn 22 jaar de jongste kampioen sinds Euwe in 1921. Weliswaar verloor Kuijpers van Donner, maar met 9 uit 11 bleef hij anderhalf punt op hem voor. Hij werd in de jaren zestig nog derde en twee keer vierde. Met zijn clubteam Rotterdam werd hij als eerstebordspeler kampioen van Nederland in 1966 en 1968.

Kuijpers werd uitgenodigd voor IBM- en Hoogovenstoernooien, waar hij niet heel succesvol was. Wel won hij partijen van wereldtoppers: Gligoric (twee keer), Benkö, Kotov en Uhlmann. Tot en met 1980 nam hij acht maal deel aan het Nederlands kampioenschap. In 1984 werd hij met zijn clubteam Eindhoven (tweede bord) verrassend kampioen van Nederland, voor het machtige Volmac Rotterdam. Je kunt Kuijpers twintig jaar lang een Nederlandse topspeler noemen. Niet zo bekend is dat hij ook een prima snelschaker was. Hij werd open snelschaakkampioen van Nederland in 1962, 1970 en 1971.

 

Olympiades

Kuijpers’ status van Nederlandse topspeler werd ook bevestigd in zijn vier deelnames aan de Olympiade. Daarin maakte hij bovendien grote faam.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 24: Dirk van Foreest

Was hij de sterkste Nederlandse schaker van de negentiende eeuw? Was hij eigenlijk de eerste ‘echte schaker’ van Nederland? Was hij veel sterker dan zijn broer Arnold? Had hij een wereldtopper kunnen worden als hij geen huisarts was geworden? Deze vragen over Dirk van Foreest zijn na meer dan een eeuw moeilijk te beantwoorden. Misschien zijn de antwoorden op de vier vragen respectievelijk ja, nee, ja en niet te zeggen.

Jonkheer Dirk van Foreest (geboren 3 mei 1862) kwam op negentienjarige leeftijd naar Amsterdam en werd meteen met overmacht kampioen van VAS. In 1885, 1886 en 1887 won hij de bondswedstrijden, die veel later met terugwerkende kracht officieuze kampioenschappen van Nederland werden genoemd. In dezelfde tijd voltooide hij zijn studie geneeskunde, waarna hij huisarts werd, eerst in Heemskerk en later in Oosthuizen (Noord-Holland).

Dat werk kon hij niet combineren met toernooischaak. Wel werd hij nog lang uitgenodigd voor wedstrijden met het Nederlandse team, speelde hij correspondentieschaak en componeerde hij problemen. Volgens Hans Bouwmeester en Bert Kieboom in het negende Prismaboekje was hij geen bijzondere componist, maar wel eentje die er aandacht aan besteedde in een periode dat het probleemschaak in Nederland kwijnend was.

Na zijn pensionering in 1928 vestigde Dirk van Foreest zich in Bussum. Dat was een idee van zijn broer Arnold, omdat Dirk geen stadsmens was en Bussum het enige dorp was met een sterke schaakclub. Voor BSG speelde hij van 1928 tot 1943 (dus tot op hoge leeftijd) nog zeventig partijen, de meeste in de hoofdklasse, met een score van vijftig procent.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 25: Gert Ligterink

Van de eenmalige Nederlands kampioenen is er niemand die in de buurt kwam van de formidabele prestatie van Gert Ligterink in 1979. In het sterkste NK tot dan toe bleef hij voor op de ‘grote vier’ van dat moment: Timman, Donner, Ree en Sosonko. De eerste drie versloeg hij, hij verloor alleen van Sosonko. Ook vanwege zijn vol punt voorsprong op de nummers twee was zijn zege overtuigend. Fameus was zijn voorbereiding. Naast het schilderen en behangen van zijn nieuwe woning had hij alleen partijen met analyses nagespeeld uit het inspirerende toernooiboek Zürich 1953 van David Bronstein.

IBM-toernooi 1976. Beide foto’s: Nationaal Archief

Gert Ligterink (geboren 17 november 1949) leerde pas op zijn veertiende schaken, maar debuteerde drie jaar later al met Unitas in de hoofdklasse. In 1969 werd hij jeugdkampioen van Nederland. In 1974 debuteerde hij op het NK, met een lage klassering maar een overwinning op Hein Donner. Van zijn elf tegenstanders had hij maar tegen drie eerder gespeeld. Hij ervoer zijn woonplaats en provincie Groningen als een schaakisolement ten opzichte van de Randstad en kon in regionale wedstrijden niets anders doen dan alles winnen, maar daar schoot hij niets mee op, zei hij in een interview.

 

Tien jaar topper

Na dat eerste NK was hij opeens wel een nationale topper. Van 1976 tot en met 1988 nam Ligterink alle keren deel. Na zijn zege in 1979 werd hij een keer tweede en drie keer derde. In 1985 had hij voor de tweede keer kampioen moeten worden, drie ronden voor het einde stond hij anderhalf punt voor op de nummer twee. Een bizar slot van een half uit drie wierp hem terug naar de vierde plaats.

In die jaren speelde Ligterink dertien keer mee in de Hoogovens- en IBM-toernooien, waarvan zes keer in de grootmeestergroep. In 1975 won hij het Open kampioenschap van Nederland, in 1983 de meestergroep (B-groep) van Hoogovens en een jaar later een sterk toernooi in Oxford. Die jaarlijkse Nederlandse toernooien, naast het spelen voor de sterrenploeg Volmac Rotterdam, noemde hij later als reden dat hij professional kon blijven.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 26: Erik van den Doel

Misschien is hij wel de Nederlandse schaker met de meeste toernooioverwinningen. Het is niet goed na te gaan, want niemand houdt zijn zeges zo nauwgezet bij als Erik van den Doel. Alleen op de Nederlandse kampioenschappen schoot hij vaak tekort.

foto (2015): Frans Peeters

Erik van den Doel (geboren 15 mei 1979) debuteerde in 1997 op het NK en nam daar vervolgens in negen jaar acht keer aan deel. In 2001 werd hij samen met Loek van Wely eerste, voor Jeroen Piket en Sergei Tiviakov. Hij verloor de barrage van rapidpartijen met 3-0. Het was zijn enige succes in die acht NK’s, maar Van den Doel werd wel structureel tot de Nederlandse top gerekend. Van 1998 tot en met 2006 zat hij vier van de vijf keer in het Olympiadeteam, waarin hij met 58% redelijk scoorde. Ook maakte hij deel uit van het Nederlandse team dat in 2001 en 2005 Europees kampioen werd. Weliswaar als invaller, maar met 6,5 uit 10 over twee toernooien leverde hij een belangrijke bijdrage. Net als zijn teamgenoten werd hij benoemd tot Lid van Verdienste van de KNSB.

Tien topjaren

De toptijd van Van den Doel was 1997-2008. In 1998 won hij het Open kampioenschap van Nederland. In 2007 herhaalde hij dat en in 2007 en 2008 won hij het Leiden Chess Tournament. In deze periode won hij toernooien in Londen (1998, een topprestatie), Duitsland, Griekenland en Zuid-Afrika. Met De Variant won hij acht keer de Nederlandse clubcompetitie. Van 2001 tot 2003 stond hij een paar keer rond plaats 80 van de wereldranglijst.

Lees meer >

De grote schaakgeschiedenis van Hilversum

Het Tata Steel Chess Tournament heeft de twee externe speelsteden aangewezen: Groningen en Hilversum. Een prachtige keuze. Deze twee behoren met Amsterdam tot de steden met de meeste historie op het gebied van topschaak, waaronder zelfs wereldtop. Je zou hier nog een paar plaatsen aan kunnen toevoegen, maar daarbij gaat het steeds om één toernooi. Groningen en Hilversum hebben een zeer gevarieerde geschiedenis.

In de eerste aflevering van dit tweeluik beschreef ik de geschiedenis van Groningen. Nu de geschiedenis van Hilversum. Alle onderstaande evenementen heb ik beschreven in het boek ‘Mat in de Mediastad’, dat ik in 2012 samen met Wim van der Wijk schreef bij de 125-jarige geschiedenis van HSG. Een indrukwekkende rij.

AVRO-toernooi 1938

Dit toernooi hebben we stiekem het boek in gesmokkeld. Het toernooi reisde door Nederland, net als de matches Euwe-Aljechin, maar geen enkele ronde werd in Hilversum gespeeld. Wim merkte in zijn verantwoording op dat je naast Hilversum ook ‘Hilversum’ mocht lezen, tussen aanhalingstekens. Dat staat dan voor de omroepwereld. Zoals verder in dit artikel is te lezen, heeft Hilversum op sponsorgebied vrijwel alles aan de omroepen te danken.

Het AVRO-toernooi was een achtkamp tussen de sterkste acht schakers ter wereld. Het werd in 1937 bedacht om te bepalen wie Max Euwe mocht uitdagen voor de wereldtitel, een match waar de AVRO dan ook aan zou meewerken. Een kink in de kabel was dat Aljechin de wereldtitel eind 1937 terugwon. Hij wilde vervolgens best worden uitgedaagd door de winnaar van het AVRO-toernooi, maar bleef zoals altijd ook openstaan voor andere uitdagers die geld bijeen wisten te halen.

Paul Keres won het toernooi samen met Reuben Fine. Van een WK-match kwam het niet.In de Canon is meer over het AVRO-toernooi te lezen.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 27: Jorden van Foreest

Er komen in deze lijst nog zes eenmalige Nederlands kampioenen. Zij staan hoger dan Jorden van Foreest, omdat ze natuurlijk een veel langere carrière hadden. Maar ondanks die korte duur heeft Van Foreest al heel wat meer gepresteerd dan alleen die ene, onverwachte titel.

Jorden van Foreest tijdens het NK 2016. Foto: Harry Gielen.

 

Jorden van Foreest (geboren 30 april 1999) is de oudste van zes schakende kinderen in één gezin. Hij behaalde diverse jeugdtitels, met als absoluut hoogtepunt in 2013 de Europese jeugdtitel tot en met veertien jaar. In 2015 werd hij grootmeester, op zestienjarige leeftijd. Iets jonger dan Nederlands recordhouder van dat moment Robin van Kampen. Wel ouder dan Anish Giri, die echter nog geen Nederlander was toen hij grootmeester werd. Van Foreest boekte zijn drie grootmeesternormen binnen een half jaar, in het Aeroflot-toernooi in Moskou, een toernooi in Lueneburg (Duitsland) en het wereldjeugdkampioenschap.

 

Veel toernooien

Nederlandse jeugdkampioenschappen waren voor Jorden van Foreest niet meer interessant, toen hij in 2016 op zeventienjarige leeftijd Nederlands kampioen werd bij de ‘groten’, nog wel bij zijn debuut. Het was gewoon een sterkbezet NK, met Loek van Wely als favoriet. Van de eerste zes partijen won hij er vijf en verloor hij alleen van Dimitri Reinderman. De  voorlaatste ronde werd de finale. Van Foreest hield Van Wely op remise en kroonde zich tot bijna jongste Nederlands kampioen aller tijden. Giri werd het op zijn vijftiende.

Lees meer >

De grote schaakgeschiedenis van Groningen

Het Tata Steel Chess Tournament heeft de twee externe speelsteden aangewezen: Groningen en Hilversum. Een prachtige keuze. Deze twee behoren met Amsterdam tot de steden met de meeste historie op het gebied van topschaak, waaronder zelfs wereldtop. Je zou hier nog een paar plaatsen aan kunnen toevoegen, maar daarbij gaat het steeds om één toernooi. Groningen en Hilversum hebben een zeer gevarieerde geschiedenis.

In de eerste aflevering van dit tweeluik beschrijf ik de geschiedenis van Groningen. Over een paar dagen komt Hilversum aan bod.


Staunton-toernooi 1946

Hoe waren de wereldtoppers uit de Tweede Wereldoorlog gekomen? Die vraag stond centraal bij het grote jubileumtoernooi (75 jaar) van schaakclub Staunton. De vraag wie de vacante wereldtitel van de overleden Aljechin zou overnemen, zou later een afgeleide daarvan kunnen zijn.

De Sovjet-Unie was gevraagd om de vier sterkste spelers te sturen. Nederland zou worden vertegenwoordigd door Max Euwe en Lodewijk Prins. De Sovjets kwamen echter met vijf spelers, waarna Prins met het nodige gedoe werd afgeserveerd.

Botwinnik won het toernooi, een half punt voor Euwe, die daarmee een van zijn beste toernooiresultaten boekte, maar ook een van zijn laatste goede resultaten.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 28: Kick Langeweg

Langdurig behoorde hij tot de Nederlandse top, maar Kick Langeweg werd nooit kampioen. In 1969 was hij er dichtbij, in Leeuwarden eindigde hij samen met Hans Ree op de eerste plaats. Anders dan in de voorgaande twee edities werd er geen beslissingsmatch gespeeld. Ree werd tot kampioen uitgeroepen omdat hij titelverdediger was. Een extra feit (dat echter niet meewoog) was dat Ree in de laatste ronde de onderlinge partij won.
Kick Langeweg (geboren 7 maart 1937) is nooit dichter bij de titel geweest. Tussen 1961 en 1989 was hij er negentien keer bij, tot en met 1972 iedere keer. Hij werd derde in 1965, 1970, 1972 en 1983. In 1980 werd hij zelfs nog tweede achter Jan Timman, een plek die hij wel met vijf anderen moest delen.

Kick Langeweg tijdens IBM 1961. (Foto: Nationaal archief).

 

Olympiade-topper
Langeweg behoorde tot de ‘jonge honden’ die rond 1960 met het Amsterdamse VAS de Nederlandse schaakhemel bestormden. Voor hen organiseerde de befaamde organisator Berry Withuis in 1961 het IBM-toernooi, om de jongemannen de gelegenheid te geven internationaal meester te worden. Langeweg won de eerste editie met 9 uit 11 zonder remises en bleef Hein Donner voor. Een jaar later werd hij meester.

Lees meer >

Kasparov komt terug!

Het zat er toch wel aan te komen, want Kasparov komt terug! Hij zal voor het eerst sinds 2005 weer rated gaan spelen in het rapid en blitz toernooi in St. Louis. 

Eigenlijk is de oud-wereldkampioen nooit echt weggeweest, want de afgelopen jaren hield hij overal een flinke vinger in de pap. Kasparov verloor de strijd om Fide president te worden, stond aan de wieg van de Grand Chess Tour, is gasttrainer van de Amerikaanse jeugd en bleef uitgesproken over schaakzaken. Met live streams wordt Kasparov vaak gebeld en dan gaat hij tekeer. Het is de aard van het beestje Kasparov om de strijd aan te gaan. Zo ging het met zijn PCA tegenhanger van de Fide en met zijn politieke aspiraties. Fascinerend genoeg haalde Kasparov de laatste keer in St. Louis nog een unrated TPR van boven de 2800, terwijl hij soms op knullige wijze stukken weggaf.

Lees meer >

Vluggeren om de titel

Loek van Wely en Sipke Ernst eindigden gelijk bovenaan in het Nederlands kampioenschap. De titel werd kort na de slotronde betwist in twee vluggertjes, gewonnen door Van Wely. Protesten tegen deze manier van beslissen heb ik niet gelezen. Dat was wel anders in 2007, toen er voor het eerst werd gevluggerd. En in 2001, toen er voor het eerst vier rapidpartijen werden gespeeld op de dag na de slotronde. En in 1967, toen er voor de tweede keer een beslissingsmatch werd gespeeld met ‘slechts’ vier partijen in lang speeltempo. Uiteindelijk blijkt alles kennelijk te wennen. Hieronder een overzicht van wat er in de geschiedenis van het NK gebeurde bij gelijk eindigen.

Van Wely en Ernst vluggeren om de titel. (Foto: Harry Gielen).

Toevalskans
In 1965 in Den Haag eindigden Lodewijk Prins en Coen Zuidema samen bovenaan. De 52-jarige Prins had in 1948 voor het laatst meegedaan en was dus een veteraan, de 23-jarige Zuidema was een vertegenwoordiger van de jonge garde. Een opmerkelijk feit was dat Prins en enkele andere deelnemers tijdens het toernooi ook hun gewone dagelijkse arbeid verrichtten. Het NK werd in september gespeeld, in november werd de beslissingsmatch door Prins met 2,5-1,5 gewonnen. Een match van vier lange partijen met twee maanden voorbereidingstijd.

Hetzelfde systeem werd in 1967 (Zierikzee) gehanteerd. Weer eindigde een veteraan (nou ja… Hans Bouwmeester was 37 maar had al tien jaar niet meer meegedaan) bovenaan samen met een jongere: de 23-jarige Amsterdamse student Hans Ree. De barragematch, drie maanden later, werd deze keer door de jongere gewonnen: Ree zegevierde met 2,5-1,5.

Lees meer >