Frank Clevers – Eeuwige schaakverhalen: 100 jaar schaken in Maastricht

Laat ik de recensie van dit jubileumboek van MSV meteen met een disclaimer beginnen. Uw recensent is een Limburger en helaas heeft onze provincie de laatste tijd op het gebied van transparantie niet altijd de hoofdprijs gewonnen. Aan de andere kant gaat het boek over honderd jaar schaken in Maastricht en ben ik een geboren en getogen Heerlenaar. Voor hen bij wie dan niet meteen een belletje gaat rinkelen: de tegenstelling tussen Maastricht en Heerlen is te vergelijken met de beroemde spanning tussen Amsterdam en Rotterdam.

Lees meer >

Davorin Kuljasevic – How to study chess on your own: creating a plan that works…and sticking to it

Als jonge schaker kreeg ik het boekje Schaken als vak (Het Spectrum 1976) van Hans Bouwmeester in handen. Hij bood een uitgebreid schema aan waardoor je openingen systematisch kon bestuderen. Elke dag een stukje nieuwe theorie en dan in een afwisselend ritme de stof van de eerdere dagen herhalen. Ik begon vol goede moed, maar hield het maar twee weken vol. Dat lag niet aan Bouwmeester, maar aan mezelf: het is bijzonder lastig om systematisch het schaakspel te bestuderen.

Lees meer >

Gerard Welling en Steve Giddins – The Lasker Method to improve in Chess: A Manual for Modern-Day Club Players

Het is exact honderd jaar geleden dat Lasker in Havana zijn wereldtitel verloor in een match tegen Capablanca. Daarmee kwam er een einde aan de langste titelhoudersperiode: nog steeds staat de 27 jaar van Lasker in de boeken als een record. Toch staat hij tot op de dag van vandaag minder in de belangstelling dan vele collega’s die tragische levensverhalen kenden, zoals Aljechin of Fischer, of bekend staan om hun eindspeltechniek of tactische vaardigheden, zoals Capablanca of Tal. Wellicht komt dit ook door de perceptie dat zijn spel zich niet leent voor een didactische aanpak. Om de Engelstalige Wikipedia te citeren: “He published chess magazines and five chess books, but later players and commentators found it difficult to draw lessons from his methods”. Des te spannender als er een nieuw boek gewijd wordt aan juist Laskers wijze van spelen: The Lasker method to improve chess: A manual for modern-day club players.

Laat ik maar meteen duidelijk stellen: Gerard Welling en Steve Giddins bewijzen met hun boek het ongelijk van Wikipedia. Zij laten duidelijk zien welke principes Lasker hanteerde in zijn spel. Zo ontstaat een leerzaam maar ook prettig geschreven boek. Welling en Giddins hanteren daarbij twee uitgangspunten: zij stellen de methode boven de partijen van Lasker en ze geven de lezer een praktisch openingsrepertoire ontleend aan Lasker.

Het eerste uitgangspunt komt voort uit, en daar zijn de schrijvers heel open in, de eerdere uitstekende publicaties die gewijd zijn aan Laskers partijen. Daarbij moet met name gedacht worden aan John Nunns John Nunn’s Chess Course (Gambit 2014), maar ook aan Andrew Soltis Why Lasker matters (Batsford 2005) en Gary Kasparovs onvolprezen My great predecessors (part I, Everyman Chess 2003). De schrijvers willen doublures voorkomen en gebruiken dus naast de partijen van Lasker veelal partijen van andere spelers die de Laskermethode goed illustreren. Deze aanpak werkt erg goed, omdat niet geforceerd in de carrière van Lasker hoeft te worden gezocht, maar de relevantste partijen voor de methode kunnen worden gekozen.

Lees meer >

Jana Krivec – Improve your life by playing a game: Learn how to turn your life activities into lifelong skills

Om maar meteen te beginnen met een waarschuwing: dit is niet het gebruikelijke schaakboek. Dat blijkt al uit een paar droge feiten: er staan maar vijftien diagrammen in het hele boek, wel vijf dichtbedrukte pagina’s bibliografie en een paar honderd citaten die afkomstig zijn van een breed spectrum aan wijzen (van Plato via Kubrich en Osho naar Carlsen, Spassky en Aronian). Verwacht dus geen partijen, schaakpuzzels om op te lossen of technische verhandelingen over dubbelpionnen of het benutten van het initiatief in een partij.

Lees meer >

Yuriy Krykun – A complete opening repertoire for black after 1.e4 e5!

Op een Franse blauwe maandag na speel ik mijn hele leven al met zwart de open spelen. Een schaakleraar die ik begin jaren negentig had, placht te zeggen: “leuk die open spelen maar je moet ze dan ook allemaal kennen van het Belgrado gambiet tot en met de Ponziani”. Heel wat jaren moest ik het zonder deze encyclopedische kennis doen wat resulteerde in fraaie aanvalspartijen én soms snelle ongelukken in een obscuur gambietje. Daar kwam verandering in met de verschijning van Play the open games as black van John Emms (Gambit 2000). Na een grondige bestudering had ik een compleet repertoire en ik moet zeggen dat de aanbevelingen van Emms mij punten hebben opgeleverd tegen spelers die al hun hele leven het Koningsgambiet of het Göringgambiet spelen.

Het boek van Emms heeft echter twee nadelen: het gaat niet in op het Spaans en het is inmiddels toch alweer twintig jaar oud. Nu zijn de ontwikkelingen binnen de open spelen niet zo dynamisch als in de Grünfeld of de Najdorf, maar met name in het Italiaans is er de stormachtige opkomst van de rustige aanpak met c3-d3. Vandaar dat mijn interesse gewekt werd door A complete opening repertoire for black after 1.e4 e5! Van Yuriy Krykun.

Deze jonge Oekraïnse FM van 21 gaat de uitdaging aan om in één boek het hele spectrum inclusief het Spaans te bestrijken. In deze recensie zal ik zijn boek naast dat van Emms leggen om te kijken naar de meerwaarde ten opzichte van dat eerdere boek en het verschil in benadering te duiden. Daarnaast zal ik ook steeds een check doen aan de hand van de recente stand van de theorie op basis van de website chesspublishing.com.

De eerste vraag is natuurlijk: is Krykun compleet? Ik heb maar één opvallende omissie kunnen constateren en dat is het ontbreken van een behandeling van het Göringgambiet. Deze opening komt weinig voor, maar is wel venijnig voor een zwartspeler die er totaal niet op voorbereid is. Verder komt werkelijk alles aan bod zelfs inclusief de Nakamuravariant (2.Dh5).

Wat ik bewonderenswaardig aan de aanpak van Krykun vind, is dat hij een goede balans vindt tussen genoeg varianten geven om niet voor verrassingen te komen staan en uitleggen wat de ideeën achter bepaalde varianten zijn. Dat maakt dit boek uitstekend geschikt voor elke clubspeler. Krykun slaagt daarin, omdat hij een slimme keus heeft gemaakt voor varianten die wel gezond zijn maar niet de hoofdvariant in een opening vormen. Emms kies eigenlijk voortdurend voor de hoofdvariant, maar scheept daarmee de lezer wel met veel werk op. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de aanpak van het Koningsgambiet na 2.f4 exf4 3.Pf3. Emms kiest voor 3…g5 of 3…h6 en dompelt ons dan onder in de theorie van onder andere het notoir ingewikkelde Kieseritzkygambiet waar één verkeerde zet de ondergang kan betekenen. Hij behandelt dit voorbeeldig maar toch. Krykun kiest voor de Bonch-Osmolovsky verdediging (3…Pe7) wat zwart veel minder werk oplevert, zelfs voor de Koningsgambietspeler een zeker verrassingseffect in zich heeft en een gezonde strakke opzet kent.

Lees meer >

Vladimir Barsky – A Modern Guide to Checkmate Patterns: Improving Your Ability to Spot Typical Mates

Dit gaat een korte recensie worden. Niet door tijdgebrek of een geringe motivatie, maar omdat het te bespreken boek extreem monotoon van aard is. Dat is zowel de kracht, als de zwakte van A Modern Guide to Checkmate Patterns: Improve your ability to spot typical mates van Vladimir Barsky. In dit boek werkt hij aan de hand van de methode ontwikkeld door zijn mentor wijlen Viktor Khenkin.

Lees meer >

Daniel King – Sultan Khan: The Indian servant who became chess champion of the British Empire

Als jonge jongen was ik vaak meer geïnteresseerd in de smeuïge verhalen over de schaaktitanen van weleer, zoals Morphy en Aljechin, dan in hun partijen. Het zal wel deels verklaren waarom mijn rating nooit boven de 2000 is gekomen. In die boeiende schaakgeschiedenis dook ook een speler op met de mysterieuze naam Sultan Khan. Met mijn toen nog erg oriëntalistische blik zag ik een stilzwijgende aristocratische Indiër met een tulband,

Lees meer >

David Smerdon – The complete chess swindler

Sommige schaakboeken leren je wijze lessen over ons mooie spel, sommige schaakboeken bieden een grote bron van vermaak. En heel soms komen lering en vermaak samen in één boek. Zo een boek is The complete chess swindler: How to save points from lost positions van David Smerdon. De Australische grootmeester had zich al eerder bewezen met het sterke openingsboek Smerdon’s Scandinavian (2015), maar begeeft zich nu op een geheel ander en volgens velen ietwat dubieus terrein,

Lees meer >

Larry Kaufman – Kaufman’s new repertoire for black and white

 

Openingsboeken komen in vele soorten en maten. De ene auteur diept in een monografie een zijvariant uit tot dertig zetten diep, met een woud aan analyse. Je krijgt de indruk dat elke vertakking in de zettenboom wel is verkend, geen millimeter theorie is onbesproken gebleven.

De andere richt zich op het uitleggen van een opening aan de hand van een serie illustratieve partijen. De schrijver gaat niet voor compleetheid maar voor het aanleren van patronen bij de lezer.

Lees meer >

Recensie: Davorin Kuljasevic – Beyond Material

 

Afgelopen donderdag op de clubavond was het weer zo ver. Ik had een pion meer maar mijn tegenstander had me in de houdgreep. Ik kon gaan keepen en dan waarschijnlijk twintig zetten later moegestreden opgeven. Er zat echter ook een zeer speculatief dame-offer in de stelling. Materieel kreeg ik maar een loper en twee pionnen terug, maar daar kwam wel een open stelling bij waarin mijn stukken weer vrij konden gaan dreigen en wie weet combineren.

Lees meer >