Frank Clevers – Eeuwige schaakverhalen: 100 jaar schaken in Maastricht

Laat ik de recensie van dit jubileumboek van MSV meteen met een disclaimer beginnen. Uw recensent is een Limburger en helaas heeft onze provincie de laatste tijd op het gebied van transparantie niet altijd de hoofdprijs gewonnen. Aan de andere kant gaat het boek over honderd jaar schaken in Maastricht en ben ik een geboren en getogen Heerlenaar. Voor hen bij wie dan niet meteen een belletje gaat rinkelen: de tegenstelling tussen Maastricht en Heerlen is te vergelijken met de beroemde spanning tussen Amsterdam en Rotterdam. Kortom, vooringenomenheid valt op dat vlak niet te verwachten. Het is dan ook typerend dat als Heerlen wat uitgebreider aan bod komt in het boek het een anekdote betreft die voor de Winkbülle niet echt positief is:

“Een tegenstander die een deal wil sluiten. Dat komt niet zo vaak voor. In het verslag van de ledenvergadering van MSV van 11 januari 1939 lezen we dat Heerlen het op een akkoordje wil gooien:

‘Van den secretaris der Heerlensche Schaakvereeniging is een voorstel ingekomen, de wedstrijd Maastricht 2 – Heerlen 2 niet te spelen en 4-4 als uitslag van deze wedstrijd te beschouwen. Dit voorstel wordt verworpen, zoodat deze wedstrijd zal worden gespeeld’ (pagina 82).

Als oud-lid van HSV krab je je dan wel even achter de oren.

Dan een tweede disclaimer: ik ken de schrijver van het boek, Frank Clevers, van de Limburg Open. We zitten samen in de organisatie van dit toernooi waarvoor hij, op overigens uitstekende wijze, de communicatie verzorgt. Toch heb ik dit boek met een open blik gelezen, met name beducht voor de valkuilen van het genre jubileumboek.

Wat zijn deze valkuilen? In de eerste plaats is een dergelijk boek vaak ontzettend leuk voor de eigen leden want gevuld met anekdotes en grappen over mensen die de lezer van buiten echter niet kent. Je haakt dan al snel af omdat de namen je gaan duizelen en de verhalen vooral heel vermakelijk waren als je erbij was. Frank Clevers heeft deze valkuil goed omzeild door steeds aandacht te houden voor de algemene relevantie van zijn materiaal. Deze valkuil leidt overigens wel tot het enige punt van kritiek op dit boek, maar daarover later meer.

De tweede valkuil is dat er veel aandacht is voor de afgelopen decennia, maar dat het verre verleden er wat bekaaid van afkomt. Logisch, want over de afgelopen jaren zijn nog veel leden te spreken, maar als je dieper de geschiedenis in moet duiken, wordt het lastiger om het verhaal te reconstrueren. MSV heeft echter het geluk gehad dat haar jubileumboek geschreven werd door een journalist met een grote kennis over de schaakgeschiedenis van Limburg. Frank Clevers heeft uitgebreid bronnenonderzoek gedaan waardoor ook de eerste vijftig jaar van de vereniging goed gedocumenteerd aan bod komt. Het is bewonderenswaardig hoeveel hij heeft weten op te halen over de voorlopers van MSV en over de moeilijke oorlogsjaren. Dit leidt tot mooie verhalen, zoals onderstaande uit 1943:

“Er werd een nieuw fenomeen in het leven geroepen, de zogenaamde ‘Welter-Wedstrijd’, die sterk bijdroeg aan verhoging van de sfeer, een traditie die tientallen jaren stand zou houden. De wedstrijd was genoemd naar Piet Welters, die op een sombere oorlogswinteravond in overleg met het ijverige bestuurslid Pie Knols dit initiatief nam. De opzet was het oplossen van partijstellingen of probleemcomposities. Er werd flink gestrooid met (smakelijke) prijzen zoals jenever en likeur en er waren slechts weinigen die met lege handen huiswaarts gingen; mooi om de kerstdagen of jaarwisseling mee door te komen, want de wedstrijd was meestal in december. De wedstrijd leidde in Maastrichtse kringen zelfs tot een nieuw werkwoord: ‘welteren’: ‘ik welter’, ‘jij weltert’, ‘wij hebben gewelterd’ (pagina 60-61).”

Frank Clevers verantwoordt zijn bevindingen met een notenapparaat dat niet zou misstaan in een wetenschappelijke publicatie. Daarnaast valt op dat hij bij zijn archiefonderzoek ook fraai beeldmateriaal heeft weten te verzamelen waardoor het boek wordt verlevendigd met vele historische foto’s en weergaves van documenten.

Ten derde wil een jubileumboek nogal eens verzanden in cijfers en lijsten. Er is natuurlijk veel te melden over competitie-uitslagen en wie er allemaal door de jaren heen voorzitter is geweest. Dat gaat natuurlijk zeer zeker op voor een boek over een eeuweling. De heldere opzet van dit boek helpt de lezer gelukkig: steeds wordt een kwart eeuw besproken waarbij na een algemene inleiding waarin ook de resultaten van de club zijn verwerkt apart aandacht wordt geschonken in hoofdstukjes (door de schrijver overigens enigszins vreemd ‘artikelen’ genoemd) aan markante persoonlijkheden of aan bijzondere gebeurtenissen. De onvermijdelijke lijsten zijn separaat opgenomen aan het einde van het boek.

Zo is er een fraai hoofdstuk gewijd aan de schakende mijnwerker Alex Vinken die maar liefst veertigmaal kampioen van Limburg werd en zelfs een bijdrage leverde aan de openingstheorie. Deze levensbeschrijvingen worden ondersteund met partij-analyses. Frank Clevers heeft ervoor gekozen om deze partijen niet kapot te analyseren met een computer, maar juist om de sfeer van de oorspronkelijke aantekeningen te behouden. Hieronder een voorbeeld van een partij van Alex Vinken tegen niemand minder dan Max Euwe die hij knap op remise houdt:

 

Max Euwe – Alex Vinken (Jubileumtoernooi Maastricht, 1946)

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4 4.Db3 c5 [Paul Keres is van oordeel dat zwart 4…Pc6! moet spelen, na 5.Pf3 d6 eventueel met overgang in de Züricher variant: 6.a3 Lxc3+ 7.Dxc3 a5 enz.] 5.dxc5 Pc6 6.Pf3 Da5 7.Ld2 [Dit heeft ook tegen 6…Pe4 – vroeger gebruikelijk – een uitstekende werking.] 7…Dxc5 8.e3 [Er is geen haast met 8.a3 (Capablanca) daar zwart met 8… Pa5 9.Dc2 om in het oog springende redenen toch niets zou bereiken.] 8…0-0 9.a3 Lxc3 10.Lxc3 Pe4 11.Ld3 Pxc3 [Anders worden de moeilijkheden zeker niet kleiner (11…f5 12.Lxe4 fxe4 13.Pd2 Df5 14.0-0, benevens f2-f3.] 12.Dxc3 b6 [Niet 12…d5 wegens 13.b4 Dd6 14.cxd5 en wit blijft een overwicht behouden, om het even hoe zwart terugneemt (14…Dxd5 15.Lc4, respectievelijk 14…exd5 15.0-0.]

13.0-0 Lb7 14.Tad1 Tad8 15.Le4 [Sterk in aanmerking kwam 15.e3-e4!] 15…f5 16.b4 De7 17.Lxc6 [Men vraagt zich af, of wit den druk niet het best met 17.Lc2 had kunnen handhaven. Het is waar, dat 17…dxc6 18.c5 zwart niet zou hebben kunnen gebaat, maar na nemen met den looper schijnen de ergste perikelen tot het verleden te behoren.] 17…Lxc6 18.Pe5 [Onttrekt het paard zich op andere manier aan ruil op f3, dan volgt e6-e5 en eventueel d7-d5. Na den tekstzet dreigt wit met c4-c5 den druk te bestendigen. Voor wat deze variant betreft, zou 14…Tf8-d8 de voorkeur hebben verdiend boven 14…Ta8-d8, immers hoe welkom zou in het eerste geval 18…Ta8-c8 zijn geweest!] 18…La4 19.Td2 d6 20.Pf3 [Begin van een omweg. Volgens dr. Euwe was 20.Pd3, dreiging b4-b5 het sterkst, omdat het wit in staat stelt, aanstonds de torens te verdubbelen. Groot is wits overwicht ook na 20.Pd3 Le8 21.Tfd1 Lh5 22.f3 g5 benevens e5 en e4 of g4 niet meer.] 20…Le8 [Nu zou 21.Tfd1 eerst recht 21…Lh5 uitlokken.] 21.Pe1 Lf7 22.Pc2 Tc8 23.Tfd1? [Wit ziet de dreiging voorbij. Noodzakelijk was 23.Dd3, respectievelijk 23.Db3. Zwarts vooruitzichten na 23… Tfd8, respectievelijk 23…d5 24.cxd5 Tfxd8 zijn daar niet zorgwekkend.] 23…d5 24.De5 Txc4 25.Pd4 Dc7 [Er dreigde Pxf5] 26.Dxc7 Txc7 27.Pb5 Td7 28.Tc1 [Met het oog op de tijdelijke gevangenschap van Lf7 stelt wit zichzelf nog hooge eischen. Anders zou hij wel met 28.f4 op een remiseachtige opstelling hebben aangestuurd, wat, zooals weldra blijkt, veel moeite zou hebben bespaard.] 28…e5 29.Tc6 [Om a7-a6 te voorkomen (30.Pd6), een zet die op 29.f4 zou zijn gevolgd, om het paard van d4 af te houden.] 29…Tfd8 30.f4 exf4 31.exf4 d4! [Daar hapert het! Wit had zich verlaten op 32.Txd4 Txd4 33.Pxd4, maar bemerkte tijdig, dat zwart met 33…Le8 een stuk zou winnen. Vandaar:] 32.Tc1 [Waarmede wordt gespeculeerd op 32…a6? 33.Txd4!] 32…g6 33.a4 [Noodig wegens dreiging a7-a6.]

33…d3 34.Tc3 [Inleiding tot een sierlijk vuurwerk, zij het ook nog geen definitieve redding.]

34…a6 35.Pc7 Tc8 [35… a5 dan 36.bxa5 bxa5 en Pc7-a6-c5.] 36.Pd5 Txc3 37.Pf6+ Kg7 38.Pxd7 b5 [Vergelijk met 38…Tb3 39.b5! axb5 40.Pxb6 bxa4 41.Pxa4, en vervolgens Pb2, Kg1-f2-e3 met herovering van den pion. Maar sterk in aanmerking kwam 38… Tc4!] 39.axb5 axb5 40.Pc5 Lc4 41.Kf2 Tc1? [Zoo verdwijnt zwarts laatste illusie, met 41… Kh6 42.g3 Kh5 43.h3 h6 zou hij de partij nog wel hebben gewonnen.] 42.Pxd3 Lxd3 43.Txd3 Tc4 44.Kf3 Txb4 45.Td7+ Kh6 [In de (remise-)varianten die uit 45…Kf6 kunnen voortspruiten zou wit niet langer de verdrukte partij zijn.]

46.h3 Tb3+ 47.Kf2 b4 48.Tb7 Tb2+ 49.Kf3 [Remise. Voor 49…Tb3+ 50.Kf2 g5 geldt hetzelfde als in de vorige aanteekening.] (1⁄2-1⁄2)

 

Naast bijzondere clubleden, zoals heel verrassend de Finse grootmeester Heikki Westerinen, is er ook aandacht voor bijzondere gebeurtenissen, zoals het jubileumtoernooi uit 1946 dat leidt tot een gigantisch tekort waar de club nog tot 1954 aan moet afbetalen en de moeizame omgang met de schenking van een bijzondere kostbare collectie schaakboeken door de oud-voorzitter Martin Bingen. Hij laat dit na in 1945 maar pas in 1992 kan het boek gesloten worden; gelukkig wel met een happy end: de collectie is tot op de dag van vandaag te raadplegen in de Stadsbibliotheek van Maastricht. Clevers beschrijft de soap waarin meerdere malen een verkoop of diepe conflicten dreigden.

Als voorbeeld van de thematische aanpak volgt hier de beschrijving van de omgang met NSB en Duitse leden na de oorlog:

“Tijdens de ledenvergadering op 28 oktober, de eerste na de bevrijding, memoreerde de voorzitter van MSV ‘de gelukkige bevrijding van onze stad’. Men herdacht vervolgens clublid Kramer die bij een bominslag dodelijk was getroffen, en daarna meldde de voorzitter dat er een lid was gearresteerd ‘wegens NSB sympathieën’. Bij de rondvraag diende een clublid een voorstel in ‘om ongewenschte elementen uit onze vereeniging te weren’. Dit voorstel werd aangenomen. ‘Zoowel Duitschers als N.S.B.’ers en met de N.S.B. sympathiseerenden kunnen geen lid meer van de M.S.V. blijven of zijn’. Dit had consequenties voor twee leden. ‘De voorzitter zal deze leden inlichten’. Ze werden allebei geroyeerd (…)

Op 11 september 1946 lag tijdens een ledenvergadering de vraag voor of de beide geschorste leden weer zouden mogen terugkeren als lid. De schriftelijke stemming over het ene lid had als resultaat: 37 voor, 3 tegen en 2 blanco. Men was ervan overtuigd dat hij tijdens de oorlog aan ‘de goede kant’ had gestaan. Zo zei de voorzitter onder meer dat het betreffende lid ‘door vrees eventjes sympathiseerend NSB-lid was, doch thans volkomen gerehabiliteerd is’.

Bij het andere lid, een Duitser, stond men langer stil. Het verslag in het notulenboek telt hierover bijna drie pagina’s. Twee jaar na de bevrijding van Maastricht bleek het lidmaatschap van een Duitser dus nog gevoelig te liggen. Er waren leden die hem vrijpleitten (‘Hij was in zijn hart Nederlander’. ‘Hij heeft twee jaar lang een Jood geholpen te verzorgen die bij een kennis van mij was ondergedoken’. ‘Hij is reeds genoeg gestraft door een royement van twee jaar’), maar anderen waren nog steeds (principieel) tegen een lidmaatschap.

Clublid Van Gelder was het felst: ‘Hij is Duitscher en zal dat ook steeds blijven. Ik had twee zonen, beiden schakers. Ze zijn vermoord en ik zou hun nagedachtenis besmetten als ik mijn stem voor zo iemand zou uitbrengen’.

De schriftelijke stemming had uiteindelijk als resultaat: 33 voor, 5 tegen, 4 blanco. De heer Van Gelder trok daaruit zijn consequenties, zo blijkt uit de notulen: ‘Den Heer v. Gelder is zulks blijkbaar niet naar den zin, hij zegt vriendelijk “goeden avond Heeren” en verlaat dan de vergadering (enkele dagen later bedankte hij als lid) (pagina 78-79).”

Kortom, de opbouw van het boek zit goed in elkaar. De lezer raakt nooit de weg kwijt in de honderdjarige geschiedenis van MSV (een ware prestatie want er hebben in de loop der jaren veel fusies en splitsingen plaatsgevonden), maar voelt zich ook nooit verzanden in lange opsommingen. De verhalen blijven boeien en worden in een vlotte stijl opgediend.

Dan het enige punt van kritiek na 312 pagina’s geschiedenis krijgt de lezer 70 pagina’s met herinneringen van (oud)-leden voorgeschoteld. Het gaat om maar liefst 50 mensen die per persoon aan bod komen. Dit is heel leuk voor de mensen zelf en de leden van club en daarom heel begrijpelijk dat het in dit boek staat, maar voor de lezer van buiten zijn deze pagina’s toch wat overbodig. Het weglaten van deze herinneringen had het boek strakker en compacter gemaakt.

Concluderend moge het duidelijk zijn: dit is een heerlijk boek, een waar labour of love waar ontzettend veel werk in is gaan zitten. De enorme hoeveelheid informatie die de schrijver heeft weten te verzamelen is vervolgens op een uitstekende wijze verwerkt tot een verhaal dat van begin tot eind weet te boeien. Elke schaakvereniging zou zich een chroniqueur als Frank Clevers mogen wensen.

Koop dit boek als je interesse hebt in schaakgeschiedenis. Het maakt niet uit of je uit Maastricht komt of uit Groningen; je krijgt een boeiend beeld van hoe schaakverenigingen in Nederland zich in de afgelopen eeuw ontwikkeld hebben.

Koop dit boek niet als je schaakboeken koopt als leerboek. Ik kan verder geen reden bedenken.

 

 

Boek: Eeuwige schaakverhalen: 100 jaar schaken in Maastricht
Auteurs: Frank Clevers
Uitgeverij: Boeken uit Limburg
ISBN-nummer: 9789403635071

Pagina’s: 391
Gepubliceerd: 2021

Link naar website uitgevermgl.mijnbestseller.nl/shop/index.php/catalog/product/view/id/591685/s/eeuwige-schaakverhalen-100-jaar-schaken-in-maastricht-259074-mgl-mijnbestseller-nl/

Link naar onze recensenten.

1 Comment

  1. Avatar
    ayacucho september 28, 2021

    Voor de Alex Vinken fans onder ons hierbij de pgn na te spelen op caissa.com

    Max Euwe – Alex Vinken (Jubileumtoernooi Maastricht, 1946)

    1.d4 Nf6 2.c4 e6 3.Nc3 Bb4 4.Qb3 c5 5.dxc5 Nc6
    6.Nf3 Qa5 7.Bd2 Qxc5 8.e3 O-O 9.a3 Bxc3 10.Bxc3 Ne4
    11.Bd3 Nxc3 12.Qxc3 b6 13.O-O Bb7 14.Rad1 Rad8 15.Be4 f5
    16.b4 Qe7 17.Bxc6 Bxc6 18.Ne5 Ba4 19.Rd2 d6 20.Nf3 Be8
    21.Ne1 Bf7 22.Nc2 Rc8 23.Rfd1? d5 24.Qe5 Rxc4 25.Nd4 Qc7
    26.Qxc7 Rxc7 27.Nb5 Rd7 28.Rc1 e5 29.Rc6 Rfd8 30.f4 exf4
    31.exf4 d4! 32.Rc1 g6 33.a4 d3 34.Rc3 a6 35.Nc7 Rc8
    36.Nd5 Rxc3 37.Nf6+ Kg7 38.Nxd7 b5 39.axb5 axb5 40.Nc5 Bc4
    41.Kf2 Rc1? 42.Nxd3 Bxd3 43.Rxd3 Rc4 44.Kf3 Rxb4 45.Rd7+ Kh6
    46.h3 Rb3+ 47.Kf2 b4 48.Rb7 Rb2+ 49.Kf3 (1⁄2-1⁄2)

    Vinken zet heel slim een toren op c8 tegenover wits dame op c3 en introduceert zo een penning over de c-lijn, snoept Euwe een pionnetje af, maar het is niet genoeg voor de winst.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.