Schaakgeschiedenis in vogelvlucht 24: Garry Kasparov

 

 

Deze rubriek is gemaakt voor schaaksite.nl en is terug te vinden onder het kopje ‘Schaakhistorie’.

Omdat het schaakspel een eeuwenoud spel is, dat naar schatting al 3000 jaar oud is, lijkt het mij gepast om een serie korte artikelen te presenteren, waarin de schaakgeschiedenis voor het voetlicht wordt gebracht. In de vorige aflevering hebben we het gehad over Anatoly Karpov. In deze nieuwe aflevering zullen we het hebben over Garry Kasparov (Geboren in 1963).

 

 

Garry Kasparov met één van zijn grimassen (foto Jos Sutmuller)

In deze nieuwe aflevering spreken over het ‘wonderkind uit Baku’, Garry Kasparov. In 1984 werd hij de uitdager van wereldkampioen Karpov. Nadat deze turbulente WK-match in 1984 na bijna vier maanden met een voorsprong van 5-3 voor de titelhouder werd afgebroken, moesten de heren een jaar later op herhaling. Over de achtergronden van deze titelstrijd die door Campomanes, de voorzitter van de Fide, werd afgebroken is al veel gezegd en geschreven. Het komt er in het kort op neer dat de match ging om zes winstpartijen (zonder dat remises mee zouden tellen, precies zoals Fischer het had gewild!). Karpov kwam met 5-0 voor maar en leek op alle fronten de meerdere van zijn jonge uitdager. Die besloot toen om ‘Karpov als het ware tegen zichzelf te laten spelen’. Hij koos exact de openingsvarianten die zijn tegenstander tegen hem gebruikte en produceerde zo een hele lange reeks remises. Omdat hij duidelijk jonger en fysiek veel fitter was dan zijn rivaal, begonnen er scheurtjes in het spel van Karpov te komen. Dat vertaalde zich in drie nederlagen voor de regerende kampioen. Toen de tweekamp werd afgebroken, waren beide spelers woest. Karpov zei dat hij nog slechts één overwinning nodig had om de titel te behouden, Kasparov beweerde dat zijn tegenstander op instorten stond…

Maar een jaar later speelden beiden een nieuwe tweekamp die nu ging over 24 partijen waarbij de titelhouder voldoende had aan 12-12. Dit werd een zinderende tweekamp, die in Moskou gespeeld werd. Tegen het eind had Kasparov een voorsprong in handen tot Karpov de 22ste partij in zijn voordeel wist te beslissen en daarmee de achterstand verkleinde tot één punt. Na een remise in de 23ste partij moest Karpov dus in de laatste partij, waarin hij wit had, winnen om de titel te behouden. Dit werd één van de meest bijzondere partijen die ik ooit gezien heb, ook gezien de spanning die er op deze partij stond.

 

(foto Jos Sutmuller)

Karpov, Anatoly – Kasparov, Garry (24ste partij)

Deze partij werd een gevecht op het scherp van de snede. Ik herinner me heel goed dat ik voor mijn eigen club (de Eindhovense Schaakvereniging) in de hoogste klasse een teammatch speelde in Hilversum tegen HSG. In deze tijd was er nog geen internet maar wel hadden we tijdens deze wedstrijd de beschikking over een televisietoestel met Teletekst. In gelukkig werkte daar een schaker, die alle zetten, in vrijwel ‘realtime’ intypte. Dus stond er bij het toestel een schaakbord en daarop werden de zetten keurig door iemand bijgehouden. Op een gegeven moment was de spanning in deze partij tussen de twee grote ‘K’s’ zo voelbaar, dat steeds meer schakers om dit bord dromden en daarmee zelfs hun eigen partij in de steek lieten. Vooral het moment waarop Kasparov, die genoeg aan remise had, plotseling met een dubbel pionoffer de stelling opende, zorgde voor grote opwinding. Ondanks het hoge aantal Elopunten dat op deze dag aanwezig was, durfde niemand te voorspellen hoe deze partij zou aflopen. We voelden allemaal dat we getuige waren van één van de meest fascinerende en uiterst belangrijke schaakpartijen die ooit gespeeld was. Hier werd bepaald hoe onze schaakwereld er de komende tijd uit zou gaan zien…

1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 a6 6. Le2 e6 7. O-O Le7 8. f4 O-O 9. Kh1 Dc7 10. a4 Pc6 11. Le3 Te8

Deze volgorde van zetten is in onze moderne toernooipraktijk gemeengoed geworden. Het waarom van deze subtiele torenzet wordt elders in dit boek aan de orde gebracht.
12. Lf3
Te vroeg is 12. g4 wegens 12…Pxd4 13. Lxd4 e5 14. fxe5 dxe5 15. Le3 Le6 16. g5 Pd7 en zwart heeft geen problemen.
12…Tb8 13. Dd2
Zoals we eerder hebben gezien, bedienen beide spelers zich van nuttige wachtzetten. Zwart is er nu doorheen geraakt.
13…Ld7
Nu de dameloper “kleur heeft bekend” kan wit een pionnenstorm ensceneren. Daartoe moet hij eerst een stabiele centrumpositie hebben.
14. Pb3
Ook dit principe is eerder aan de orde gebracht. Eerst speelt wit een voorbereidende zet, voordat met g2-g4-g5 de pionnenstorm op de koningsvleugel begint. Hij moet tegenacties door het centrum voorkomen. Opnieuw zou direct 14. g4?! niet goed uitpakken. 14…Pxd4 15. Lxd4 e5! en het witte centrum wordt uit elkaar geslagen waardoor de flankactie volkomen ontregeld wordt. Overigens is de structuur na 16. Le3 exf4 17. Lxf4 Le6 18. g5 Pd7 ook interessant. Zwart krijgt een sterk paard op e5, wit heeft veld d5 in zijn bezit.
14…b6
Anders legt wit de damevleugel vast met a4-a5.
15. g4
Eindelijk mag wit met zijn opmars beginnen.
15…Lc8
Zwart maakt veld d7 vrij voor het paard en hij speelt tegelijkertijd zijn dameloper om naar de lange diagonaal waar hij uitstekend staat in verband met onder andere de positie van de witte koning.
16. g5 Pd7 17. Df2
Wit is van plan twee zware stukken op de h-lijn te plaatsen waarmee hij pion h7 aanvalt. De vraag is natuurlijk hoe hij dat in zijn werk zal stellen. In elk geval zal Bf3 terug naar g2 gespeeld worden. Maar om met de f-toren naar h3 te gaan, is wat eenzijdig. De toren staat al goed op de f-lijn met de gedachte dat onder omstandigheden f4-f5 (en eventueel g5-g6) interessant kan zijn. Dat zou dus betekenen dat de andere toren in het spel gebracht moet worden. Die kan naar d1 en dat past meteen naadloos bij het idee dat als er een zwart paard op c4 verschijnt de zwartveldige loper van e3 keurig terug naar c1 gespeeld kan worden. De toren van d1 kan dan via de derde rij naar h3.
17…Lf8
Kasparov heeft ook een geraffineerd verdedigingsplan klaarliggen. De loper gaat terug naar f8, waar hij zich opmaakt (na …g7-g6) naar g7 omgespeeld kan worden. Daarmee houdt hij veld f8 open voor een paard, zodat hij op tijd het kwetsbare punt h7 gedekt moet kunnen houden. Tegelijkertijd maakt zwart zich op om een eventueel f4-f5 te kunnen beantwoorden met e6xf5 gevolgd door acties door het centrum. Essentieel is dan wel dat hij veld d5 met een eigen stuk onder controle krijgt (soms met Bb7 of met Nb4).
18. Lg2 Lb7 19. Tad1
Hij borduurt voort op het bovengenoemde plan. Het hoort ook bij Karpovs stijl dat hij eerst alle strijdkrachten gemobiliseerd wil hebben.
19…g6 20. Lc1
Op deze manier bereidt wit een torenmanoeuvre over de derde rij voor.
20…Tbc8
Het is een compleet loopgravenoorlog geworden. Beide spelers zijn aan twee kanten van het bord bezig om hun stukken zo effectief mogelijk neer te zetten.
21. Td3
Zoals hierboven aangegeven houdt Karpov liever Rf1 voor de verdediging paraat. Tegelijkertijd houdt hij de optie f4-f5 open.
Wit heeft nog geen actieve mogelijkheden. Zo zou 21. f5 te vroeg zijn omdat zwart met 21…Pce5 volledige controle over veld e5 zou krijgen.
21…Pb4 22. Th3 Lg7
Zwart heeft alles goed getimed. Precies op tijd kan het paard zo nodig naar f8.
23. Le3
Een teken aan de wand. Hij weet niet precies hoe hij vuist moet maken.
Op 23. Dh4 verdedigt zwart zich met 23…Pf8 24. f5
Later bleek dat Karpov hier onvoorwaardelijk 23. f5! had moeten spelen. In latere analyses werd duidelijk dat hij hier een goede kans op de overwinning heeft laten liggen. 23…exf5 24. exf5 Lxg2+ 25. Kxg2 Db7+ 26. Kg1 (zie analysediagram)
ligt de witte koningsstelling meer open dan die bij zwart. Niettemin dreigt er soms f5-f6 en vallen wits aanvalsmogelijkheden (met als hoofddreiging f5xg6) niet te onderschatten. Een plausibel spelverloop zou als volgt kunnen gaan en deze spannende stelling: 26…Tc4 Zwart moet iets creëren, maar daarbij laat hij wel wits hoofddreiging (fxg6) toe. Principieel is nu
[26…Pf8?! 27. f6 Lh8 is geen feest voor zwart.] 27. fxg6 [27. f6? Lf8-+] 27…Tg4+ [Ook 27…Pe5 28. gxh7+ Kh8 29. Tg3 Th4 geeft zwart nog bepaald geen gelijk spel.] 28. Tg3 Txg3+ 29. hxg3 Pe5 30. gxh7+ Kh8 (zie analysediagram)
en deze stelling kon wel eens heel voordelig voor wit zijn, hoewel zwart zeker niet zonder tegenkansen is. Het is in elk geval duidelijk dat Karpov hier een grote kans laat liggen om iets van zijn stelling te maken.
23…Te7!
Deze zet kreeg na afloop veel lof in veel commentaren. De toren heeft een profylactische functie (verdedigt de zevende rij), tevens wordt een verdubbeling over de e-lijn mogelijk gemaakt. Waarom Kasparov zo graag wil verdubbelen op deze lijn, die nu nog gesloten is, gaan we weldra zien.
24. Kg1
Karpov blijft profylactische zetten spelen (hij wil niet dat …Bxg2 met schaak gaat) maar het is natuurlijk geen aanvalszet. Na had toch onvoorwaardelijk 24. f5 moeten proberen. 24…exf5 en nu had hij met 25. Ld4!? flink kunnen compliceren. Bijvoorbeeld met [25. exf5 Lxg2+ 26. Dxg2 Tce8 heeft zwart volwaardig tegenspel.] 25…Lxd4 26. Pxd4 fxe4 27. Dh4 Pf8 28. Pxe4 Lxe4 29. Lxe4 levert geen voordeel op, maar is wel interessant.
24…Tce8
Daarmee heeft zwart alles onder controle.
25. Td1
25…f5!?
En nu kan Kasparov zelfs voor actieve mogelijkheden gaan. Deze opstoot was één van de nevenbedoelingen van zwarts bijzondere 23…Re7! zet.
26. gxf6 Pxf6
Een pionoffer in het heetst van de strijd. Het is echter de vraag of Kasparov de afwikkeling die nu had kunnen volgen goed ingeschat heeft. Er lijkt niet veel mis met 26…Lxf6 hoewel wit na 27. Dd2 Lxc3 28. bxc3 Pa2 29. Dxd6 toch een klein voordeeltje had kunnen bereiken.
27. Tg3?!
Karpov neemt de handschoen niet op. Als hij dat wél gedaan zou hebben, zou hij wellicht de wereldtitel hebben behouden. Hoe had de schaakwereld er dan uitgezien tegenwoordig?
Na 27. Lxb6 Pg4 [27…Db8 28. a5] 28. Lxc7 Pxf2 29. Lxd6 Pxd1 30. Lxe7 Pxc2 31. Pxd1 Txe7 32. e5 zou wit een (gezonde) pion meer hebben gehad. Vooral ook omdat het loperpaar eraf gaat. Overigens kan zwart terugvechten met 32…g5
27…Tf7
Kasparov kent geen vrees en blijft de pion offeren.
28. Lxb6 Db8 29. Le3 Ph5 30. Tg4 Pf6
Tja, als je genoeg aan remise hebt, kun je je dit permitteren.
31. Th4?!
Karpov moet wel, maar hier staat de toren uiterst ongelukkig. 31. Tg3 Ph5 32. Tf3 Pf6 en wit heeft niets beters dan 33. Tg3.
31…g5!?
Weer een knuppel in het hoenderhok. Het is ongelooflijk dat de jonge Kasparov zo tekeergaat in een partij waarbij de wereldtitel op het spel staat.
32. fxg5 Pg4
Kasparov is niet van de wijs te brengen. Na 32…Pxe4 zou wit nog een kansrijk dameoffer kunnen brengen: 33. Lxe4!? Txf2 34. Lxh7+ Kf7 35. Lxf2 en de witte kansen moet hoger ingeschat worden.
33. Dd2 Pxe3 34. Dxe3 Pxc2
In elk geval wint de zwartspeler zo een pion terug, maar hij staat er nog altijd een achter. Het loperpaar, maar vooral ook de onveilige positie van de witte koning gaat zo dadelijk een belangrijke rol spelen.
35. Db6
Hier raakt de dame enigszins op dwaalwegen.
Maar na 35. De2 komt de zwarte dame ‘om het hoekje kijken’ met 35…Da7+ 36. Kh1 Pe3 37. Txd6? [37. Tg1 is relatief beter maar ook dan krijgt zwart de overhand na bijvoorbeeld 37…Pxg2 38. Dxg2 Tf2] 37…Tef8! en zwart neemt het initiatief over. De dubbele dreiging …Rf2 en …Rf1+ kunnen niet meer gepareerd worden.
35…La8
In wederzijdse tijdnood brengt Kasparov een smerige truc in de stelling.
36. Txd6?
Een lelijke fout in tijdnood. Gedwongen was 36. Dxb8 maar na 36…Txb8 dient wit zich tevreden te stellen met 37. Lh3 [Nu verliest 37. Pd2? na 37…Pe3 38. Te1 Ld4] 37…Txb3 [37…Te7 is veiliger.] 38. Lxe6 Ld4+ 39. Kh1 Txb2 en zwart staat zeker niet minder.
36…Tb7!
Ongetwijfeld in tijdnood gemist door Karpov. Zwart staat ineens op winst.
37. Dxa6 Txb3?!
Kasparov slaagt er ook niet in de meest optimale voortzetting te vinden.
Met het gemene 37…Pb4! 38. De2 Dxd6 had hij beslissend materiaal kunnen winnen.
38. Txe6 Txb2?
Begrijpelijk, doch er was beter. Objectief gezien was 38…Pe3! 39. Txe8+ Dxe8 had een totale winststelling opgeleverd.
39. Dc4!
Karpov slaagt erin de enige zet te vinden om in de partij te blijven.
39…Kh8 40. e5??
Maar precies de laatste zet voor de tijdcontrole schiet wit een enorme bok en nu wint zwart zelfs nog. Hier was 40. Txe8+ Dxe8 41. Pd1 Pa3 42. Dd3 Ta2 43. g6 zou voldoende zijn geweest voor een puntendeling; niet dat hem dat geholpen had…
40…Da7+! 41. Kh1 Lxg2+ 42. Kxg2 Pd4+
Opgegeven door wit en Kasparov de nieuwe wereldkampioen. Een speler die maar liefst 15 jaar de sterkste speler werd en pas in het jaar 2000 in een tweekamp werd geklopt door zijn eigen protégé, Kramnik.
0-1

(Deze analyse is afkomstig uit mijn boek ‘Begrijp wat je doet 3 deel 1 Siciliaanse structuren Najdorf & Scheveningen’)

 

De octopus op d3!

Daarmee werd Karpov met 11-13 van de troon gestoten en kwam er een einde aan de absolute hegemonie van de Moskoviet die ruim tien jaar geduurd heeft. Met Kasparov als nieuwe wereldkampioen, brak een nieuw tijdperk aan waarin het spel grote veranderingen zou doormaken. Kasparov bleek een zeer bijzonder talent voor het spel te hebben. Hij stond bekend als een geweldig aanvalsspeler. Veel van zijn partijen waren een lust voor het oog en dat kreeg snel navolging. Zoals altijd kopiëren veel spelers het spel van de wereldkampioen, waardoor het aantal beslissingen in de (top)toernooien drastisch omhoog ging. Onder invloed van Kasparov werden meer nieuwe ontwikkelingen zichtbaar die voornamelijk te maken hadden met de opmars van de computer. Kasparov verhief de openingsvoorbereiding tot een wapen en maakte daarbij intensief gebruik van geavanceerde software. Ook bleek hij een meester op het terrein van de psychologische oorlogsvoering. Er waren momenten waarin hij tijdens de partij allerlei grimassen trok om de tegenstander uit zijn evenwicht te brengen. Hieronder een zeer bijzonder fragment dat niet mag ontbreken in dit betoog. Kasparov komt met een krankzinnig pionoffer in deze partij en introduceert in het verre middenspel de zogenaamde ‘octopus’. Deze term is tegenwoordig gemeengoed en staat voor een razend sterk paard dat ergens geposteerd wordt in de vijandelijke regionen, gedekt door een pion of een ander stuk (in dit geval de zwarte loper op f5. De term octopus betekent dat het paard als het ware zijn ‘tentakels’ uitslaat in het vijandelijke kamp en daarmee de samenwerking tussen de stukken van de tegenstander verstoort.

 

Karpov, An – Kasparov, G.

Zwart heeft zojuist …Nb4-d3 gespeeld. Dit paard op d3 staat daar voor wit zo hinderlijk dat hij zijn stukken vanaf dit moment op geen enkele wijze op een gezonde manier kan laten samenwerken. Dit prachtige paard werd tot ‘octopus’ verheven omdat het bijna letterlijk zijn tentakels in het witte kamp uitslaat. De ‘octopus’ is een paard dat gekenmerkt wordt doordat het op een veld op de derde (of zesde) rij in het vijandelijke kamp is binnengedrongen, gedekt door een loper of een pion, blijkt in de praktijk de gevechtswaarde van een toren te hebben.
17. Pab1
Wit kon het sterke paard niet verdrijven met 17. Le2? omdat hij na 17…Pxf2! 18. Txf2 b4 direct teveel materiaal verliest.
17…h6 18. Lh4 b4 19. Pa4 Ld6
20. Lg3
Opnieuw rijst de vraag of 20. Le2 kon. Maar weer heeft Kasparov een mooie weerlegging klaarliggen. 20…Lxh2+ 21. Kxh2 Pg4+ 22. Lxg4 Dxh4+ 23. Lh3 Lxh3 24. gxh3 Pf4 en het zwakke punt h3 kan niet gedekt worden.
20…Tc8 21. b3
Nu zou 21. Le2? falen op 21…Pe4 22. Dxd3 Pxg3.
21…g5 22. Lxd6 Dxd6
23. g3
En als wit gedacht heeft dat hij op dit moment een kans maakt om van de octopus af te komen, komt hij voor de zoveelste keer bedrogen uit. 23. Le2? Zwart mag naar hartelust het initiatief in handen nemen. 23…Txe2!? 24. Dxe2 Pf4 25. De1 [25. Df3 Le4] [25. Dd2 Tc2] 25…Te8 26. Dd2 Pg4 Dreigt …Ne2+ of …Nh3+ en mat. 27. g3 Te2 28. Dd4 Le4 waarna de verlaten witte koning op geen enkele wijze meer te redden valt.
23…Pd7 24. Lg2 Df6 25. a3 a5 26. axb4 axb4 27. Da2 Lg6 28. d6 g4 29. Dd2 Kg7 30. f3 Dxd6 31. fxg4 Dd4+ 32. Kh1
De dominantie van de zwarte stukken is overweldigend. Kasparov maakt nu snel een einde aan alle tegenstand.
32…Pf6 33. Tf4 Pe4 34. Dxd3 Pf2+ 35. Txf2 Lxd3 36. Tfd2 De3 37. Txd3 Tc1 38. Pb2 Df2 39. Pd2 Txd1+ 40. Pxd1 Te1+ 0-1

 

(foto Jos Sutmuller)

Nadat Kasparov in Moskou de titel van zijn aartsrivaal Karpov had overgenomen, bleef hij maar liefst 15 jaar lang vrijwel ongenaakbaar. Niet alleen sloeg hij in deze periode alle aanvallen op zijn titel af, maar ook won hij gedurende deze periode vrijwel alle toernooien waar hij aan deelnam. Nadat hij eenmaal de eerste plaats op de ratinglijst had veroverd, stond hij die niet meer af. Hoewel Kasparov altijd geprobeerd heeft het schaken te populariseren, blies hij eigenhandig diverse goed opgezette organisaties op die het schaken wilden professionaliseren. Zo wordt hem nog altijd verweten dat hij de Grandmaster Association, opgericht door de Nederlandse miljonair Bessel Kok in samenwerking met Jan Timman, ter ziele heeft gedragen. Ondanks dit debacle wakkerde Kasparov de belangstelling voor het schaken aan door onder meer zijn tweekampen met sterke computerprogramma’s. Toen hij op smadelijke wijze verloor van Deep Blue viel de heel (schaak)wereld over hem heen. Het meest kenmerkende breekpunt was het moment dat Kasparov besloot om de match om de wereldtitel tegen zijn uitdager Nigel Short te spelen buiten de wereldschaakbond om. Dit leidde tot een afsplitsing die de schaakwereld geen goed heeft gedaan. Toen Kasparov in 2000 verloor van zijn landgenoot Vladimir Kramnik raakte de veelbesproken nummer één de controle op de gebeurtenissen kwijt. Een aantal jaar later (2005) nam Kasparov na het toernooi in Linares volkomen onverwachts afscheid van het professionele schaak. Daarmee nam een zeer markante persoonlijkheid afscheid van de sport die hem en zijn vele fans een heleboel heeft gebracht.

Een van de mooiste aanvalspartijen van Kasparov is overbekend, zijn overwinning op Veselin Topalov in Wijk aan Zee 1999. Die staat nog altijd bekend als de ‘Parel van Wijk aan Zee’ naar analogie naar de ‘Parel van Zandvoort’ waarin Euwe wint van Aljechin. De analyse van deze partij heb ik op deze site al eens gepubliceerd in de rubriek ‘Juweeltjes’.

 

(Geraadpleegde bron o.a. “Geschiedenis van het schaakspel” door Silbermann/Unzicker, De Megadatabase van Chessbase, een paar artikelen op het internet en Wikipedia. Deze serie is lange tijd geleden verschenen in het Eindhovens Dagblad. Inmiddels zijn deze artikelen aangepast en verder uitgebreid.)

Als u alle artikelen nog eens wilt teruglezen, kunt u op het volgende “Overzicht schaakgeschiedenis in vogelvlucht” klikken.

Als u interesse heeft, kunt u nog meer series bekijken aan de hand van het menu: “Even doorklikken”.

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

8 Comments

  1. Avatar
    Henk Smout februari 28, 2021

    23.f5! in partij 24 zou heel wel hebben kunnen winnen, Kasparov gaf namelijk eerst als verdediging 23… exf5 24 exf5 Pe5 met uitroepteken en kwam daar maanden later op terug.

  2. Avatar
    Henk Smout februari 28, 2021

    In 1985 had Karpov de 22ste partij gewonnen, de 23ste was in remise geëindigd.

  3. Avatar
    Frits Fritschy februari 28, 2021

    “Toen Kasparov in 2000 verloor van zijn landgenoot Vladimir Kramnik raakte de veelbesproken nummer één de controle op de gebeurtenissen kwijt. Dat jaar nam hij na het toernooi in Linares volkomen onverwachts afscheid van het professionele schaak.” Dat laatste was in 2005; hij was toen overigens nog steeds de nummer 1 op de wereldranglijst.

  4. Avatar
    Herman Grooten februari 28, 2021

    Heren, bedankt voor de feedback, tekst is gecorrigeerd. Overigens heb ik de zet 23.f5 even met Stockfish 13 gecheckt en zo duidelijk is het allemaal niet. Hij geeft wit een gering voordeeltje maar zeker geen beslissend voordeel dat werd geclaimd. Hoe dan ook, het was het kritieke moment in de partij.

    • Avatar
      Henk Smout februari 28, 2021

      Na het verlies van de partijen 16 en 19 was het Karpov die partij 22 won en daarmee nog één punt achterstond, wat hij in de laatste partij door te winnen kon goedmaken.

      Wat is op Kasparovs analyse in eerste instantie 23.f5 exf5 24.exf5 Pe5 het oordeel van Stockfish 13?

  5. Avatar
    Wim Weehuizen februari 28, 2021

    Een spannend verhaal en heel interessante analyses, die de schaakcarrière van Kasparov voor mij in een ruimer perspectief zetten.

    Er zijn na het jaar 2000 nog wel pogingen gedaan om samen met Kasparov naar een WK herenigingsmatch toe te werken. In 2003 zou hij spelen tegen de FIDE knock-out kampioen van 2002 Ponomariov om de uitdager te bepalen van de winnaar van de WK-match tussen Kramnik en Leko van 2004. Ook in januari 2005 was er weer een WK-match gepland met de knock-out FIDE kampioen van 2004 Kasimdzhanov. Beide matches gingen niet door. Na het toernooi van Linares in maart 2005, dat Kasparov samen met Topalov won, trok hij zich ineens uit het wedstrijdschaak terug. Mogelijk is er toch een verband met die WK-matches die niet doorgingen.

     

  6. Avatar
    Herman Grooten februari 28, 2021

    Tekst weer aangepast. Het oordeel van SF13 na 23.f5 exf5 24.exf5 Pe5? vindt de computer slecht. Na 25.Dh4 acht hij de stelling gewonnen voor wit. Zwart moet dus 24…Lxg2+ 25.Kxg2 Db7+ 26.Kg1 Tc4 spelen (zoals aangegeven) waarna wit wat beter staat maar er is volgens ‘het rekentuig’ nog geen sprake van beslissend voordeel.

    • Avatar
      Henk Smout februari 28, 2021

      Hoe groot of klein is de kans dat Kasparov toch 24… Lxg2+ zou hebben gedaan?

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.