Boekenrubriek

Over talent en sociale vergelijking

Op het moment dat je schaken als hobby opneemt, word je bijna direct op een ladder geplaatst: het rating-systeem. Dit maakt meteen de pikorde in de schaakwereld duidelijk, en geeft meteen een richting: je wil die ladder beklimmen! En dat is eigenlijk universeel: het geldt voor de 1200-speler, de 2000-speler en zelfs Carlsen wil omhoog, namelijk naar de 2900. Overigens, nu Corona het reguliere schaakleven heeft stilgelegd, is de KNSB- en de FIDE-rating een stuk minder relevant. Gelukkig hebben we ook hiervan een online equivalent!

Over waar je start op de ladder en hoe snel je die ladder beklimt, heeft te maken met iets wat ze noemen ‘talent’. Wat talent precies inhoudt, is echter niet heel duidelijk natuurlijk. Verschillende mensen hebben zich op dit onderwerp gericht, waaronder journalist Daniel Coyle, met zijn boek ‘The Talent Code’ (alweer uit 2009) – het onderwerp van dit artikle. Coyle heeft het over drie belangrijke ingrediënten voor het ontwikkelen van talent: iets wat hij noemt ‘deep practice’, goede coaching, en ‘ignition’ (een vonk).

Lees meer >

Boekrecensie – Logisch puzzelen

Logisch puzzelen

Boekrecensie van Erik Kisliks Chess Logic in Practice (2019) door Daniël Zevenhuizen.

In de schaakwereld lopen heel wat excentrieke figuren rond. Internationaal Meester Erik Kislik (1987) uit de Verenigde Staten is er daar zeker een van. Zo verloor hij op zijn vijftiende interesse in het spel, om het vervolgens op zijn twintigste weer serieus op te pakken.

Lees meer >

Recensie: Mental Toughness in Chess

Begin dit jaar gaf New in Chess een nieuw boekje uit van zo’n 140 pagina’s over de mentale kant van het schaakspel. Auteur Werner Schweitzer biedt 41 praktische tips om mentaal sterker in je schoenen te staan, zowel voor als na de wedstrijd. Aangezien veel nieuwe boeken over schaaktechnische aspecten gaan, is dit boekje een welkome en interessante afwisseling!

Lees meer >

Fundamental Chess Strategy in 100 games

Schaakboeken blijven maar komen en komen, maar welke boeken zijn nou ook echt de moeite waard om te lezen? Veel mensen hebben toch vaak de neiging om openingsboeken te kopen, maar word je hier nou echt een betere schaker van? Een sterke schaker heeft mij ooit het advies gegeven voornamelijk middenspel boeken aan te schaffen en jezelf te laten inspireren door mooie partijen en thematische ideeën in plaats van alleen maar boeken uit je hoofd te leren om vervolgens één zet na je theorie de fout in te gaan. Zijn wijze woorden waren: “Elke partij wordt het een keer schaken”. Nu, een aantal jaar later kan ik zeggen dat ik ook daadwerkelijk meer van dergelijke boeken ben gaan lezen in plaats van weer een opening te leren die je toch veel te veel tijd gaat kosten, terwijl je al een stabiel repertoire hebt. Boroljub Zlatanovic hield hetzelfde idee na over het bestuderen van boeken. Alle openingsboeken bieden hun eigen repertoire aan, maar al deze varianten worden ooit weer vergeten of gerevalueerd. Ideeën en plannen blijven echter krachtig zolang het schaakspel zal bestaan. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het feit dat klassieke partijen van 100 jaar geleden nog steeds voorkomen in het huidige trainingsmateriaal van diverse trainers.

Lees meer >

Anekdotengids voor Schaakliefhebbers

Twee jaar na zijn ‘Reisgids voor Schaakliefhebbers’ heeft Rob Spaans een nieuw boek geschreven: de ‘Anekdotengids voor Schaakliefhebbers’. Spaans, oud-medewerker van uitgeverij New in Chess, is duidelijk zelf een schaakliefhebber en niet alleen van het spel op het bord, maar zeker ook van de cultuur eromheen. Voor de reisgids bracht hij vele plaatsen over de hele wereld in kaart waar je op schaakgebied bijzondere stukken, borden, tafels, klokken, boeken, beelden, schilderijen, foto’s, bekers, graven, tapijten, dorpen, straten, mozaïeken, computers, schoenen en tekeningen kunt vinden. Nu schrijft hij talloze anekdotes op, bijeen verzameld uit vele boeken en tijdschriften. Het zou me niets verbazen als hij die allemaal thuis heeft liggen. Als je beide boeken hebt gelezen, of zelfs maar hebt doorgebladerd, dan krijg je de indruk dat het huis van Rob Spaans een schaakmuseum is.

Het boek van 256 pagina’s bevat vooral korte anekdotes. Een halve pagina is zo’n beetje het gemiddelde, al komen er ook anekdotes van twee pagina’s in voor. Het aantal is dus heel hoog. Wat is een anekdote? In de inleiding schrijft Spaans dat anekdotes volgens Van Dale korte, grappige verhalen zijn. Mijn mening over het boek is, dat de meeste verhalen wel grappig zijn, maar niet allemaal. Het is geen moppentrommel. Ik kom daarop terug bij de voorbeelden. Moeten de verhalen echt gebeurd zijn? Spaans haalt de bekende uitspraak aan dat de waarheid een goed verhaal niet in de weg mag staan. Zijn boek is geen geschiedenisboek, schrijft hij, maar van het overgrote deel is het aannemelijk dat de verhalen echt zo hebben plaatsgevonden. Een sterk punt is, dat onder ieder verhaal de bron staat vermeld. Achter in het boek staan die bronnen nog eens op een rijtje en die lijst beslaat maar liefst negen pagina’s. Die bronvermelding vind ik vooral belangrijk omdat ik niet iedere schrijver even serieus neem. Van sommige schrijvers denk ik: dit kan gebeurd zijn. Van andere schrijvers denk ik: ja, dit zal zeker kloppen.

 

Legendes

Ik zou de anekdotes in categorieën kunnen indelen (grappig, interessant, dubieus enzovoort), maar vind het wat handiger een aantal chronologisch te behandelen, net zoals in het boek. Dan wordt de categorisering vanzelf duidelijk.

Het boek begint met het bekende verhaal van Sissa en de graankorrels. Dat is een legende, geen waar gebeurd verhaal. Er volgt een verhaal van een Britse legerofficier die een strijd tegen de Amerikaanse troepen verloor doordat hij een belangrijk bericht miste omdat hij verwikkeld was in een schaakpartij. Beetje onwaarschijnlijk.

Een bekend verhaal is dat bij het toernooi Londen 1883 de voorzitter van het organisatiecomité een toost uitbracht op ‘de beste schaker van de wereld’. Steinitz en Zukertort stonden beiden op om de spreker te bedanken. Een verhaal dat ik niet kende, is dat de zeer veelzijdige Emanuel Lasker eerst zonder succes een boerenbedrijf had en dat vervolgens een duivenfokkerij ook een fiasco werd. De reden daarvan begreep hij pas toen iemand hem vertelde dat de twee duiven waarmee hij begon, allebei mannetjes waren.

Lees meer >

Recensie: Better Thinking, Better Chess door Joel Benjamin

Er ligt al een tijdje een boek op mij te wachten om doorgewerkt te worden en dat is het boek van de Amerikaanse grootmeester Joel Benjamin. De titel ‘Better Thinking, Better Chess’ en ondertitel ‘How a Grandmaster Finds his Moves’ klinkt ons als muziek in de oren. Want willen we niet allemaal ons denkproces beter ordenen in de hoop op betere resultaten?

Joel Benjamin bij het bespreken van een partij op het internet.

Voor we het boek de revue laten passeren eerst iets over de schaker Joel Benjamin zelf. Geboren in New York 1964 werd hij in 1977 de jongste Fide-meester ooit in de Verenigde Staten. In 1986 behaalde hij de grootmeestertitel en hij werd later driemaal kampioen van zijn land. In 1995 kwam hij in het nieuws omdat hij betrokken werd bij het computerproject Deep BlueHij werd door de leider van dit project aangetrokken om het openingsboek samen te stellen voor de aanstaande match tegen Garry Kasparov. In een latere tweekamp (1997) tussen de wereldkampioen en de computer ging de mens ten onder en Kasparov beschuldigde onder andere Benjamin ervan dat hij tijdens een partij geïntervenieerd zou hebben. Die beschuldigingen werden altijd ontkend maar omdat het programma ontmanteld werd, kon er nooit meer iets bewezen worden.
In het boek kwam ik in hoofdstuk 6 (Material and initiative) de volgende eerste regels tegen: “In 1997, a man wise in the ways of chess but less so in the ways of computers, travelled America giving speeches on the nature of computer chess. Garry Kasparov’s description of engine ‘priorities’ was nonsense; every aspect of chess get a numerical value, but Deep Blue (or any other engine I imagine) was never given instructions about the bishop pair being more important than king safety, or any similar equation. One might be inclined to extrapolate based on one move in one game, but that would be overly simplistic. Computers count up all the points and make their decision on what gets the highest possible score”.

En zo gaat de auteur nog even verder om zijn gram te halen op de oud-wereldkampioen. Het boek kwam uit in 2018 en toen was er nog geen Alpa Zero, dus wie weet, denkt Benjamin inmiddels anders over computerschaak. Zijn opmerking over hoe engines werken (in eenheden van pionnen) wordt algemeen wel onderschreven.

 

Tijd om de inhoud van het boek te bespreken. Naast de introductie zijn er tien hoofdstukken die de volgende titels hebben meegekregen:

Lees meer >

Twee presentaties rondom het Siciliaans!

Er zijn nog plaatsen beschikbaar bij de twee presentaties die gegeven worden rondom het nieuwe boek van Herman Grooten, getiteld: ‘Begrijp wat je doet deel 3, Siciliaanse structuren Najdorf&Scheveningen’.

5…a6 is de Najdorf-, 5…e6 is de Scheveninger-variant.

Het boek (ongeveer 400 pagina’s) is een uitgebreide aanvulling op de artikelen ‘Begrijp wat u doet’ die de auteur voor het blad van de KNSB, Schaakmagazine, verzorgt. Dit boek, het derde in een reeks, geeft een overzicht van stel­lingen, hun bij­behorende plan­nen en concepten die ontstaan uit bovengenoemde varianten. Het boek is in het Nederlands ge­schre­ven en bij de Belgische Uit­geverij Thinkers Publi­shing uitge­ge­­ven.

 

Het Siciliaans is één van de mooiste en belangrijkste openingen die het schaakspel rijk is. Als antwoord op 1.e2-e4 valt het in de categorie waarin vechtschaak garant staat. Vooral de varianten die in dit boek aan de orde komen, worden door wereldtoppers omarmd omdat zij ook met zwart graag de strijd aangaan.

Lees meer >

Recensie: Begrijp wat je doet 3: Siciliaanse structuren deel 1, Najdorf&Scheveningen

In deze recensie bespreek ik het boek Begrijp wat je doet 3: Siciliaanse structuren deel 1, Najdorf & Scheveningen van Herman Grooten. Het boek is aanzienlijk dikker dan zijn voorgangers, maar dat kan ook niet anders als je de bekendste variant van de meest gespeelde schaakopening behandelt. Een recensie van het eerste deel uit deze serie, geschreven door Johan Hut, is hier te lezen.

 

 

Opbouw

De structuur van het boek is zeer helder. Grooten begint groot en bespreekt hoe we openingen in het algemeen zouden moeten bestuderen. Het belang van vooral verbale uitleg is iets wat we niet mogen onderschatten.

Het hoofdstuk erna begint met algemene strategische en tactische thema’s uit het Siciliaans. Op deze manier kan de lezer al gevoel ontwikkelen voor bepaalde stellingen, zonder te weten hoe deze precies op het bord zijn gekomen. Pas daarna wordt toegespitst op de eerste paar zetten: hoe erg is het dat de opmars …e7-e5 een gat op d5 achterlaat? Hoezo eerst voorbereiden met …a7-a6? Of waarom zou zwart de pion niet op e6 laten staan en rustig verder ontwikkelen?

Hierna begint het echte werk. De Najdorf en Scheveningen krijgen elk een groot hoofdstuk, dat onderverdeeld is naar de systemen die wit kan kiezen. Omdat de structuren van deze varianten op elkaar lijken, blijven die systemen dan ook bijna hetzelfde: 6. f4, 6. Lc4, 6. Lg5, Engelse aanval, 6. Le2. Elk hiervan wordt kort ingeleid met een partijfragment, gevolgd door modelpartijen voor beide kleuren.

Lees meer >

Larry Kaufman – Kaufman’s new repertoire for black and white

 

Openingsboeken komen in vele soorten en maten. De ene auteur diept in een monografie een zijvariant uit tot dertig zetten diep, met een woud aan analyse. Je krijgt de indruk dat elke vertakking in de zettenboom wel is verkend, geen millimeter theorie is onbesproken gebleven.

De andere richt zich op het uitleggen van een opening aan de hand van een serie illustratieve partijen. De schrijver gaat niet voor compleetheid maar voor het aanleren van patronen bij de lezer.

Lees meer >

Boekrecensie – The Anand Files

In oktober 2016 speelde ik in Bastia op Corsica met Hans Groffen en Marcel Peek mee in een sterk bezet toernooi aldaar. Het toernooi bestond uit twee delen. Eerst was er open toernooi met klassiek tempo, waarna de eerste twaalf van dat toernooi zich plaatsten voor de knock-outfase waar Vachier-Lagrave, Anand, Radjabov en Hou Yifan werden toegevoegd aan de geplaatste twaalf.  Ik speelde sterk in het toernooi en voor de laatste ronde was ik al haast zeker van plaatsing.

Lees meer >