De nieuwe standaard voor Philidor-spelers

Recensie van The Modernized Philidor Defense(2021), geschreven door Sergio Trigo Urquijo

Rondkijkend in de publicatielijsten van de verschillende uitgeverijen van schaakboeken trof ik The Modernized Philidor Defense. Ik was op zoek naar afwisseling en de Philidor-verdediging was een voor de hand liggende keuze voor een Pirc-speler als ikzelf. Na de zetten 1.e4 d6 2.d4 Pf6 3.Pc3 zou ik dan plots kunnen kiezen tussen 3…g6 of 3…e5.

 

De eerste mogelijkheid heb ik mijn schakende leven lang bestudeerd; de tweede durfde ik niet aan zonder mezelf op de hoogte te stellen van de nuances in de ruilvariant (4.dxe5), waarbij de dames van het bord gaan. Dat sprak me juist aan: als een speler die het vooral van dynamiek moet hebben, wilde ik me bekwamen in de dameloze middenspelen van de Philidor, waar strategie de boventoon voert. Verdiepen of verbreden; op je krachten inspelen of je zwaktes wegwerken. Met beperkte tijd is doen wat je goed ligt wel zo makkelijk. Toch besloot ik ditmaal de moeilijke weg te bewandelen. Dat ging gepaard met gemengde gevoelens.

 

FM Sergio Trigo Urquijo (geb. 1989) kende ik voordien niet, maar blijkbaar, zo lezen we op de omslag van MPD, heeft hij wat successen geboekt in het Spaanse jeugdschaakcircuit en heeft hij recenter als secondant voor menig grootmeester gewerkt. Romain Edouard, hoofdredacteur van uitgeverij Thinkers Publishing, vroeg Urquijo om zijn kennis over de Philidor te delen in de vorm van een boek. Daar lag een gat in de voorhanden kennis (en in de markt, natuurlijk), omdat er recentelijk geen boek voor specialisten over die opening verschenen was. Het was dus aan Urquijo om het nieuwe referentiepunt aan te leveren. Dat is ongetwijfeld gelukt, want het boek staat vol varianten: de vertakkingen in de zetboom beginnen al op de tweede (!) zet. Want ja, na 1.e4 d6 zóu wit weleens 2.f4 kunnen spelen…

Je begrijpt het al, er is geen doorkomen aan. Goed, wil je dat je boek het ankerpunt wordt voor alle nieuwe theorie en de experimentele fase die in de toernooiarena plaatsvindt, dan moet je misschien wel. Toch kan ik niet aan de gedachte ontkomen dat een variant zoals de hierboven genoemde beter in een SOS-variantenbundel thuishoort dan in een serieus en gezaghebbend boek over de Philidor-verdediging.

 

Slinkse manoeuvres

Achteraf ben ik enigszins teruggekomen op mijn terughoudendheid. Zo heeft Urquijo veel ruimte ingebouwd voor precies de variant waarover ik meer leren wilde; hoofdstuk 8, over de ruilvariant met 4.dxe5, telt maar liefst 56 van de 393 bladzijden. Een centrale plaats wordt ingenomen voor de stelling die ontstaat na het vervolg 4…dxe5 5.Dxd8+ Kxd8 6.Lc4 Le6!? 7.Lxe6 fxe6

 

In de introductie bespreekt Urquijo de verschillende pionstructuren die kunnen ontstaan in het verloop van de opening. De diagramstelling is zo’n structuur, en wel degene waarvan de Spaanse FM stelt dat deze karakteristiek is voor de Philidor; uit geen enkele andere opening kan zij ontstaan. Op het eerste gezicht hebben we met zwart een gruwelijke zonde begaan door onze pionnen niet alleen te laten verdubbelen, maar door ze ook nog eens te laten afdrijven van hun collegae. Een geïsoleerde dubbelpion is misschien wel het lelijkste gedrocht onder de schaakzon. Desalniettemin weet Urquijo een argument op te tuigen voor het tegendeel: eigenlijk controleren de pionnen op e6 en e5 belangrijke centrale velden. Daarnaast moet wit zich voornamelijk van de flexibiliteit van zijn paarden bedienen om de pionnen aan te vallen, en dan in het bijzonder de pion op e5, omdat zijn partner in crime op e6 onbereikbaar is. Dat betekent dat de witte paarden naar c4 en d3 moeten, maar schaakpaarden gaan zoals bekend altijd op een drafje. Die tijd kan zwart gebruiken voor uitbreidingen op de flanken, en in het bijzonder op de damevleugel.

Een voorbeeldvariant dan: 8.Ph3 om via f2 naar d3 te gaan 8…Lb4 9.Ld2 c5N om ruimte te pakken; het idee wordt later duidelijk 10.f3 Pc6 11.Pf2 c4! controleert de uitkijkpost d3

 

12.Pb1 Lc5 13.c3 Tf8 14.Tf1 Pa5 en zwart kan verdergaan met uitbreiden op de damevleugel. Ondertussen heeft wit problemen met de coördinatie van diens stukken.

Dat het niet alleen maar een een kwestie van moeizaam gemanoeuvreer is, toont zich wanneer duidelijk wordt dat er soms een pion geofferd moet worden. Dat laat de variant na 6.Lg5 zien: 6…Pd7 7.0-0-0 c6 8.Lc4 Lc5 9.Lh4 Ke7 10.Pf3

 

De echte Philidor-speler weet wat diegene hier te doen staat: uitbreiden. Daarbij voorkomt zwart niet dat die de e5-pion verliest, omdat die deze niet kan dekken. Een denkbaar vervolg is: 10…h6 11.Lg3 b5 12.Lb3 a5 13.a3 a4 14.La2

 

En nu breekt zwart met grof geweld door: 14…b4! 15.axb4 Lxb4 16.Pxe5 Pxe5 17.Lxe5 a3

 

Na een variant als 18.Rd3 axb2+ 19.Kxb2 La3+ 20.Ka1 Lc5 wordt duidelijk dat zwart gevaarlijke compensatie heeft in de vorm van dreigingen tegen de witte koning.

 

Tactische verwikkelingen

Natuurlijk is de ruilvariant niet de enige variant die aan bod komt in The Modernized Philidor Defense (hoewel iemand zich geroepen zou kunnen voelen er een specialistische verhandeling over te schrijven). Per slot van rekening blijft er maar een grijze wereld over als de dames eruit verbannen worden. Daarom wil ik ook wat aandacht besteden aan het complete tegendeel van de ruilvariant, namelijk de varianten met een loperoffer op f7. Wederom voor de Pirc-speler interessant, want ook deze varianten komen daarin niet voor. Na 1.e4 d6 2.d4 Pf6 3.Pc3 e5 4.Pf3 Pbd7 5. Lc4 Le7 ontstaat de volgende stelling:

 

Zwart moet niet schrikken als die hier 6.Lxf7+?! op diens bord krijgt. En ook niet als het offer komt na 6.dxe5 of 6.Pg5; in al deze varianten zou zwart zich moeten redden. Interessant is het verschil tussen de volgende twee stellingen:

 

Heeft u het al gezien? Inderdaad, in de tweede stelling zijn de d-pionnen verdwenen; die zijn eerder in de variant geruild (6.dxe5 dxe5 in plaats van gelijk 6.Pg5). Volgens Urquijo maakt dit een wereld van verschil. In de eerste stelling beveelt hij dan ook de zet 10…b5 aan, terwijl hij het in de tweede stelling houdt op het kalmere 11…b6. Maar wat is dan het verschil? In ieder geval geldt dat zwart zich in de eerste diagramstelling meer kan veroorloven, omdat die na het kritieke 11.dxe5 kan antwoorden met 11…Pxe5! In de tweede diagramstelling heeft zwart reeds met de pion geslagen. Een leuke variant volgt na 12.Pd5? Pxd5 13.Dxd5 Dd7 14.a4 Lb7 15.Dxb5

 

Nu speelt zwart op de aanval: 15…Dg4! 16.Dxb7 Dxg2 17.Tf1 Pf3+ 18.Ke2 Pd4+ en wit haalt een nat pak.

Als zwart hetzelfde zou doen in diagramstelling 2, dan is het allemaal niet zo duidelijk: 11…b5?! wit heeft nu extra mogelijkheden, zoals 12.Le3. Na 12…Lb7 13.f3 Dxa8 14.Pxb5 heeft wit zelfs het voordeel. Na 11…b6! 12.Le3 heeft zwart echter de extra mogelijkheid om 12…La6! te spelen.

 

Niet alleen houdt zwart zo de pionnen bij elkaar, ook ontneemt die wit de mogelijkheid om diens koning uit het centrum te redden. Na een reeks als 13.Pxb6 axb6 14.f3 Lb4 15.Dd2 Df8 16.0-0-0 Lc4! heeft zwart volop aanvalskansen.

 

Een leuke nuance dus. Maar ook hier geldt: Urquijo had de verschillen meer mogen uitlichten. Hoewel hij wel een belangrijk verschil tussen de varianten aangaf (de mogelijkheid om met het paard op e5 te slaan), laat hij kansen liggen om het verschil visueel onder de aandacht te brengen, bijvoorbeeld door twee diagrammen naast (of onder) elkaar te plaatsen, zoals ik dat heb gedaan. Nu moet de lezer zelf op zoek.

 

Afsluitend

Op verscheidene plekken in het boek waar de ter zake doende varianten aan bod komen wordt wel naar die structuren verwezen, maar alleen ter introductie van of conclusie na een hele rits varianten. Geen visuele vergelijkingen, geen algemene secties over strategie, geen uitgelichte tactische wendingen; alleen maar lopende tekst en vertakte varianten. Misschien dat ze bij Thinkers Publishing Herman Grooten zover kunnen krijgen om een alternatieve versie, of in ieder geval een supplement van dit werk te schrijven. Al met al raad ik het de clubschaker af dit boek te kopen, als de verwachting is dat je door de auteur bij de hand genomen wordt om iets nieuws op te steken.

Desalniettemin is er ook voor dit boek zeker een publiek. Het is niet slecht geschreven en het lijkt de lading te dekken. Dat is altijd de afweging: volledigheid gaat altijd ten koste van didactische meerwaarde. In dit geval is voor het eerste gekozen. Maar dat komt de toernooischaker, die zich goed wil voorbereiden op de komende uitdaging, goed van pas. De database kan weer worden aangevuld met het nieuwste van het nieuwste. Daarnaast kan men er zeker van zijn dat auteur Sergio Trigo Urquijo zich van de beste middelen heeft bediend om dit werk samen te stellen; aan verwijzingen naar de bestaande literatuur geen gebrek, en ook alle gezaghebbende engines zijn geraadpleegd, inclusief Leela Zero en Stockfish.

Titel: The Modernized Philidor Defense
Auteur: Sergio Trigo Urquijo
Aantal bladzijden: 412
Uitgeverij: Thinkers Publishing
Prijs: € 32,95
Gepubliceerd: 2021

Klik hier voor een teaser

 

Link naar onze recensenten met hun recensies.

Over Daniël Zevenhuizen

Student Filosofie in Nijmegen en Rotterdam, gestationeerd in de eerste. Gediplomeerd trainer, redacteur boekenrubriek, liefhebber van het spel. Vooralsnog gestrand op de zandbank tussen 2100 en 2200 elo.

1 Reactie

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.