Boekrecensie: Schaakles en kampvuurverhalen van Viktor Moskalenko

Schaakles en kampvuurverhalen van ‘Moska’

Recensie van Viktor Moskalenko’s Training with Moska (2017) door Daniël Zevenhuizen

Toen ik recent op zoek ging naar trainingsmateriaal, viel mijn oog onmiddellijk op Training with Moska. Bewust of onbewust keer ik steeds terug naar het schrijven van Viktor Moskalenko, wiens The Perfect Pirc-Modern ook het onderwerp was van mijn eerste recensie in deze rubriek. Hoewel ik over het boek zeer te spreken was, had ik er ook het nodige op aan te merken. Desondanks kan ik me niet herinneren dat ik de heer Moskalenko ooit eerder in de toernooihal ben tegengekomen. Heeft een collega – of een huurling, misschien? – dan toch een verleidende substantie in mijn koffie gedaan, zodat ik me, ondanks de terughoudendheid, toch tot het werk van de befaamde schaaktrainer aangetrokken voel? Wie zal het zeggen. Maar hier zit ik dan, met Training with Moska voor me uitgespreid. Heb ik onterecht aan de verlokkingen toegegeven?

 

Terugblik

Eens zien wat ik de grootmeester zoal verweten heb. Op de eerste plaats: tunnelvisie. Steeds als de schrijver voor de brug kon kiezen, die overzicht zou bieden over het kolkende water van de schaaktheorie, dook hij de tunnel der ‘volledigheid’ in, met het resultaat dat zijn lezerspubliek in het duister van paginavullende zijvarianten achterbleef. Desondanks was het mij opgevallen dat Moskalenko de nodige lampen had opgehangen in de tunnel; dat hij informatieborden langs de weg had geplaatst en dat er hier en daar een telefoon aan de muur hing, waarvandaan men noodoproepen kon doen. Daarmee verwijs ik naar de nuttige signalementen aan het begin van ieder hoofdstuk; de vergelijking tussen verschillende pionstructuren en zulke randopmerkingen als *LET OP: TACTIEK!* Mij is altijd geleerd de middelen die een tekstverwerker, of in dit geval een schaakanalyse, rijk is ten volste te benutten. Gebruik maar diagrammen, verduidelijkende aanwijzers, vetgedrukt schrift – met enige consistentie natuurlijk – en zie dat de lezer zich een stuk makkelijker door de tekst heen baant.

Welnu, ik ga er vanuit dat de vermaarde coach mijn correcties ter harte heeft genomen na een grondige lezing van mijn bespreking. Zodoende verwacht ik verbetering. Zijn mijn verwachtingen ingewilligd? Enerzijds moet ik zeggen: helaas. De man is onverbeterlijk. Hij kon het in dit geval niet laten om trainingsmateriaal te bieden voor zowel tactiek als strategie en, alsof daar niet reeds alles onder valt wat de schaaksport rijk is, ook nog eindspelen, als zelfstandige rubriek. Waar onze eigen Ivan Sokolov drie delen over het middenspel schrijft, daar propt Moskalenko alles wat hij bedenken kan in één boek. Eigen schuld, dikke bult, want dat dit de inhoud zou zijn stond groot afgedrukt op het voorblad.

Anderzijds vond ik het stiekem wel fijn dat ik in één klap zoveel trainingsmateriaal zou binnenharken. Met dit boek kan de gemiddelde trainer een heel seizoen uit de voeten. Daarnaast betreft het ‘praktische voorbeelden’; Moskalenko heeft een mooie selectie voorbeeldstellingen verzameld uit eigen carrière, uit klassiekers van de schaakgeschiedenis en composities. Verwacht daarom niet de volledigheid van Dvoretski’s beroemde Endgame Manual in het hoofdstuk over eindspelen. Met zo’n 300 pagina’s waarvan een groot deel is uitbesteed aan oefenopgaven, valt het dus alles mee met de grootte.

 

De waarheid komt in drieën

Over dan naar de drie specifieke onderdelen: tactiek, strategie en eindspel.

 

Tactiek

Waar het een methode betreft om tactiek te bestuderen kan de Nederlandse schaker niet anders dan de vergelijking maken met ‘onze eigen’ Stappenmethode. Van de serie van Rob Brunia (†2005) en Cor van Wijgerden wordt, zover ik weet, door heel Nederland dankbaar gebruik gemaakt. Zelf val ik er wat terminologie en structuur betreft ook altijd op terug. Het is voor elk ander werk over het tactische wapenarsenaal dat op de Nederlandse markt verschijnt dan ook een levend risico om in de schaduw van deze ladingdekkende methode te verdwijnen. In zekere zin lijdt de Oekraïense Moskalenko daar ook onder; wanneer hij het hoofdstuk over tactiek onderverdeelt in diverse thema’s blijken de definities ondermaats, en soms gooit hij op één hoop wat Brunia en Van Wijgerden dankbaar hebben onderscheiden.

Hierbij denk ik aan twee verschillende thema’s: ‘Decoy’ dat Moskalenko omschrijft als “forcing the opponent to move a piece from a square where it defends important squares or other pieces” en ‘Attraction’: “With a move (often a sacrifice), a player can ‘attract’ a key piece of the opponent to a particular sector (square) of the board, in order to obtain some kind of advantage”. Wanneer je je dan bedenkt dat in de Stappenmethode op dit front alleen al een onderscheid wordt gemaakt tussen lokken, kop- en staartstuk plaatsen, de magneet en jagen en richten, dan weet je dat Moskalenko in gebreke moet blijven. Dat heeft er misschien mee te maken dat we verwend zijn met de Stappenmethode, maar desondanks moeten we elke boek aan dezelfde standaarden houden mits het onderwerp ook hetzelfde is.

Neem dit voorbeeld:

Een mooi voorbeeld natuurlijk, maar welke thema’s komen hier allemaal voorbij? De koning wordt eerst naar b8 gejaagd, om vervolgens tot twee keer toe gebruik te maken van lokken + dubbele aanval. (Geinig feitje: de eindstelling is, anders dan Moskalenko beweert, niet gewonnen voor wit!)

Zwart speelt met remise.

 

Strategie

Gaan we naar het volgende onderdeel: strategie. Helaas heb ik zelf nog geen tijd gehad dit onderdeel in een trainingssessie uit te proberen. Desondanks hebben we hier te maken met veelbelovend werk. Dat heeft een aantal redenen:

(1) Zoals het deel over tactiek is ook het strategische onderdeel van dit boek opgedeeld in thema’s (materiaal & ontwikkeling, plaatsing van stukken & pionnen, koningsaanval & -verdediging, …). Dat maakt dat men doelgericht kan trainen (in de, zoals de taalkundigen dat zo mooi noemen, ambitransitieve zin van het woord; d.w.z. zelf trainen en training geven aan een ander). Schuif je de pionnen steeds naar rare velden, zodat je opgescheept zit met achterblijvers? Sla dan eens hoofdstuk 14 ‘Pionnen – structuur en actie’ open.

 

(2) Het deel is geschreven met een historisch bewustzijn. Om het strategische onderdeel van het boek te kunnen structureren moet er een beslissing vallen over de vraag: “uit welke elementen bestaat schaakstrategie?” Sinds de theoretische benadering van het schaakspel met Wilhelm Steinitz van de grond kwam zijn er verschillende antwoorden op die vraag gegeven. Door zich ten opzichte van die verschillende in de geschiedenis gegeven  antwoorden te verhouden, weet Moskalenko zijn keuze voor de indeling van zijn werk te motiveren. Dat komt niet alleen de inhoud, maar ook de overzichtelijkheid van het materiaal ten goede.

 

(3) Met elk thema, maar ook met het onderdeel in zijn geheel geeft Moskalenko een aantal aanwijzingen mee om de inhoud op een productieve manier door te werken. Zo geeft hij bij het thema over (verdediging tegen) koningsaanval de volgende aanwijzingen:

1.Flankaanval met stukken
2.De succesvolle verdediging
3.Typische aanvalsplannen
4.Gecombineerde aanval van stukken & pionnen
5.Offer
6.Verdediging: ontsnappen
7.De actieve verdediging
8.Aanval over beide flanken

Deze aanwijzingen gebruikt hij vervolgens om het thema op een behapbare manier te presenteren. Overigens helpt het expliciet maken van deze aanwijzingen de lezer om zichzelf een aantal kritische vragen te stellen: zijn dit alle mogelijke punten die bij dit thema horen?; horen ze wel allemaal bij dit thema?; kan ik een punt overslaan, omdat het eigenlijk onder een ander punt valt?; etc.

 

(4) Zoals in de Perfect Pirc-Modern die ik eerder besprak, en waarschijnlijk ook in zijn andere openingsboeken, geeft Moskalenko nuttige rubrieken als *KEEP IN MIND*, *PLAN*, *TRICK*, *WEAPON*, *PUZZLE* en dies meer. Verder geeft hij lijstjes met punten om te onthouden, samenvatting aan het einde van elk hoofdstuk, voorbeeldpartijen, en zijn de hoofdstukken doorspekt met oefeningen.

 

Zoals de volgende:

Hoe gaat zwart verder? “Before you make a decision, it is important that you study all the details in the position.” (Bedankt voor de tip Moskalenko!)

 

 

14…Lxb5! Deze zet is voor velen moeilijk te vinden. Een loper ruilen voor een paard? En wat dan? 15.axb5 (15.Lxb5 c4 en de loper wordt van de rest van het bord afgesloten) 15…c4! 16.b4 cxd3! (Moskalenko geeft zijn eigen zetten graag uitroeptekens) 17.bxa5 bxa5 18.Da4

En de pointe: 18…a6!! wit voorkomt niet dat zwart een gevaarlijke vrijpion krijgt. Ruimt hij de a-pionnen op met 19.Dxa5 dan volgt 19…Dxa5 20.Txa5 axb5 21. Txb5 Ta3! en de d-pion wordt een monster.

Hieronder, voor de liefhebber, het partijvervolg:

 

Eindspel

Het laatste onderdeel dan: eindspel. Moskalenko geeft toe: dit onderwerp is al honderdduizenden keren behandeld door andere schaakschrijvers. Dat maakt het ook lastig om iets geheel nieuws te ondernemen. Daarom wil ik er kort over zijn: nee, er wordt hier niet veel nieuws gedaan.

Maar ook dit deel is ten voeten uit Moskalenko: handige indelingen, voorbeelden afgewisseld met stukjes theorie als daar behoefte aan is om een stelling beter te begrijpen, en niet te vergeten: de historische fotoportretjes van bekende en minderbekende schakers. Zo vinden we onder andere een foto van ‘onze eigen’ (vergeef me het chauvinisme) Migchiel de Jong (op pagina 45, om precies te zijn) met de omschrijving “Migchiel De [sic] Jong is an active participant in Dutch chess events. Against him, the author made use of a decoy to end a tense struggle.” Jammer inderdaad dat De Jong in dit voorbeeld door de auteur zelf geflest moest worden. Dat levert hem zoals gezegd wel een fotootje op.

 

Conclusie

Een groot – té groot – boek, dat desondanks enorm bruikbaar is voor zowel trainers als trainees. Wie het openslaat krijgt direct zin om er een schaakbord bij te pakken en aan de slag te gaan. Daar draagt de liefkozende titel Training with Moska ook wel aan bij. En inderdaad, ‘Moska’ komt over als een aimabele man met hart voor de sport. De vele diagrammen, persoonlijke anekdotes en portretjes van schakers die hij is tegengekomen geven dit boek evengoed de air van een persoonlijk reisverslag of autobiografie, als van een theoretisch leerboek. Het kan dan ook niet anders dat een training van ‘Moska’ tegelijk een stevige schaakles, een prakticum en een kampvuurverhaal is.

Van harte aanbevolen.

 

Boek: Training with Moska

Auteur: Viktor Moskalenko

Uitgeverij: New In Chess

ISBN-nummer: 9789056916763

Pagina’s: 352

Gepubliceerd: 2017

€ 20,99

Hier beschikbaar. Lees alvast de eerste pagina’s.

 

Link naar onze recensenten met hun recensies.

2 Comments

  1. Avatar
    Hendrikom juni 19, 2020

    In 2010 deed Moskalenko mee in Hoogeveen en signeerde daar op verzoek The Flexible French, als ik het me goed herinner. Ik had ook het genoegen al vroeg in het toernooi tegen hem ingedeeld te geraken en zo enthousiast als hij schrijft is hij wat mij betreft ook. Graag nog even de partij bekijken en een boel vrolijkheid. Staat me bij dat hij nog eens de jongste Schut getraind heeft. Dat knoopte die dag uitstekend aan elkaar, want zij bestreed het Frans nog eens met 2 b3. Viktor, te Hoogeveen, normaliter een 1 d4 speler, deed daar opeens 1 e4 en 2 b3!

    • Avatar
      Daniël Zevenhuizen juni 20, 2020

      Ha Hendrikom,

      Bedankt voor je aanvulling. Wat een mooie anekdote! Bewijst maar weer dat mijn vermoeden juist was.

      Ik heb overigens de partij waarover je het had opgezocht:

      [pgn]
      1. e4 e6 2. b3 e5 3. Bb2 Nc6 4. Nf3 d6 5. d4 exd4 6. Nxd4 Nxd4 7. Qxd4 Qf6 8.
      Na3 Qxd4 9. Bxd4 a6 10. Nc4 Bd7 11. O-O-O O-O-O 12. Be2 Ne7 13. Ne3 Nc6 14.
      Bb2 Re8 15. Bh5 Rxe4 16. Bxf7 Rf4 17. Bh5 Rxf2 18. Bf3 Be7 19. Bxg7 Rg8 20.
      Bh6 Ne5 21. Rhf1 Rxf1 22. Rxf1 Rg6 23. Bf4 Nxf3 24. Rxf3 Bc6 25. Rh3 Bxg2 26.
      Rxh7 Bf6 27. Kd2 Be4 28. Rf7 Bh4 29. c4 Rf6 30. Rxf6 Bxf6 31. Nd5 Bd8 32. Ke3
      Bf5 33. Bg3 Bg5+ 34. Bf4 Bd8 35. Bg3 Bg5+ 36. Kd4 Kd7 1/2-1/2
      [/pgn]

      De partij is Moskalenko – Henk Vedder, Univé Open Hoogeveen 2010.

Only ingelogde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.