Begrijp wat u doet: De Drakenvariant van het Siciliaans

Hieronder treft u de volgende aflevering van de rubriek “Begrijp wat u doet”. In deze serie worden, speciaal voor clubschakers, achtergronden belicht van de ‘grote openingen’ zoals het Spaans, het Siciliaans, het Damegambiet, het Konings-Indisch enzovoort. De artikelen verschenen eerder in Schaakmagazine het blad van de KNSB, de Nederlandse schaakbond.

 

Een prachtige openingsvariant is de Drakenvariant van Siciliaans. Die stond al een tijdje op het verlanglijstje om aan een nader onderzoek onderworpen te worden. Zwart posteert met 5…g6 zijn koningsloper op de lange diagonaal waarmee hij later hoopt deze Drakenloper tot een monster te transformeren. Het gaat er in deze openingsvariant vaak om een aanval op de vleugel te ontketenen waar de tegenstander heeft gerokeerd. We zien dat wit veelal met 0-0-0 de koning op de damevleugel opbergt, zwart bijna altijd met 0-0 op de koningsvleugel. U zult begrijpen dat het dan aankomt op een stormloop aan weerszijden van het bord die meestal ontaardt in regelrechte vuistgevechten…

Grootmeester Genna Sosonko, voorheen één van de grote Draakspecialisten (foto Jos Sutmuller)

Eigenlijk maken we hiermee een begin met het ‘variantenmonster’ dat de Drakenvariant geworden is vanwege het soms geforceerde karakter van de voortzettingen. Daarom zullen zowel de wit- als de zwartspeler goed beslagen ten ijs moeten komen. Het was in de jaren ’80 al zo dat sommige stellingen zonder theoretische achtergrond nauwelijks te behandelen waren. Dat is anno 2020 alleen nog maar erger geworden nu veel spelers zich prepareren met database en engines. Niettemin zijn er gelukkig ook nog voldoende waaghalzen die durven te vertrouwen op hun creatieve vermogens. We onderscheiden twee redelijk onafhankelijke hoofdtakken:

Hoofdtak 1 – De Lc4-variant
Hoofdtak 2 – De lange rokade variant

We beginnen eerst met een plenaire bespreking van de Drakenvariant.

1. e4 c5 2. Pf3 d6
De gebruikelijke volgorde om de ‘rasechte’ Draak op het bord te krijgen. De zogenaamde ‘Versnelde Draak’ kan op het bord komen na 2…Pc6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 g6 Wit heeft nu de keuze om er een ‘Maroczy-opstelling’ van te maken met 5. c4 [of te opteren voor de normale Siciliaanse opstelling met een paard vóór zijn c-pion na 5. Pc3 Een mogelijk vervolg is dan 5…Lg7 6. Le3 Pf6 (zie analysediagram)

Het is goed om even stil te staan bij deze stelling. Als wit nu de set-up met f2-f3, Dd1-d2 zou kiezen, zoals straks in de hoofdvariant, komt hij bedrogen uit. Een van de meest belangrijke varianten is namelijk dat zwart …d6-d5 speelt en daarmee vrijwel gelijkspel kan bereiken. Vanuit de Versnelde Draak staat de zwarte pion nog op d7, dus dan zou zwart een tempo uitsparen omdat hij nu in één keer …d7-d5 kan spelen. Met een paard op c3 (voor zijn c-pion) moét wit deze thematisch actie uit de stelling zien te houden. De volgende zet is dus min of meer gedwongen. 7. Lc4 (Gezegd moet worden dat hier ook wel eens 7. Le2 wordt gespeeld. Na 7…O-O 8. O-O d5 9. exd5 Pxd5 10. Pxd5 Dxd5 11. Lf3 Dc4 12. Pxc6 bxc6 13. c3 is het echter niet veel bijzonders dat wit uit de opening heeft gehaald. In Jobava-Vachier-Lagrave, 2015 werd het dan ook remise.) 7…O-O 8. Lb3 (zie analysediagram)
waarna het zich wijd vertakt. 8…a5 Deze opmars heeft zelfstandige betekenis. (Als zwart verder gaat met 8…d6 krijgen we een overgang naar een van de hoofdvarianten.) 9. O-O a4 10. Pxa4 Pxe4 En dit is een heel dynamische stelling die uitvoerig is onderzocht. Wit heeft de strijd in het centrum verloren, maar daar staat tegenover dat zwart onderontwikkeld is en structurele zwaktes op de damevleugel heeft opgelopen. Na 11. Pb5 probeert wit daarop te gaan spelen. Erg ingewikkeld allemaal, maar heel goed voor zwart lijkt het op topniveau niet te zijn. In Karjakin-Jones, 2007 liep het niet goed af met de zwartspeler.] 5…Lg7 6. Le3 Pf6 7. Pc3 Deze stelling is vaak gespeeld, we laten hem buiten beschouwing.
3. d4
Een speler, zoals de Brit Michael Adams, die niet van ellenlange theorievarianten houdt, kan hier 3. Lb5+ spelen. Schakelt hij ook meteen de Najdorfvariant uit. Vandaar dat de Fide naar een systeem moet, waarin een gele kaart wegens spelbederf, uitgereikt kan worden 🙂
3…cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 g6

Hikaru Nakamura: Amerikaans topspeler die de ‘Dragondorf’ af en toe speelt.

Door een begin te maken om de koningsloper naar de lange diagonaal te gaan spelen, wordt de uitgangsstelling van de Drakenvariant bereikt.
6. Le3
Positiespelers houden meer van 6. Le2 waarmee wit zich opmaakt om kort te gaan rokeren. 6…Lg7 7. O-O O-O 8. Le3 Pc6 9. Pb3 Deze stelling komt met verwisselde kleuren voor uit de Engelse opening (1.c4 e5) waarin wit ook een ‘Drakenopstelling’ inneemt. Gek genoeg vindt vrijwel de gehele wereldtop de hele opzet voor wit niet veel bijzonders waardoor zij kiezen voor dit systeem met een tempo minder. We laten dit systeem buiten beschouwing verder.
6…Lg7
Met deze zet posteert zwart de ‘Drakenloper’ op de lange diagonaal. Van deze loper gaat een immense kracht uit, zoals in vele partijen is gebleken. Omdat de zwartveldige lopers in dit stellingsbeeld zo belangrijk zijn, moet altijd gekeken worden naar de mogelijkheid 6…Pg4?? Die is in dit geval niet mogelijk: de paardzet kost een vol stuk vanwege 7. Lb5+ Ld7 8. Dxg4 Tegenwoordig zien we een husseling tussen de Drakenvariant en de Najdorf, ook wel ‘Dragondorf’ genaamd. Zwart kan vrijwel elk moment …a6 spelen en het paard naar d7 (zoals in de Najdorfvarianten bij voorkeur wordt gedaan) en een loper naar b7. Voorbeelden hiermee zijn Giri-Ivanisevic, 2014 en Caruana-Shabalov, 2017. 6…a6
7. f3
Dit is de meest agressieve opzet. Wit haalt …Pg4 uit de stelling en hij maakt zich op om met Dd1-d2 0-0-0 te gaan stormen op de koningsvleugel. Zowel h2-h4 als ook g2-g4 behoren tot de mogelijkheden. Uiteraard kan wit alsnog voor de ‘Oude Draak’ gaan als hij nu kiest voor deze opstelling en daarna korte rokade. 7. Le2
7…O-O
Zwart rokeert op de vleugel waar hij mogelijk bestookt gaat worden. Ook nu kunnen we met 7…a6 een overgang krijgen naar de ‘Dragondorf’. De Amerikaanse topspeler Hikaru Nakamura pleegt dit systeem af en toen van stal te halen en hij is er ook redelijk succesvol mee. Twee partijen Hamdouchi-Nakamaru, 2009 en Kramnik-Nakamura, 2017 laten de veerkracht van deze opstelling zien.
8. Dd2 Pc6

Zwart ontwikkelt een paard en daarmee brengt hij ook de actie …d6-d5 in de stelling aangezien wit niet met e4-e5 kan antwoorden. Het is altijd de vraag in het Siciliaans en in deze variant in het bijzonder of zwart zijn spel kan bevrijden met de centrale opstoot 8…d5?! Dat is hier niet best want wit antwoordt sterk met 9. e5 Pe8 10. f4 En daarmee heeft hij zijn paard op d4 op een sterk veld gekregen. In de regel mag zwart alleen tot …d6-d5 komen als wit niet met e4-e5 kan antwoorden.

 

Hoofdtak 1 – De Lc4-variant

Decennia lang werd
9. Lc4
gespeeld. Dit wordt de ‘Joegoslavische aanval’ genoemd. Met deze zet ontwikkelt wit zijn koningsloper. Maar het belangrijkste is dat hij de zet …d6-d5 uit de stelling haalt. Het uitstellen van een zet met de witveldige loper is erg belangrijk om deze stelling goed te begrijpen. Een belangrijk concept in het zwarte spel is om (na …Lc8-d7, …Ta8-c8 of … Tfc8) met de actie …Pc6-e5 te gaan werken. Met een toren op c8 kan zwart …Pe5-c4 spelen. Dat paard staat daar zo sterk dat wit wel gedwongen is om het paard met zijn loper te elimineren. Als wit daar slechts één zet aan hoeft te besteden (Lf1xc4) is dat natuurlijk heel voordelig voor wit. Na de hoofdvariant 9.Lc4 moet wit bijna altijd wel ergens Lc4-b3 spelen (als er een toren op c8 verschijnt) omdat de loper op c4 gaat hangen. Als het paard dan via e5 weer naar c4 gaat, zal wit dat paard opnieuw moeten slaan met Lb3xc4. Dan heeft hij echter drie loperzetten moeten doen en dan liggen de zaken heel anders!
9…Ld7 10. O-O-O

Ook direct 10. h4 komt in aanmerking. In de jaren ’80 en ’90 kwam

VARIANT A) 10…Da5 vrij vaak op het bord. De bedoeling is om met …Tfc8 te gaan werken. Dat kan als voordeel hebben dat een eventuele ruil van de zwartveldige lopers (met Le3-h6) uit de weg gegaan kan worden met …Lg7-h8. De zwarte toren staat immers een zet eerder op c8 dan in de variant met direct …Tac8. 11. Lb3 Tfc8 12. h4 Pe5 (zie analysediagram)

13. Kb1 [Lange tijd gold het pionoffer als de belangrijkste aanslag op de zwarte stelling. Een van de vele interessante varianten die dan op bord kan komen gaat zo: 13. h5 Pxh5 14. g4 Pf6 15. Lh6 Lxh6 16. Dxh6 Txc3 17. bxc3 Dxc3 In de partij Golubka-Korol, 2018 bleek dat zwarts aanval veel eerder komt, dan die van wit.] 13…Pc4 14. Lxc4 Txc4 15. Pb3 Wit wil eerst zijn verdediging organiseren. In een partij Karjakin-Vocaturo, 2005 slaagde de witspeler erin de zwartspeler te slopen, maar in Arencibia Rodriguez-Gashimov, 2007 was het juist de zwartspeler die tot winst kwam.

Lange tijd werd
VARIANT B) 10…Tc8 gezien als een van de beste varianten voor zwart om een (tegen)aanval op de damevleugel op touw te zetten. Zwart beoogt om met …Pc6-e5-c4 spel te genereren over de halfopen c-lijn. Daarna kan hij met …Dd8-a5 en …Tf8-c8 zijn zware stukken in de strijd werpen. Wit moet een extra tempo spenderen aan zijn witveldige loper omdat er nu …Pxd4! dreigt. 11. Lb3 Pe5 12. h4 [In de moderne theorie geldt de profylaxe 12. Kb1 als de belangrijkste manier om de zwarte aanval te weerstaan, alvorens er op de koningsvleugel aan een initiatief begonnen kan worden. Vooral de Rus Sergey Karjakin heeft deze voortzetting lange tijd in zijn repertoire gehad. De meest interessante confrontaties hiermee waren Karjakin-Carlsen, 2008 (remise), Karjakin-Petrosian, Blitz 2004 (1-0) en Karjakin-Radjabov, 2008 (0-1). In de laatste partij offerde de zwartspeler twee kwaliteiten maar kreeg daar de nodige pionnen voor terug.] 12…h5 (zie analysediagram)

Zwart haalt de opmars h4-h5 radicaal uit de stelling. Dit wordt gezien als één van de beste methodes om een bevredigende stelling na de opening over te houden. Wit kan nu het beste zijn droom van een koningsaanval laten schieten en op het centrum gaan spelen. Er zijn hier in de loop van de tijd partijen mee gespeeld, die een goed beeld geven van de merites van deze stelling. Ik noem er een paar: Karpov-Sosonko, 1973 (1-0) Anand-Kasparov, 1995 (0-1) Radjabov-Kasimdzhanov, 2008 (1-0) Radjabov-Carlsen, 2008 (0-1) [Voorheen werd er voornamelijk op buigen of barsten gepeeld met 12…Pc4 13. Lxc4 Txc4 Wit geeft dan natuurlijk een pion om de aanval over de h-lijn in te luiden. 14. h5 Pxh5 Zwart moet wel nemen, omdat hij anders sowieso geconfronteerd wordt met een open h-lijn tegen zich. Nu ziet hij er tenminste nog een pion voor terug. 15. g4 Pf6 In een heel beroemde partij Karpov-Kortchnoi, 1974 (Kandidatenmatch) speelde wit 16. Pde2 De belangrijkste bedoeling is om het kwaliteitsoffer op c3 (waarmee de witte pionnenstructuur versplinterd kan raken) te ontkrachten. De partij vervolgde met (Het meest direct is natuurlijk om te proberen de verdedigende loper van zwart te ruilen om zo aanvalskansen te creëren. 16. Lh6 (zie analysediagram)
Maar deze zet heeft een tactisch bezwaar. 16…Pxe4!? 17. De3 {17. Pxe4 Txd4 is natuurlijk volledig oké voor zwart.} 17…Txc3 Het thematische kwaliteitsoffer. Zwart is wel gedwongen omdat hij de zet Pc3-d5 uit de stelling moet halen. 18. bxc3 Pf6 19. Lxg7 Kxg7 De witte aanval is tot staan gebracht en de verminkte pionnenstructuur op de damevleugel en de twee pionnen die zwart voor de kwaliteit heeft teruggekregen, staan garant voor een evenwichtig middenspel. 20. Th2 Dit subtiele torenzetje had Kasparov ooit voorbereid voor zijn partij tegen Piket. 20…Tg8 {In de partij Kasparov-Piket, 1989 volgde 20…Th8 21. Pb3 Lc6 22. g5 Ph5 23. f4 Te8 24. f5 Db6 25. Pd4 Dc5 26. Te1 Ld7 27. Df3 en won met zijn tweede aanvalsgolf. Objectief gezien was er niets aan de hand voor zwart, maar de praktijk bleek een stuk lastiger.} 21. Pe2 Hier zijn meerdere mogelijkheden voor zwart uitgeprobeerd. Ik noem er twee: 21…Lc6 Nunn-Ljubojevic, 1988. {21…Da5 Short-Sosonko, 1987.} 16. Kb1 Dit wordt gezien als een belangrijke verbetering van het witte aanvalsplan. Hij maakt een pas op de plaats om zijn eigen verdediging te organiseren en wacht daarbij af hoe zwart het tegenspel in gang wil zetten. 16…Te8 Ook deze zet behoort tot de moderne inzichten. De Drakenloper moet hoe dan ook op het bord blijven. Twee partijen laten de voors en tegens van deze zetten zien: Smirnov-Hautot, 2003 en Justin-Mohr, 2002 (voor zwart).) 16…Da5 17. Lh6 Lxh6 Deze zet kan beter vervangen worden door een andere, zoals later is gebleken. 18. Dxh6 Tfc8 19. Td3 Karpov blijf het profylactisch aanpakken. En Kortchnoi gaat nu direct de fout in. (Latere analyses hebben uitgewezen dat 19. Td5!? een betere zet is.) 19…T4c5? (zie analysediagram)
(Een betere verdediging is 19…Dd8 hoewel zwart het na 20. g5 Ph5 21. Pf4! Df8 22. Dxf8+ Kxf8 23. Pxh5 gxh5 24. Txh5 ook niet gemakkelijk zou hebben gehad.) 20. g5! Txg5 Gedwongen. (20…Ph5 faalt namelijk op 21. Pf4 Txc3 22. bxc3 De5 23. Pxh5 gxh5 24. Txh5 Dg7 25. f4 en wit staat op winst.) 21. Td5! Die mogelijkheid moet de zwartspeler over het hoofd hebben gezien. Karpov maakt het nu krachtig uit. 21…Txd5 22. Pxd5 Te8 23. Pef4 Lc6 24. e5! Een knappe zet. 24…Lxd5 (24…dxe5 faalt op 25. Pxf6+ exf6 26. Ph5! met ondekbaar mat.) 25. exf6 exf6 26. Dxh7+ Kf8 (zie analysediagram)
27. Dh8+ Opgegeven. (Want op 27. Dh8+ Ke7 28. Pxd5+ Dxd5 wint 29. Te1+)]

VARIANT C) 10…Tb8!?
Dit is moderne kost! Zwart zoekt zijn heil niet direct over de c-lijn, maar hij probeert op een andere wijze een vuist te maken op de damevleugel tegen de witte koning. De eerste bedoeling is natuurlijk om te ruilen op d4 en dan met tempowinst met …b7-b5 (eventueel gevolgd door …a7-a5) te komen.
11. Lb3 Pa5

Nu wit de loper preventief heeft teruggetrokken, gooit zwart het over een andere boeg. In deze geladen stelling is er wederom veel mogelijk. Zo vindt wereldkampioen Magnus Carlsen de stelling zo interessant dat hij bereid is deze zowel met wit als met zwart te gaan spelen: Carlsen-Radjabov, 2008 (1-0) en Dominguez Perez-Carlsen, 2009 (0-1). Van recentere datum is de blitzpartij Fedoseev-Nakamura, maart 2018 (remise) ook een aardige graadmeter. We dienen daarom nog even stil te staan bij een belangrijk concept dat in deze structuur zit opgesloten en daartoe volgen we de eerstgenoemde partij Carlsen-Radjabov, 2008. 11…Pxd4 12. Lxd4 b5 loopt nu op niets uit voor zwart na 13. Pd5
12. Kb1 b5 13. h4 Pc4 14. Lxc4 bxc4
In deze stelling heeft zwart het gebruikelijke spel over de c-lijn laten varen, maar met de toren op b8, kiest hij voor een aanval over de b-lijn. Wit moet nu heel goed oppassen dat hij niet overrompeld wordt en de wereldkampioen toont ons de manier om zwarts komende initiatief in de kiem te smoren.
15. Ka1! h5
Zwart op zijn beurt heeft ook geen zin in een gevaarlijke aanval tegen zijn koning (met h4-h5) en hij probeert zo de tent dicht te houden. De profylaxes zijn nog niet voorbij. Voordat hij zijn hoofd wendt naar de koningsvleugel zorgt Carlsen er eerst voor dat hem geen nare verrassingen op het kwetsbare punt b2 te wachten staan.
16. Tb1 Da5 17. Lh6
Hoog tijd om de Drakenloper af te ruilen, zodat er ook over de lange diagonaal niets meer te halen valt voor zwart.
17…Lxh6
Als Radjabov geweten had wat hem boven het hoofd hing, had hij dan deze vrijwillige ruil toegepast?
18. Dxh6 Tb6
Ogenschijnlijk heeft zwart geen centje pijn.
19. g4?!
Een ruwe poging om toch vuist te maken bij de zwarte koning. Vermoedelijk is het niet helemaal correct wat de witspeler hier doet.
19…hxg4 20. De3
En dan moet de dame nog eerst terug ook. Want na 20. h5 g5 is de dame ingesloten en is de witte aanval verdwenen.
20…Tfb8
Wit staat nu voor een lastig dilemma: de vaart houden in de eigen ‘aanval’ of gelaten blijven toekijken. Zwart kon ook in de verdediging met 20…Dh5 en dan daarmee ook de witte aanval tot staan brengen. Gemakkelijk is het echter geenszins.
21. h5?!
Wit heeft eigenlijk geen keus, maar objectief gezien is het niets voor wit.
21…g5
De h-lijn blijft gesloten! 21…Pxh5 22. fxg4 Lxg4 23. Th4 geeft de nodige onduidelijke verwikkelingen te zien.
22. fxg4 Pxg4 23. Dd2 f6
Zwart heeft het aardig voor elkaar. De witte aanval is tot staan gebracht en ondertussen kan hij bekijken hoe hij mogelijk iets op de damevleugel tot stand kan brengen.
24. Pf3 Ta6
Er viel iets te zeggen voor het voorzichtige 24…Kh8 om daarna te bepalen hoe zwart daadwerkelijk kansen tegen de witte koning tot stand kan brengen.
25. Thg1 Tb4
Zwart zit te loeren op een combinatie. Met een loper op e6, zit er soms iets in op a2 gevolgd door …c4-c3.
26. a3
Carlsen laat zich verleiden tot een pionverzwakking en had hij beter niet kunnen doen.
26…Le6?!
Hij streeft zijn idee na, maar hij onderschat de plotselinge tegenstoot. Noodzakelijk was 26…Tb7 om te vermijden dat de toren op b4 gaat hangen.
27. e5!
Dit is Carlsen op zijn best.
27…dxe5
Hier zou 27…Pxe5? helemaal desastreus zijn wegens 28. Pxg5! Ld7 29. Pf3+ en zwart kan ophouden.
28. Pxg5!?
Natuurlijk! Nu de verdediging verstoord is geraakt, vreet hij zich als het ware door de zwarte pionnenmuur heen.
28…Lf5
28…fxg5 29. Dxg5+ Kf8 30. h6 Pf6 31. Tbd1! en dit houdt zwart ook niet droog.
29. Pge4 Kh7 30. De2
Misschien niet de beste. Met 30. Tg3! had wit in het voordeel kunnen komen.
30…Ph6 31. Tg3
31…Le6??
Hij droomt nog altijd van de truc met …Dxa3+ gevolgd door een keer …c4-c3. Maar geef de wereldkampioen een kans en hij grijpt hem. Na 31…Tb8 32. Dg2 Kh8 blijft zwart overeind.
32. Tg6! Pf5
Er is geen fatsoenlijke verdediging meer voor zwart. Het tactische idee werkt niet voor zwart. Na 32…Dxa3+ 33. bxa3 Txa3+ 34. Pa2 is er geen enkele manier om de aanval te laten slagen. 34…Txa2+ [Of 34…Tba4 35. Tb2 c3 maar dat gaat ook allemaal niet vanwege 36. Pexc3 Txc3 37. Dd2 en wit wint.] [34…c3 35. Pg5+ fxg5 36. Txe6 Tba4 37. Txe7+ is ook einde oefeningen omdat wit eerder mat zet.] 35. Kxa2 c3+ 36. Ka3
33. Dg4 Ph4
Dit laat weer een prachtige combinatie toe.
34. Pg5+!
Weer mooi gezien.
34…fxg5
Na 34…Kh8 35. Pf7+ Lxf7 is het mat met 36. Th6#.
35. Dxg5 Pxg6
Na 35…Pf5 36. Tg1 is het geforceerd mat. In het voordeel van wit wel te verstaan…
36. Dxg6+ Kh8 37. Tg1
Opgegeven. Zwart kan het dreigende mat niet meer voorkomen.

 

Hoofdtak 2 – De lange rokade variant
1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 g6 6. Le3 Lg7 O-O 8. Dd2 Pc6

Tegenwoordig laten veel witspelers zich in op
9. O-O-O
waarmee ze in feite de opstoot …d6-d5 van de tegenstander toelaten. De vorige aflevering hebben gekeken naar 9. Lc4 de Joegoslavische variant.
9…d5
Zwart moet nu wel omdat hij in vergelijking met het andere basisplan twee tempi te kort komt. Omdat wit nu niet kan antwoorden met e4-e5 heeft hij niet heel veel alternatieven tot zijn beschikking. De belangrijkste twee zullen we hier behandelen.
10. exd5
Uiteraard de meest cruciale voortzetting. Niet onbelangrijk is 10. De1 waarmee wit met de dame uit de d-lijn stapt om zodoende met zijn toren op d1 druk over de d-lijn te kunnen uitoefenen. 10…e5 Uiteraard kun je hier bijna zeggen! Zwart neemt de handschoen op en probeert zich een weg te banen door het centrum. [Wat terughoudender is 10…e6 11. h4 Dc7 12. h5 Pxh5 13. exd5 exd5 14. Pdb5 kwam voor in partijen Adams-Topalov, 1996 en Nakamura-Polzin, 2008.] 11. Pxc6 bxc6 12. exd5 Pxd5 [Men kan zich uiteraard afvragen waarom zwart niet met de pion terugneemt en zo een ‘ijzersterk’ pionnencentrum creëert. Dat blijkt tegen te vallen want dat centrum wordt direct ondermijnd met 12…cxd5 13. Lg5 Le6 14. Lc4 En nu kan zwart er het beste een ander type stelling van maken door uit de penning van Td1 te gaan met 14…Dc7 Dit is overigens ook regelmatig gespeeld zoals in een rapidpartij Leko-Carlsen, 2008, maar daar kwam de wereldkampioen in een verloren toreneindspel.] 13. Lc4 Le6 (zie analysediagram)

Voor de laatste paar zetten viel er voor beide partijen nauwelijks een alternatief te verzinnen. Maar hier krijgen we een belangrijke splitsing 14. Kb1 Wit doet een nuttige zet. Hij gaat een stapje opzij (zodat er niet ergens een schaakje op h6 in de stelling komt) en tegelijkertijd maakt hij veld c1 vrij voor de loper om het potentiële doelwit in deze stelling (b2) alvast een keertje extra dekking te kunnen geven. [De mogelijkheid 14. Pe4 is ook vaak op het bord gebracht. Wit staat eventueel klaar voor Le3-c5 waarmee hij op veld d6 kan spelen. Tegelijkertijd kan ook Pe4-g5 erg lastig worden voor zwart. Daarbij kan het paard mogelijkerwijs een rol spelen in een nog op te zetten koningsaanval met g2-g4 en h2-h4. Twee belangwekkende partijen hiermee zijn Svidler-Radjabov, 2008 (waarin wit tot winst kwam) en Liang-Alterman, 1995 (waarin zwart aan het langste eind trok). In beide partijen offerde zwart een kwaliteit.] 14…Tb8 Dit is de meest populaire zet. Zwart posteert zijn toren alvast op de half open lijn in een poging de witte koning te kunnen bestoken. [De andere interessante mogelijkheid is 14…Te8 15. Pe4 Dc7 (De zelden gespeelde 15…f5 kwam op het bord in Carlsen-Jones, 2018. De wereldkampioen liet zich vreselijk foppen door de Brit na 16. Pg5 Lc8 (zie analysediagram)
17. g4?? want na 17…f4 was hij domweg een stuk kwijt. Maar op miraculeuze wijze wist hij Jones zodanig in verwarring te brengen dat hij de partij nog steeds wist te winnen!) 16. Lc5 kwam voor in Leko-Trent, 2016.] 15. Pe4 Dc7 De belangrijkste voortzetting. Zwart verbindt zijn torens en gaat met de dame uit de d-lijn. [Jones houdt ervan om direct leven in de brouwerij te brengen met 15…f5 zodra er een wit paard op e4 verschijnt. In een partij Edouard-Jones, 2014 ontstonden er flinke verwikkelingen na 16. Pg5 maar uiteindelijk kenden die een vreedzaam slot.] 16. Lc5 Tfd8 (zie analysediagram)
17. g4 Dit probeert in elk geval de actie met …f5 onaantrekkelijk te maken voor zwart. [Gezien het vervolg kan men zich afvragen waarom hier 17. Pg5? nog nooit geprobeerd is. De reden is dat er een tactische weerlegging voor handen is: 17…e4! De Drakenloper doet van zich spreken! 18. Ld4 (18. Lb3 De5 en zwart haalt een stuk op vanwege de dubbele aanval.) 18…Lxd4 19. Txd4 Db6 en zwart wint.] 17…h6 Maar zwart blijft volharden om de pionzet in de stelling te houden. Het paard op e4 staat daar anders als een vorst. Met de tekstzet wil hij een eventueel Pe4-g5 uit de stelling halen. Deze stelling komt regelmatig voor, waarbij we Nakamura soms achter de zwarte stukken aantreffen.
10…Pxd5 11. Pxc6 bxc6 12. Ld4
Wit kan een pion winnen met 12. Pxd5 cxd5 13. Dxd5 maar dan moet hij krijgt wel een gevaarlijk initiatief over zich heen na 13…Dc7 14. Dc5 Deze mogelijkheid wordt het vaakst gespeeld. Wit wil graag de dames ruilen omdat hij daarmee de angel uit de zwarte aanval kan halen. [Ook is hier vrij vaak 14. Dxa8 geprobeerd. Het gaat natuurlijk om het oordeel na de min of meer geforceerde zettenreeks 14…Lf5 15. Dxf8+ Kxf8 16. Td2 h5 (zie analysediagram)
Beide spelers hebben het loperpaar, wit heeft twee torens en een pion voor de dame. Materieel gezien is het erg goed voor wit, maar zwart heeft aanval! Men gaat veelal verder met 17. Le2 (Engines geven een lichte voorkeur voor 17. Kb1) 17…Db8 18. b3 en hoewel de kansen in evenwicht lijken, ziet het er naar uit dat de zwarte stelling makkelijker te spelen is.] 14…Db7 15. Da3 Verzwakkingen in de pionnenstructuur van wit zijn funest. 15…Lf5 (zie analysediagram)
Zwart kan al zijn pijlen richten op de kwetsbare witte damevleugel. En dat voor slechts één pionnetje… Maar zo eenvoudig is het niet. Als wit de belangrijkste stukken van zwart kan ruilen, zal het eindspel niet te houden zijn voor zwart. Alles hangt af van de nu volgende fase, waarin veel zetten zijn uitgeprobeerd. 16. Ld3 Dit wordt het vaakst gespeeld. Maar er zijn andere interessante mogelijkheden. [Zo valt er iets te zeggen voor 16. La6 omdat wit het dan voor elkaar krijgt om de dames te ruilen. Maar opnieuw blijkt dat zwart over onverwachte resources beschikt. Kijk maar eens hoe een partij kan verlopen: 16…Dc7 17. Dc5 Db6!? Zwart wil wel dames ruilen, maar dan wil hij wel de a-lijn open krijgen. 18. Dxb6 axb6 19. Lc4 Tfc8 20. Lb3 (zie analysediagram)
En nu heeft zwart het heel venijnige 20…Txa2! Dit is allemaal vaker gespeeld! 21. Td8+ De enige zet om niet meteen overrompeld te worden. (Het loopt niet goed af voor wit na 21. Lxa2 Txc2+ 22. Kb1 Txb2+ 23. Kc1 Tc2+ 24. Kb1 Txg2+ En de witspeler gaf zich gewonnen in de partij Tirkkonen-Lahtinen, 1996. {Het is inderdaad volledig mis, want na 24…Txg2+ 25. Kc1 Lb2# staat hij mat!}) 21…Txd8 22. Lxa2 Ta8 en zwart heeft absoluut niets te vrezen, zoals o.a. bleek in de partij Sergejev-Jazbinsek, 1997 waar zwart zelfs tot winst kwam.] 16…Tab8 (zie analysediagram)
17. b3 Een uiterst lelijke zet die de lange diagonaal met twee velden verlengd. Maar er is niet beter. Na de tekstzet is het de vraag hoe zwart het best zijn initiatief kan voortzetten. Twee belangrijke zetten springen in het oog: [17. c3? gaat helemaal mis na het prachtige 17…Lxc3! en zwart slaat zich dwars door de witte koningsstelling heen.] 17…Dc6 Dit lijkt de meest solide voortzetting. Veel partijen eindigen in remise hiermee. [Scherper is 17…Tfc8 maar we zien ook dat zwartspelers zich soms stuklopen zoals bijvoorbeeld bleek in Movsesian-Fedorov, 2000. Gelukkig voor zwart sloeg de zwartspeler in de partij Zakhartsov-Timofeev, 2001 wel door de witte stelling heen.] 12…e5
Zwart wil zijn ‘Drakenloper’ niet zonder slag of stoot laten ruilen. Dat er dan een pion voor zijn neus komt te staan, deert hem niet, aangezien die niet vastgelegd is.
13. Lc5 Le6!?
Een kwaliteitsoffer dat al ‘eeuwen’ bekend is! Zonder dit offer kan de stelling nauwelijks gespeeld worden voor zwart.
14. Pe4
Door schade en schande wijs geworden, laat wit de kwaliteit voor wat hij is. Want na 14. Lxf8 Dxf8 heeft zwart de zwarte velden in handen gekregen. Om te beginnen dreigt hij al meteen …Lh6 met damewinst. 15. Pxd5 [De problemen stapelen zich op voor wit na 15. Kb1 Tb8 16. Pxd5 cxd5 (zie analysediagram)
Het is optisch al duidelijk dat zwart fantastische compensatie heeft. Het loperpaar in een open stelling, een sterk pionnencentrum, open lijnen tegen de witte koningsstelling en last but not least: wit is totaal onderontwikkeld. Het behoeft geen nadere uitleg dat zwart een enorme score heeft in deze stelling. Van de 12 partijen die ik in de database tegenkwam, won zwart er negen! De meest overtuigende was wellicht Costiuc-Baratosi, 2007.] 15…cxd5 (zie analysediagram)
Ook deze stelling is om dezelfde reden als in het hierboven genoemde commentaar geen pretje voor wit. Niet veel sterke spelers laten zich met wit in op deze stelling.
14…Te8
Zwart vindt het nu nodig om de kwaliteit te gaan redden. Een direct 14…f5 is vanwege 15. Pg5 Lh6 16. h4 Te8 17. Lc4 geen goede optie. De witte stukken hebben mooie velden in handen gekregen terwijl die van zwart moeite hebben om efficiënt ingezet te kunnen worden in het nu volgende middenspel.
15. h4 h6
Hiermee verhindert zwart dat er een paard naar g5 kan springen.
16. g4
Het geeft wit wel de gelegenheid om zijn paard op e4 min of meer te stabiliseren. Als zwart nu met een keer …f7-f5 zou komen, gooit hij zijn eigen koningsstelling open en dat staat bijna gelijk aan het plegen van ‘zelfmoord’.
16…Dc7 17. g5
Op deze manier wordt veld f6 min of meer vastgelegd en belangrijker voor wit: de actie …f7-f5 is vanaf nu van de baan.
17…h5 18. Lc4
Deze stelling is al heel wat keertjes op het bord verschenen. De meningen zijn wat verdeeld hoe nu het best voortgezet kan worden.
18…Ted8
Deze toren naar dit veld heeft de voorkeur van veel sterke spelers. Zwart beoogt om hierna de andere toren op b8 te kunnen zetten. 18…Tad8 kwam uit de vingers van Nakamura (in zijn partij tegen Ehlvest 2007) en K.Georgiev (tegen Popovic, 1987). In alle gevallen vervolgde wit met 19. Df2 Td7 Wit kreeg de overhand na 20. Td3 in een partij Rublevsky-Corrales Jimenez, 2010.

Belangrijkste illustratieve partijen:

  • Giri-Ivanisevic, 2014
  • Caruana-Shabalov, 2017
  • Golubka-Korol, 2018
  • Karjakin-Vocaturo, 2005
  • Arencibia Rodriguez-Gashimov, 2007
  • Karjakin-Carlsen, 2008 (remise)
  • Karjakin-Petrosian, Blitz 2004 (1–0)
  • Karjakin-Radjabov, 2008 (0–1)
  • Karpov-Sosonko, 1973 (1–0)
  • Anand-Kasparov, 1995 (0–1)
  • Radjabov-Kasimdzhanov, 2008 (1–0)
  • Radjabov-Carlsen, 2008 (0–1)
  • Karpov-Kortchnoi, 1974
  • Smirnov-Hautot, 2003 (voor wit)
  • Justin-Mohr, 2002 (voor zwart)
  • Karjakin-Jones, 2007
  • Giri-Ivanisevic, 2014
  • Caruana-Shabalov, 2017
  • Hamdouchi-Nakamaru, 2009
  • Kramnik-Nakamura, 2017
  • Adams-Topalov, 1996
  • Nakamura-Polzin, 2008
  • Leko-Carlsen, 2008
  • Svidler-Radjabov, 2008
  • Liang-Alterman, 1995
  • Carlsen-Jones, 2018
  • Leko-Trent, 2016
  • Edouard-Jones, 2014
  • Tirkkonen-Lahtinen, 1996
  • Sergejev-Jazbinsek, 1997
  • Movsesian-Fedorov, 2000
  • Zakhartsov-Timofeev, 2001
  • Costiuc-Baratosi, 2007
  • Ehlvest -Nakamura, 2007
  • Georgiev-Popovic, 1987

Geraadpleegde bronnen:
– Megadatabase van Chessbase

Eerdere afleveringen van deze rubriek, waarbij u de illustratieve partijen interactief kunt naspelen en downloaden, treft u aan via dit overzicht.

Videolessen in het Nederlands treft u aan onder: Chessbase videolessen

In deze serie (Begrijp wat je doet) zijn op dit moment drie boeken verschenen:

Begrijp wat je doet 3, Siciliaanse structuren Najdorf&Scheveningen

Twee presentaties/trainingen
In het voorjaar zullen de moderne bioscoop Cinecitta te Tilburg over dit derde deel, dat over de Najdorf- en de Scheveninger variant gaat, twee presentaties gehouden worden. Deze zullen plaatsvinden op de zaterdagen 15 februari en 14 maart. Door in te tekenen vóór 1 januari levert korting op. Zie de Flyer en meer info op www.sterkspel.nl onder het kopje ‘boeken’.

Begrijp wat je doet 2, Damegambiet structuren

 

 

 

 

 

Begrijp wat je doet 1, Spaans-Italiaanse structuren

 

 

 

 

Deze boeken zijn verschenen bij uitgever Thinkers Publishing in België.

 

Reageren? Stuur een e-mail naar hgrooten@xs4all.nl.

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.