Schaakhistorie

Frits Böttcher: wetenschapper, bestuurder en schaakliefhebber

Frits Böttcher: wetenschapper, bestuurder en schaakliefhebber

In deze serie wil ik het rijke schaakleven beschrijven van Frits Böttcher aan de hand van het familiearchief en eigen onderzoek. Alvorens in te gaan op zijn boeiende schaakleven eerst een portret van deze markante en vooraanstaande Nederlander die in 1915 in Rotterdam werd geboren en op 93-jarige leeftijd in den Haag overleed. Grote bekendheid kreeg hij als lid en oprichter van de Club van Rome. De aanleiding voor deze serie was het volgende.

De KNSB-competitie bestaat dit jaar 100 jaar en mijn eerste twee bijdragen gingen over het landskampioenschap van Rotterdam (NRSV) in 1930/1931 waarmee de hegemonie van de Amsterdammers werd doorbroken. NRSV zou later fuseren met de Rotterdamse schoolschaakvereniging (HBS) Wilhelm Steinitz. Frits Böttcher was op 12-jarige leeftijd een van de leden van het eerste uur, samen met Pim en Karel Muhring, Ivo en Jaap Samkalden, Rocus van Yperen en Chris Vlagsma.

Prof. dr. C.J.F. Böttcher (1915 – 2008) postuum in het nieuws

Op zaterdag 22 februari verscheen er een groot artikel in de Volkskrant dat veel opzien baarde. De kop luidde: ‘De grote twijfelzwaaier of hoe Prof. dr. C.J.F. (Frits) Böttcher met steun van tientallen bedrijven de basis legde voor de klimaatscepsis in Nederland.’

Opvallend was de prominente plaats van onderstaande prachtige foto van Böttcher achter het schaakbord in het artikel.

Lees meer >

Competitie in de oorlog

Aan niets in het Tijdschrift van den Koninklijken Nederlandschen Schaakbond van april 1940 is te merken dat de Tweede Wereldoorlog in ons land op het punt van beginnen staat. De vaste verslagen, de vaste rubrieken, de vaste vormgeving: het is business as usual. Schakend Nederland kan probleemloos aan de competitie 1940-1941 beginnen, zo lijkt het.

In het tijdschrift wordt in de rubriek ‘Nieuws uit de Onderbonden’ bij de Stichtsch-Gooische Schaakbond geschreven: ,,Zoo is de noodcompetitie dan ten einde. Hopen wij dat iets dergelijks nooit meer noodig moge zijn.’’ Dit citaat geeft aan dat er wel iets aan de hand is, maar je krijgt de indruk dat het bestuur van de Nederlandsche Schaakbond denkt dat de geschiedenis zich zal herhalen en dat ons land net als tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal zijn blijven.

Ruim een maand later ziet de wereld er heel anders uit. Door de Duitse inval is er geen meinummer van het tijdschrift verschenen en wordt dat gecombineerd met het juninummer. Op de voorpagina richt het KNSB-bestuur zich tot ‘alle schakers’. Allereerst wordt stilgestaan bij de slachtoffers van het eerste oorlogsgeweld, waarna snel de blik naar voren is gericht. ,,Wij weten wel dat in sommige onderbonden een verslapping dreigt en dat Rotterdam langen tijd noodig zal hebben om zich te herstellen en opnieuw te groepeeren. Hoe goed bedoeld ook kan een vrijstelling van een of twee maanden contributie hier niet de redding brengen.’’ Ook hoopt het bestuur dat kleine verenigingen – omdat er minder leden zijn – gaan fuseren, zodat er meer sterke clubs komen.

Lees meer >

Een nieuwe serie

Komend weekend wordt gestart met een nieuwe en unieke serie artikelen over een bekende Nederlander waarover nauwelijks iets geschreven is over zijn bijzondere en rijke schaakleven. Het gaat over prof. dr. C.J.F. (Frits) Böttcher, beter bekend als hoogleraar Chemie, een van de oprichters van de Club van Rome, lid van adviesraden en adviseur van de coördinator Research van Shell. Hij was ook commissaris bij verschillende bedrijven zoals Hoogovens en Estel.

Lees meer >

Gestorven in het harnas achter het schaakbord

In de vorige aflevering ging het over het eerste landskampioenschap van Rotterdam (NRSV) in het seizoen 1930/1931. Rotterdam had hiermee de hegemonie doorbroken van Amsterdam (VAS/ASC). NRSV had goede moed voor het nieuwe schaakseizoen en wilde met dezelfde sterke opstelling het huzarenstukje nog een keer uithalen. Het liep allemaal anders, binnen korte tijd verloor de landscompetitie vier toonaangevende spelers. Euwe verzuchtte in de Haagsche Courant: ‘De dood zoekt zijn slachtoffers in den laatsten tijd wel speciaal onder de schakers.’ Waaronder de twee eerste officiële landskampioenen.

Noteboom speelt niet meer voor NRSV (Rotterdam)

In november 1931 moest NRSV het opnemen tegen het ASC van Euwe. Vorig jaar met 6-4 gewonnen, nu werd met 6-4 verloren en de afwezigheid van Noteboom deed zich gevoelen. Noteboom speelde een groot toernooi in Berlijn en volgens de kranten had hij het er zo naar zijn zin dat hij overwoog zich te vestigen in Berlijn als schaak- en bridgetrainer. NRSV bleek hierdoor ernstig verzwakt te zijn en zou voorlopig geen landskampioen meer worden.

Henri Weenink overleden (VAS, Amsterdam)

Op 5 december 1931 moest er afscheid worden genomen van de 39-jarige schaker, journalist en probleemcomponist Henri Weenink, die plots was overleden aan de gevolgen van tuberculose. Weenink was een prominent topspeler van het meesterklasseteam van het VAS en promotor van het componeren en oplossen van schaakproblemen.

Er was een warme belangstelling op de Oosterbegraafplaats te Amsterdam. Sprekers waren de heer Trotsenburg (voorzitter VAS), mr. Oskam (voorzitter NSB), dr. Niemeyer (Bond van Probleemvrienden), De Haas (NRSV). Max Euwe herdacht Weenink vooral als goede vriend. Namens mr. Przeviórka, werden bloemen op het graf gelegd. Weenink was juist bezig met het samenstellen van een boek met de schaakproblemen van Przeviórka.

Het overlijden van Weenink was een grote slag voor het meesterklasseteam van het VAS. Zij zouden hem node missen. (op de foto Euwe tegen Weenink in de twintiger jaren)

Lees meer >

Rupert’s hoekje

Naast de #Blijf-thuis-schaakpuzzels ( www.maxeuwe.nl/index.php/activiteit/blijf-thuis-schaakpuzzels ) publiceert het Max Euwe Centrum ook met enige regelmaat fraaie cartoons van Rupert van der Linden. Minze bij de Weg, Peewee van Voorthuijsen en Eddy Sibbing hebben er een begeleidend tekstje aan toegevoegd. Ga dat zien en lezen! 

Lees meer >

Het offer in de schaakpartij – Deel 4

Deel 4a: De kandidatenmatch tussen Tal en Larssen

Tal en Larsen plaatsen zich door die gedeelde winst in het interzonale toernooi voor de kandidatenmatches van 1965. Ze treffen elkaar in de halve finale daarvan. Het is de eerste keer dat de uitdager van de wereldkampioen niet uit een kandidatentoernooi komt, maar uit die matches over 10, 12 of meer partijen. Ik geef de laatste en beslissende partij uit die match,

Lees meer >

Een historische sensatie

Jaren geleden maakte ik deel uit van een ambtelijke projectgroep die de opdracht had gekregen de ontwikkeling van een Nationaal Historisch Museum voor te bereiden. Zoals bekend hebben we dat karretje met vaste hand in de poep gereden.

Gelukkig zijn alle betrokkenen toch nog goed terecht gekomen. Over de verantwoordelijke minister van toen las ik onlangs dat hij de vaste columnist van de Telegraaf is geworden. Ik ben benieuwd of hij nog terug gaat komen op ons mislukte avontuur nu er in de Tweede Kamer weer stemmen opgegaan zijn om het nog eens te proberen met zo’n Nationaal Historisch Museum.

Lees meer >

Club Max Euwe wonderlijke landskampioen (1951)

De KNSB-competitie begon in het seizoen 1920-21 met vijf teams in de hoogste klasse, zo schreven we eerder in deze serie. Ook toen er andere teams bij kwamen, werden tot en met 1965 bijna alleen deze teams kampioen. VAS (Amsterdam) 23 keer, ASC (Amsterdam) tien keer, DD (Den Haag) zes keer en NRSV (Rotterdam) en Utrecht elk één keer. Daarmee kom je op 41 kampioenen in 45 jaar. Drie keer werd de competitie niet gespeeld, vanwege reismoeilijkheden in de oorlog. Eén keer was er een kampioen die buiten de oorspronkelijke ‘grote vijf’ viel: in 1951 werd Max Euwe uit Amsterdam kampioen. Wat weten we van deze club en waarom werd het team in 1955 door het bondsbestuur plotseling uit de competitie gezet? Aan dat laatste zou een contributieverhoging van 5 cent ten grondslag liggen.

 

Verzetsheld

Dit is geen verhaal met keiharde feiten, zoals de lezer van mij gewend is. Dit verhaal is gebaseerd op een interview dat ik in 1992 had met een oude clubgenoot. In een interview liggen oude herinneringen wel eens iets anders dan de werkelijkheid.

Voor het clubblad van HSG (Hilversum) had ik een serie interviews met wat ik ‘gewone clubleden’ noemde. Dat definieerde is als leden die geen grootmeester, clubkampioen of voorzitter waren. Natuurlijk was geen van die leden gewoon, want wat betekent dat nou?

“Jij moet Frans Douwes interviewen”, zei een andere oude clubgenoot tegen mij. “Die heeft enorme verhalen. De mooiste over de oorlog, maar daarover gaat hij jou niets vertellen.”

Lees meer >

Het offer in de schaakpartij – Deel 2

Deel 2: Michail Tal op weg naar het wereldkampioenschap

In 1958 was er het interzonale toernooi van Bad Portoroz, waar Tal als de kampioen van de Sovjet Unie van 1957 aan meedeed en waar Larsen zich in 1957 via het zonetoernooi in Wageningen voor plaatste. Dit toernooi werd overtuigend gewonnen door Tal, waardoor hij zich plaatste voor het kandidatentoernooi in Bled van 1959. Larsen speelde aanvankelijk een goed interzonaal toernooi,

Lees meer >

Puzzelcompetitie van het MEC

De schaakwereld is in deze Corona-periode heel actief geworden en ook het MEC wil een steentje bijdragen.

Vanaf vandaag starten we een puzzelcompetitie. Elke maandag-woensdag-vrijdag om 12.00 uur publiceren we een nieuwe aflevering. Het MEC stelt een aantal prijzen beschikbaar en iedereen kan meedoen! www.maxeuwe.nl/index.php/activiteit/122-blijf-thuis/594-blijf-thuis-puzzels

Daarnaast publiceren we elke dinsdag en donderdag een leuke cartoon van Rupert van der Linden, aangevuld met een verhaaltje.

Lees meer >