Recensies: vier interessante zomerboeken

Als coördinator van de boekenrubriek ontvang ik regelmatig uit binnen- en buitenland pakketjes met boeken. Uitgeverijen hebben er belang bij dat hun nieuwe boeken onder de aandacht van een groot publiek worden gebracht. Daar werkt ons Schaaksiteteam, bestaande uit tien recensenten graag aan mee! Vrijwel elke vrijdag krijgt u van één van onze recensenten een uitgebreide boekbespreking te zien die u kunt terugvinden onder deze link. Als u terugbladert, ziet u dat we al wat boeken en zelfs YouTube-content hebben gerecenseerd. Deze rubriek is voorlopig de laatste vóór de zomer omdat we even de pauzeknop indrukken. We houden namelijk een zomerreces van zes weken aan, maar u kunt van ons weer het nodige verwachten begin september. We sluiten dit halve jaar af met vier bijzondere boeken van twee uitgeverijen, New in Chess (uit Alkmaar) en Gambit (Londen).

(klik hieronder op de titel in de tabel voor een link naar het boek in dit artikel en op het boek voor een link naar de website van de uitgeverij)

The Unstoppable American – Jan Timman The Scandinavian for Club Players –Thomas Willemze
Magnus Carlsen’s most instructive games –Martyn Kravtsiv Win with the Caro-Kann – Sverre Johnsen and Torbjørn Ringdal Hansen

The Unstoppable American – Jan Timman

Met de twee mooie ondertitels van dit boek “Bobby Fischer’s road to Reykjavik” en “His Sensational Run tot he 1972 World Chess Championship Match” wordt in een notendop verteld waar dit boek over gaat. We weten allemaal dat Fischer in 1971 en 1972 op de top van zijn kunnen was, waarbij vooral zijn ongekende serie overwinningen op rij een regelrechte sensatie was, zoals ik ooit in een artikel “Gespot 35 Fischers ongeëvenaarde serie overwinningen” heb beschreven.

Het boek van Timman behelst vijf hoofdstukken:

  1. De weg naar Palma
  2. Palma de Mallorca
  3. De match tegen Mark Taimanov
  4. De match tegen Bent Larsen
  5. De match tegen Tigran Petrosian

Timman heeft veel research gedaan, zowel schaaktechnisch als geschiedkundig, en dat levert – voor mij althans – de nodige nieuwe inzichten op. Zo werpt de auteur een nieuw licht op de onzekerheden die Fischer had en die wellicht leidden tot zijn excentrieke gedrag. Heel vaak was het licht in de speelzaal niet goed, de stoel niet in orde, het publiek te dichtbij, sprake van vervelende fotografen en ga zo maar door. Maar ook heeft Fischer soms lange tijd helemaal geen partijen gespeeld en daar zijn verschillende verklaringen voor die Timman meeneemt in zijn boek. Interessant om te lezen vond ik de opmerkingen van Timman in zijn voorwoord waarin hij tijdens het Noteboomtoernooi van 2020 zegt van gedachten te hebben gewisseld met de Duitse grootmeester Robert Hübner, één van de weinige spelers van na de oorlog die tegen Fischer hebben gespeeld. Hübner heeft ook een boek over Fischer uitgebracht, getiteld “Materialien zu Fischers Partien”. De Duitse papyroloog had ook de nodige anekdotes over Fischer in petto die Timman voor een deel heeft meegenomen in zijn boek. Een daarvan wil ik u niet onthouden. In het Interzonaal toernooi van Palma de Mallorca was Hübner in zijn partij tegen Fischer in gedachten verzonken toen wedstrijdleider (en grootmeester) Alberic O’Kelly de Galway aan het bord verscheen en aan Fischer vroeg: “Wil meneer Fischer misschien wat eten?” Waarop Fischer liet weten dat hij graag drie sandwiches ham en drie sandwiches met kaas wilde, plus vier glazen met sinaasappelsap. Terwijl Hübner nog steeds over zijn zet aan het nadenken was, kwam O’Kelly met een trolley waar alles op geserveerd stond, waarna Fischer zo snel als hij kon al deze consumpties naar binnen begon te werken. Toen Fischer later in de partij een ‘vergiftigde pion’ van het bord nam, kon Hübner niet nalaten om op te merken in zijn analyse dat Fischer die pion net zo snel opat als hij had gedaan met zijn sandwich…

Timman schrijft dat hij bij zijn analyses gebruik heeft gemaakt van Stockfish 12. Dat heeft uiteraard soms geleid tot een andere stellingsoordeel dan van de verouderde analyses die bekend waren van de partijen van Fischer. Het is misschien interessant om de huidige Stockfish 14 versie er nog eens op los te laten, want die is volgens de makers weer substantieel sterker. De technologie van de kunstmatige intelligentie die voor een deel is geïmplementeerd maakt het allemaal heel interessant en laat ook zien hoe sterk Fischer en sommige van zijn tijdgenoten toen al waren. Aan de andere kant kan nu veel objectiever vastgesteld worden wat voor soort fouten en omissies er in het spel van de “Unstoppable American” zaten. Wat mij aanspreekt is de wijze waarop Timman erin geslaagd is om in zijn commentaar niet te vervallen in ellenlange computervarianten die voor de gewone sterveling niet of nauwelijks te volgen zijn. Integendeel, hij heeft heel kernachtig opgeschreven hoe het in elkaar zit en dat gelardeerd met varianten die aantonen wat hij bedoelt. En juist dat maakt het boek erg leesbaar en zeer toegankelijk. Timman laat ook zien dat de scores van tweemaal 6-0 tegen respectievelijk Taimanov en Larsen zeer geflatteerd waren. Er waren momenten dat de tegenstander dichtbij een overwinning was, maar in het zicht van de haven strandde. In weer andere partijen kon remise geforceerd worden, maar ging de speler dat met het oog op de stand uit de weg. En dat leverde uiteindelijk deze twee ‘tennisuitslagen’ op. Een mooi boek, van harte aanbevolen!

 

Titel: The Unstoppable American

Auteur: Jan Timman

Aantal bladzijden: 254

UitgeverijNew in Chess

Prijs: € 22,95

Gepubliceerd: 2021

Klik hier voor een teaser

 


The Scandinavian for Club Players – Thomas Willemze

Net toen ik een tweeluik van artikelen had afgerond voor mijn rubriek “Begrijp wat u doet” voor het blad Schaakmagazine van de KNSB, plofte dit boek op mijn deurmat. Laat het nou volkomen toevallig gaan over dezelfde opening die ik voor Schaakmagazine had uitgewerkt!

 

Uiteraard wilde ik direct weten of ik in de twee pagina’s die ik tot mijn beschikking heb niet iets belangrijks gemist had. Bij het openen van het boek viel ik van de ene verbazing in de andere. Uit alles blijkt dat Willemze, die veel ervaring heeft als schaaktrainer, weet voor welke doelgroep hij schrijft. En dat is nou eens niet de groep met rating 2200+ maar de brede groep die omschreven kan worden als “de modale clubschaker”. Dit boek blinkt uit in duidelijkheid en overzichtelijkheid, precies waar de meeste schakers behoefte aan hebben. Uiteraard is er een indeling in verschillende varianten maar in veel openingsboeken kom ik openingscodes tegen als “II A1a” en dergelijke en ik vermoed dat veel mensen verdrinken als ze dit tegenkomen. Willemze heeft het boek vanuit didactisch perspectief benaderd. Niet alleen bespreekt hij de weergegeven varianten, maar ook biedt hij de nodige ‘technieken’ en ‘tools’ aan die horen bij de desbetreffende variant. Naast de verbale conclusies die hij trekt eindigt hij elk hoofdstuk met een aparte alinea “flashcards”. Deze term behoeft enige uitleg en achtergrond. Flashcards is in Nederland geïntroduceerd door grootmeester Adrian Mikhalchishin. Als kaderdocent heb ik dit begrip onder de aandacht gebracht bij één van de kadercursussen die ik indertijd gaf en niet geheel toevallig was Thomas Willemze één van de deelnemers.

Het oorspronkelijke idee van het maken van flashcards is om diagrammen te maken van je eigen fouten. Het gaat erom boven elk diagram te schrijven wat er fout ging. Het gaat dus om het verbaliseren van het probleem. Volgens Mikhalchishin dé manier om een omissie in je eigen spel onder controle te krijgen in de toekomst. Maar een flashcard kan ook gebruikt worden om een interessante stelling met een bepaald concept op te slaan of als geheugensteun. En van dat laatste heeft Willemze mooi gebruikgemaakt. Naast de vijf diagrammen die onder elkaar staan, staat een korte samenvatting van het conceptuele idee dat een speler in de stelling kan nastreven. In de teaser kunt u hiervan zo’n voorbeeld zien (pag. 62). Een schaaktrainer die geen opgaven aanbiedt is geen goede schaaktrainer. Dus dat laat Willemze zich niet zeggen en hij geeft bij elk deel, dat weer is opgebouwd in hoofdstukken met telkens 6 of 12 opgaven.

Zoals gezegd is het boek ingedeeld in vijf delen, die op hun beurt weer uit verschillende hoofdstukken bestaan. De delen hebben een speciale naamgeving zoals “The Nge2 set-up” of “The flexible Nf3” en ook de hoofdstukken kennen soms grappige titels als “5.Bc4 – bullying the bishop” (het pesten van de loper).

Al met al een openingsboek zoals een openingsboek in mijn ogen moet worden geschreven. Ik eindig met waar ik in de inleiding mee begon: had ik in mijn artikelen nog iets gemist? Willemze bespreekt uitsluitend de varianten met 3… Da5. Meestal gaat zwart dan verder met …c7-c6 (om voor de dame zo nodig een terugtocht mogelijk te maken). Maar heel scherp is het idee met …Pc6 om zo snel mogelijk …0-0-0 te kunnen spelen en zo de druk op pion d4 op te voeren. Door het vis à vis van de toren op d8 met de witte dame op d1 komt ook de bevrijdende zet …e7-e5 in de stelling. In mijn artikel heb ik me beperkt tot één opmerking hierover en ik laat het aan de lezer over of hij/zij er meer van af wil weten. Dan dient hij bij voorkeur dit boek aan te schaffen!

 

Titel: The Scandinavian for Club Players

Auteur: Thomas Willemze

Aantal bladzijden: 267

UitgeverijNew in Chess

Prijs: € 24,95

Gepubliceerd: 2021

Klik hier voor een teaser


Magnus Carlsen’s most instructive games – Martyn Kravtsiv

(Unlocking the lessons from the world’s best chess player)

Voor spelers die hun algemene inzicht in ons edele spel willen verbeteren, heeft de Oekraïense grootmeester Martyn Kravtsiv een hoogst interessant boek het levenslicht doen zien. De auteur beschrijft in zijn introductie de opzet van zijn boek. Hij gaat uit van 42 partijen (waaronder zelfs rapid- en snelschaakpartijen) van wereldkampioen Magnus Carlsen met het idee dat de Noor al een tijdje de beste schaker ter wereld is en of clubschakers (en zelfs ervaren toernooitijgers) lessen kunnen leren uit zijn partijen. De criteria waarop Kravtsiv de partijen heeft geselecteerd zijn:

  • de partij moet een duidelijk thema bevatten dat expliciet besproken wordt (en “Magnus Moment” wordt genoemd);
  • de partij moet interessant zijn en mooie, onverwachte zetten bevatten;
  • de auteur heeft de bekendste partijen links laten liggen of is dieper en met een andere focus ingegaan op bestaande analyses waardoor er nieuwe inzichten zijn ontstaan.

Elke partij begint met een introductie waarin de auteur het hoofdthema bespreekt en aan het eind komt hij met conclusies. Over het “Magnus Moment” zegt Kravtsiv dat Magnus hier meestal zijn speciale talent toont om de tegenstander voor problemen te stellen en zijn ongeëvenaarde vermogen om door te dringen tot de “kern van de stelling”. Om zoveel mogelijk te leren van dit boek beveelt de auteur de lezer aan om er een schaakbord bij te pakken, de partij na te spelen, misschien zelfs de zetten te verbergen zodat zelf nagedacht kan worden over de volgende zet. Daarnaast daagt hij de lezer ook uit om zichzelf vragen te stellen, zoals “welke fouten werden er gemaakt?” “Welke factoren leidden de nederlaag in?” of “Welke conclusies uit een partij getrokken kunnen worden?”

De indeling van het boek is als volgt:

  1. Opening thema’s
  2. Middenspelonderwerpen

2.1 Aanvalsspel

2.2 Verdediging

2.3 Tegenaanval

2.4. Positioneel en strategisch schaak

  1. Eindspel
  2. De menselijke factor

Mijn persoonlijke interesse ging uit naar de vierde paragraaf waarin diverse strategische thema’s (zoals ruimtevoordeel, achtergebleven pion, gebrek aan harmonie, sterk veld en paardmanoeuvres) in diverse partijen onder de aandacht worden gebracht.

Het laatste gedeelte (onder 4) behoeft misschien iets meer uitleg. Er worden drie partijen geanalyseerd die ingaan op de volgende drie onderwerpen:

  • Een haastige beslissing (Nepomniachtchi-Carlsen, Zagreb 2019)
  • Een ‘voor de hand liggende zet’ (Carlsen-So, Stavanger Blitz 2018)
  • Het kritieke moment (Carlsen-Nakamura, Zagreb 2019)

Conclusie
Voor spelers die graag hun inzicht willen verbeteren, is dit boek zeer welkom. Veel facetten van het schaakspel komen aan bod en de auteur is er wat mij betreft in geslaagd om de diverse thema’s op een duidelijke manier te presenteren, waarbij hij de nodige varianten geeft om het oordeel dat hij geeft te staven. Zijn uitleg is helder en daarmee mogen we het boek onder de noemer van een uitstekend leerboek brengen.

 

Titel: Magnus Carlsen’s most instructive games

Auteur: Martyn Kravtsiv

Aantal bladzijden: 175

UitgeverijGambit

Prijs: € 22,75

Gepubliceerd: 2021

Klik hier voor een teaser

Voor Gambit verzorgt hoofdredacteur en GM John Nunn veelal instructieve filmpjes over net uitgekomen boeken:

 

 

 


Win with the Caro-Kann – Sverre Johnsen and Torbjørn Ringdal Hansen

Het voorwoord van Sverre Johnsen begint met een lofzang op zijn mede-auteur die hij benaderde in verband met de zogenaamde “Korchnoi-variant” met 9…h5.

Deze zet is voor het eerst gespeeld door Andrei Chigvintsev, 2014. Magnus Carlsen heeft het idee gebruikt in een rapidpartij tegen Duda in 2020 (die echter voor hem verloren ging) en verder zie ik veel sterke spelers, waaronder Ding, Vachier Lagrave, Nakamura en Kuzubov die veelvuldig gebruik maken van dit originele idee. Omdat topspelers hier kennelijk brood in zien, staat de variant in het middelpunt van de belangstelling. Volgens Johnsen is niet Korchnoi de grote specialist, maar zijn vriend Hansen. Hij voegt er wel aan toe dat Hansen niet de eerste was die deze zet speelde en dat hij ook niet de sterkste grootmeester is die zich bemoeid heeft met de hele variant, maar dat hij wel gezien mag worden als dé autoriteit op het gebied van deze nogal curieuze speelwijze.

De opzet van het boek is om tegen alle belangrijke systemen tegen de Caro Kann twee verschillende speelwijzen aan te bieden. De eerste is gebaseerd op de hoofdvarianten, de tweede op zijvarianten die echter wel op een gezonde basis zijn gestoeld (zoals ook de ondertitel van het boek “A choice of counterattacking options from a sound base” aangeeft). Het boek bestaat uit 30 lessen die gebouwd zijn rondom modelpartijen en de auteurs claimen dat – als je geen meesterniveau hebt – je toch op grond van algemeen strategisch inzicht en gezond verstand een heel eind kunt komen. In de modelpartijen presenteren de auteurs, cursief gedrukt, soms vragen waarvan zij verwachten dat een lezer die wel eens zou kunnen stellen. Het antwoord wordt er direct onder gezet dus dat geeft duidelijkheid. Elke les begint met een inleiding, dan de modelpartij gevolgd door de zogenaamde Theory Magnifiers (ofwel een kort theoretisch overzichtje dat onder de loep wordt genomen). Daarna komen de auteurs met een uitgebreider theoretisch overzicht van varianten die afgeleid zijn van de modelpartij. De indeling van het boek bestaat uit vijf grote delen die op hun beurt zijn opgebouwd uit een aantal lessen. De indeling van het boek ziet er als volgt uit:

  1. Classical: Korchnoi Variation (5 lessen met o.a. Forgacs’s 6.Lc4)
  2. Classical: Capablanca Variation (7 lessen met o.a. de Bareev variant)
  3. Advance Variation (6 lessen met o.a. de Arkell/Khenkin aanpak)
  4. Exchange Variation and Panov Attack (6 lessen met o.a. het Euwe system binnen de Panov)
  5. Early Deviations (6 lessen met diverse alternatieve systemen zoals het Tweepaarden spel)

Over de inhoud van dit boek is goed nagedacht, de uitleg is helder en voor Caro Kann-spelers mogen we stellen dat de auteurs een uitstekend uitgewerkt repertoire hebben klaarliggen.

 

Titel: Win with the Caro-Kann

Auteur: Sverre Johnsen and Torbjørn Ringdal Hansen

Aantal bladzijden: 239

UitgeverijGambit

Prijs: € 25,45

Gepubliceerd: 2021

Klik hier voor een teaser

Voor Gambit verzorgt hoofdredacteur en GM John Nunn veelal instructieve filmpjes over net uitgekomen boeken:

Link naar onze recensenten met hun recensies.

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

2 Reacties

  1. Avatar
    Rick Lahaye 24 juli 2021

    Hoi Herman,

    Wellicht leuk om te weten. Het concept van flashcards heb ik in het verleden achterhaald wie daar ooit mee is begonnen. Bij navraag werd duidelijk dat Mikhalchishin het van Dvoretsky had. Dvoretsky had het weer van Igor Bondarevsky. Verder terug kwamen we niet 🙂 

  2. Avatar
    Herman Grooten 25 juli 2021

    Ha Rick: dat is altijd leuke achtergrondinformatie! Bondarevsky was o.a. de trainer van Spassky (dacht ik) dus hiermee kan iemand dus wereldkampioen worden…

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.