Columns

De rol van de toeschouwer: afstand bewaren

Het is in beider belang dat de toeschouwer voldoende afstand bewaart ten opzichte van de schakers. Daar kan geen twijfel over zijn.

Als de toeschouwer zich het leed en de problemen van de schakers te veel aantrekt, wordt haar rol erg zwaar. Zij neemt de dingen die zij waarneemt als het ware mee naar huis, waardoor zij zich niet goed meer kan ontspannen. De kunst is om warme belangstelling voor de partij op te brengen,

Lees meer >

De schaker die afwezig is, wie zal hem beschrijven?

Geen groter gemis voor een schaker dan de afwezige tegenstander. Hij werd verwacht, maar is niet gekomen. Een lege stoel aan de overzijde van het bord is het gevolg. Zijn stukken blijven in de beginstelling staan. De afwezige wordt door de wedstrijdleider na het verstrijken van de verzuimtijd ter plekke ontmenselijkt en “N.O.” genoemd, Niet Opgekomen.

Als toernooileider van het Best of the West-toernooi blijf ik me verbazen over de afwezigen.

Lees meer >

Het onderscheiden van loper en paard

Hoewel dit thema gerelateerd is aan een bekende belediging (begonnen met de Donner – Prins controverse in 1965), is die verre van triviaal. Een beginner leert al snel: een loper is ongeveer gelijkwaardig aan een paard. Maar, zoals met veel vuistregels: die is in veel situaties te kort door de bocht. Immers, je gooit toch ook niet een Zuid- en een Noord-Hollander op één hoop? Of anders een Hollander en een Zeelander?

Lees meer >

Gens una sumus

Op 28 juli gaat de 44e schaakolympiade van start in Chennai, India. Iets om naar uit te kijken. Maar de strijd zal niet beperkt blijven tot gevechten op de schaakborden. De verkiezing van de FIDE president en de FIDE vicepresident op 7 augustus zal onvermijdelijk overschaduwd worden door de oorlog in Oekraïne die dan al bijna zes maanden in alle hevigheid woedt.

Vier teams hebben zich kandidaat gesteld,

Lees meer >

Drs. F. Roessel: Openingen Vademecum en hoe dat tot stand kwam (door Foppe Jan Montsma)

 

Ergens in 1962 kreeg Frits Roessel bezoek van iemand die zich voorstelde als Dr. Van Zoeterwoude. Hij had ook nog iets meegenomen om aan Frits te laten zien: in manuscript een compleet overzicht van de bestaande schaakopeningen, maar dan in een handzame, beknopte vorm. En dat wilde hij op de markt brengen.

 

Maar ergens had hij het gevoel dat zijn product te gebrekkig was om een uitgever enthousiast te maken. Daar kwam nog bij dat hij, zei hij, niet de naam had die uitzicht kon bieden op een prettig verkoopcijfer. Hij had nooit actief deelgenomen aan het schaakleven in Nederland; kortom, hij was totaal onbekend.

Lees meer >

“Dankzij Fischer” door Gerhard Eggink

Mijn woonplaats Gouda viert dit jaar dat het 750 jaar stadsrechten heeft, en de Goudse schaakvereniging Messemaker 1847 viert dat ze dit jaar 175 jaar bestaat. In het kader daarvan kwam mijn jeugdidool Jan Timman naar Gouda voor een presentatie van zijn nieuwe boek The Unstoppable American, over de spraakmakende aanloop naar Bobby Fischers wereldkampioenschap in 1972. Lees de hele column in PDF.

Lees meer >

Rolmodel

Officieel heb ik tot mijn achttiende niet gerookt. Het leverde me een van mijn mooiste schaakboeken op, Ausgewählte Partien door Paul Keres. Het boek staat nog altijd in mijn boekenkast. Als beloning gekregen van mijn lieve opa. Op het titelblad van het boek schreef hij met krachtige hand: 4 februari 1968, Oma en Opa. Meer niet.

Het was mijn verjaardag en ik stelde mezelf gerust met de gedachte dat die paar sigaretjes die ik in Brussel met mijn Waalse vriend had gerookt natuurlijk niet telden. En lekker vond ik die zware Bastos sigaretten ook al niet, maar ja, ik wilde me niet laten kennen. Opa heeft hier gelukkig nooit van geweten.

Ruim een jaar later speelde ik mee in het IBM-toernooi. Er werd veel gerookt. Donner spande daarbij moeiteloos de kroon. Bij binnenkomst in de toernooizaal klopte hij op zijn borst- en broekzakken om te controleren of hij de benodigde sigaretten wel bij zich had. Die pakjes Chesterfield gingen tijdens de partij in rook op. Ik had dat kettingroken al eerder gezien, tijdens het zonetoernooi in Den Haag een paar jaar daarvoor. Dat was zeker geen aanmoediging om ook te gaan roken. Want zijn gewoonte zag er eerder als een beklagenswaardige verslaving uit dan als een recept om goed te schaken.

Lees meer >

“Een gedachtetreintje” door Manuel Nepveu

Jongstleden mei haalde ons eerste het kampioenschap van zijn poule binnen. Alle reden om plaatsen te reserveren bij de plaatselijke Chinees. Bijna ‘iedereen’ schoof aan en u kunt zich voorstellen welke onderwerpen er over tafel gingen. Ik weet niet meer in welk verband, maar plotseling liet een van de disgenoten een naam vallen uit een tamelijk grijs verleden. Lees de hele column in PDF.

Deze en andere columnisten van SV Promotie,

Lees meer >

“Puzzle Storm” door Hans Meijer

Waar een pandemie al niet goed voor is. Onze wereld werd groter. Het schaken ging dankzij webmaster Rens Minnema en lichess.org gewoon door en in cyberspace werden niet alleen clubgenoten maar ook Nederlandse en Duitse clubs bestreden. Verder was Rens de initiator van de Puzzle Storm competitie. Lees de hele column in PDF.

Deze en andere columnisten van SV Promotie, schreven samen meer dan 1000 columns.

Lees meer >

Van café naar club (door Foppe Jan Montsma mmv Wim Westerveld)

Parijs telde rond 1750 ongeveer 600 cafés. Er werd koffie gedronken, sinds de eeuwwisseling de mode van die tijd. En er werd heftig gediscussieerd over Koning, Kerk en politiek op een manier die de autoriteiten niet altijd aangenaam was. Die cafés waren broeinesten van revolutionaire Verlichtingsideeën.

Journalisten luisterden met de hand aan het oor mee en publiceerden wat ze hadden gehoord. Maar daar, in die cafés, werd toch voornamelijk ook geschaakt. Koffie en schaken, beide werden in die jaren beschouwd als stimulantia bij uitstek voor de hersens. Je werd er slimmer van. Dacht men.

Denkt u nu niet dat de koffie slechts in Parijs tot de geneugten des levens behoorde. Integendeel: de koffie was al enige tijd bezig met een opmars in heel West-Europa, die hier en daar tot ongerustheid leidde. Men was bang voor het verslavend effect ervan. Precies dat is het onderwerp van een mooie moraliserende cantate van Johann Sebastian Bach, de Kaffeekantate, die hij componeerde in 1732 en vele malen zelf uitvoerde met zijn orkestje in het Leipziger Kaffeehaus (in de Tweede Wereldoorlog verwoest).

Lees meer >