Weer de nodige bomen omgehakt!

 

Ofwel, er zijn weer de nodige boeken uitgebracht en dat heeft aanzienlijk veel papier gekost, terwijl we weten dat er wereldwijd een papierschaarste is. Alle gekheid op een stokje: ik ben blij dat New in Chess in Alkmaar wederom vier boeken het daglicht laat zien, die ik hieronder nauwgezet onder de loep neem. Het gaat om de volgende boeken die onlangs zijn uitgekomen:

 

The Magnus Method – Emmanuel Neiman Caruana’s Ruy Lopez – Fabiano Caruana
The London System in 12 Practical Lessons –
Oscar de Prado
Everyone’s First Chess Workbook –
Peter Giannatos

 

The Magnus Method – Emmanuel Neiman
The Singular Skills of the World’s Strongest Chess Player Uncovered and Explained 

Om te beginnen: wie is Emmanuel Neiman? Hij is een Franse Fidemeester, geboren in 1964 die in eigen land schaakles geeft. Hij heeft een paar boeken op zijn naam staan (ook bij NIC) te weten:
• The Fianchetto Solution
• Invisible Chess Moves
• Tune Your Chess Tactics Antenna

De vraag die de auteur zichzelf stelt is wat voor speciale eigenschappen wereldkampioen Magnus Carlsen moet hebben om al jaren de beste schaker op onze planeet te zijn. Want, zo zegt de auteur, de zetten die hij speelt zijn bijna allemaal gezonde zetten en lijken heel vanzelfsprekend. En toch wint hij de ene na de andere partij tegen de sterkst mogelijke oppositie. Zeiden we dat ook niet van de partijen van Bobby Fischer? Die waren toch ook kristalhelder en toch zagen de tegenstanders hun noodlot niet aankomen…
Bij het lezen van dit boek is de eerste vraag die bij mij opkomt, of een Fidemeester in staat is om voldoende te beoordelen hoe het spel van de wereldkampioen in elkaar steekt en hij goed kan taxeren waarom de tegenstanders vaak de mist in gaan als zij tegen Carlsen spelen. Maar Neiman blijkt jarenlang Carlsen’s partijen op de voet gevolgd te hebben en met de tegenwoordige engines kan voor een redelijk sterke schaker (hetgeen een FM is) snel een eenduidig oordeel geveld worden over wat er gebeurd is in een partij. Neiman meent ontdekt te hebben dat de wereldkampioen misschien niet de ‘absolute’ beste zet speelt, maar dat hij kiest voor alternatieven die hem waarschijnlijk de beste kansen geven. De wereldkampioen heeft volgens hem het vermogen om stellingen te winnen die ogenschijnlijk niet te winnen vallen, maar hij speelt die zodanig dat hij de druk op de ketel houden waardoor zijn tegenstanders de fout in (kunnen) gaan. Daarbij onderstreept Neiman dat Carlsen een fantastisch eindspelkunstenaar is die volgens hem zelfs bekende vuistregels aan zijn laars lapt. Hoe zit dat dan? Dat vereist een voorbeeld!
De auteur bespreekt een paar gevallen waarin Carlsen afwikkelt naar een eindspel met ongelijke lopers, terwijl dat niet nodig was. We weten allemaal dat deze eindspel grote remisetendensen bevat maar de wereldkampioen heeft voldoende zelfvertrouwen (of kennis) om zich daar toch op in te laten. Ook beschrijft Neiman gevallen waarin de Noor doelbewust kiest voor de combinatie D+L tegen D+P terwijl de heersende opvatting is dat het tweede duo stukken beter kan samenwerken. Maar hij schrijft ook terecht dat voor spelers van dit kaliber dit soort algemeenheden niet tellen. Het gaat hem om de specifieke situatie. Zoals in het volgende fragment:

 

Jobava-Carlsen, Wijk aan Zee 2015

In deze stelling geldt het principe dat D+P sterker zou zijn dan D+L niet. Zeker niet na wits laatste zet 40.f3-f4? Carlsen grijpt onmiddellijk de geboden kans nu veld e4 weggegeven is.
40…De4! 41. f5
41. Kg3 Le2 loopt totaal mis bij wit.
41…Df4+ 42. Kg1 gxf5 43. gxf5 Ld3 44. De1 Lxf5
Zwart heeft een pion gewonnen en zoals gewoonlijk verzilvert Carlsen die. 44…d4 45. cxd4 Dxd4 46. Dd2 Kg7 47. Kf2 Df4+ 48. Ke1 Lb5⩱
45. Pxf5?
Ftacnik: Just like tennis players chess players should also know that a very important part of the match with better opponents is inner confidence, that a loss is not the inevitable result. Jobava is trading minor pieces and the black position strikingly jumps in value. 45. Df2! Dg5+ 46. Dg3 Dh6 47. De5 Le6⩱
45…Dxf5 46. Dg3 Kh6!
The white king is locked in on g1 and the queen endgame proves to be simply hopeless.
47. Db8
47. c4 dxc4 48. Dh4+ Kg7 49. Dd4+ Df6 50. Dxc4 Dg5+ 51. Kf2 Dg2+ 52. Ke3 Dxh2 53. Dd4+ Kg6 54. De4+ Kf6 55. Dh4+ Ke6 56. Dc4+ Ke7 57. Dh4+ f6 58. Dh7+ Kd6-+
47…Df3 48. Dh8+ Kg6 49. Dg8+ Kf6 50. Dd8+
50. a4 De3+ 51. Kf1 Df4+ 52. Ke1 Dxh2-+
50…Kf5 0-1

 

Behalve al deze vaardigheden denkt Neiman dat de wereldkampioen ook een ijzeren wil heeft om te winnen en dat hij een ongeëvenaarde vechtlust aan de dag legt. Een andere kracht waar Carlsen over beschikt is zijn vermogen om elke positie en situatie objectief te evalueren. Hier wil ik persoonlijk aan toevoegen dat de wereldkampioen soms ook te ver gaat in zijn winstpogingen en dan soms tegen een nul aanloopt.

Hieronder de inhoudsopgave van alle hoofdstukken zodat een tipje van de sluier over de inhoud van het boek wordt opgelicht.
Chapter 1 Style: from Karpov to Tal?
Chapter 2 The opening revolution
Chapter 3 Attack: inviting everyone to the party
Chapter 4 Defence: the preventive counter-attack
Chapter 5 Tactics: ‘les petites combinaisons’
Chapter 6 Exchanges: Carlsen’s main positional weapon
Chapter 7 Calculation: keeping a clear mind
Chapter 8 Planning: when knowledge brings vision
Chapter 9 Pawns: perfect technique and new tips
Chapter 10 Pieces: the art of going backwards
Chapter 11 Endings: breaking the principles
Chapter 12 How to win against Magnus Carlsen: the hidden defects?
Chapter 13 Games and solutions

Op pagina 113 gaat van alles mis met de verwijzing naar partijen. Zo verwijst de auteur verwijst in zijn betoog naar een partij Carlsen-Nakamura terwijl in het hoofdstuk met oplossingen de partij Carlsen-Karjakin wordt getoond. Gelukkig geeft de partij-index uitsluitsel.

Met dit boek “The Magnus Method” probeert de auteur verschillende vaardigheden van de beste schaker ter wereld op een rijtje te zetten. Dat doet hij aan de hand van voorbeelden en diverse quizjes. Een heel aardig geheel.

Boek: The Magnus Method
Auteurs: Emmanuel Neiman
Uitgeverij: New in Chess
ISBN-nummer: 978-90-5691-968-9
Pagina’s: 320
Gepubliceerd: 2021
Prijs: € 27,95
Link naar het boek: The Magnus Method

 

Caruana’s Ruy Lopez – Fabiano Caruana
A White Repertoire for Club Players

 

(klik op plaatje voor link naar de website)

Ex-wereldkampioen Anatoly Karpov zei ooit dat het bestuderen van de Spaanse opening van groot belang is voor elke schaker. De vele verschillende typen stellingen die kunnen ontstaan, leren de schaakstudent allerlei facetten van het middenspel. De onderhuidse spanningen zorgen er ook voor dat beide spelers op winst kunnen spelen. Vandaar dat veel wereldkampioenen en andere sterke spelers deze opening op hun repertoire hebben staan.
Het is daarom des te leuker dat de nummer twee van de wereld, Fabiano Caruana, deze opening eens goed heeft bestudeerd en zijn kennis wil delen met ons, het “gewone voetvolk”. Het meest bijzondere is dat hij zijn gedachten niet op papier heeft gezet maar in een uitgebreide dvd-serie voor Chessbase heeft opgenomen. Er zijn drie losse dvd’s verschenen maar u kunt ze ook bestellen als pakket.

Omdat het zo bijzonder is dat een actuele topspeler – en hij is niet de minste! – zijn kennis op een bepaald gebied prijsgeeft aan het publiek, heeft New in Chess besloten om een transcript van deze drie dvd’s te maken. Daarmee is dit materiaal op een zeer bijzondere manier vereeuwigd. Het was Sean Marsh die de taak op zich genomen heeft om alles van video op papier te krijgen.

In zijn voorwoord voor dit boek zegt Caruana dat hij een vrij compleet en praktisch witrepertoire voor clubspelers heeft uitgezocht, waarbij hij inzet op stellingstypen die op elkaar lijken. Maar ook schuwt hij geen alternatieven, omdat – zoals hij zegt – het schaken een rijk spel is en daarom ook meerdere opties nodig zijn om spelers te bedienen.

Het repertoire voor wit dat Caruana behandelt, bevat vijftien hoofdvarianten. Op instructieve wijze legt Caruana algemene stellingskenmerken uit, waarbij hij focust op zwaktes in het vijandelijke kamp en hoe je als witspeler je stukken het best kunt neerzetten. De inhoudsopgave hieronder van alle hoofdstukken geeft een duidelijk idee welke varianten er behandeld worden

Chapter 1 An Anti-Marshall set-up: 3…a6 4.♗a4 ♘f6 5.0-0 ♗e7 6.♖e1 b5 7.♗b3 0-0 8.a4
Chapter 2 An Anti-Classical set-up: 3… a6 4.♗a4 ♘f6 5.0-0 ♗e7 6.♖e1 b5 7.♗b3 d6 8.a4
Chapter 3 Chigorin Variation: 8.c3 0-0 9.h3 ♘a5 10.♗c2 c5 11.d4
Chapter 4 Breyer Variation: 8.c3 0-0 9.h3 ♘b8
Chapter 5 Zaitsev Variation: 8.c3 0-0 9.h3 ♗b7
Chapter 6 Open Variation: 3…a6 4.♗a4 ♘f6 5.0-0 ♘xe4
Chapter 7 Berlin Defence: 3…♘f6
Chapter 8 Modern Arkhangelsk: 3…a6 4.♗a4 ♘f6 5.0-0 b5 6.♗b3 ♗c5
Chapter 9 Averbakh Variation: 3…a6 4.♗a4 ♘f6 5.0-0 ♗e7 6.♖e1 d6
Chapter 10 Classical Defence: 3…♗c5
Chapter 11 Bird’s Defence: 3…♘d4
Chapter 12 Schliemann Defence: 3…f5
Chapter 13 Cozio Defence: 3…♘ge7
Chapter 14 Cozio Defence Deferred: 3…a6 4.♗a4 ♘ge7
Chapter 15 Smyslov Defence: 3…g6
Chapter 16 Steinitz Defence: 3…d6
Chapter 17 Steinitz Defence Deferred: 3…a6 4.♗a4 d6
Chapter 18 Norwegian Variation: 3…a6 4.♗a4 b5 5.♗b3 ♘a5

 

Op YouTube treft u een voorproefje aan van zijn videoserie:

Boek: Caruana’s Ruy Lopez
Auteurs: Fabiano Caruana
Uitgeverij: New in Chess
ISBN-nummer: 978-90-5691-944-3
Pagina’s: 206
Gepubliceerd: 2021
Prijs: € 29,95
Link naar het boek: Caruana’s Ruy Lopez

 

The London System in 12 Practical Lessons – Oscar de Prado
Strategic Concepts, Typical Plans and Tactical Themes

 

Eerst maar even over de auteur. Wie is Oscar de Prado Rodriguez? Hij is een FIDE Meester uit Spanje, geboren in 1973 en speelt zelf al vele jaren met succes het Londensystem waar dit boek over gaat. Het is ook niet het eerste boek dat hij publiceerde hiervoor, want in 2016 heeft hij samen met co-auteur Alfonso Romero het veelgeprezen The Agile London System uitgebracht.

Als ik bij het begin van het boek begin te lezen, doet het mij deugd dat ik in een artikel in Schaakmagazine (dat ik een tijdje geleden schreef) ongeveer hetzelfde schematische diagram afdruk als het diagram dat ik in les 1 van dit boek tegenkom. Namelijk:

Ik heb gemakshalve de zwarte stukken weggelaten en een pion van h2 op h3 gezet omdat wit vaak de loper wil kunnen terugtrekken naar h2 als …Pf6-h5 in de stelling komt.

De auteur begint zijn eerste hoofdstuk om het Londensysteem te “verkopen”. En waarom ook niet: Magnus Carlsen maakt er frequent gebruik van en ziet er kennelijk brood in om het van stal te halen. Dan zegt de auteur er snel bij dat het niet de eerste bedoeling is van wit om direct voordeel uit de opening te halen, maar meer op een gezonde basis de ontwikkeling te voltooien en van daaruit te werken aan het verder verbeteren van de stukken. “Niet zelden kan wit over gaan tot een aanval”, vertrouwt de auteur ons toe. Dat laatste klinkt ons natuurlijk als muziek in de oren!

De Prado werkt zijn ideeën rondom deze opening uit op een manier die mij bevallen. Zoals u wellicht weet is mijn serie “Begrijp wat u doet” in Schaakmagazine (en het Engelstalige equivalent “Understanding before Moving”) daarvan op een dergelijke wijze ingericht. Een opening leer je niet door zetten uit het hoofd te leren maar door de stellingstypen die kunnen ontstaan te gaan begrijpen. Het begrijpen van de belangrijkste ideeën en concepten binnen een bepaalde pionnenstructuur helpen een speler een handje op weg om in te zien hoe hij zijn stukken in het middenspel kan ontplooien. Een interessante strategie kwam ik bijvoorbeeld tegen in hoofdstuk 4.

Alekseev, Vadim – Sarichev, Sergey
1. d4 d5 2. Lf4 e6 3. e3 Pf6 4. Pd2 c5 5. c3 Pc6 6. Ld3
Wit laat bewust Pgf3 achterwege en we gaan dadelijk zien waarom.
6…Ld6

7. Lxd6
In een andere variant gaat de loper terug naar g3.
7…Dxd6 8. f4!?
Voor een goed verstaander is het idee duidelijk: wit ruilt zijn ‘slechte loper’ tegen zwarts goede en zet pionnen op zwart om de vijandelijke loper (die van c8) binnen zijn keten te houden. Ofwel: de pionnen worden op de voor wit goede kleur vastgelegd en met de invloed op veld e5 heeft hij een soort gunstige Stonewall-opstelling bereikt, waarmee hij mogelijk op een aanval op de zwarte koning kan spelen.
8…Ld7 9. a3
Dit haalt …Pb4 uit de stelling. Het gaat te ver om alle mogelijkheden die de auteur in het boek noemt en vergezeld laat gaan met talloze voorbeelden uit partijen, hier verder uit te werken. Maar het maakt wel duidelijk hoe het boek in elkaar zit. Hij neemt een modelpartij als uitgangspunt en bouwt de moderne openingstheorie erom heen. Ik geef de rest van de partij zonder commentaar. Volgens de auteur is 9. Pgf3 onnauwkeurig. Hij zegt dat 9…cxd4 10. cxd4 Pg4! 11. De2 Pb4 12. Lb1 Tc8 wit geen voordeel biedt.
9…cxd4 10. cxd4 Tc8 11. Pgf3 Pa5 12. De2 O-O 13. O-O a6 14. Pe5 b5 15. Tf3 Pc4 16. Th3 g6 17. Pdf3 Kg7 18. Pg5 Le8 19. Pg4 Ph5 20. Pxh7 Th8 21. Pg5 Pxf4 22. exf4 Dxf4 23. Txh8 Kxh8 24. Pxe6 fxe6 25. Dxe6 Dxd4+ 26. Kh1 Pb6 27. Pf6 Dxd3 28. Dg8# 1-0

Dat het Londen Systeem door veel clubschakers wordt gespeeld heeft te maken met het feit dat wit in het begin vrijwel altijd dezelfde zetten speelt en dus ideaal is voor mensen die niet veel tijd hebben om openingen te bestuderen. Daarbij heeft wit interessante keuzes tussen strategische of meer agressieve benaderingen, terwijl het een hoop openingstheorie vermijdt. En het is niet zo dat de reputatie, die het systeem enigszins heeft – namelijk dat het oersaai en solide is – in de praktijk ook zo is. Waarom zouden anders creatievelingen zoals Grischuk, Jobava en Rapport het anders in hun repertoire hebben?

Een overzicht van de hoofdstukken maakt ongetwijfeld nieuwsgierig naar de inhoud van dit boek:
Lesson 1 General ideas and move-orders
Lesson 2 The attack on the b2-pawn
Lesson 3 The early exchange of the f4-bishop
Lesson 4 An interesting scheme with f2-f4
Lesson 5 Typical attacks in the London System
Lesson 6 Ideas with a quick h2-h4
Lesson 7 Play on the queenside
Lesson 8 Good knight vs bad bishop
Lesson 9 Typical queen manoeuvres in the London System
Lesson 10 Typical London System endgames
Lesson 11 Latest theoretical developments in the London System
Appendix Notes on the book Fighting the London System by Kiril Georgiev
Lesson 12 Exercises: tactics, theory and strategy
Solutions to the tactical exercises
Solutions to the exercises in theory and strategy

Boek: The London System in 12 Practical Lessons
Auteurs: Oscar de Prado
Uitgeverij: New in Chess
ISBN-nummer: 978-90-5691-965-8
Pagina’s: 272
Gepubliceerd: 2021
Prijs: € 26,95
Link naar het boek: The London System in 12 Practical Lessons

 

Everyone’s First Chess Workbook – Peter Giannatos
Fundamental Tactics and Checkmates for Improvers

 

Voordat ik over de inhoud van het boek begin, wil ik de eventuele koper een kleine waarschuwing geven. Dit boek heeft niet het normale formaat. Nee, het heeft een enorm formaat! In de lengte iets kleiner dan A4, in de breedte bijna een centimeter breder. En dat 344 pagina’s dik. Net nu ik begrepen heb dat er wereldwijd papierschaarste heerst, is dit boek wat dat betreft een vreemde eend in de bijt. Maar er zit een gedachte achter, daarover dadelijk meer.
In het voorwoord van GM Daniel Naroditsky wordt duidelijk dat hij zijn goede vriend Peter Giannatos, de auteur van dit boek, een belangrijke veer in de kont steekt. Dat doet hij aan de hand van een voorbeeld uit zijn eigen praktijk. Een talentvol meisje dat hij traint komt op een gegeven moment niet verder. Ze blijft een jaar lang steken op een rating van ongeveer 700. In het oplossen van oefeningen is ze briljant. Maar in haar partijen worden alle matten die ze in de opgaven wel ziet niet gevonden; ze geeft stukken weg, die ze in de diagrammen wel pakt. Naroditsky denkt het antwoord op haar falen te hebben: ze mist patroonherkenning. Hé, zeggen we dan hier in Nederland. Hebben we hier niet de Stappenmethode die ook gebaseerd is op patroonherkenning?

Als ik mijn vele gesprekken in herinnering breng, die ik gevoerd heb met beide auteurs van de Stappenmethode (IM Cor van Wijgerden en Rob Brunia), is deze conclusie toch enigszins kort door de bocht. Bestaat er ook niet zoiets als toepassingsvaardigheden? Voordat ik hier hele verhandelingen over ga ophangen, lijkt het me beter dat ik me richt op de inleidende tekst die Giannatos schrijft. Het uitgangspunt van dit boek is dat zich richt op spelers onder 1000 (in bordpartijen) en 1300 (online). Het boek is onderverdeeld in vier delen. Die delen zijn weer opgedeeld in hoofdstukken, die op hun beurt paragrafen bevatten.
Vele thema’s kennen we ook uit de Stappenmethode en daar worden telkens instructieve voorbeelden mee gegeven. Vervolgens mag de speler die dit boek in handen heeft opgaven gaan oplossen. Dat is meteen de belangrijkste reden dat het boek zo fors is uitgevallen. Er is veel ruimte gereserveerd om de antwoorden in op te schrijven en dat mag netjes op de lijntjes die daarvoor gereserveerd zijn, gebeuren.
Want het uitgangspunt, om eerst te werken aan schaaktactiek, is hetzelfde als in de Stappenmethode. Het vinden van diverse matpatronen is uiterst belangrijk en dat komt in dit boek heel dominant aan de orde. Voor bijna elk mat is kennelijk ook een naam. Zo heb ik zeker gehoord van het beroemde stikmat (“Smothered mate”), het epaulettenmat en bijvoorbeeld het mat van Anastasia. Maar het “Arabian Checkmate”, het “Blind Swine Checkmate” en het “Dovetail Checkmate” zal niet bij iedereen even bekend zijn. Leuk om er misschien een paar te presenteren:

 

“Arabian Checkmate”

 

“Blind Swine Mate”

 

“Dovetail Checkmate”

 

Als schaaktrainer die veel met de Stappenmethode werkt (en heeft gewerkt) was ik benieuwd naar de terminologie van sommige begrippen. Het is in de didactiek bekend dat terminologie een belangrijke functie vervult bij het aanleren van thema’s. Als de koppeling wordt gelegd tussen de naamgeving en het plaatje (motief) komt het begrip systematisch in het geheugen te zitten.

Omdat ik zelf regelmatig les geef in het Engels was ik benieuwd naar de combinatiemotieven skewer en X-Ray zoals in de Engelse taal worden gebruikt. In de instructiegedeelten van het boek kom ik de volgende stellingen tegen:

 

Skewer

Ik citeer de auteur over het begrip skewer: “A skewer occurs when a linear moving piece (queen, rook, or bishop) attacks an enemy piece and if that piece moves away there would be an attack on a less valuable piece beyond it”.
1. Th8+ Kc7 2. Txa8 1-0

 

X-Ray

Definitie van de auteur: “An X-Ray is when a piece attacks or defends through a piece that moves in the same direction”.

1. Txd8+ Txd8 2. Txd8+ 1-0

 

Als Stappenmethode-adept weet ik dat er uitsluitend gesproken wordt over de “röntgenaanval” of het “röntgenschaak”. Wat Giannatos onder skewer zet, kennen wij als het röntgenschaak. De tweede stelling wordt “Röntgendekking” genoemd. In elk geval gaat het er vooral om dat een speler in een partij de juiste zet vindt. Dan is in de tweede stelling Txd8+ een beetje onzinnig. Objectief is Txd6 natuurlijk veel beter. De auteur had hier misschien beter een ander voorbeeld kunnen verzinnen. Niettemin is een dergelijk boek met zoveel opgaven altijd een mooie aanvulling op het arsenaal van oefenboeken waar beginnende schakers hun tanden in kunnen zetten.

Tot slot nog wat achtergrondinformatie over de auteur zelf. Schaaktrainer en Fidemeester Peter Giannatos heeft een goede reputatie opgebouwd rond het Charlotte Chess Center & Scholastic Academy, in Charlotte, North Carolina in de Verenigde Staten, dat ooit een prijs won. Hij is hiervan de oprichter en uitvoerend directeur en geeft al meer dan 10 jaar les en organiseert schaakactiviteiten. Nu besteedt hij het grootste deel van zijn tijd aan het aanleren van dezelfde technieken die hij gebruikte om snel beter te worden. Het is hem gelukt om vrijwel alle opgaven zonder ‘ruis’ aan te bieden, hetgeen het motief helder voor het voetlicht brengt. Een kijkje achter de schermen via onderstaande inhoudstabel:

Part I General Board Visualization
Chapter 1 Capturing Free Pieces
Chapter 2 Counting Attackers and Defenders
Chapter 3 Intro to Defense
Chapter 4 Assorted Checkmates in One
Part II Introduction to Chess Tactics
Chapter 5 Forks
Chapter 6 Pins
Chapter 7 Skewer
Chapter 8 Discovered Attack
Chapter 9 Discovered Check and Double Check
Chapter 10 Removing the Guard
Chapter 11 In-Between Move
Chapter 12 Decoy
Chapter 13 Overloaded
Chapter 14 X-Ray
Chapter 15 Interference
Chapter 16 Trapping Pieces
Chapter 17 Defense/Recognizing Threats
Part III Intermediate Checkmates and Combinations
Chapter 18 Assorted Checkmates in Two
Chapter 19 Themed Checkmate Patterns
Chapter 20 Combinations/Setting up Tactics
Chapter 21 Finish like the World Champions
Part IV Solutions to Exercises

Boek: Everyone’s First Chess Workbook – Peter Giannatos
Auteurs: Oscar de Prado
Uitgeverij: New in Chess
ISBN-nummer: 978-90-5691-988-7
Pagina’s: 344
Gepubliceerd: 2021
Prijs: € 24,95
Link naar het boek: Everyone’s First Chess Workbook – Peter Giannatos

Link naar onze recensenten: www.schaaksite.nl/2018/04/09/nieuwe-boekrecensenten/

Over Herman Grooten

Herman is ruim 40 jaar schaaktrainer. Hij verzorgde lange tijd de schaakrubrieken in Trouw en het ED. Daarnaast was hij Topsportcoördinator bij de KNSB en is hij auteur van diverse schaakboeken en werkt hij voor Schaaksite. Klik hier voor series die hij op Schaaksite heeft gezet.

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.