Begrijp wat u doet: De Drakenvariant van het Siciliaans

Hieronder treft u de volgende aflevering van de rubriek “Begrijp wat u doet”. In deze serie worden, speciaal voor clubschakers, achtergronden belicht van de ‘grote openingen’ zoals het Spaans, het Siciliaans, het Damegambiet, het Konings-Indisch enzovoort. De artikelen verschenen eerder in Schaakmagazine het blad van de KNSB, de Nederlandse schaakbond.

 

Een prachtige openingsvariant is de Drakenvariant van Siciliaans. Die stond al een tijdje op het verlanglijstje om aan een nader onderzoek onderworpen te worden. Zwart posteert met 5…g6 zijn koningsloper op de lange diagonaal waarmee hij later hoopt deze Drakenloper tot een monster te transformeren. Het gaat er in deze openingsvariant vaak om een aanval op de vleugel te ontketenen waar de tegenstander heeft gerokeerd. We zien dat wit veelal met 0-0-0 de koning op de damevleugel opbergt, zwart bijna altijd met 0-0 op de koningsvleugel. U zult begrijpen dat het dan aankomt op een stormloop aan weerszijden van het bord die meestal ontaardt in regelrechte vuistgevechten…

Grootmeester Genna Sosonko, voorheen één van de grote Draakspecialisten (foto Jos Sutmuller)

Eigenlijk maken we hiermee een begin met het ‘variantenmonster’ dat de Drakenvariant geworden is vanwege het soms geforceerde karakter van de voortzettingen. Daarom zullen zowel de wit- als de zwartspeler goed beslagen ten ijs moeten komen. Het was in de jaren ’80 al zo dat sommige stellingen zonder theoretische achtergrond nauwelijks te behandelen waren. Dat is anno 2020 alleen nog maar erger geworden nu veel spelers zich prepareren met database en engines. Niettemin zijn er gelukkig ook nog voldoende waaghalzen die durven te vertrouwen op hun creatieve vermogens. We onderscheiden twee redelijk onafhankelijke hoofdtakken:

Hoofdtak 1 – Joegoslavische variant
Hoofdtak 2 – De lange rokade variant

We beginnen eerst met een plenaire bespreking van de Drakenvariant.

1. e4 c5 2. Pf3 d6
De gebruikelijke volgorde om de ‘rasechte’ Draak op het bord te krijgen. De zogenaamde ‘Versnelde Draak’ kan op het bord komen na 2…Pc6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 g6 Wit heeft nu de keuze om er een ‘Maroczy-opstelling’ van te maken met 5. c4 [of te opteren voor de normale Siciliaanse opstelling met een paard vóór zijn c-pion na 5. Pc3 Een mogelijk vervolg is dan 5…Lg7 6. Le3 Pf6 (zie analysediagram)

Het is goed om even stil te staan bij deze stelling. Als wit nu de set-up met f2-f3, Dd1-d2 zou kiezen, zoals straks in de hoofdvariant, komt hij bedrogen uit. Een van de meest belangrijke varianten is namelijk dat zwart …d6-d5 speelt en daarmee vrijwel gelijkspel kan bereiken. Vanuit de Versnelde Draak staat de zwarte pion nog op d7, dus dan zou zwart een tempo uitsparen omdat hij nu in één keer …d7-d5 kan spelen. Met een paard op c3 (voor zijn c-pion) moét wit deze thematisch actie uit de stelling zien te houden. De volgende zet is dus min of meer gedwongen. 7. Lc4 (Gezegd moet worden dat hier ook wel eens 7. Le2 wordt gespeeld. Na 7…O-O 8. O-O d5 9. exd5 Pxd5 10. Pxd5 Dxd5 11. Lf3 Dc4 12. Pxc6 bxc6 13. c3 is het echter niet veel bijzonders dat wit uit de opening heeft gehaald. In Jobava-Vachier-Lagrave, 2015 werd het dan ook remise.) 7…O-O 8. Lb3 (zie analysediagram)
waarna het zich wijd vertakt. 8…a5 Deze opmars heeft zelfstandige betekenis. (Als zwart verder gaat met 8…d6 krijgen we een overgang naar een van de hoofdvarianten.) 9. O-O a4 10. Pxa4 Pxe4 En dit is een heel dynamische stelling die uitvoerig is onderzocht. Wit heeft de strijd in het centrum verloren, maar daar staat tegenover dat zwart onderontwikkeld is en structurele zwaktes op de damevleugel heeft opgelopen. Na 11. Pb5 probeert wit daarop te gaan spelen. Erg ingewikkeld allemaal, maar heel goed voor zwart lijkt het op topniveau niet te zijn. In Karjakin-Jones, 2007 liep het niet goed af met de zwartspeler.] 5…Lg7 6. Le3 Pf6 7. Pc3 Deze stelling is vaak gespeeld, we laten hem buiten beschouwing.
3. d4
Een speler, zoals de Brit Michael Adams, die niet van ellenlange theorievarianten houdt, kan hier 3. Lb5+ spelen. Schakelt hij ook meteen de Najdorfvariant uit. Vandaar dat de Fide naar een systeem moet, waarin een gele kaart wegens spelbederf, uitgereikt kan worden 🙂
3…cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 g6

Hikaru Nakamura: Amerikaans topspeler die de ‘Dragondorf’ af en toe speelt.

Door een begin te maken om de koningsloper naar de lange diagonaal te gaan spelen, wordt de uitgangsstelling van de Drakenvariant bereikt.
6. Le3
Positiespelers houden meer van 6. Le2 waarmee wit zich opmaakt om kort te gaan rokeren. 6…Lg7 7. O-O O-O 8. Le3 Pc6 9. Pb3 Deze stelling komt met verwisselde kleuren voor uit de Engelse opening (1.c4 e5) waarin wit ook een ‘Drakenopstelling’ inneemt. Gek genoeg vindt vrijwel de gehele wereldtop de hele opzet voor wit niet veel bijzonders waardoor zij kiezen voor dit systeem met een tempo minder. We laten dit systeem buiten beschouwing verder.
6…Lg7
Met deze zet posteert zwart de ‘Drakenloper’ op de lange diagonaal. Van deze loper gaat een immense kracht uit, zoals in vele partijen is gebleken. Omdat de zwartveldige lopers in dit stellingsbeeld zo belangrijk zijn, moet altijd gekeken worden naar de mogelijkheid 6…Pg4?? Die is in dit geval niet mogelijk: de paardzet kost een vol stuk vanwege 7. Lb5+ Ld7 8. Dxg4 Tegenwoordig zien we een husseling tussen de Drakenvariant en de Najdorf, ook wel ‘Dragondorf’ genaamd. Zwart kan vrijwel elk moment …a6 spelen en het paard naar d7 (zoals in de Najdorfvarianten bij voorkeur wordt gedaan) en een loper naar b7. Voorbeelden hiermee zijn Giri-Ivanisevic, 2014 en Caruana-Shabalov, 2017. 6…a6
7. f3
Dit is de meest agressieve opzet. Wit haalt …Pg4 uit de stelling en hij maakt zich op om met Dd1-d2 0-0-0 te gaan stormen op de koningsvleugel. Zowel h2-h4 als ook g2-g4 behoren tot de mogelijkheden. Uiteraard kan wit alsnog voor de ‘Oude Draak’ gaan als hij nu kiest voor deze opstelling en daarna korte rokade. 7. Le2
7…O-O
Zwart rokeert op de vleugel waar hij mogelijk bestookt gaat worden. Ook nu kunnen we met 7…a6 een overgang krijgen naar de ‘Dragondorf’. De Amerikaanse topspeler Hikaru Nakamura pleegt dit systeem af en toen van stal te halen en hij is er ook redelijk succesvol mee. Twee partijen Hamdouchi-Nakamaru, 2009 en Kramnik-Nakamura, 2017 laten de veerkracht van deze opstelling zien.
8. Dd2 Pc6

Zwart ontwikkelt een paard en daarmee brengt hij ook de actie …d6-d5 in de stelling aangezien wit niet met e4-e5 kan antwoorden. Het is altijd de vraag in het Siciliaans en in deze variant in het bijzonder of zwart zijn spel kan bevrijden met de centrale opstoot 8…d5?! Dat is hier niet best want wit antwoordt sterk met 9. e5 Pe8 10. f4 En daarmee heeft hij zijn paard op d4 op een sterk veld gekregen. In de regel mag zwart alleen tot …d6-d5 komen als wit niet met e4-e5 kan antwoorden.

 

Hoofdtak 1 – Joegoslavische variant

Decennia lang werd
9. Lc4
gespeeld. Dit wordt de ‘Joegoslavische aanval’ genoemd. Met deze zet ontwikkelt wit zijn koningsloper. Maar het belangrijkste is dat hij de zet …d6-d5 uit de stelling haalt. Het uitstellen van een zet met de witveldige loper is erg belangrijk om deze stelling goed te begrijpen. Een belangrijk concept in het zwarte spel is om (na …Lc8-d7, …Ta8-c8 of … Tfc8) met de actie …Pc6-e5 te gaan werken. Met een toren op c8 kan zwart …Pe5-c4 spelen. Dat paard staat daar zo sterk dat wit wel gedwongen is om het paard met zijn loper te elimineren. Als wit daar slechts één zet aan hoeft te besteden (Lf1xc4) is dat natuurlijk heel voordelig voor wit. Na de hoofdvariant 9.Lc4 moet wit bijna altijd wel ergens Lc4-b3 spelen (als er een toren op c8 verschijnt) omdat de loper op c4 gaat hangen. Als het paard dan via e5 weer naar c4 gaat, zal wit dat paard opnieuw moeten slaan met Lb3xc4. Dan heeft hij echter drie loperzetten moeten doen en dan liggen de zaken heel anders!
9…Ld7 10. O-O-O

Ook direct 10. h4 komt in aanmerking. In de jaren ’80 en ’90 kwam

VARIANT A) 10…Da5 vrij vaak op het bord. De bedoeling is om met …Tfc8 te gaan werken. Dat kan als voordeel hebben dat een eventuele ruil van de zwartveldige lopers (met Le3-h6) uit de weg gegaan kan worden met …Lg7-h8. De zwarte toren staat immers een zet eerder op c8 dan in de variant met direct …Tac8. 11. Lb3 Tfc8 12. h4 Pe5 (zie analysediagram)

13. Kb1 [Lange tijd gold het pionoffer als de belangrijkste aanslag op de zwarte stelling. Een van de vele interessante varianten die dan op bord kan komen gaat zo: 13. h5 Pxh5 14. g4 Pf6 15. Lh6 Lxh6 16. Dxh6 Txc3 17. bxc3 Dxc3 In de partij Golubka-Korol, 2018 bleek dat zwarts aanval veel eerder komt, dan die van wit.] 13…Pc4 14. Lxc4 Txc4 15. Pb3 Wit wil eerst zijn verdediging organiseren. In een partij Karjakin-Vocaturo, 2005 slaagde de witspeler erin de zwartspeler te slopen, maar in Arencibia Rodriguez-Gashimov, 2007 was het juist de zwartspeler die tot winst kwam.

Lange tijd werd
VARIANT B) 10…Tc8 gezien als een van de beste varianten voor zwart om een (tegen)aanval op de damevleugel op touw te zetten. Zwart beoogt om met …Pc6-e5-c4 spel te genereren over de halfopen c-lijn. Daarna kan hij met …Dd8-a5 en …Tf8-c8 zijn zware stukken in de strijd werpen. Wit moet een extra tempo spenderen aan zijn witveldige loper omdat er nu …Pxd4! dreigt. 11. Lb3 Pe5 12. h4 [In de moderne theorie geldt de profylaxe 12. Kb1 als de belangrijkste manier om de zwarte aanval te weerstaan, alvorens er op de koningsvleugel aan een initiatief begonnen kan worden. Vooral de Rus Sergey Karjakin heeft deze voortzetting lange tijd in zijn repertoire gehad. De meest interessante confrontaties hiermee waren Karjakin-Carlsen, 2008 (remise), Karjakin-Petrosian, Blitz 2004 (1-0) en Karjakin-Radjabov, 2008 (0-1). In de laatste partij offerde de zwartspeler twee kwaliteiten maar kreeg daar de nodige pionnen voor terug.] 12…h5 (zie analysediagram)

Zwart haalt de opmars h4-h5 radicaal uit de stelling. Dit wordt gezien als één van de beste methodes om een bevredigende stelling na de opening over te houden. Wit kan nu het beste zijn droom van een koningsaanval laten schieten en op het centrum gaan spelen. Er zijn hier in de loop van de tijd partijen mee gespeeld, die een goed beeld geven van de merites van deze stelling. Ik noem er een paar: Karpov-Sosonko, 1973 (1-0) Anand-Kasparov, 1995 (0-1) Radjabov-Kasimdzhanov, 2008 (1-0) Radjabov-Carlsen, 2008 (0-1) [Voorheen werd er voornamelijk op buigen of barsten gepeeld met 12…Pc4 13. Lxc4 Txc4 Wit geeft dan natuurlijk een pion om de aanval over de h-lijn in te luiden. 14. h5 Pxh5 Zwart moet wel nemen, omdat hij anders sowieso geconfronteerd wordt met een open h-lijn tegen zich. Nu ziet hij er tenminste nog een pion voor terug. 15. g4 Pf6 In een heel beroemde partij Karpov-Kortchnoi, 1974 (Kandidatenmatch) speelde wit 16. Pde2 De belangrijkste bedoeling is om het kwaliteitsoffer op c3 (waarmee de witte pionnenstructuur versplinterd kan raken) te ontkrachten. De partij vervolgde met (Het meest direct is natuurlijk om te proberen de verdedigende loper van zwart te ruilen om zo aanvalskansen te creëren. 16. Lh6 (zie analysediagram)
Maar deze zet heeft een tactisch bezwaar. 16…Pxe4!? 17. De3 {17. Pxe4 Txd4 is natuurlijk volledig oké voor zwart.} 17…Txc3 Het thematische kwaliteitsoffer. Zwart is wel gedwongen omdat hij de zet Pc3-d5 uit de stelling moet halen. 18. bxc3 Pf6 19. Lxg7 Kxg7 De witte aanval is tot staan gebracht en de verminkte pionnenstructuur op de damevleugel en de twee pionnen die zwart voor de kwaliteit heeft teruggekregen, staan garant voor een evenwichtig middenspel. 20. Th2 Dit subtiele torenzetje had Kasparov ooit voorbereid voor zijn partij tegen Piket. 20…Tg8 {In de partij Kasparov-Piket, 1989 volgde 20…Th8 21. Pb3 Lc6 22. g5 Ph5 23. f4 Te8 24. f5 Db6 25. Pd4 Dc5 26. Te1 Ld7 27. Df3 en won met zijn tweede aanvalsgolf. Objectief gezien was er niets aan de hand voor zwart, maar de praktijk bleek een stuk lastiger.} 21. Pe2 Hier zijn meerdere mogelijkheden voor zwart uitgeprobeerd. Ik noem er twee: 21…Lc6 Nunn-Ljubojevic, 1988. {21…Da5 Short-Sosonko, 1987.} 16. Kb1 Dit wordt gezien als een belangrijke verbetering van het witte aanvalsplan. Hij maakt een pas op de plaats om zijn eigen verdediging te organiseren en wacht daarbij af hoe zwart het tegenspel in gang wil zetten. 16…Te8 Ook deze zet behoort tot de moderne inzichten. De Drakenloper moet hoe dan ook op het bord blijven. Twee partijen laten de voors en tegens van deze zetten zien: Smirnov-Hautot, 2003 en Justin-Mohr, 2002 (voor zwart).) 16…Da5 17. Lh6 Lxh6 Deze zet kan beter vervangen worden door een andere, zoals later is gebleken. 18. Dxh6 Tfc8 19. Td3 Karpov blijf het profylactisch aanpakken. En Kortchnoi gaat nu direct de fout in. (Latere analyses hebben uitgewezen dat 19. Td5!? een betere zet is.) 19…T4c5? (zie analysediagram)
(Een betere verdediging is 19…Dd8 hoewel zwart het na 20. g5 Ph5 21. Pf4! Df8 22. Dxf8+ Kxf8 23. Pxh5 gxh5 24. Txh5 ook niet gemakkelijk zou hebben gehad.) 20. g5! Txg5 Gedwongen. (20…Ph5 faalt namelijk op 21. Pf4 Txc3 22. bxc3 De5 23. Pxh5 gxh5 24. Txh5 Dg7 25. f4 en wit staat op winst.) 21. Td5! Die mogelijkheid moet de zwartspeler over het hoofd hebben gezien. Karpov maakt het nu krachtig uit. 21…Txd5 22. Pxd5 Te8 23. Pef4 Lc6 24. e5! Een knappe zet. 24…Lxd5 (24…dxe5 faalt op 25. Pxf6+ exf6 26. Ph5! met ondekbaar mat.) 25. exf6 exf6 26. Dxh7+ Kf8 (zie analysediagram)
27. Dh8+ Opgegeven. (Want op 27. Dh8+ Ke7 28. Pxd5+ Dxd5 wint 29. Te1+)]

VARIANT C) 10…Tb8!?
Dit is moderne kost! Zwart zoekt zijn heil niet direct over de c-lijn, maar hij probeert op een andere wijze een vuist te maken op de damevleugel tegen de witte koning. De eerste bedoeling is natuurlijk om te ruilen op d4 en dan met tempowinst met …b7-b5 (eventueel gevolgd door …a7-a5) te komen.
11. Lb3 Pa5

Nu wit de loper preventief heeft teruggetrokken, gooit zwart het over een andere boeg. In deze geladen stelling is er wederom veel mogelijk. Zo vindt wereldkampioen Magnus Carlsen de stelling zo interessant dat hij bereid is deze zowel met wit als met zwart te gaan spelen: Carlsen-Radjabov, 2008 (1-0) en Dominguez Perez-Carlsen, 2009 (0-1). Van recentere datum is de blitzpartij Fedoseev-Nakamura, maart 2018 (remise) ook een aardige graadmeter. We dienen daarom nog even stil te staan bij een belangrijk concept dat in deze structuur zit opgesloten en daartoe volgen we de eerstgenoemde partij Carlsen-Radjabov, 2008. 11…Pxd4 12. Lxd4 b5 loopt nu op niets uit voor zwart na 13. Pd5
12. Kb1 b5 13. h4 Pc4 14. Lxc4 bxc4
In deze stelling heeft zwart het gebruikelijke spel over de c-lijn laten varen, maar met de toren op b8, kiest hij voor een aanval over de b-lijn. Wit moet nu heel goed oppassen dat hij niet overrompeld wordt en de wereldkampioen toont ons de manier om zwarts komende initiatief in de kiem te smoren.
15. Ka1! h5
Zwart op zijn beurt heeft ook geen zin in een gevaarlijke aanval tegen zijn koning (met h4-h5) en hij probeert zo de tent dicht te houden. De profylaxes zijn nog niet voorbij. Voordat hij zijn hoofd wendt naar de koningsvleugel zorgt Carlsen er eerst voor dat hem geen nare verrassingen op het kwetsbare punt b2 te wachten staan.
16. Tb1 Da5 17. Lh6
Hoog tijd om de Drakenloper af te ruilen, zodat er ook over de lange diagonaal niets meer te halen valt voor zwart.
17…Lxh6
Als Radjabov geweten had wat hem boven het hoofd hing, had hij dan deze vrijwillige ruil toegepast?
18. Dxh6 Tb6
Ogenschijnlijk heeft zwart geen centje pijn.
19. g4?!
Een ruwe poging om toch vuist te maken bij de zwarte koning. Vermoedelijk is het niet helemaal correct wat de witspeler hier doet.
19…hxg4 20. De3
En dan moet de dame nog eerst terug ook. Want na 20. h5 g5 is de dame ingesloten en is de witte aanval verdwenen.
20…Tfb8
Wit staat nu voor een lastig dilemma: de vaart houden in de eigen ‘aanval’ of gelaten blijven toekijken. Zwart kon ook in de verdediging met 20…Dh5 en dan daarmee ook de witte aanval tot staan brengen. Gemakkelijk is het echter geenszins.
21. h5?!
Wit heeft eigenlijk geen keus, maar objectief gezien is het niets voor wit.
21…g5
De h-lijn blijft gesloten! 21…Pxh5 22. fxg4 Lxg4 23. Th4 geeft de nodige onduidelijke verwikkelingen te zien.
22. fxg4 Pxg4 23. Dd2 f6
Zwart heeft het aardig voor elkaar. De witte aanval is tot staan gebracht en ondertussen kan hij bekijken hoe hij mogelijk iets op de damevleugel tot stand kan brengen.
24. Pf3 Ta6
Er viel iets te zeggen voor het voorzichtige 24…Kh8 om daarna te bepalen hoe zwart daadwerkelijk kansen tegen de witte koning tot stand kan brengen.
25. Thg1 Tb4
Zwart zit te loeren op een combinatie. Met een loper op e6, zit er soms iets in op a2 gevolgd door …c4-c3.
26. a3
Carlsen laat zich verleiden tot een pionverzwakking en had hij beter niet kunnen doen.
26…Le6?!
Hij streeft zijn idee na, maar hij onderschat de plotselinge tegenstoot. Noodzakelijk was 26…Tb7 om te vermijden dat de toren op b4 gaat hangen.
27. e5!
Dit is Carlsen op zijn best.
27…dxe5
Hier zou 27…Pxe5? helemaal desastreus zijn wegens 28. Pxg5! Ld7 29. Pf3+ en zwart kan ophouden.
28. Pxg5!?
Natuurlijk! Nu de verdediging verstoord is geraakt, vreet hij zich als het ware door de zwarte pionnenmuur heen.
28…Lf5
28…fxg5 29. Dxg5+ Kf8 30. h6 Pf6 31. Tbd1! en dit houdt zwart ook niet droog.
29. Pge4 Kh7 30. De2
Misschien niet de beste. Met 30. Tg3! had wit in het voordeel kunnen komen.
30…Ph6 31. Tg3
31…Le6??
Hij droomt nog altijd van de truc met …Dxa3+ gevolgd door een keer …c4-c3. Maar geef de wereldkampioen een kans en hij grijpt hem. Na 31…Tb8 32. Dg2 Kh8 blijft zwart overeind.
32. Tg6! Pf5
Er is geen fatsoenlijke verdediging meer voor zwart. Het tactische idee werkt niet voor zwart. Na 32…Dxa3+ 33. bxa3 Txa3+ 34. Pa2 is er geen enkele manier om de aanval te laten slagen. 34…Txa2+ [Of 34…Tba4 35. Tb2 c3 maar dat gaat ook allemaal niet vanwege 36. Pexc3 Txc3 37. Dd2 en wit wint.] [34…c3 35. Pg5+ fxg5 36. Txe6 Tba4 37. Txe7+ is ook einde oefeningen omdat wit eerder mat zet.] 35. Kxa2 c3+ 36. Ka3
33. Dg4 Ph4
Dit laat weer een prachtige combinatie toe.
34. Pg5+!
Weer mooi gezien.
34…fxg5
Na 34…Kh8 35. Pf7+ Lxf7 is het mat met 36. Th6#.
35. Dxg5 Pxg6
Na 35…Pf5 36. Tg1 is het geforceerd mat. In het voordeel van wit wel te verstaan…
36. Dxg6+ Kh8 37. Tg1
Opgegeven. Zwart kan het dreigende mat niet meer voorkomen.

 

Hoofdtak 2 – De lange rokade variant
1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 g6 6. Le3 Lg7 O-O 8. Dd2 Pc6

Tegenwoordig laten veel witspelers zich in op
9. O-O-O
waarmee ze in feite de opstoot …d6-d5 van de tegenstander toelaten. De vorige aflevering hebben gekeken naar 9. Lc4 de Joegoslavische variant.
9…d5
Zwart moet nu wel omdat hij in vergelijking met het andere basisplan twee tempi te kort komt. Omdat wit nu niet kan antwoorden met e4-e5 heeft hij niet heel veel alternatieven tot zijn beschikking. De belangrijkste twee zullen we hier behandelen.
10. exd5
Uiteraard de meest cruciale voortzetting. Niet onbelangrijk is 10. De1 waarmee wit met de dame uit de d-lijn stapt om zodoende met zijn toren op d1 druk over de d-lijn te kunnen uitoefenen. 10…e5 Uiteraard kun je hier bijna zeggen! Zwart neemt de handschoen op en probeert zich een weg te banen door het centrum. [Wat terughoudender is 10…e6 11. h4 Dc7 12. h5 Pxh5 13. exd5 exd5 14. Pdb5 kwam voor in partijen Adams-Topalov, 1996 en Nakamura-Polzin, 2008.] 11. Pxc6 bxc6 12. exd5 Pxd5 [Men kan zich uiteraard afvragen waarom zwart niet met de pion terugneemt en zo een ‘ijzersterk’ pionnencentrum creëert. Dat blijkt tegen te vallen want dat centrum wordt direct ondermijnd met 12…cxd5 13. Lg5 Le6 14. Lc4 En nu kan zwart er het beste een ander type stelling van maken door uit de penning van Td1 te gaan met 14…Dc7 Dit is overigens ook regelmatig gespeeld zoals in een rapidpartij Leko-Carlsen, 2008, maar daar kwam de wereldkampioen in een verloren toreneindspel.] 13. Lc4 Le6 (zie analysediagram)

Voor de laatste paar zetten viel er voor beide partijen nauwelijks een alternatief te verzinnen. Maar hier krijgen we een belangrijke splitsing 14. Kb1 Wit doet een nuttige zet. Hij gaat een stapje opzij (zodat er niet ergens een schaakje op h6 in de stelling komt) en tegelijkertijd maakt hij veld c1 vrij voor de loper om het potentiële doelwit in deze stelling (b2) alvast een keertje extra dekking te kunnen geven. [De mogelijkheid 14. Pe4 is ook vaak op het bord gebracht. Wit staat eventueel klaar voor Le3-c5 waarmee hij op veld d6 kan spelen. Tegelijkertijd kan ook Pe4-g5 erg lastig worden voor zwart. Daarbij kan het paard mogelijkerwijs een rol spelen in een nog op te zetten koningsaanval met g2-g4 en h2-h4. Twee belangwekkende partijen hiermee zijn Svidler-Radjabov, 2008 (waarin wit tot winst kwam) en Liang-Alterman, 1995 (waarin zwart aan het langste eind trok). In beide partijen offerde zwart een kwaliteit.] 14…Tb8 Dit is de meest populaire zet. Zwart posteert zijn toren alvast op de half open lijn in een poging de witte koning te kunnen bestoken. [De andere interessante mogelijkheid is 14…Te8 15. Pe4 Dc7 (De zelden gespeelde 15…f5 kwam op het bord in Carlsen-Jones, 2018. De wereldkampioen liet zich vreselijk foppen door de Brit na 16. Pg5 Lc8 (zie analysediagram)
17. g4?? want na 17…f4 was hij domweg een stuk kwijt. Maar op miraculeuze wijze wist hij Jones zodanig in verwarring te brengen dat hij de partij nog steeds wist te winnen!) 16. Lc5 kwam voor in Leko-Trent, 2016.] 15. Pe4 Dc7 De belangrijkste voortzetting. Zwart verbindt zijn torens en gaat met de dame uit de d-lijn. [Jones houdt ervan om direct leven in de brouwerij te brengen met 15…f5 zodra er een wit paard op e4 verschijnt. In een partij Edouard-Jones, 2014 ontstonden er flinke verwikkelingen na 16. Pg5 maar uiteindelijk kenden die een vreedzaam slot.] 16. Lc5 Tfd8 (zie analysediagram)
17. g4 Dit probeert in elk geval de actie met …f5 onaantrekkelijk te maken voor zwart. [Gezien het vervolg kan men zich afvragen waarom hier 17. Pg5? nog nooit geprobeerd is. De reden is dat er een tactische weerlegging voor handen is: 17…e4! De Drakenloper doet van zich spreken! 18. Ld4 (18. Lb3 De5 en zwart haalt een stuk op vanwege de dubbele aanval.) 18…Lxd4 19. Txd4 Db6 en zwart wint.] 17…h6 Maar zwart blijft volharden om de pionzet in de stelling te houden. Het paard op e4 staat daar anders als een vorst. Met de tekstzet wil hij een eventueel Pe4-g5 uit de stelling halen. Deze stelling komt regelmatig voor, waarbij we Nakamura soms achter de zwarte stukken aantreffen.
10…Pxd5 11. Pxc6 bxc6 12. Ld4
Wit kan een pion winnen met 12. Pxd5 cxd5 13. Dxd5 maar dan moet hij krijgt wel een gevaarlijk initiatief over zich heen na 13…Dc7 14. Dc5 Deze mogelijkheid wordt het vaakst gespeeld. Wit wil graag de dames ruilen omdat hij daarmee de angel uit de zwarte aanval kan halen. [Ook is hier vrij vaak 14. Dxa8 geprobeerd. Het gaat natuurlijk om het oordeel na de min of meer geforceerde zettenreeks 14…Lf5 15. Dxf8+ Kxf8 16. Td2 h5 (zie analysediagram)
Beide spelers hebben het loperpaar, wit heeft twee torens en een pion voor de dame. Materieel gezien is het erg goed voor wit, maar zwart heeft aanval! Men gaat veelal verder met 17. Le2 (Engines geven een lichte voorkeur voor 17. Kb1) 17…Db8 18. b3 en hoewel de kansen in evenwicht lijken, ziet het er naar uit dat de zwarte stelling makkelijker te spelen is.] 14…Db7 15. Da3 Verzwakkingen in de pionnenstructuur van wit zijn funest. 15…Lf5 (zie analysediagram)
Zwart kan al zijn pijlen richten op de kwetsbare witte damevleugel. En dat voor slechts één pionnetje… Maar zo eenvoudig is het niet. Als wit de belangrijkste stukken van zwart kan ruilen, zal het eindspel niet te houden zijn voor zwart. Alles hangt af van de nu volgende fase, waarin veel zetten zijn uitgeprobeerd. 16. Ld3 Dit wordt het vaakst gespeeld. Maar er zijn andere interessante mogelijkheden. [Zo valt er iets te zeggen voor 16. La6 omdat wit het dan voor elkaar krijgt om de dames te ruilen. Maar opnieuw blijkt dat zwart over onverwachte resources beschikt. Kijk maar eens hoe een partij kan verlopen: 16…Dc7 17. Dc5 Db6!? Zwart wil wel dames ruilen, maar dan wil hij wel de a-lijn open krijgen. 18. Dxb6 axb6 19. Lc4 Tfc8 20. Lb3 (zie analysediagram)
En nu heeft zwart het heel venijnige 20…Txa2! Dit is allemaal vaker gespeeld! 21. Td8+ De enige zet om niet meteen overrompeld te worden. (Het loopt niet goed af voor wit na 21. Lxa2 Txc2+ 22. Kb1 Txb2+ 23. Kc1 Tc2+ 24. Kb1 Txg2+ En de witspeler gaf zich gewonnen in de partij Tirkkonen-Lahtinen, 1996. {Het is inderdaad volledig mis, want na 24…Txg2+ 25. Kc1 Lb2# staat hij mat!}) 21…Txd8 22. Lxa2 Ta8 en zwart heeft absoluut niets te vrezen, zoals o.a. bleek in de partij Sergejev-Jazbinsek, 1997 waar zwart zelfs tot winst kwam.] 16…Tab8 (zie analysediagram)
17. b3 Een uiterst lelijke zet die de lange diagonaal met twee velden verlengd. Maar er is niet beter. Na de tekstzet is het de vraag hoe zwart het best zijn initiatief kan voortzetten. Twee belangrijke zetten springen in het oog: [17. c3? gaat helemaal mis na het prachtige 17…Lxc3! en zwart slaat zich dwars door de witte koningsstelling heen.] 17…Dc6 Dit lijkt de meest solide voortzetting. Veel partijen eindigen in remise hiermee. [Scherper is 17…Tfc8 maar we zien ook dat zwartspelers zich soms stuklopen zoals bijvoorbeeld bleek in Movsesian-Fedorov, 2000. Gelukkig voor zwart sloeg de zwartspeler in de partij Zakhartsov-Timofeev, 2001 wel door de witte stelling heen.] 12…e5
Zwart wil zijn ‘Drakenloper’ niet zonder slag of stoot laten ruilen. Dat er dan een pion voor zijn neus komt te staan, deert hem niet, aangezien die niet vastgelegd is.
13. Lc5 Le6!?
Een kwaliteitsoffer dat al ‘eeuwen’ bekend is! Zonder dit offer kan de stelling nauwelijks gespeeld worden voor zwart.
14. Pe4
Door schade en schande wijs geworden, laat wit de kwaliteit voor wat hij is. Want na 14. Lxf8 Dxf8 heeft zwart de zwarte velden in handen gekregen. Om te beginnen dreigt hij al meteen …Lh6 met damewinst. 15. Pxd5 [De problemen stapelen zich op voor wit na 15. Kb1 Tb8 16. Pxd5 cxd5 (zie analysediagram)
Het is optisch al duidelijk dat zwart fantastische compensatie heeft. Het loperpaar in een open stelling, een sterk pionnencentrum, open lijnen tegen de witte koningsstelling en last but not least: wit is totaal onderontwikkeld. Het behoeft geen nadere uitleg dat zwart een enorme score heeft in deze stelling. Van de 12 partijen die ik in de database tegenkwam, won zwart er negen! De meest overtuigende was wellicht Costiuc-Baratosi, 2007.] 15…cxd5 (zie analysediagram)
Ook deze stelling is om dezelfde reden als in het hierboven genoemde commentaar geen pretje voor wit. Niet veel sterke spelers laten zich met wit in op deze stelling.
14…Te8
Zwart vindt het nu nodig om de kwaliteit te gaan redden. Een direct 14…f5 is vanwege 15. Pg5 Lh6 16. h4 Te8 17. Lc4 geen goede optie. De witte stukken hebben mooie velden in handen gekregen terwijl die van zwart moeite hebben om efficiënt ingezet te kunnen worden in het nu volgende middenspel.
15. h4 h6
Hiermee verhindert zwart dat er een paard naar g5 kan springen.
16. g4
Het geeft wit wel de gelegenheid om zijn paard op e4 min of meer te stabiliseren. Als zwart nu met een keer …f7-f5 zou komen, gooit hij zijn eigen koningsstelling open en dat staat bijna gelijk aan het plegen van ‘zelfmoord’.
16…Dc7 17. g5
Op deze manier wordt veld f6 min of meer vastgelegd en belangrijker voor wit: de actie …f7-f5 is vanaf nu van de baan.
17…h5 18. Lc4
Deze stelling is al heel wat keertjes op het bord verschenen. De meningen zijn wat verdeeld hoe nu het best voortgezet kan worden.
18…Ted8
Deze toren naar dit veld heeft de voorkeur van veel sterke spelers. Zwart beoogt om hierna de andere toren op b8 te kunnen zetten. 18…Tad8 kwam uit de vingers van Nakamura (in zijn partij tegen Ehlvest 2007) en K.Georgiev (tegen Popovic, 1987). In alle gevallen vervolgde wit met 19. Df2 Td7 Wit kreeg de overhand na 20. Td3 in een partij Rublevsky-Corrales Jimenez, 2010.

Belangrijkste illustratieve partijen:

  • Giri-Ivanisevic, 2014
  • Caruana-Shabalov, 2017
  • Golubka-Korol, 2018
  • Karjakin-Vocaturo, 2005
  • Arencibia Rodriguez-Gashimov, 2007
  • Karjakin-Carlsen, 2008 (remise)
  • Karjakin-Petrosian, Blitz 2004 (1–0)
  • Karjakin-Radjabov, 2008 (0–1)
  • Karpov-Sosonko, 1973 (1–0)
  • Anand-Kasparov, 1995 (0–1)
  • Radjabov-Kasimdzhanov, 2008 (1–0)
  • Radjabov-Carlsen, 2008 (0–1)
  • Karpov-Kortchnoi, 1974
  • Smirnov-Hautot, 2003 (voor wit)
  • Justin-Mohr, 2002 (voor zwart)
  • Karjakin-Jones, 2007
  • Giri-Ivanisevic, 2014
  • Caruana-Shabalov, 2017
  • Hamdouchi-Nakamaru, 2009
  • Kramnik-Nakamura, 2017
  • Adams-Topalov, 1996
  • Nakamura-Polzin, 2008
  • Leko-Carlsen, 2008
  • Svidler-Radjabov, 2008
  • Liang-Alterman, 1995
  • Carlsen-Jones, 2018
  • Leko-Trent, 2016
  • Edouard-Jones, 2014
  • Tirkkonen-Lahtinen, 1996
  • Sergejev-Jazbinsek, 1997
  • Movsesian-Fedorov, 2000
  • Zakhartsov-Timofeev, 2001
  • Costiuc-Baratosi, 2007
  • Ehlvest -Nakamura, 2007
  • Georgiev-Popovic, 1987

Geraadpleegde bronnen:
– Megadatabase van Chessbase

Eerdere afleveringen van deze rubriek, waarbij u de illustratieve partijen interactief kunt naspelen en downloaden, treft u aan via dit overzicht.

Videolessen in het Nederlands treft u aan onder: Chessbase videolessen

In deze serie (Begrijp wat je doet) zijn op dit moment drie boeken verschenen:

Begrijp wat je doet 3, Siciliaanse structuren Najdorf&Scheveningen

Twee presentaties/trainingen
In het voorjaar zullen de moderne bioscoop Cinecitta te Tilburg over dit derde deel, dat over de Najdorf- en de Scheveninger variant gaat, twee presentaties gehouden worden. Deze zullen plaatsvinden op de zaterdagen 15 februari en 14 maart. Door in te tekenen vóór 1 januari levert korting op. Zie de Flyer en meer info op www.sterkspel.nl onder het kopje ‘boeken’.

Begrijp wat je doet 2, Damegambiet structuren

 

 

 

 

 

Begrijp wat je doet 1, Spaans-Italiaanse structuren

 

 

 

 

Deze boeken zijn verschenen bij uitgever Thinkers Publishing in België.

 

Reageren? Stuur een e-mail naar hgrooten@xs4all.nl.

61 Comments

  1. Avatar
    Henk Smout april 27, 2020

    In september 1970 begon een artikel van de inmiddels 85-jarige veteraan Bram van der Tak ook al met “De Siciliaanse Draak heeft de laatste jaren een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. De ene keer meende men dat Wit moest winnen, dan weer vond men winstvarianten voor Zwart.”

    Bovenaan dit stuk van Herman Grooten staat “verschenen eerder in Schaakmagazine“, onderhavige versie blijkt – daarbij zal ook de beschikbare ruimte hebben meegespeeld (er is tevens af en toe iets gesneuveld) – in hoofdzaak sterk uitgebreid. De uitbreiding geldt ook voor de Versnelde Draak.

    9.Lc4 Ld7 10.o-o-o Tb8 biedt nu de volledige partij Carlsen – Radjabov 2008 en 10… Tb8 is van 1B variant 1C geworden, een opwaardering want het eliminatieprincipe houdt in om bij elke halve zet het zwakste eerst te geven zodat je aan het eind het wederzijds sterkste overhoudt. Juist hier is 11… Pa5 de gegeven zet en dat zonder toelichting hoe het zit met het wel in de tekst bij 9.Lc4 en bij andere partijvoorbeelden, echter op deze plaats niet vermelde maar in die stelling evenzeer voorgekomen 11… Pe5. Bijvoorbeeld drakenvariant-expert Chris Ward heeft dat in 2002 tegen Gallagher gespeeld en gewonnen. Over 10… Tb8 schreef Kottnauer al in oktober 1964, blz. 31 in Schakend Nederland bij de partij Gaprindasjvili – Guseva, Spartakiade 1963 met 11.h4 Pxd4 12.Lxd4 b5, 1-0 (maar Zwart – Wit ook – had in het vervolg sterker gekund) “Ik ben ervan overtuigd, dat we van deze zet in de toekomst méér zullen horen”. Toch zou het nog decennia duren voordat na incidenteel voorkomen pas vanaf 2002 10… Tb8 (de Belg Luc Henris bedacht, in China wonend en met een Chinese getrouwd, de aansprekende naam ‘Chinese Draak’) de wind in de zeilen kreeg.

    Het van 1C tot 1B gedegradeerde deel is o.a. aangevuld met zetten uit Kasparov – Piket 1989.

    Volkomen terecht is er nu veel meer uitleg van de consequenties indien het pionoffer 9… d5 wordt aangenomen in wat chessgames.com “Yugoslav Attack Modern Line” noemt – in weerwil van het feit dat 9.o-o-o ouder is dan 9.Lc4 (in de Nederlandse Euwe van 1958 komt 9.Lc4 nog niet voor, in de Duitse Euwe van 1961 heet het “Die neueste Fortsetzung. Weiß schaltet das Bauernopfer 9.o-o-o d5!? aus” en daar is 9… Pxd4 nog het enige antwoord op 9.Lc4) en terug is van weggeweest. De mens (de vinding staat op naam van A.I. Konstantinov uit Rostov aan de Don, hoewel ik bij Golubev “Konstantinovsky in 1937” zie staan en in Ultimate Dragon van Gufeld en Stetsko Konstantinopolsky “before the Second World War”. Chris Ward schrijft “a move which I couln’t believe at first but over the years have slowly come around to consider as the best.”) moest eerst op het idee komen dat hij tegen direct lange rokade een pion kon offeren – ouder is 9… Pxd4 -, daarom is het terecht dat van Hermans oude commentaar bij 9.o-o-o “laat d6-d5 zonder slag of stoot toe” nu “zonder slag of stoot”is geschrapt. Ik zie in een boek over het Siciliaans van Koblents uit 1955 (daar nog uitsluitend aannemen en wel via de volgorde 10.Pxc6 bxc6 11.exd5 cxd5 12.Pxd5 Pxd5 13.Dxd5) dat na aanname Euwe (op 13… Dc7) 14.Dxa8 t/m 16.Td2 “met actief spel”voorstelt.

    Euwe in 1958, 1961 en 1965 geeft alleen volgorde 6.f3 (commentaar van Euwe bij Olga Rubzowa – May Karff, 3 januari 1950 over volgorde 6.Le3: “Mogelijk was hier 6… Pg4. Daarom had de Witspeelster beter gedaan haar zesde en zevende zet om te wisselen.” Zie toernooiboek, het staat er echt!), dat is de volgorde van Rauzer, Gufelds Ultimate Dragon van 2001 noemt ECO-codes B75-79 nog altijd naar Rauzer hoewel diens volgorde 6.f3, niet 6.Le3 eerst was en sinds halverwege de jaren 60 door 6.Le3 eerst vrijwel volledig is verdrongen, ander bezwaar is dat nog een ander hoofdsysteem in het Siciliaans naar Rauzer is vernoemd en bovendien dat ik met 6.f3 op chesstempo.com een partij van Konstantinopolsky met Wit zie. Hier dient trouwens opgemerkt te worden dat ook na 6.Le2 er varianten zijn waarin Wit op de lange rokade aanstuurt.

    Niet uitgewerkt was 9.g4 dat nu is weggelaten, bij 12… h5 in 1B stond eerder de nu weggelaten naam Soltis, de “Dragadorf”heet nu “Dragondorf”en in de partijenlijst aan het eind ontbreken er nu drie die wel in de tekst voorkomen.

    In huidig 1B is thans ook het slot van Karpov – Korchnoi 1974 opgenomen. Met moeilijke schaaktechnische discussie wat echt het sterkste is wil ik mij niet inlaten, later zijn nog met zowel Td3 als met Td5 partijen gespeeld en bij computers hangt het er ook van af welke versie van welk programma je hoe lang en hoe diep je eraan laat werken. Het is receptiegeschiedenis dat Td3 een voorbereid nieuwtje was, de stelling stond in ijltempo op het bord en van Td5 was in Sjachmatnyi Bjoelleten eerder analyse gepubliceerd van ene Tsjoemakov uit Dnjepropetrovsk. Analyse van Karpov is o.a. 19.Td5 Dd8 20.g5 Ph5 21.Pg3 Df8 22.Dxf8+ Txf8! 23.Pxh5 gxh5 24.Txh5 f5!. Men vergelijke dat met 24.Pd5 in old.chesstempo.com/gamedb/game/1599517/ply/37, ik weet uiteraard niet hoe het vervolg zou zijn tussen sterkere opponenten, maar wel dat in de slotstand Wit kan winnen.

    • Avatar
      Henk Smout april 27, 2020

      partij uit 1935 (dat is eerder dan Rauzer) van Konstantinopolsky met 6.f3

    • Avatar
      Henk Smout juni 19, 2020

      Kottnauer was een profeet, maar een miskleun op genoemde bladzij is na 13.Le2 Da5 14.h5 b4 15.Pd5 Pxd5 16.Lxg7 Pc3 (Wit moet nu 17.Lxc3 doen en zijn plus kan worden opgevat als gering of binnen de gelijkspelmarge) zijn opmerking bij 17.Dh6 “Het beste, maar misschien nèt niet goed genoeg”. Gelijk heeft hij dat i.p.v. 17… Pxe2+ 18.Kd2 b3+? 19.Kxe2 Tfc8 20.hxg6 Txc2+ 21.Ke3, 1-0 Zwart het sterke antwoord 18… g5! miste.

  2. Avatar
    Dennis Brouwer april 28, 2020

    Hoe zit het met de zet 7.Dd2 in plaats van 7.f3? Ik kreeg dit laatst tegen me in een 3 0 potje. Het leek me (lijkt me) onnauwkeurig of slecht wegens 7..Pg4, maar een korte blik in de database leerde dat dat 100% meevalt. Ook grootmeesters spelen het zo af en toe.

     

     

  3. Avatar
    Rene Olthof mei 01, 2020

    Er is ontzettend veel theorie over 6.Le3 Lg7 7.Lc4 Pg4 8.Lb5+ Kf8.
    De basisbron voor zowel 16.e5 als 16.Pde2 van de Russische amateur E.Chumak uit Dniepropetrovsk is Shakhmatny Bulletin 1972/10.

      • Avatar
        Rene Olthof mei 02, 2020

        De ingezonden bijdrage van E.Chumak in ShBu 1972/10 p.291-2 (Drakon pod ognem) is volstrekt duidelijk. Hij reageerde op een eerder artikel uit ShBu 1970/9 van Bergin en Utiatsky en geeft na 15…Pf6 maar liefst drie zetten: 16.e5?!, 16.Pb3!? en 16.Pde2! Die partij uit Dniepropetrovsk tegen Okhotnik is uit 1970, wordt ook gegeven. Info uit databanken is heel nuttig en fijn, maar moet altijd kritisch bekeken worden, ook waar het spelers- en plaatsnamen betreft. met de stelling na 15…Pf6 zijn maar een handjevol partijen uit de jaren ’60 bekend.

        • Avatar
          Henk Smout mei 02, 2020

          Vertel me nou maar niks dat je kritisch moet zijn met databanken, dat moet je met boeken en tijdschriften en mondelinge beweringen net zo goed.

          Uit de Duitse Losbladige heb ik nog een duit in het zakje van Tsjoemak na de vierde, door jou niet genoemde mogelijkheid 16.Lh6 en het vervolg 16… Pxe4 17.De3 Txc3 18.bxc3 Pf6 19.Lxg7 Kxg7 20.Th2. Bladzijde 86 van het boek The Sicilian Dragon van D.N.L. Levy uit 1972 vermeldt hier 20… Da5 uit de vierde kandidatenpartij Geller – Korchnoi 1971 (1-0, gespeeld op 19 mei) en de suggesties van Gufeld 20… Tg8 (in september van dat jaar is daarmee een partij Jansa – Osnos, 0-1) en 20… Te8 van Zuckerman. Daar komt dan de aanbeveling van Tsjoemak 20… Dc7 bij en het voert te ver om schaaktechnisch op de consequenties in te gaan.

          Schaakmagazine van april 2018, blz. 27 ging niet verder dan 19… Kxg7. Nu wordt door Herman 20.Th2 “ooit voorbereid (door Kasparov) voor zijn partij tegen Piket” in 1989 genoemd. Dat is mogelijk, iets voorbereiden wat al bestaat, namelijk ruim 18 jaar. Met Pikets antwoord 20… Th8 vind ik in chessbites drie voorbeelden van het voorgaande jaar en met Kasparovs antwoord 21.Pb3 is hij de eerste voor zover ik op dit moment kan terugvinden.

          • Avatar
            Rene Olthof mei 02, 2020

            Het artikel van Chumak in ShBu begint met die aanbeveling 20…Dc7 – als reactie op een bijdrage van Vladas Mikenas in Sahs 1971/15 nav Geller-Kortchnoi. Daarna gaat Chumak in op de 3 mogelijkheden na 15…Pf6 die ik opsomde. De oudste partij met deze stelling die ik ken is Bednarski-Spotanski, Wroclaw 1960.

          • Avatar
            Henk Smout mei 29, 2020

            In teruggevonden krantenverslag van 16 september 1989 door Constant Orbaan in NRCH staat bij 5… g6 “voor Kasparov een kleine verrassing omdat Piket deze zogenaamde ‘drakenvariant’ haast nooit speelt” en bij 20… Th8 “de tekstzet had Piket voorbereid in plaats van het meestal gespeelde Tg8”.

        • Avatar
          Henk Smout mei 02, 2020

          Mijn interesse is gewekt, laat die partij Bednarski – Potanski maar eens zien.

          • Avatar
            Henk Smout mei 02, 2020

            In de Duitse Losbladige zie ik een partij Bednarski – Spotalski 1966, 0-1 met 16.Lh6 Pxe4 17.Pxe4 Txd4 18.Dh2 Le5! (27 zetten). Ik vermoed dat dat dezelfde partij is.

        • Avatar
          Henk Smout mei 02, 2020

          Zelfde zetten t/m 18… Le5 als in partij van Bednarski en oordeel duidelijk beter voor Zwart, maar zonder bronvermelding staan op blz. 106 in het boek The Sicilian Dragon Yugoslav 9 Bc4 uit 1989 van de Hongaren Laszlo Sapi en Attila Schneider.

          De zet 20… Dc7 met uitroepteken als antwoord op 20.Th2 (“Dit subtiele torenzetje had Kasparov ooit voorbereid voor zijn partij tegen Piket” – Herman Grooten) was hierboven al aan orde gekomen en staat in dit boek uitgewerkt op blz. 110. Charmant om daar de Hongaarse schrijfwijze van Tsjoemak, namelijk Csumak aan te treffen. De Duitse en Engelse varianten Tschumak resp. Chumak kennen we al.

          Achterop het boek staat “A companion volume, The  Sicilian Dragon: Classical, Levenfish and Yugoslav (except 9 Bc4), by the same authors, is also published by Batsford.” Dat tweede deel is van 1990 en ‘Yugoslav (except 9 Bc4)‘ is door een of andere oorzaak van de titelpagina weggelaten, hoewel de laatste meer dan honderd bladzijden daar wel degelijk over gaan. Het zou heel wel kunnen dat daardoor Herman op het verkeerde been is gezet om de benaming Joegoslavische variant tot 9.Lc4 te beperken.

          • Avatar
            Henk Smout mei 02, 2020

            Ik had niet verder gekeken dan 18… Le5, maar de kolom op blz.106 van het eerste deel van de Hongaren gaat daaronder verder met de splitsing tussen 19.Dh4 met o.a. volledig verloop van Bednarski – Spotanski (!) 1966 (!) en 19.f4 op de volgende bladzij.

            Ik denk dat het beter is om nu maar ermee te stoppen.

    • Avatar
      Frits Fritschy mei 01, 2020

      Twintig jaar terug heb ik hier eens een partij mee gespeeld, waarbij ik dacht dat ik het allemaal zelf voor het eerst verzonnen had. (Als ik heel erg uit vorm ben, speel ik 1 e4, om de adrenaline weer op gang te krijgen.) Ongerokeerde koning, open f-lijn, wat interesseert me die dubbelpion op de e-lijn. Torenoffer op f7 en winst. Er klopte achteraf niets van, maar wat maakt dat uit.

      • Avatar
        Rene Olthof mei 02, 2020

        De zettenreeks 7.Lc4 Pg4 8.Lb5+ Kf8 is al bekend uit een partij K.E.Butler-J.W.Moncar, Kamp. van Canada Hamilton 1924 (13e ronde). Daar ontstond de stelling na 7.Lc4 uit een rare volgorde die begon met 1.e4 c5 2.d4. Op 9.0-0 kan zwart het beste 9…Le5! spelen, om vast ruimte te maken op g7 voor de koning.

  4. Avatar
    Rene Olthof mei 01, 2020

    John van der Wiel kreeg 7.Dd2 voorgeschoteld door Evgeny Sveshnikov in het Chigorin Memorial te Sochi. Een befaamde partij, omdat Sveshnikov niet zo vaak ingaat op het Open Siciliaans ten faveure van 2.c3!

  5. Avatar
    Henk Smout mei 10, 2020

    Toch nog op een kwestie terugkomen. Onaangeroerd gebleven, maar bij 10… Tc8 11.Lb3 speelt 11… Pe5 of 11… Pa5 even goed als bij 10… Tb8.

    Het is dat in Understanding the Sicilian uit 2017 Golubev zijn jeugdpartij 365chess.com/game.php?gid=2214752 behandelt, in oudere literatuur kom ik de variant – althans Pa5 op dit moment – niet tegen.

    En zwak zijn de spelers van 365chess.com/game.php?gid=997759 toch niet. Aan deze partijen is opmerkelijk dat aansluitend niet 12… Pxb3 maar 12… Pc4 geschiedt, met Tb8 gevolgd door b7-b5 begrijp ik dat eerder.

    Andere zaak, Russischtalig zijn maakt Tsjoemak nog geen geen Rus, al blijft mogelijk dat hij dat wel is.

    • Avatar
      Henk Smout mei 19, 2020

      Of dat paard nou via e5 of a5 op c4 belandt, leidt tot dezelfde stelling. In de hierboven gegeven links was 15.b3 mogelijk geweest. Gisteren was het een jaar geleden dat daarmee de belangwekkende partij So – Duda, 1-0, 365.com/game.php?gid=4194436 is gespeeld.

        • Avatar
          Henk Smout mei 19, 2020

          Na 15… Tc5, i.p.v. het door Duda gespeelde 15… b4, heeft Wit met 16.Pe6 een monsterscore.

        • Avatar
          Henk Smout mei 22, 2020

          Eerder was uitgangspunt van mijn reactie hoe Hermans artikel is herzien en uitgebreid vergeleken met de eerdere papieren versie.

          Waar en wanneer vind ik niet zomaar terug. Het was een Duitse publicatie uit tweede helft 19de eeuw nadat al enkele edities van Bilguers Handbuch waren verschenen. Er werd betoogd dat je die op vergelijkbare wijze moest gebruiken zoals je met woordenboeken omging.

          Het herinnerde mij aan het voorwoord van mijn eerste Euwe-deeltje ooit over openingen, een eigenlijk al vooroorlogse tekst. “Tegenover de ,,methode der varianten” staat een ander uiterste: geen enkele voortzetting uit het hoofd leeren. … Met het kènnen alleen komt men er niet, met het begrijpen alleen evenmin.” En een aantal regels hoger lees ik over “het feit, dat er niets zoo zeer aan bederf onderhevig is als schaakvoortzettingen.” De spelling heb ik uit het deeltje Half-Open Spelen II van maart 1938 waarin tegen de Draak – een begin 20ste eeuw door Fjodor Doez-Chotimirsky vanwege gelijkenis van de zwarte pionnenformatie met het sterrenbeeld bedachte naam – met 2… d6 en 5… g6 (eerder in de jaren 30 vond Rauzer ter verhindering van de Draak na 2… Pc6 t/m 5… Pf6 de methode 6.Lg5 e6 7.Dd2, door Euwe Richter-variant genoemd hoewel de eigenlijke Richter-variant met 7.Pxc6 verder gaat) nog geen 6.f3 Lg7 7.Le3 wordt vermeld. Of hij de ervaringen in voorgaande jaren in de Sovjet-Unie niet kende of geen doorslaand succes achtte? Ik acht beide mogelijk.

          Zelf naar mogelijk vervolg op 16.Pe6 zoeken lijkt me voor de doelgroep profijtelijker dan – hoe realistisch ook – ontmoedigend te moeten lezen over “in jaren ’80 zonder theoretische achtergrond nauwelijks te behandelen. Anno 2018/20 alleen maar erger geworden”, over al meer dan tien jaar eerder “laatste jaren stormachtige ontwikkeling”, “ontzettend veel theorie”, “overweldigende hoeveelheid theorie”, “mogelijkheden die ik opsomde”.

          Over de voor de doelgroep meest geschikte selectie kan men van mening verschillen en blijven verschillen. Herman noemt wel na 9.Lc4 Ld7 als “komt ook in aanmerking” 10.h4, dat de Pachman van 1966 dat “stärker als 10.o-o-o” noemt bewijst op zich niet dat dat ook zo is. Zelf vind ik jammer dat de leerzame oude speelwijze 9… Pxd4 tegen elk van de drie methodes 9.o-o-o, 9.Lc4 en 9.g4 (nu niet, in Schaakmagazine wel genoemd maar niet verder uitgewerkt; daartegen is ook meteen hakken d.m.v. 9… Lxg4 geprobeerd) niet behandeld wordt, misschien wel niet het sterkste, maar je kunt het vooral op lager niveau nog altijd tegen je krijgen.

          Met de optimistische woorden “Zo kun je winnen van Sosonko” had ik de door ons via 11… Dc7 12.h4 Tfc8 13.h5 Da5 14.hxg6 hxg6 15.a3 Tab8 16.Ld3 b5 17.Dg5 a6 18.Th4 in 365chess.com/game.php?gid=3827898 bereikte stelling aanbevolen aan de kersverse jeugdkampioen van Nederland en die uit dien hoofde was uitgenodigd voor een vierkamp met Sosonko (we konden nog niet weten dat Sosonko Wit zou loten, het werd remise. Later in dat jaar zou Joan Baart – met Zwart behoorde de Draak naast Frans tot zijn normale repertoire – mij definitief als clubkampioen van LSG opvolgen). Dat was gebaseerd op het inzicht dat je de steunzet g2-g4 in 365chess.com/game.php?gid=2443689 van een jaar eerder niet nodig had. Het verrast mij dat de computer het later door o.a. Viktor Kuporosov en Mathias Womacka gespeelde 18.f4 nog sterker acht.

          Zonder bij voorbaat overdreven laatdunkend over vrouwen- resp. meisjesschaak te doen werd vorig jaar in een partij tussen twee Servische meisjes van onder de twintig i.p.v. 18… Dc7 in 365chess.com/game.php?gid=4259742 18… b4 19.Pxb4 Da4 20.Th2 Pb6?? gespeeld en na 21.Pa6 Ta8 22.Pc5 won Wit. Je moet 20… a5 21.Pa6 Tb3 doen, vraag maar aan Golubev of de computer. 16… d5 uit Cadden – Boyd, Islington 1968, 0-1 is lange tijd aan de experts onbekend gebleven, Gufeld en Stetsko in Ultimate Dragon van 2001 kenden de zet nog niet en ook daarna zijn er nog heel wat partijen waar dat in die stelling niet gespeeld is, misschien dat Golubevs boek uit 2017 daar verandering in heeft gebracht. Dit is niet zomaar een variant, de analyse van Vladimir Vukovic uit de jaren 50 – bereikt via 9.o-o-o Pxd4 10.Lxd4 Le6 11.g4 [11.Kb1!] – ging 16… a6 17.Td2 Dc7 18.Tdh2 b4 19.Dh6!! (verbetert zijn eerdere analyse 19.Dh4 wegens het antwoord 19… Ph5!) “gave rise to the misleading christening of the ‘Yugoslav Attack’ ” (Levy 1972, blz. 2). In de door Tiviakov in 1995 voor Sahovski Informator samengestelde monografie B75-76 staat op blz. 61 (via 9.g4) het vervolg 19… Lxh6+ 20.Txh6 g5 21.Txf6 exf6 22.Lxf6, niet op de hoogte dat Vukovic daartegen de parade 21… Lc4 22.Th8+ Kg7! 23.Tfh6+ e5 had gevonden, reden om nog in de jaren 50 21.Ld3!! (had tot dit moment geduldig op zijn plekje gestaan!) te analyseren. Sinds 1986 genoot 16… Lxg4 aanzien, daaraan maakte Tiviakov in 1995 een einde met zijn analyse die met 17.Pd5! begon.

          Je zou denken dat zeker met de computers van tegenwoordig het bijna zestig jaar oude pionneneindspel van 365chess.com/game.php?gid=3953164 = chess24.com/de/watch/live-tournaments/rtu-open-2015/4/1/13 definitief moet kunnen worden opgelost. Ik sla commentaar over de volgorde van de openingszetten over. Levy 1972, blz. 108 noemde het gemakkelijk gewonnen voor Wit, Efstratios Grivas oordeelde “Both sides have played on principle: White believes that he can take advantage of his queenside pawn-majority and Black thinks he can hold the draw. Well, Black is more correct in his thoughts”. Er heeft een kakofonie plaatsgevonden waarbij we o.a. de oudste nog levende grootmeester Averbach en de Nederlanders Van der Tak, Karel van der Weide en Jeroen Bosch tegenkomen; Michail Golubev, in de overtuiging dat naar het zich liet aanzien het spel verloren was voor Zwart, gaf niettemin in 2004/5 het advies om tegen een goed voorbereide “masochist” met 200 of 300 ELO-punten minder eerder af te wijken. Zie inderdaad de ratings in genoemde partij.

          Hier nog een partij met 9… Pxd4, nu tegen 9.g4. In 365chess.com/game.php?gid=2528851 had volgens de computer Zwart i.p.v. 14… d5 14… Tdc8 moeten doen waar hij in één zet heen had gekund. Met 12… Tfc8 had Averbach vijf jaar eerder tegen de Pool Alfred Tarnowski verloren.

          • Avatar
            Henk Smout mei 27, 2020

            Iedere zetvolgorde kan eigen merites hebben, al maken in de boven gegeven voorbeelden Golubev en Fjodorov van de extra mogelijkheid … Pxb3 geen gebruik.

            Na 9.Lc4 Ld7 10.o-o-o gaat in het artikel aan de splitsing in A, B en C de opmerking vooraf “Ook direct 10.h4 komt in aanmerking.” Dat was ook de volgorde in de na 10.o-o-o vermelde partijen Karpov – Korchnoi en Kasparov – Piket.

            De partijen van Carlsen, zoals de hier volledig weergegeven tegen Radjabov, zijn niet perfect, en zo kan de doelgroep ook van achterhaalde theorie wat opsteken. Ja, ik bedoel de Pachman van 1966 die na 10.o-o-o Tc8 11.Lb3 Pe5 12.h4 Pc4 13.Lxc4 Txc4 14.h5! (“Zwart moet wel nemen” – Herman Grooten) beantwoordt met 14… b5, eveneens met – uiteraard onterecht – uitroepteken. En na 10.h4 Tc8 11.Lb3 Pe5 12.h5 krijgt 12… Pxh5 een vraagteken, vervolg “13.o-o-o Pc4 14.Lxc4 Txc4 15.g4 +, Wasjukow – Parma, UdSSR – Jugoslawien 1963″. Die stelling kennen we en na 15… Pf6 zijn hier een aantal voortzettingen aan de orde gekomen en er zijn er nog veel meer. Bruno Parma was toenmaals een pionier van het zwarte spel en speelde tegen de Draak ook met Wit. In de jaarlijkse ontmoeting Joegoslavië – Sovjet-Unie had dezelfde tegenstander het jaar daarvoor 12.Lh6 gedaan met vervolg 12… Lxh6 13.Dxh6 Txc3 14.Dd2 Tc8, in die partij rokeerde Wit met zijn volgende zet kort en het werd remise. Op de nu veel uitgebreider bekende stelling na 12.h5 en 15… Pf6 was Parma voorbereid, maar het achteraf helemaal niet zo sterk geachte 16.Tdg1 was een volkomen  verrassing voor hem. De hoeveelheid papier die aan de stelling al gewijd was, kan nu worden uitgebreid door de computer erop los te laten. Parma verloor wel, geen gave partij, laat u niet weerhouden, heel interessant en leerzaam.

          • Avatar
            Henk Smout mei 28, 2020

            De volgorde van Karpov en Kasparov was 12.o-o-o Pc4 13.Lxc4 Txc4 14.h5.

          • Avatar
            Henk Smout mei 28, 2020

            Vasjoekov speelde niet 13.g4 maar 13.o-o-o, daarop had Parma 13… Pg3! kunnen spelen.

          • Avatar
            Henk Smout mei 29, 2020

            U heeft van mij nog 365chess.com/game.php?gid2572276 te goed. Wat voor de doelgroep de meest verhelderende selectie is? Goed of niet, als alternatief voor 20.g5 in de partij geeft Poloegajevsky 1982 “unter Mitarbeit von Eduard Gufeld” met uitroepteken 20.Lh6 en het al eerder door Bergin aanbevolen 17.Pce2 met uitroepteken op het alternatief 16… Le6 voor het gespeelde 16… e6. De meest aanbevolen zet is 16… Te8 en hier laat ik het bij.

            Een stapel van negen boeken uit de periode 1966 t/m 2001 heb ik klaargelegd en 13.o-o-o is alleen in de twee oudste vermeld. Pachman had ik al genoemd, in de Duitse uitgave uit 1968 van Boleslavsky staat op blz. 152 “Die richtige Fortsetzung auf 11…. Se5 ist 12. h5, und falls 12. … Sxh5, so 13. o-o-o mit Abschluß der Entwicklung.”

            Levy 1972, blz. 98, Miles/Moskow 1979, blz. 5, Poloegajevsky (Gufeld) 1982, blz. 74, Sapi/Schneider 1089, blz. 29, Chris Ward 1994, blz. 71, Gallagher in Nunn’s Chess Openings 1999, noot 18 op blz. 223 en Gufeld/Stetsko 2001, blz. 169 zwijgen over 13.o-o-o als het graf. Daarentegen vind ik in de online databanken van Chesstempo en Chessbites 51 resp. 65 partijvoorbeelden en in géén daarvan is 13… gespeeld.

            Drakendoder Karpov vermeldt bij zijn 12.o-o-o tegen Korchnoi “direct 12. h5 is ook mogelijk.” Interessante partijen daarmee zijn 365chess.com/game.php?gid=2430102 (weerlegging van idee van Raymond Keene 13… Tc4 door 365chess-computer is 16.De2) en 365chess.com/game.php?gid=2424417, een waarschuwing lijkt me op z’n plaats voor 16.o-o-o? wegens het in minstens twee partijen voorgekomen 16… Pxf3, ook het antwoord met schaak op 14.Dxc3?; de computeraanbeveling van 365chess 14.gxh5 Txe3+ levert op diepte 30 een waardering van +0.40, oordeelt u zelf over het door Poloegajevsky (Gufeld) op blz. 74 “angängig” genoemde 14… Tc4, krijgt ook waardering “!?” in NCO van Gallagher.

            14.o-o-o Da5 zou na 12.h5 Pxh5 13.g4 Pf6 een plausibele voortzetting zijn, Wit heeft ook enkele malen 14.Pd5 geprobeerd, bijv. 365chess.com/game.php?gid=2398863 en 365chess.com/game.php?gid=4182538 . Hoewel de computer 14… e6 prefereert, krijgt het door Ermenkov gespeelde 15… Tc4 goedkeuring. De computeranalyse van 365chess op diepte 30 bij de 15de zwarte zet in de tweede partij 15… Pxd5 16.exd5 Lxg4 17.Pd4 h5 leidt met zetverwisseling tot een stelling uit Ermenkov – Arnaudov, 0-1 uit 1973. Het in die partij in plaats van Ermenkovs 15… Tc4 gespeelde 15… Pxf3+ kreeg van Sapi/Schneider, blz. 31 en van Gufeld/Stetsko, blz. 169 een uitroepteken. De computerzet 18.c3 was (in plaats van het gespeelde 18.Lh6 Tc5 19.Lxg7 Kxg7 20.o-o e5 21.dxe6 e.p. Tg5 22.Txf7+ Txf7 23.exf7 Ld7+ 24.Kh2 Df6 25.Pf3 Tf5 26.f8D+ Dxf8 27.Dd4+ Kh7 28.Pe1 Tf2+ 29.Pg2 Df3 30.Dxf2 Dxf2 31.Ld5 Le6 32.Lxc6 bxc6 33.Te1 h4 34.Te7+ Kh6 35.Kh1 h3 36.Pe3 Df3+ 37.Kh2 d5 38.c3 c5) ook door Arnaudov, zij het om te vervolgen met 19.Pc2 en 20.Ld4 als iets beter voor Zwart aangegeven, de 365chess-computer vervolgt echter na 18.c3 Dd7 met 19.a4 a6 20.Dg2 Tfe8 21.Kd2 b5 22.axb5 axb5 23.Pc6 Tc7 en het oordeel +1.25.

          • Avatar
            Henk Smout juni 04, 2020

            De historische analyses van Vukovic (“gave rise to the misleading christening of the ‘Yugoslav Attack’ ” – Levy 1972) heb ik met de zonder inloggen afroepbare engine op database.chessbase gecheckt. Daar vind ik inderdaad ook eerst 19.Dh4 Ph5!, gaat dan over op 19.Dh6!! Lxh6+ 20.Txh6 g5 21.Ld3!!, want 21.Txf6 wordt door 21… Lc4 weerlegd.

            16… Lxg4 wordt met 17.Pd5 weerlegd, op die site zie ik zelfs twee witte winstpartijen, uit 1990 en 1992 van spelers van wie ik nog nooit had gehoord of gelezen.

            Leuk speelgoed!

          • Avatar
            Henk Smout juni 05, 2020

            Ter verduidelijking van de laatste opmerking: in Winning with the Dragon 1994, blz. 101 geeft Chris Ward 16… Lg4 nog een uitroepteken met als vervolg 17.fxg4 e5 18.Lf2 Txc3! of 17.Lxf6?! Lxf6 18.Dxg4 Txc3! en Tiviakov op blz. 61 van zijn Informator-monografie B75-76 uit 1995 vermeldt zijn naam als originator bij zijn analyse van 17.Pd5! pas na de 26ste zet van Zwart.

        • Avatar
          Henk Smout mei 28, 2020

          Met de computeraanbeveling 13… Pg3 heb ik merkwaardigerwijze tot dusver geen partijvoorbeelden kunnen vinden.

          Wel drie jeugdpartijen van Golubev met 13… Da5 en aardig wat partijen van anderen met 13… Pc4.

  6. Avatar
    Rene Olthof mei 19, 2020

    Over deze variant bestaat een overweldigende hoeveel theorie. De hoofdvariant staat beschreven in mijn Survey in New In Chess Yearbook 132 (2019) blz 49-57, gebaseerd op de genoemde partij So-Duda en een exclusieve analyse van Twan Burg. De conclusie is en blijft dat 12.Kb1 een groot probleem vormt voor zwart.

    • Avatar
      Henk Smout mei 30, 2020

      Twee niet functionerende links had ik al hersteld.

      Of ergerlijke tikfouten ook storend zijn? In ieder geval: het jaartal van Sapi/Schneider is natuurlijk 1989, de na 13.o-o-o niet gespeelde zet is 13… Pg3 en het zetnummer van De2 als weerlegging van 13… Tc4 in Grefe – Tarjan moet 15 zijn.

      Wat ook soms misgaat is de plaats waar een reactie op een reactie terechtkomt.

      En hoe het komt dat niet boven iedere reactie LOG IN OM TE REAGEREN staat is voor mij een raadsel.

      • Avatar
        Henk Smout mei 30, 2020

        De doelgroep en misschien ook sterkeren kunnen volgens mij heel wel een en ander opsteken van achterhaalde theorie. De zesde druk met voorwoord uit maart 1964 van de Nederlandse Euwe bezondigt zich niet aan het vraagteken van Pachman door alleen 12… Pc4 te geven. We mogen aannemen dat Vasjoekov – Parma bekend was en 365chess.com/game.php?gid=2581063 nog niet. Boleslavsky vermeldt met verkeerde datering 1954 het verloop van deze laatste partij na het hierboven door mij gegeven citaat en vervolgt met “Es ist für Schwarz sehr gefährlich, den Bauern h5 zu schlagen. Besser sieht 12. … Sc4 aus.” We weten nu dat Zwart 16…Pxe4 moet spelen en waarschijnlijk is de verliespartij met Wit van Bednarski de première daarvan. Rene Olthof is tot dusver de enige met het jaartal 1960, overal elders zie ik 1966. Wie die Zwartspeler is heb ik niet weten te achterhalen, bij Levy en Miles/Moskow kom ik nog de spellingvarianten Szpotanski resp. Szpotaski tegen.

        Het weer te voorschijn halen van Boleslavsky leverde mij nog verrassende potloodaantekeningen op, bij 13.o-o-o heb ik “13.g4 Pf6 14.Pd5 +-” genoteerd, een achterhaalde opvatting gebaseerd op een partij Green – Whiteley 1966 en in de marge rechts van Minic – Lee staat 13… Pg3. Zou ik dat echt zelf hebben bedacht? Helemaal alleen?

        • Avatar
          Henk Smout mei 31, 2020

          Ik erger me aan eigen slordigheden als het verkeerde jaar van de zesde druk van het Euwe-deeltje in mijn allereerste reactie en de notatiefout in de eerdere partij tussen Vasjoekov en Parma.

          En de tegenstander van Bednarski moet chessgames.com/perl/chessplayer?pid=120903 zijn. Daar is de Engelse Wikipedia en via die ook de Poolse aanklikbaar. De naam begint dus met Szp- en heeft accentje op de -n-.

        • Avatar
          Henk Smout juni 20, 2020

          Whiteley stond verloren na 14… Pxd5 15.exd5 f5 16.Dh2 Kf7 17.o-o-o fxg4? 18.Pe6! +-, taaier geweest ware 17… Th8 18.gxf5 Kg8 19.Dg3 Df8 +, 16… h6! 17.Lxh6 fxg4 18.o-o-o Pxf3 19.Pxf3 Txf3 20.Lxg7 Kxg7 21.Dh7+ Kf6 =(0.00), Chessbase-engine diepte 30.

          Hoogst verrassend als het klopt dat 15… f5 uit deze ‘vergeten’ partij objectief ongeveer gelijkwaardig is met 15… Tc4 van Ermenkov en heel wat beter dan 15… Pxf3+ van Arnaudov, de uitroeptekens van Sapi/Schneider en Gufeld/Stetsko ten spijt.

          • Avatar
            Henk Smout juni 27, 2020

            Voor 21.Ld3!! was het wel wachten tot diepte 24, maar de Chessbase-engine was geslaagd voor het Vukovic-examen (zie mijn reacties van 4 juni en 22 mei). Dat wekt vertrouwen. Vanwaar hier dan toch dat voorbehoud met “als het klopt”? Als mens kijk je subjectief soms toch anders tegen dingen aan: van de engine komt de voortzetting 22.Tde1 Df8 23.Th6 Lf5 24.Txg6+ Lxg6 25.Te6+ Kg5 26.Txg6+ Kf4 27.Dh2+ Kf5 28.Dh5+ Ke4 29.Txg4+ (daar sta je dan midden op het bord als kale koning!) 29… Tf4 30.Dh1+ Kf5 31.Tg3 (vermijdt zetherhaling 31.Dh5+) 31… Dh8 32.Th3 Dg8 33.De1 e5 34.dxe6 e.p. Dg2 35.Th1 (35.Th7 Kg6 36.Tf7 Txf7 37.exf7 Th8 38.De6+ Kh7 39.De1 Kg6=0.0) 35… Te4 36.Tf1+ Kg6 37.Dd1 De2 38.Tg1+ (van 38.Dxe2 zou je denken “eindspel met twee pionnen voor de kwaliteit”, maar waardering van de engine geeft inmiddels minteken)38… Kf6 39.Tf1+ Kg6 =(0.0).

            Wit hoeft op 22… Lf5 zich niet op zetherhaling 23.Dh4+ in te laten, wat de engine deed alvorens op diepte 20 naar bovenstaand 22… Df8 over te gaan. 23.c3 Df8 24.Lc2 Dg7 25.Dh4+ g5 26.Dh2 g3 27. Dh5 (27.Dd2 Lxc2 28.Dxc2 e5 29.dxe6 e.p. Te8 =0.0) 27…Tf2 28.Lxf5 Kxf5 29.Dh3+ g4 30.Dxg3 Dg5+ 31.Kb1 Df4 32.Dd3+ (32.Th5+ Kg6 33.Dh4 Txb2+ 34.Ka1 Txa2+ =0.0) 32… Kg5 33.Txe7 Tg8 34.Teh7 g3 35.T7h6 Th2 36.T6xh2 gxh2 37.Dh7 Th8 38.Dg7+ Kf5 39.Df7+ Kg5 40.Dg7+ =(0.0).

            De engine mag dan, van wat ik heb gezien, nergens tot diepte 30 witte winst hebben aangetoond, mijn inbreng is dat je dit allemaal niet met Zwart voor je plezier speelt.

             

          • Avatar
            Henk Smout juli 03, 2020

            De voor het Vukovic-examen geslaagde Chessbase-engine houdt net als die van 365chess.com/game.php?gid=3942072 op 74.La7 onterecht 74… Lc4+ voor winnend. Chessbase geeft als slotzet van de partij 75… Kg2.

            Jammer dat dit geen voorbeeld uit de Draak is.

          • Avatar
            Henk Smout juli 07, 2020

            Ik ben niet de enige en eerste die het probleem van computers met vestingen waarneemt. Van Giri – Nepom uit de eerste ronde van het kandidatentoernooi had ik bij Chessbomb en Chess24 al het onbekommerde 52… Dxh4 gesignaleerd, daar voegt zich de Chessbase-engine bij.

    • Avatar
      Henk Smout mei 30, 2020

      De partij van de bovenste link stond in het septembernummer 1963 van Schakend Nederland op blz. 16 met uitroeptekens bij 12.h5, 16.Tdg1, 20.g5, 23.Pf6+, 25.Lg5 en 29.Pd2.

  7. Avatar
    Rene Olthof mei 31, 2020

    De tegenstander van Minic lijkt mij Peter Nicholas Lee, niet Willems Lee. Zie http://www.olimpbase.org/1964y/1964eng.html

     

    • Avatar
      Henk Smout mei 31, 2020

      Chessbites en 2700chess hebben ook het dwaze Willems Lee. Wie jat de fouten van wie?

      13.o-o-o Pg3 zou in een online databank te vinden zijn, welke?

      • Avatar
        Henk Smout juni 01, 2020

        Op database.chessbase.com remisepartij Philippe Pansier – Jean Sorhouet, corr. Frankrijk 1993 met 13.o-o-o Pg3 14.Th2 Pc4 15.Lxc4 16.Df2 Ph5 17.g4 Pf6 18.Dh4 Te8 (68 zetten) gevonden en Karin Martens 1556 – Jose Carlos Moreira Lopes 1479 met 18… h5 19.Pce2 0-1, LSS email 17.10.2009 (81 zetten).

        Computeranalyse (rechtsboven aanklikaar bij 13.o-o-o) 18.Dh4 h5 19.Kb1 Te8 20.Pde2 b5 komt met oordeel -1.08 op 365chess op diepte 16 voorbij.

        De 1.0-minuut-analyse van Stockfish 9 op chessgames (22 ply) na 13. o-o-o Pg3 […] 16.De1 Txc3 17.bxc3 Ph5 18.g4 Pf6 19.Pb3 gaat tot en met de 28ste zet van Zwart met oordeel -0.35; het oordeel op 365chess begint vanaf diepte 28 met +, aldaar op diepte 28 19.Kb2 Dc7 20.Lh6 Lxh6 21.Txh6 Tc8 als +0.19, op diepte 29 16.De1 Ph5 17.g4 Pf6 18.Kb1 Te8 19.Pb3 b5 20.Ld4 b4 21.Pd5 e5 als +0.25 en op diepte 30 16.De1 Ph5 17.g4 Pf6 18.Kb1 Dc8 19.Pb3 Lxg4 20.e5 Lxf3 21.exf6 Lxf6 als +0.40.

        Zowel van f2 als van e1 kan de dame naar h4 of naar d2. Stelling na 18.Dd2 twee zetten eerder in bijv. Zezulkin – Lakos, Boedapest 1991 op 365chess (volgorde 10.o-o-o Pe5 11.Lb3 Tc8 12.h4 Pc4 13.Lxc4 Txc4 14.h5 Pxh5 15.g4 Pf6 16.Th2, remise na 56ste zet van Wit met vervolg 16… Te8 17.Pf5, de 365chess-computer analyseert vanaf diepte 28 16… Lxg4, op diepte 30 met oordeel +0.52.

        In mijn Boleslavsky staat nog een ongeveer halve eeuw oude notitie met potlood in de marge rechts van Minic – Lee, te weten 13… Da5.

        • Avatar
          Henk Smout juni 01, 2020

          Op die site nog twee partijen met 13… Pg3, daarbij Valvo die in 1997 per correspondentie tegen de Tsjech Pavel Matejicek op 17.g4 inderdaad 17… Txc3 speelt en een in 2000 gespeelde eveneens remise geworden correspondentiepartij tussen de Spanjaard Jose Andreas Valencia Ciordia en de Portugees Jose Manuel Goncalv Cavadas waar Wit meteen met 14.Lh6 van Leer trekt.

          En sterker dan het door Zezulkin gespeelde 17.Pf5 is het een jaar eerder door Jan Olov Lind gespeelde 17.Tdh1.

  8. Avatar
    Rene Olthof mei 31, 2020

    De volgorde in die partij was trouwens tamelijk bijzonder want er werd op zet 9 al Lb3 gespeeld (ipv 9.Dd2) en daarna 9…Ld7 10.h4 Pe5 (meestal 10…h5) 11.h5!? Pxh5 12.Dd2 (nu pas) 12…Tc8. Deze volgorde kwam ook voor in Velimirovic-Ostojic, Belgrado oktober 1963, waarin Veli 13.Lh6 speelde en na 13…Lxh6 14.Dxh6 opmerkelijk genoeg niet 14…Txc3 tgen kreeg wat Peter Lee (!) wel deed tegen Mazzoni op het zonetoernooi in Den Haag in 1966. Met 13.0-0-0 Pg3!? 14.Th2 Pc4 15.Lxc4 Txc4 16.Df2 Ph5 staan wel enkele partijen in de Online Databank, onder andere een correspondentiepartij van Michael Valvo uit 1997, die voor USA meedeed in Krakow 1964!

  9. Avatar
    Rene Olthof mei 31, 2020

    Valvo speelde na 17.g4 Txc3, waarop 18.gxh5 gevaarlijk lijkt voor zwart. Indien 17…Pf6 dan ontstaat na 18.Dd2!? (de databankpartijen gaan verder met 18.Dh4) dezelfde stelling als na het zelden gespeelde 16.Th2 in de ‘hoofdvariant’. Wit heeft Dd2-f2-d2 ingevoegd, en zwart Ph5-g3-h5.

    • Avatar
      Henk Smout juni 02, 2020

      Met account inloggen bij database.chessbase.com biedt in rechter vak analyse-mogelijkheid met verschillende computers.

      Heb uiteraard nog maar klein beetje daarvan bekeken.

      Mij sprak aan de in de partij van Valvo als 0.00 gewaardeerde tweede keus op diepte 21 van Stockfish 11 18.gxh5 Tc4 19.hxg6 fxg6 20.Dh4 h5 21.Tg2 Tf6 22.Tdg1 De8 23.b3 Tc8 24.Lg5 Tf7.

      • Avatar
        Henk Smout juni 03, 2020

        Van de computervariant had ik aan eind 25.Le… weggelaten. Dat kan niet anders dan 25.Le3 zijn en dan is waarschijnlijk zetherhaling gepland na 25… Tf6.

        Wit kan dan alsnog 26.Pf5 spelen, dus al met 24.Pf5 viel de zwarte stelling te enteren, bijv. 24… Txf5 25.Txg6 Tf7 26.Dxh5 e6 (26… Kf8 27.Dh8+ Lxh8 28.Tg8 mat) 27.Lh6 Df8 (e7) 28.Lxg7 Txg7 29.Dh6

        of 26… Tc5 27.Dh2 e6 (27… Kf8 28.Dh8+ Lxh8 29.Tg8 mat) 28.Lh6 De7 29.Lxg7 Txg7 30.Dh6. Ziet iemand een weerlegging?

        • Avatar
          Henk Smout juni 03, 2020

          Niet zo zeer een weerlegging, wel een afdoende geachte verdediging geeft de zonder inloggen afroepbare engine van database.chessbase 24… Lxf5 25.exf5 Dd7 26.Dh3 b5 27.Ld4 e5 28.fxe6 e.p. Txe6 29.Txg6 Te1+ =(0.00), diepte 30.

          De engine speelt 24.Kb1 e5 en dan op diepte 27 25.Pf5 Lxf5 26.exf5 Dd7 27.fxg6 Df5 28.Lxa7 Dxf3 29.Tf2 Dc3, gaat op diepte 28 over op 25.Lg5 Tf7 26.Ld2 exd4 27.Txg6 Lg4 28.Lh6 Tcc7 29.fxg4 Dxe4, ook in deze beide gevallen met oordeel =(0.00).

          “Wer immer strebend sich bemüht, …..”

  10. Avatar
    Peter Huisman juni 05, 2020

    Vraag aan Herman: in Hoofdtak 1, variant B (10 … Tc8), en ook in de lijst illustratieve partijen onderaan, wordt onder meer Karpov-Sosonko 1973 genoemd. Voor zover ik weet hebben Karpov en Sosonko elkaar in Rusland alleen maar ontmoet in de jeugdjaren van Karpov. Daarna pas weer toen Sosonko al enige tijd in Nederland woonde en ze elkaar in toptoernooien tegen kwamen, zo vanaf 1977 (Bad Lauterberg en Tilburg).

    Moet 1973 niet 1979 zijn, te weten de partij (www.chessgames.com/perl/chessgame?gid=1068124) zijn, uit de eerste ronde van het Interpolis toernooi?
    Karpov volgde lange tijd Barczay-Sosonko, Wijk aan Zee 1977 (0-1), zonder invoegen van Kc1-b1 en a7-a5 overigens, en verbeterde toen het witte spel aanzienlijk: de wereldkampioen sloeg meteen met de loper op f6 gevolgd door e4-e5 en kwam overwegend te staan. Barczay deed eerst e4-e5, en daarna e5xf6, waarna zwart zijn stuk meteen kon terugwinnen en zijn aanval door sloeg.

    • Avatar
      Henk Smout juni 06, 2020

      1973 was het jaar dat voor Sosonko begon doordat hij bij het Hoogoventoernooi zich eerst nog in een reservegroep waar moest maken en die A-groep won boven de Joegoslaaf die was gepromoveerd uit mijn tienkamp van het jaar daarvoor en die volgens mij zomaar die groep weleens zou hebben kunnen winnen als Sosonko er niet was geweest.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.