Supreme Chess Understanding (Statics & Dynamics)

Mijn dertiende recensie behandelt het boek: “Supreme Chess Understanding” van de Poolse GM Wojciech Moranda (Geboren te Kielce in Polen, op 17 augustus 1988). Wojciech is op de huidige FIDE ranglijst (april 2023) de nummer 8 van Polen, maar ik las dat hij ook een keer de derde plaats heeft bezet, achter Jan-Krzysztof Duda en Wojtaszek Radoslaw. Hij is een actief trainer en in dit boek refereert hij vaak aan de analysesessies met zijn leerlingen.

Lees meer >

TCA Volume 3: Test Your Chess Knowledge

Mijn twaalfde recensie behandelt volume 3 van de Thinkers’ Chess Academy door Thomas Luther (1969). Thomas was ook al onderwerp van gesprek tijdens mijn vierde recensie, toen met volume 2 van dezelfde reeks. Toen schreef ik over Thomas’ goede spel tijdens het laatste Interpolistoernooi. Thomas is GM, voormalig top100-speler, trainer en ook drievoudig Duits kampioen; en ondertussen is ook wel duidelijk dat hij een uitmuntend schaakschrijver is!

Lees meer >

Boekrecensie: The Chess Bible – Most Instructive Tips, Axioms, One-Liners & Mantras


Mijn elfde recensie behandelt het boek The Chess Bible – Most Instructive Tips, Axioms, One-Liners & Mantras van Krishnan “Vishnu” Warrier (1991). “Wie is in godsnaam Vishnu Warrier?” Een of andere GM uit India? Nee, Vishnu is in de VS geboren en is een expert-schaker. Expert als in: rating tussen 2000 en 2199. Bij 2200-fide mag je je immers CM noemen. Dit wetende word je onwillekeurig geraakt door de kwaliteit van dit boekwerk.

Lees meer >

Boekrecensie: The Passed Pawn – Power of the Passer

Inleiding

Mijn tiende recensie behandelt het boek: The Passed Pawn – Power of the Passer van Efstratios Grivas (1966). Zie voor de introductie van Grivas in mijn vorige recensie want die gaat ook over een boek van hem. Wat wel het weten waard is, is dat Grivas dit boek opdraagt aan zijn beste vriend ooit, FM Antonios Vragoteris (1964-2021), die in de zomer van 2021 overleden is. Dit is Grivas’ eerste boek dat hij na de dood van zijn vriend heeft kunnen schrijven. Ook dit boek van Grivas heb ik van kaft tot kaft gelezen. Alle 103 partijen met alle analyses zijn in huize De Hert op het bord gekomen!

Opbouw

Een voor mij heel bijzondere opbouw. Ik ging er voetstoots vanuit dat alle voorbeelden over het eindspel zouden zijn. Wat heb je toch aan een vrijpion in het middenspel? Nou, dat blijkt wel degelijk van belang en Efstratios besteedt dan ook het eerste deel van zijn boek aan wat hij noemt de Middlegame Handling, de eerste 81 bladzijden. Daar ga ik expres niets over zeggen! Ik vermoed dat u net zo nieuwsgierig bent als ik en ik ga niet de krenten uit de pap pikken; koopt u daarvoor toch zelf dit prachtige boek! Over het tweede deel, uiteraard: Endgame Handling, wil ik wel een en ander zeggen. Mij is altijd geleerd: de kandidaat-vrijpion voorop. Laten we zeggen: wit heeft pionnen op a4 en b4, zwart heeft een pion op a6. Beginnen met 1.b5, dan wordt er geruild, 1…axb5 2.axb5, en dan ben ik blij. Nee dus, niet altijd! Dit is voor iemand van mijn niveau erg leerzaam! Het voorbeeld komt uit een van Grivas’ eigen partijen. Zoals in mijn vorige recensie te lezen valt, meent Grivas dat er bij het schrijven van een boek, eigen materiaal getoond moet worden. Tussen haakjes: dit boek telt 24 partijen (van de 103) van Grivas zelf. Terug naar die 1.b5-zet, deze komt uit partij 49: Grivas – Panagopoulos (Athene 1981). En juist nu wint: 1.a5! Deze techniek is die van de verborgen vrijpion. Waarom is dit dan geen schaaktechnisch fragment? Nee, voor het schaaktechnisch fragment wil ik putten uit hoofdstuk 11 over de verbonden vrijpionnen. Dat is me toch een zootje ongeregeld, de meest fantastische partijen. Een van die partijen is Timofeev – Khismatullin (Moskou 2009). Daar zie je vier vrijpionnen op een rij opboksen tegen twee torens, oké wit heeft er een paard bij, maar toch. Toch is ook dit niet mijn schaaktechnisch fragment. Daarvoor wil ik graag een duik nemen in de tijd. De partij voor het schaaktechnisch fragment is die van McDonnell tegen De Labourdonnais (Londen 1834). Over vrijpionnen gesproken!

Lees meer >

Boekrecensie: The Bishop Pair – The Power of the Sun

Inleiding:

Mijn negende recensie behandelt het boek: The Bishop Pair – Power of the Sun van Efstratios Grivas (1966). Efstratios leerde pas schaken op zijn dertiende. Hij is nu buiten GM ook internationaal arbiter, internationaal organisator en FIDE-trainer. Zijn grootste successen zijn de zilveren medaille aan het derde bord op de Olympiade van 1998 in Elista en een gouden medaille (ook op bord 3) tijdens het Europees kampioenschap teams in 1989.

Lees meer >

Boekrecensie – Unbeatable! The Art of Defense

Mijn achtste recensie behandelt het boek: Unbeatable! The Art of Defense van Jan Werle (1984). Jan werd IM in 2001 en de GM-titel kwam in 2006. Zijn grootste resultaat als schaker kwam in 2008 toen hij vriend en vijand verraste door kampioen van de EU te worden. Een puike prestatie waar hij schakers als Adams, Short, Bacrot en ook Vachier-Lagrave voor bleef. Ik weet nog goed dat Jan bij Matthijs van Nieuwkerk mocht aanschuiven in het populaire televisieprogramma “De Wereld Draait Door.” Na Max Euwe (1901-1981),

Lees meer >

Boekrecensie – Miguel Najdorf “El Viejo”. Life, Games and Stories


Mijn zevende recensie behandelt het boek: Miguel Najdorf “El Viejo” door GM Zenon Franco Ocampos (1956). Een ervaren schrijver met al zo’n kleine 30 titels op zijn naam. Zijn andere boeken heb ik niet gelezen, maar ik durf te beweren dat dit zijn beste boek ooit is! (Een gewaagde uitspraak natuurlijk, want hij heeft zo te zien ook andere goede boeken geschreven, maar ik ben nu eenmaal enthousiast over dit boek!). Het kan ook niet anders met zo’n gigant als onderwerp. Najdorf is al 24 jaar dood, maar Zenon Franco flikt het hem om Najdorf te laten leven, wat als schrijver geen sinecure is. Leest u het boek zelf en u zult merken wat ik bedoel. Zenon Franco is geboren in Paraguay en was lange tijd ’s lands enige grootmeester. Toen hij geboren werd, was Najdorf 46 jaar oud. “El Viejo” (letterlijk: De Oude, het koosnaampje voor Najdorf, die al redelijk snel oud oogde, maar dat zeker niet was). Zelf heb ik Don Miguel nooit ontmoet, maar ik sta naast hem en Fischer als ik lees over hun aanvaring. Ik heb medelijden met Gheorghiu als Najdorf het uitschatert dat hij met een stuk meer niet eens van hem winnen kan. Nu heeft Zenon Franco Najdorf goed gekend; en dat doet het boek natuurlijk geen kwaad.

Opbouw
Het boek behandelt Najdorfs leven chronologisch, maar voor we daaraan beginnen heeft Zenon Franco een aangename verrassing voor ons. We krijgen het onafgewerkte boek van Najdorf te lezen. Typisch Najdorf om jarenlang aan een boek  te werken en het nooit af te maken. Dat was niet echt Najdorfs kopje thee, hij was liever nachtenlang op bezig met blitzen. Een omen ook misschien dat Najdorfs boek eindigt op bladzijde 64?

Daarna de vijf delen over Najdorfs leven. De Nazi’s hebben zijn gehele familie uitgemoord, er bleef niet eens een achterneef in leven. Najdorf wilde wereldberoemd worden als schaker, zodat er wellicht overlevenden van zijn familie naar hem zouden toekomen, maar er kwam niemand. Zenon Franco kiest ervoor om de toernooien te tonen (in het begin met fraaie kruistabellen) en ook een of meer partijen uit dat toernooi, uiteraard de mooiste. Later verdwijnen de kruistabellen. Dat is begrijpelijk: die toernooien zijn overbekend. Ook door de hoofdstukken heen een dikke 30 foto’s, van goede kwaliteit. Het is een feest om dit boek te lezen. De partijen zijn mooi, spannend, de analyses zijn vriendelijk, dus het boek is zeker van kaft tot kaft te lezen. Je leest over zijn jonge jaren, je ziet hoe groot zijn talent is, vooral wanneer hij het wereldrecord blindsimultaan op zijn naam brengt. Hij vond ook dat hij wereldkampioen kon worden, en waarom ook niet, maar na 1957 stopt hij met die aspiratie. Hij is overigens net als Kortsjnoi altijd blijven schaken. Het boek eindigt met zijn dood in 1997, Najdorf is 87 geworden; hij heeft zijn drie echtgenotes overleefd.

Lees meer >

Boekrecensie- Understanding Queen Endgames

Inleiding

Mijn zesde recensie behandelt het boek: “Understanding Queen Endings” geschreven door GM Karsten Müller (1970) die bij ons uiteraard geen introductie behoeft, en Yakov Konoval (1955), die nog leerling is geweest op de beroemde Botwinnik-school. Hij heeft zich verdienstelijk gemaakt als programmeur. Zie bijvoorbeeld de zeven stukken-tablebases. Dit boek toont de samenwerking van eindspel-leraar (Müller) en de alleswetende computer, in beeld gebracht door Konoval. Het idee om eindspelboeken te zuiveren van fouten door sterke engines is natuurlijk niet nieuw. Dit boek is een voortvloeisel daarvan. Je zou ook de vijf eindspel volumes van Averbakh kunnen doorlichten. Of Chéron? Averbakh wordt op 8 februari 2022 overigens 100 jaar oud, het zou een mooi eerbetoon aan hem zijn, als iemand die klus op zich zou nemen.

 

Opbouw

Het boek is klassiek opgebouwd, elk hoofdstuk behandelt een eindspel met de dame in de hoofdrol. Op voorhand dacht ik dat het boek alleen dame vs. dame zou behandelen met alle pionformaties die er zijn. Zoals het boek van John Nunn: “Secrets of Rook Endings.” Dat boek telt 352 bladzijden en behandelt alleen maar toren en pion tegen toren! Nee, allerlei onderverdelingen zijn opgenomen. Twee torens tegen dame, twee lichte stukken tegen dame, dame tegen pion(nen) enz. Dame vs. dame komt natuurlijk aan bod (hoofdstuk 2). Dit hoofdstuk gaf me al meteen een persoonlijke correctie. In het eindspel dame en randpion tegen dame alsook dame en paardpion tegen dame meende ik de remise-zone te kennen. Maar die zone was onjuist! Dankzij de table-bases is dat duidelijk geworden. Ik ga dat nu niet verklappen, koopt u daarvoor dit boek en de “nieuwe” remisezone wordt u ook duidelijk! Het hoofdstuk waar ik het meeste plezier aan beleefde was hoofdstuk 6: dame tegen twee torens. Wellicht omdat er weinig tot geen stof voorhanden is in andere eindspelboeken. Afgezien dan van Glenn Flears “Practical Endgame Play-beyond the basics”, maar dat kan ook liggen aan mijn beperkte voorraad schaakboeken. Voorts vind ik het prettig dat Müller vaak refereert aan andere boeken. Bijvoorbeeld op bladzijde 221 aangaande het eindspel: koning dame tegen koning loper en paard (zonder pionnen) waar hij verwijst naar John Nunns: “Secrets of Pawnless Endings”, met het excuus erbij dat hijzelf te weinig stof geeft. Mooi toch, die waardering voor collega-schrijvers. Ook is er waardering voor de toernooipraktijk, want bijna alle voorbeelden komen daarvandaan. Ook is het gros van de partijen van de laatste 20 jaar. Ik trof zelfs enkele bekenden aan! Het boek corrigeert deze toernooipartijen (uiteraard wemelen de partijen van de fouten, die de computer genadeloos laat zien). Daarnaast laat het boek de langste (lees lastigste) winsten zien in het eindspel dat op dat moment behandeld wordt. Dus wij kijken naar de partij Nakamura – Gunina (Caleta 2018) Koning met twee torens plus pion tegen koning dame en dan volgt later een geforceerde winst van 244 zetten, vanuit de moeilijkste beginstelling van dat specifieke eindspel.

Lees meer >

U Cannot Be Serious!

Mijn vijfde recensie behandelt het boek: “U Cannot Be Serious!” geschreven door Michael Basman (1946) en Gerard Welling (1959). Dat dit boek is geschreven door een Nederlander en een Engelsman is duidelijk te zien aan de titel: het begint met een Nederlandse “u” en de rest is in het Engels. De naam Basman staat garant voor behoorlijk wat zeldzame openingen die ons schaakspel rijk is. Basman is eind jaren 70 begonnen aan zijn queeste en heeft wereldwijd de nodige volgelingen. Dat zijn aparte openingskeuze gezond en speelbaar is, staat buiten kijf. Als u me niet gelooft dan zal dit boek voldoende bewijs van het tegendeel leveren.

Als ik het goed begrepen heb, leverde Basman de partijen en varianten en heeft Gerard dit alles samengevoegd tot een prachtig boek. Dit boek is duidelijk tweeledig: aan de ene kant de ode aan “Mike” Basman, die dit jaar 75 is geworden en aan de andere kant een volwaardig openingsboek, met een zee aan materiaal, analyse en uitleg over wat er nu strategisch gebeurt in deze openingen.

 

Opbouw

De ode aan Basman is goed te zien in de eerste twee hoofdstukken. Ik heb met plezier de bladzijden 11 tot en met 60 gelezen en nagespeeld. Het behandelt de toernooien Biel 1979 en Luik 1981 waar Basman met succes aan deelnam. Maar ook Gerard speelde mee en zat dus op de spreekwoordelijke eerste rij. Dat maakt deze hoofdstukken ook zo speciaal. Neem nu de Joegoslaven die gruwelden van de openingskeuze van Mike en die hem wel een eventjes van het bord zouden vegen. De parka die Basman aanhad in Luik, terwijl de mussen dood van het dak vielen.

Daarna komen de hoofdstukken met de theorie. Hoofdstukken 3, 4 en 5 gaan over de St. George, de Grob en de De Klerk zowel als de Dubbele De Klerk, de laatstgenoemde opening is in het Engels beter bekend als The Global opening, maar dat terzijde. Zowat alle varianten komen aan bod. Wat niet gespeeld is, wordt benoemd en bijna alles (ook weer een ode aan Basman) is van partijen van hemzelf. Er is geloof ik in het hele boek maar één partij die niet van hem is. Maar belangrijker is dat de lezer duidelijk gemaakt wordt wat de bedoeling is na bijvoorbeeld 1.g4 of na 1.a3 e5 2.h3 Daardoor wordt het misschien interessant om deze openingen eens zelf te spelen? Misschien eerst online wat snelschaak? Maar waarom ook niet in uw echte partijen? Met dit boek erbij bent u wat dat betreft serieus bezig!

Lees meer >

Boekrecensie – TCA Volume 2: From Tactics to Strategy Winning Knowledge!

Deze recensie gaat over het tweede deel van de Thinkers’ Chess Academy. Uiteraard het vervolg op Volume 1 terwijl een derde deel ophanden is. De reeks is van de hand van de Duitse GM Thomas Luther (1969). Luther is voormalig top-100 speler en een uitstekend trainer. Tijdens naspeuring over Luther las ik dat hij een goed Interpolistoernooi had in 1994. Toevallig ben ik in het bezit van alle Interpolis-toernooiboeken en ik kon het niet nalaten om eens wat nader te kijken.

Lees meer >