Recensie: Countering the Queen’s Gambit

Openingsboeken zijn er in allerlei soorten en maten. Zoals elke schaker heb ik er heel wat in mijn bibliotheekje staan. Maar er zitten exemplaren bij de ik nauwelijks heb bestudeerd. De reden?

Er zijn openingsboeken die boordevol staan met vrijwel uitsluitend varianten en bitter weinig toelichting. Na een paar bladzijden is de gemiddelde lezer al verdwaald in een woud aan varianten. Het nodigt zeker niet uit tot lezen. Andere boeken beginnen met ongebruikelijke varianten. Het lijkt me een vreemde kronkel om op die manier te beginnen.

Als er één ding is wat een auteur moet zien te bereiken is om de lezers bij zijn lurven te pakken en hem enthousiast maken om verder te lezen. Dan begin je dus met wat er toe doet. Dus maak je een vliegende start met de hoofdvarianten en de achterliggende principes en ideeën. Je valt de lezer op zo’n moment nog niet lastig met de één of ander obscure variant die je nooit op het bord krijgt.

Zo bekeken ben ik al een stuk enthousiaster over dit boek. De auteur neemt de lezer inderdaad bij de hand en laat hem op een bijzonder vriendelijke (en instructieve) manier kennis maken met het (geweigerde) damegambiet. Het boek bestaat uit vier delen en daarin elf hoofdstukken. Wat mag de lezer verwachten?

Deel 1: Partijen

De auteur maakt een prima start met een groot aantal instructieve partijen die op een prettige manier zijn becommentarieerd. Alleen noodzakelijke varianten met praktische toelichtingen. Op die manier krijgt de lezer een beetje greep op het materiaal. Het eerste hoofdstuk behandelt de Carlsbad structuur. Deze structuur kan trouwens ook via andere openingen tot stand komen. Maar is uiteraard wel heel kenmerkend voor het damegambiet. Ondanks dat ik die wel kende heb ik toch weer nieuwe dingen geleerd.

Dat geldt ook voor het tweede hoofdstuk. Daarin behandelt de auteur partijen met de Tartakower opzet. De geïsoleerde en hangende pionnen komen uiteraard voorbij. Een mooi voorbeeld van die hangende pionnen is Bertok – Fischer (Stockholm interzonal 1962).

Deel 2: Theorie van het damegambiet

Vervolgens gaat het boek verder met de theorie. Nu is het meer een klassiek openingsboek met talloze varianten. Je komt er niet omheen. Maar het past nu wel beter in een plaatje. De lezer krijgt op deze manier meer grip op het materiaal. Dan blijkt dat het boek verdergaat dan uitsluitend het damegambiet. In deze sectie behandelt de auteur ook varianten gericht tegen het Catalaans. De ondertitel luidt niet voor niks:

“Een compact (maar compleet) zwart repertoire voor clubschakers tegen 1. d4.”

Deel 3: Completering van je repertoire

Nu gaat de auteur helemaal los. In hoofdstuk 8 behandelt de auteur het Londen systeem, de Colle & Zukertort, de Hodgson- en Torre aanval en de Veresov aanval. In hoofdstuk 9 komen nog een aantal andere, tamelijk zeldzame openingen aan bod die naar mijn smaak minder met 1. d4 te maken te hebben zoals: de Réti, het Engels (zonder d2-d4) en onder meer de Bird. Het is daarmee duidelijk dat de auteur feitelijk een (bijna) compleet repertoire voor zwart geeft. Op zich wel handig om ook wat systeempjes achter de hand te hebben tegen deze weinig gespeelde openingen. Zo zou ik van nature in Oerang-Oetang zuinig zijn op mijn e-pion. En dat is nou weer net niet zo handig. Zwart heeft beter.

Deel 4: Laatste test

Het boek sluit af met een serie opgaven. Dat is uitermate nuttig. De lezer kan op deze manier zichzelf testen en bekijken of hij het allemaal een beetje begrepen heeft.

Conclusie

De lezer krijgt dus duidelijk een beetje meer dan de titel en subtitel beloven. Het is inderdaad een compleet repertoire. Niet alleen tegen 1 .d4 maar zo ongeveer tegen alles behalve 1. e4. Het lijkt me een prima boek voor de gemiddelde clubspeler die weinig tijd heeft om allerlei openingen tot in detail door te nemen. Mijn interesse ging vooral uit naar de partijen en de meer exotische openingen. Het is altijd handig om een variant achter de hand te hebben voor als een tegenstander verrassend uit de hoek komt. Mij kritiek is dan toch wel een beetje de vele varianten in het theoretische gedeelte. Zoals gezegd spreekt me dat wat minder aan.

Gegevens boek

Over Michel Hoetmer

Michel schaakt al sinds begin jaren '70. Hij speelde bij schaakclub Utrecht (2e klasse KNSB) en hij was ook redacteur van het clubblad. Tegenwoordig is hij lid van sv Zukertort in Amstelveen. In het dagelijks leven is hij verkooptrainer en publiceerde diverse boeken en artikelen over verkopen en marketing. Sinds kort mag hij zichzelf ook gediplomeerd schaaktrainer (2) noemen.

2 Reacties

  1. Avatar
    Nepje 28 april 2022

    Beste Julius,

    Je idee is in essentie verre van nieuw. In de elfde eeuw heeft een bisschop Damiani al eens schaakspelen verboden omdat het soms met dobbelstenen werd gespeeld. Zie A History of Chess, door HJR Murray, p.408-9. Kaarten of dobbelstenen maakt niets uit voor het karakter van het spel dat zo ontstaat. Je moet er maar zin in hebben…

    • Avatar
      Peter Huisman 28 april 2022

      Deze reactie is volgens mij onder een ander artikel terecht gekomen dan waarvoor het was bedoeld.

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.