Schaakhistorie

Een youtube-playlist met filmpjes Bogoljubow, Capablanca, Euwe, Botwinnik etc.

Op Youtube is veel te vinden, dus ook filmpjes van vroeger over schaken. Iemand heeft een playlist gemaakt waarin veel van deze filmpjes verzameld zijn. Euwe met Capablanca en met Aljechin, Botwinnik met Flohr en met Petrosjan, Fischer, Tal, Spassky, Karpov en zelfs een (helaas erg kort) filmpje uit de jaren ’20 met o.a. Bogoljubow en Reti!

Lees meer >

Schaakhistorie (14) : De onverwoestbare Zhaoqin Peng (1997 tot heden)

Alle foto’s: Harry Gielen, 2017/2018

Zhaoqin Peng doet niet mee aan het Nederlands kampioenschap, hoewel ze die deelname eerder wel had toegezegd. Ze vraagt zich af wat haar deelname nog zou toevoegen aan haar veertien titels. Nu vindt ze het tijd voor de jongere generatie, die ze graag wil trainen en begeleiden. Dat zei ze tien jaar geleden ook. Vorige week speelde ze haar afscheidswedstrijd voor En Passant. Dat deed ze vorig jaar ook. Maar dat geeft niet, Peng mag zo vaak afscheid nemen als ze wil, als ze maar steeds weer terugkomt. Intussen is dit een mooie aanleiding haar geschiedenis eens op een rijtje te zetten.

 

Kennismaking met Nederland
Zhaoqin Peng werd geboren op 8 mei 1968 in Canton, China, nabij Hongkong. Pas op haar twaalfde leerde ze schaken, maar twee jaar later werd ze al derde bij het Chinese vrouwenkampioenschap. Ze ging naar een sportinternaat en werd drie keer kampioene van China. Op de Olympiade van 1988 behaalde ze een gouden medaille aan het derde bord.
In 1994 nam Peng in Tilburg deel aan het WK-kandidatentoernooi dat tegelijk met het Interpolis-toernooi plaatsvond. Daar maakte ze niet alleen kennis met Nederland, maar ook met een man, die in de organisatie actief was. Een jaar later reisde ze na een paar toernooien in Joegoslavië weer door naar Nederland, om met deze man te trouwen. Ze had het gevoel dat ze in China niet voldoende zelf over haar leven kon beslissen, ze wilde meer vrijheid, een nieuw leven.
In 1997 nam Peng voor het eerst deel aan het Nederlands kampioenschap voor vrouwen. Haar doel was vooral zich in het Nederlandse schaakleven op de kaart te zetten. Winnen was vanzelfsprekend, na zes zeges sloot ze af met drie remises, waarmee ze anderhalf punt voorbleef op de nummers twee. Tegen Jeroen van den Berg zei ze voor het bondsblad: “Nu ik mij in Nederland gevestigd heb, vind ik het belangrijk om de titel een keer te winnen. Dan weten de mensen tenminste dat ik hier ben. Bovendien wil ik mijn vrouwelijke collega’s graag eens ontmoeten.” Het niveau van haar tegenstanders viel haar tegen: “Het is beduidend lager dan wat ik gewend was. Ik kon het me hier zelfs ongestraft permitteren om tweemaal met 1.e2-e4 te openen, wat ik normaal nooit doe.” Na de zes zeges vond ze het moeilijk geconcentreerd te blijven.

Lees meer >

Elias Stein, Nederlands topschaker

Op welke positie plaatsen we Elias Stein in de historische rangorde van Nederlandse schakers?

Weinigen zullen ooit van hem hebben gehoord. Ik ook niet, totdat ik een aantal antieke boekwerken geschonken kreeg van Henk van der Linden. Henk moest zijn mooie woning in Rozendaal vanwege gezondheidsproblemen verruilen voor een kleinere behuizing waar hij helaas al enkele maanden later, in maart 2012, overleed. Hij moest dus voor zijn verhuizing ontspullen en ik prijs me gelukkig met zijn gift.

Lees meer >

Schaakhistorie (13) : Vijf keer Loek van Wely in Leeuwarden (2001-2005)

In 2000 won Loek van Wely zijn eerste Nederlands kampioenschap, in Rotterdam. Er volgden er nog vijf op rij, alle vijf in Leeuwarden. Dit verhaal schreef ik voor het Friese tijdschrift Skaakstikken, waarvan onlangs het derde nummer verscheen.

Het Friesche Vlag Toernooi is legendarisch. Van 1969 tot en met 1981 vond het Nederlands kampioenschap dertien keer in Leeuwarden plaats. Kampioen werden Hans Ree (twee keer), Eddie Scholl, Coen Zuidema, Genna Sosonko (twee keer), Jan Timman (zes keer), Viktor Kortchnoi en Gert Ligterink. Wie nu denkt dat ik niet kan tellen: jawel, Timman en Sosonko werden een keer samen kampioen. In 1982 vond de eerste helft in Amsterdam plaats en de tweede helft in Drachten. Ree werd weer kampioen.
Ook in 1942 had het NK in Leeuwarden plaatsgevonden, maar in de vorm van een kandidatentoernooi. Winnaar A.J. van den Hoek mocht Euwe uitdagen voor een titelstrijd, die de arme man met 8-2 (vier remises) verloor. In 1904 vond in Leeuwarden een bondstoernooi plaats dat al sinds 1873 bestond en veel later ‘onofficieel NK’ werd genoemd. Winnaar werd D. Bleijkmans.
Voor de schaaksport is het mooi als het NK door het land trekt. Dat het in 2019 voor de achtste keer op rij in Amsterdam plaatsvindt is voor mij wel prettig (ik woon in Baarn), maar iedere Fries, Zeeuw of Limburger die zegt dat dat niet de bedoeling is, geef ik groot gelijk.
Toch kwamen Friezen er goed vanaf, want vanaf 2001 werden er weer vijf NK’s in Leeuwarden gespeeld. Dat brengt het totaal op 20 in 75 edities, Drachten meegeteld. Of 19 van de laatste 51 keer, dat is een nog veel hoger percentage.

 

Mannenwereld
Mijn eerste kennismaking met het NK in Leeuwarden, in 2001, begon een beetje raar. Nadat ik een uur in de auto had gezeten, had ik behoefte mijn blaas te legen. Ik stopte op een prachtige parkeerplaats bij het Tjeukemeer. In de bosjes had ik tijdens mijn handeling een geweldig uitzicht.

Lees meer >

Jubileumboek Paul Keres kan worden besteld!

Schaakvereniging Paul Keres viert zondag 19 mei het 50-jarig bestaan. Er is de afgelopen tijd hard gewerkt aan een boek waarin de bijzondere geschiedenis van de club is vastgelegd. Afgelopen zondag heeft de redactie het werk afgerond en het boek is naar de drukker! Dit is dan ook het moment dat mensen het boek (meer dan 300 pagina’s) kunnen bestellen.

Het boek kost € 17,50 inclusief verzendkosten en kan besteld worden met een mail naar secretaris@paulkeres.nl.

Lees meer >

SV Paul Keres bestaat 50 jaar!


Paul Keres bestaat dit seizoen 50 jaar! Om precies te zijn: in 1968 is Utstud opgericht, om in 1976 van naam te wijzigen in SV Paul Keres.

Wij nodigen graag alle oud-leden van SV Paul Keres uit om dit jubileum samen te vieren. De historie van de club is samengebracht in een boek, dat uiteraard door iedereen kan worden besteld.

Jubileum

Het programma In De Noteboom,

Lees meer >

Schaakhistorie (12) : prof.dr. M. Euwe: “Kunnen computers denken?” (1964)

AlphaZero is een zelflerend computerprogramma. Zelf leren, dan moet de computer kunnen denken. Kan een computer dat? Over die vraag sprak dr. Max Euwe in 1964 een rede uit bij de aanvaarding van het ambt van buitengewoon hoogleraar in de methodologie van de automatische informatieverwerking aan de Katholieke Hogeschool te Tilburg.
Allereerst vraagt Euwe zich af wat we onder denken verstaan.
“Als eenvoudigste vorm van denken zou ik willen beschouwen de reproduktie, het putten uit het geheugen. ‘Wat is het Franse woord voor medelijden?’, vragen wij aan een leerling. Hij weet het niet. ‘Denk eens na.’ Wij gebruiken dus wel degelijk het woord denken.” Voor de computer is deze vorm van denken een eenvoudige zaak, constateert Euwe.
“Een andere manier van denken is het redeneren volgens vaste voorschriften waardoor, uitgaande van bepaalde grondwaarheden telkens nieuwe waarheden worden verkregen. Dit is wat bijvoorbeeld in de meetkunde en in de logica gebeurt.” Ook dit, meent Euwe, kan door een computer worden uitgevoerd.
“Als een nog hogere vorm van het denken wordt het creatieve denken beschouwd.” Het zal niemand verbazen dat Euwe de computer hier niet toe in staat acht.

Interessanter wordt het als hij ingaat op het begrip ‘leren’. “De computer kan leren op grond van zijn ervaringen en dit betekent, dat hij bij het nemen van een beslissing rekening kan houden met de uitkomsten van vroeger onder soortgelijke omstandigheden genomen beslissingen.”

Lees meer >

Herinneringen aan kapper De Brie

Je hoeft geen grootmeester te zijn om een legendarische schaker te zijn. Misschien heeft iedere stad of dorp wel zijn schaaklegendes. In Utrecht behoort kapper De Brie daartoe. In zijn kapperszaak vonden tijdens het knippen de meest wonderlijke schaaktaferelen plaats. Daarnaast was hij ook een sterke schaker, in een simultaanseance won hij eens van Euwe. Een mooi verhaal van Robert Beekman en Bert Kieboom, met historische foto’s en partijfragmenten, op de website van Oud Zuylen Utrecht.

 

Kapper de Brie (11 september 1879 – 31 maart 1961). Bij leven al een legende. Iedereen kent hem. Eén van de meest geliefde leden van Schaakclub Utrecht. Ook erelid van de Nederlandse Kappersbond in 1947. Hij is in die wereld administrateur van de kappersvakschool geweest, penningmeester van de afdeling Utrecht en leider van de kappersziekenkas.

Zo rond 1900 richt hij samen met een aantal vrienden de schaakclub Schaakmat op. In 1920 gaat diezelfde schaakclub failliet. Hij kan amper begrijpen waarom. De reden is namelijk dat er in de zaal naast het clublokaal niet meer gebiljart kan worden (!)

In 1916 is hij al lid van Schaakclub Utrecht geworden waar Olland dolblij met hem is.

Lees meer >

Wie zijn deze Haarlemse Heren?

Een verrassende vondst deed Casper Woudenberg bij Schaak- en Gowinkel Het Paard, aan de Haarlemmerdijk in Amsterdam. Casper schaakt bij HSG (Hilversum) en werkt op zaterdag bij Het Paard. Groot was dan ook zijn vreugde toen hij deze foto zag, van een HSG-team dat in het seizoen 1951-52 naar de hoofdklasse promoveerde.

De foto kwam terecht bij Wim van der Wijk en mij, omdat wij in 2012 een boek schreven over de 125-jarige geschiedenis van HSG. Wij waren verbaasd. Weliswaar hebben wij weinig oude foto’s, maar er staat werkelijk niemand op van wie wij een vermoeden hebben wie het is. De broers Van Oosterom leken ons jonger dan de jongelui rechtsboven en we vonden dat die er ook helemaal niet op leken. En wij misten graaf Van den Bosch, die op een foto uit die tijd zeker niet zou ontbreken. Trouwens, HSG drong toch pas rond 1960 door tot de hoofdklasse?

Lees meer >

Schaakhistorie (11) : Polgar-manie in Nederland (1989-1992)

 

Quality Chess, 2012

Judit Polgar zal vast nog door vele schaakliefhebbers gezien worden als een jongedame. Ze is echter 42, in de huidige top tien van de wereld zou ze na Anand en Kramnik de oudste zijn. Het is ook al dertig jaar geleden dat ze de wereldtop binnenkwam. Nederland speelde daarbij een belangrijke rol.
Natuurlijk, ook zonder Nederland zouden de Polgar-zussen zijn ‘ontdekt’ en zou Judit een wereldtopper zijn geworden. Maar het is aardig om de rol te zien van een groep jonge Eindhovenaren. In april 1985 beschreef Leon Pliester dit in het bondsblad.
Een jaar eerder waren Johan van Mil, Herman Grooten en Rudy Douven in Boedapest geweest en hadden kennisgemaakt met de familie. Terwijl ze met elkaar ravotten en voortdurend onder de tafel doken (Judit was zeven jaar) wonnen de meisjes moeiteloos van de Nederlandse meesters. Een halfjaar later ging Pliester zelf naar Boedapest, samen met Filip Goldstern en met Van Mil, die hem bij de familie introduceerde. Pliester hield contact en bracht de familie een paar jaar later in contact met Joop van Oosterom. Die bood de zussen maar liefst honderdduizend dollar per jaar aan voor trainingsdoeleinden. Pliester: “Van Oosterom zei: als jullie iets willen hebben, kom maar naar mij en ik regel het.” Een kleine tegenprestatie was, dat de meisjes een paar keer voor HSG zouden spelen, de Hilversumse club die door Van Oosterom werd gesponsord.

Voorpagina’s
Het eerste optreden van Judit Polgar in Nederland was bij het OHRA-toernooi in 1989 in Amsterdam. In de open groep (er was ook een kroongroep met zes spelers) won ze als dertienjarig meisje in de eerste ronde van Hans Ree. De media rukten massaal uit. De Volkskrant zette haar om die overwinning op de voorpagina en na de achtste ronde nogmaals, nadat ze een grootmeesternorm had gehaald. Het NOS-journaal was aanwezig toen ze in de laatste ronde de toernooizege miste. Samen met Gelfand werd ze derde, achter Azmaiparasjvili en Psakhis.
Judit schrijft erover in haar boek ‘How I beat Fischer’s record’ (2012), deel 1 van haar trilogie ‘Judit Polgar Teaches Chess’. Na een aantal goede resultaten was ze aanvankelijk uitgenodigd voor de kroongroep, maar haar vader oordeelde wijselijk dat dat te hoog gegrepen was. Inderdaad, de groep bestond, in volgorde van eindstand, uit Beljavski, Kortchnoi, Speelman, Gulko, Piket en Van der Wiel. Dat zou te gek zijn, meende vader, die zijn oudste dochter Zsuzsa (nu Susan) ook al eens door het ijs had zien zakken.

Lees meer >