Boekrecensie: Scoren met de Scandi van Thomas Willemze

“Leer nu een onvermijdbaar en makkelijk te onderhouden antwoord op 1.e4 en verbeter gelijk je schaaktechniek!”

Wie niet is afgeschrikt door de reclameslogan op het titelblad van The Scandinavian for Club Players, heeft geluk: onder de kaft zit een ware goudmijn. Internationaal Meester Thomas Willemze is erin geslaagd een onovertroffen studiehandleiding te schrijven voor de desbetreffende schaakopening: het Scandinavisch. Als een heuse master chef haalt hij alle technieken uit de kast. Zo krijgen we in elk hoofdstuk de winstmiddelen voor zwart én wit voorgeschoteld, evenals flashcards[1] en een overzichtelijke theoretische sectie. Aan het einde van elk deel, dat steeds meerdere hoofdstukken beslaat, zetten we de tanden in een set testopgaven over cruciale wendingen in de besproken varianten. Als dessert krijgen we nog een zetboom voorgezet die ons naar de relevante hoofdstukken terugverwijst. Het is nu alleen nog wachten op de Chessable-cursus zodat we de vermaarde spaced repetition-techniek aan het rijtje kunnen toevoegen. Wat met een exotisch aperitiefje begint (1.e4 d5!?), eindigt al met al in een rijk diner. Was er een schaak-‘Schijf van Vijf’ geweest, dan hadden we met Willemze makkelijk aan onze vitamines en mineralen gekomen. Zie de teaser voor een voorproefje van het eindresultaat.

 

Het fijne van een nieuwe opening

Het is altijd leuk om voor de allereerste keer een nieuwe zet te wagen. Dat geldt des te meer voor de ‘Scandi’ (zoals de opening soms vertroetelend wordt genoemd), waarbij de dame provocatief in het midden van het bord wordt gestationeerd. Het begin van een vers repertoire, een glimmend arsenaal aan nieuwe openingswapens, andere plannen om te proberen, de hoop dat je tegenstanders zich geen raad weten met hetgeen jij zelf pás bestudeerd hebt – daar doen we het voor. Maar terwijl we nog handenwrijvend dat eerste blitzpartijtje op Chess.com opstarten en de nieuwe zet invoeren, kwakt de anonieme tegenstander onmiddellijk een of andere internetvariant op het bord die onze droom om zeep helpt. Gefrustreerd en uiteindelijk zélf getruct, besluiten we toch maar eens een boek op te pakken. Mais hélas, wat we vinden zijn taaie varianten – en die ene staat er net niet tussen. De frustratie van het verplichte studeren lijkt evengoed de schrijvers van de studieboeken ten deel te vallen.

Niet bij Thomas Willemze! The Scandinavian lijkt volledig vanuit die eerste opwelling geschreven te zijn, met de hoop op leuke openingsverrassingen en het vertrouwen dat onze opstelling degelijk genoeg is om grove testen te doorstaan. Veel openingsboeken missen gladweg de belangrijkste vragen: waar hoop ik op? waar hoopt mijn tegenstander op? Want dat zijn juist de gedachtes waar we ons bij aanvang zo mee verlekkeren: stel dat mijn tegenstander, onvoorbereid op mijn snode plannen, ‘gewoon’ zijn of haar zetjes speelt – hoe kan ik hem/haar dan afstraffen? En ten tweede: hoe kan ik voorkomen dat ik, oningewijde in een nieuwe variant, een grote flater sla? Op die vragen geeft Willemze aan het begin van elk hoofdstuk antwoord. Dat doet hij in de vorm van partijfragmenten van de afstraffingen die onze voorgangers met de zwarte stukken (we spelen hier immers Scandinavisch) of onze slachtoffers (de witspelers) eerder hebben ondergaan. Zo moet het in ieder geval niet! of: Aha! Zo zal ik ’t ze leren.

De opgaven achterin lezen als kers op de taart, want dát zijn de momenten waarop we weten: hier komt de grote truc. Een voorbeeld.

Opgave: zwart slaat toe. Hier doen we het natuurlijk voor! Zie de oplossing* onderaan artikel.

Natuurlijk is het zo, dat we lang niet altijd kunnen offeren en enteren. Soms wordt het een degelijke partij met veel gemanoeuvreer. Onze tegenstander legt ons het vuur na aan de schenen, weet zich kranig te weren, of is gewoon goed voorbereid. We ontkomen er niet aan ook de minder vlammende varianten te bestuderen. Ons doorzettingsvermogen kan niet alleen door de mogelijkheid van uitzonderlijke trucjes worden aangespoord. Gelukkig kent elke speler ook de schoonheid van strategische motieven en de ontlading van een krachtige verdediging, na constant onder druk gestaan te hebben. Willemze vat de lezer op als iemand die aangespoord moet worden om te hopen of juist om in te schikken, om iets in het bijzonder te onthouden of om iets af te leren. En zo hoort het. Akkoord, er zijn verschillende typen schakers (én karakters). De een wil overzicht, de ander nieuwtjes en weer een ander heeft er baat bij om door een ervaren gids bij de hand genomen te worden en stap voor stap het onbekende land gezamenlijk te doorkruisen. Maar iedereen kent frustratie en luiheid – en juist die smoort de Haarlemse IM in de kiem.

Een voorbeeldje van de strategische schoonheid van de opening. Wit heeft het hier slim gespeeld. Gebruikelijk is voor zwart om de opening met …Lf5, …e6, …Le7 en …0-0 af te ronden. Maar omdat wit de zet d2-d4 heeft uitgesteld is er een extra mogelijkheid ontstaan: na 5…Lf5?! komt verrassend 6.b4! en plots is de zwarte dame in verlegenheid gebracht; slaan levert een toreninslag op b7 op. De witveldige loper moet dus even op het thuishonk blijven. Daarom stelt Willemze 5…g6 voor, om in de tussentijd de koningsvleugel te ontwikkelen. Ingenieus!

 

Kanttekeningen

Onze eigen Herman Grooten merkt in zijn korte bespreking van het boek op dat The Scandinavian niet voor 2300+-spelers geschreven is. Inderdaad, Willemze neemt zijn lezers graag aan de hand en slaat geen stappen over, zelfs als ze de ervaren speler overduidelijk lijken. Het boek is overzichtelijk gehouden, en voor diepe bespiegelingen over resulterende eindspelen moet men elders zijn. Met haar bescheiden 267 pagina’s, gevuld met voorbeelden en opgaven, blijft het boek compact. Kanttekening daarbij is dat Willemze de zaak soms afdoet met een “Black is fine”; “with a balanced position”, of: “an equal ending with chances for both sides”, zonder nadere uitwerking. Elk voordeel heb z’n nadeel.

Op zichzelf genomen weer een mooi voorbeeld van strategische fijnslijperij. 7…Lxf3 8.Lxf3 Pxd4! 9.Lxd4 De6+! even de penning met Lg4 eruit halen. 10.Le2 c5 11.Da4. Willemze: “After this move, Black has nothing better than going after the e2-bishop and forcing his opponent to give a perpetual check.” 11…cxd4 12.Dxa7

Willemze geeft hier 12…Pf6 en wat varianten die tot eeuwig schaak leiden. Maar in Tal Baron (2455) – Bojan Kurajica (2529), Rijeka 2010, was de zwartspeler nog niet uitgespeeld: 12…De5!? om de dame tussen te plaatsen bij komende schaakjes. Goed, misschien een risico, maar wel interessant om te benoemen en eventueel met argumenten te verwerpen. In de praktijk won zwart een mooie partij.

Om de praalwagen nog eenmaal met een relativerende teug pek te besmeuren: één groot gemis en één andere kanttekening. Het gemis: op het internet krijg ik regelmatig deze variant tegen me: 1.e4 d5 2.exd5 Dxd5 3.Pc3 Da5 4.Pf3 Pf6 5.h3.

Deze zet – of überhaupt het idee achter het vroege h2-h3 – bespreekt Willemze niet. Het enige vergelijkingsmateriaal is de variant met 5.Le2 die ik eerder noemde. Na 5…Lf5?! volgt wederom 6.b4! Daarom moet zwart afwijken, maar het probleem is dat 5…g6?! niet zo handig meer is, omdat wit nu nog met 6.Lc4 kan opvolgen. Zwart speelt dan liever e7-e6 dan g7-g6. Mijn voorstel zou zijn om 5…c6 te spelen. Je zou kunnen zeggen: het gat heeft me ertoe geleid om met de middelen die het boek rijk is zélf verder na te denken.

De kanttekening dan.

Hier meent de auteur dat zwart 5…Pc6 moet spelen, want: “we would be move-ordered after 5…Lf5 6.d3, since I prefer to develop our bishop to b7 against the 4.Lc4 and 5.d3 set-up.” Het vervolg is echter: 6.h3 Lf5 (?!) Inderdaad: alsnog …Lf5. Deze inconsequentie is opvallend. De vraag rijst of er in het overige meer van dit soort dissonantie bestaat tussen woordelijk voornemen en feitelijk voorgestelde zetten. Laat het me weten, beste lezers.

 

Conclusie

Plaatsen we de kanttekeningen even terzijde, dan hebben we hier een fenomenaal openingsboek. Het is een respectbetuiging jegens de lezer, die serieus wordt genomen in zijn of haar behoeftes: de gekoesterde hoop op een leuke truc, de angst om zélf verrast te worden, de eeuwige frustratie van het studeren. Die gevoelens ondervangt Willemze met The Scandinavian for Club Players door alle middelen in te zetten om de lezer bij de les te houden, van flashcards tot stimulerende opgaven. Tegelijkertijd overstijgt het boek een beroep op de meest primaire impulsen en biedt ook een gedegen repertoire, rekeninghoudend met slimme zetverwisselingen en alternatieve opstellingen. Een heldere introductie in een moderne favoriet, zélfs onder wereldtoppers op zoek naar afwisseling.

 

*Oplossing: 8…Pxd4! 9.Pxd4 Lxe2 10.Pcxe2 e5. Zwart wint geen materiaal, maar het spel ligt wijd open.

 

TitelThe Scandinavian for Club Players. Start Playing an Unsidesteppable & Low Maintenance Response to 1.e4 and Simultaneously Improve Your Chess Technique
Auteur: Thomas Willemze
Aantal bladzijden: 267
UitgeverijNew in Chess
Prijs: € 24,95
Gepubliceerd: 2021

Klik hier voor een teaser

 

Link naar onze recensenten met hun recensies.

[1] Wat flashcards zijn en hoe zij hun intrede deden in de schaakmethodiek legt Herman Grooten uit in zijn korte bespreking van dit boek, zie hier.

Over Daniël Zevenhuizen

Student Filosofie in Nijmegen en Rotterdam, gestationeerd in de eerste. Gediplomeerd trainer, redacteur boekenrubriek, liefhebber van het spel. Vooralsnog gestrand op de zandbank tussen 2100 en 2200 elo.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.