In de schijnwerpers: Frank Erwich

Frank leerde al op jonge leeftijd schaken en was zeer succesvol in de jeugd. Hij verzamelde maar liefst twaalf nationale jeugdtitels. Hij veroverde snelschaaktitels in alle leeftijdscategorieën en behaalde de titel van FIDE Meester. Zijn huidige rating is 2411.

Tegenwoordig is Frank vooral actief als schaaktrainer en auteur. Na zijn succesvolle periode in de jeugd richtte Frank zich meer en meer op het trainerschap. Zijn grote voorbeelden zijn Rob Brunia en Cor van Wijgerden. Hij is gediplomeerd schaaktrainer 3. Hij geeft onder andere schaakles op scholen, clubs en aan individuele schakers.

Frank is ook actief als auteur en redacteur bij New in Chess. Van zijn hand verscheen 1001 Chess Exercises for Club Players, een boek met – zoals de titel al aangeeft – maar liefst 1001 schaakpuzzels. Een heerlijk boek om elke dag een paar puzzels op te lossen! Van zijn hand is ook een e-Boek verschenen: Basic Chess Rules for Kids. U kunt het gratis downloaden via zijn website.
Naast zijn reguliere trainingsactiviteiten coacht hij ook spelers tijdens toernooien en verzorgt hij commentaar. Tevens heeft hij voor Chessity, een online schaakmethode, veel lessen gemaakt voor beginnende schakers.

Frank heeft uiteraard een grondige schaakopleiding gehad, maar daar is het niet bij gebleven. Ook op een ander vlak behaalde hij een titel. Hij studeerde in 2007 af aan de Universiteit van Leiden en mag zich Master of Science in Psychology noemen.

1. Wanneer ben je begonnen met schaken en wie heeft het je geleerd?
Mijn vader leerde me schaken toen ik een jaar of 6 was. Vervolgens ging ik op de woensdagmiddag een uurtje in de week schaken op de basisschool. Op mijn achtste werd ik lid van schaakclub Bobby Fischer in Wassenaar.

2. Heb je naast schaken nog andere sporten of hobby’s?
Fitness, hardlopen en zwemmen. Daarnaast ga ik er regelmatig op uit.

3. Naar welke muziek luister je graag?
House, dance en pop.

4. Heb je een favoriete auteur? Zo ja, wie dan?
In mijn studententijd las ik boeken van Dan Brown. Tegenwoordig vind/maak ik te weinig tijd voor literaire hoogstandjes. Biografieën over voetballers willen nog weleens door mijn vingers gaan.

5. Hoeveel tijd besteed je gemiddeld per week aan het schaken?
Sinds mijn laatste competitiewedstrijd in maart heb ik geen tijd meer besteed aan mijn eigen schaken. Aan mijn andere schaakactiviteiten (ik geef o.a. training, ben auteur en maak deel uit van de redactie van New in Chess) ben ik mede door corona en andere prioriteiten nu ongeveer 40 uur in de week kwijt. Dat was een paar jaar geleden een stuk meer.

6. Op welk moment of waardoor, kreeg je het idee dat je goed bent in schaken?
Toen ik op jonge leeftijd al snel veel partijtjes tegen leeftijdsgenoten en oudere kinderen wist te winnen en dit o.a. resulteerde in deelname aan nationale pupillenkampioenschappen. Dit was de opmaat naar het ‘serieuzere’ werk.

7. Wat was je beste resultaat tot nu toe?
In het seizoen 1999/2000 debuteerde ik namens LSG in de Meesterklasse. Ik scoorde 7 uit 9 en behaalde een TPR van 2570.

8. Wat was je beste schaakpartij tot nu toe?
In Hoogeveen (2007) werd ik beloond met de schoonheidsprijs door te winnen van Turkan Mamedjarova. Of het mijn beste partij is vind ik nog steeds moeilijk te zeggen, maar spectaculair was ie wel.

9. Hoe zou jij je eigen schaakstijl karakteriseren?
Over het algemeen probeer ik zoveel mogelijk theoretische hoofdvarianten te vermijden. Soms kan dan direct de vlam in de pan slaan, maar meestal levert dit rustige stellingen op. Na wat manoeuvreren in het middenspel, wordt het richting de tijdnoodfase vaak alsnog scherp en ontstaan er allerlei tactische verwikkelingen. De laatste tijd zijn mijn partijen gunstig uitgevallen. Ik denk niet dat ik een betere schaker ben dan pakweg tien jaar geleden, maar ben nu wel de 2400-grens gepasseerd.

10. Wie is je favoriete schaakspeler?
Kasparov. Ik ben met hem als wereldkampioen opgegroeid en als kind maakt dit nu eenmaal veel indruk. Niet alleen viel hij op qua spel, maar ook in zijn gedrag. Hij straalde onoverwinnelijkheid uit en intimideerde door zijn houding en maniertjes achter het bord zijn tegenstanders. Ik vond hem een boeiende persoonlijkheid en ik merk nu nog steeds dat als hij sporadisch opduikt in de schaakwereld, dat hij meteen mijn aandacht trekt. Nu overigens niet alleen in positieve manier. Die praatjes en bijzondere gelaatsuitdrukkingen vond ik vroeger heel bijzonder, maar nu kan ik me daar ook flink aan storen. Hoe dan ook, hij maakt in ieder geval wat in mij los!

11. Wie vind jij de beste schaker aller tijden?
Het is natuurlijk lastig om wereldkampioenen uit verschillende perioden met elkaar te vergelijken. Twee criteria zijn voor mij erg belangrijk:

  • Heeft de speler gedomineerd?
  • Heeft hij lange tijd aan de top heeft gestaan?

Voor mij blijft er dan een handjevol wereldkampioenen over en gaat mijn voorkeur uit naar Kasparov, maar dat komt ook omdat ik bevooroordeeld ben (zie mijn antwoord op de vorige vraag). Zelfs toen hij in de WK-match verslagen werd door Kramnik bleef hij jarenlang de nummer één van de wereld en bleef dit totdat hij in 2005 bekendmaakte te stoppen met professioneel schaak. Kramnik en Anand hebben voor mij nooit ver boven de rest gestaan, zoals Kasparov dat deed.

Carlsen doet dat nu wel vind ik. Hij is voor mij ook een goede kandidaat voor de ‘GOAT’ (MH: Greatest of all time). Hij domineert de schaakwereld al tien jaar en zelfs als hij slechte toernooien speelt, scoort hij nog altijd TPR’s van 2800. Ongekend. Hij heeft de ‘pech’ dat deze vraag mij nu gesteld wordt, want als hij over – pak hem beet – vijf jaar nog steeds heerst, dan zou ik mijn antwoord mogelijk herzien. Overigens spreekt ook voor hem dat hij met zijn bekendheid het schaken een enorme boost geeft. Het schaken duikt steeds vaker op in de media en er zijn een hoop mensen gaan schaken die niet bekend waren met het spel.

12. Wat vind je het beste schaakboek dat je ooit hebt gelezen?
Ik heb een aantal goede boeken gelezen (mede doordat ik deel uitmaak van de redactie van New in Chess), maar er is niet één boek voor mij dat er echt uitspringt.

13. Wat vind je het leukste aspect aan schaken?
Het sociale aspect heeft voor mij altijd zwaar gewogen. Ik heb vrienden uit de schaakwereld die ik al zo’n 25/30 jaar ken. Daarnaast vond ik de sfeer op en buiten de toernooien om erg prettig en ook het bezoeken van veel verschillende plekken in binnen- en buitenland is iets dat ik aan het schaken te danken heb.

Aan het schaken zelf merk ik dat het mij de laatste tijd veel voldoening geeft als ik na een lange, moeizame strijd de partij alsnog naar me toe weet te trekken. Dat je alles uit de kast hebt gehaald en op het allerlaatste moment toch nog iets hebt weten te creëren, waardoor je tegenstander een verkeerde beslissing neemt. Loon naar werken. Dat geeft me een goed gevoel.

Als trainer vind ik het leuk om verbanden te leggen. Als ik bijvoorbeeld een bepaald motief tegenkom in een partij, leg ik vaak een link naar soortgelijke motieven in andere partijen en diep ik dit verder uit.

14. Hoe kijk je tegen de ontwikkelingen in de schaakwereld aan?
Er zijn een hoop ontwikkelingen gaande en het gaat wat ver om bij alles uitgebreid stil te staan. Ik licht er daarom een aantal uit. Veel moet in deze tijd snel en sexy zijn. Carlsen is hier in coronatijd natuurlijk handig op ingesprongen door zijn eigen Tour van online blitztoernooien te starten. Het resulteerde in urenlange televisie-uitzendingen met beelden van de spelers, live commentaar en een hoop spectaculaire partijen tussen absolute wereldtoppers. Het leverde veel en positieve publiciteit voor het schaken op, maar persoonlijk kon het mij niet bekoren. Het waren wel heel veel partijen tussen dezelfde spelers en hoewel spectaculair, was het soms jammer om te zien dat deze wereldtoppers onder druk van de klok veel blunderden. Dat een partij soms beslist werd door het uitvallen van of door een trage internetverbinding heeft mijns inziens weinig met schaken te maken.

Ik vind snelschaken heel leuk, maar ben ook liefhebber van het klassieke schaak. Echter, op dit gebied moet het allemaal ook steeds sneller en dit doet afbreuk aan de kwaliteit van de partijen. Ik heb het gevoel dat een partij steeds vaker afgeraffeld moet worden en je daardoor niet alles meer kunt overdenken.

Iets anders dat me opvalt, is dat er de laatste jaren steeds meer toptoernooien worden georganiseerd. Aan de ene kant heel positief voor de wereldtoppers zelf en voor het publiek dat mag genieten van hoogstaand schaak, maar ergens merk ik dat het mij steeds minder interesseert. Ik zou het leuk vinden als ook spelers die tegen de wereldtop aanschurken of spelers met een attractieve speelstijl vaker een kans krijgen om zich te mengen met de hoge heren. Wat meer afwisseling kan geen kwaad. En überhaupt wat meer aandacht voor de professionals (net) onder de wereldtop zou ook leuk zijn.

15. Wil je nog iets kwijt aan de bezoekers van Schaaksite?
Leuk dat je de tijd hebt genomen om dit interview te lezen. Blijf genieten van het spel en wie weet komen we elkaar eens tegen!

Wilt u meer weten over Frank Erwich?

 

Eerder in de schijnwerpers: Robert RisRick Lahaye • Karel van Delft

Over Michel Hoetmer

Michel schaakt al sinds begin jaren '70. Hij speelde bij schaakclub Utrecht (2e klasse KNSB) en hij was ook redacteur van het clubblad. Tegenwoordig is hij lid van sv Zukertort in Amstelveen. In het dagelijks leven is hij verkooptrainer en publiceerde diverse boeken en artikelen over verkopen en marketing. Sinds kort mag hij zichzelf ook gediplomeerd schaaktrainer (2) noemen.

4 Comments

  1. Avatar
    Caesar64 december 10, 2020

    Ik had het bv wel een interessante vraag gevonden waarom Frank bv geen grootmeester is geworden maw wat is het verschil tussen de top en een fide meester.

    • Avatar
      Michel Hoetmer december 15, 2020

      Beste Caesar, 

      Bedankt voor je vraag. Als tiener verdween schaken bij mij geleidelijk naar de achtergrond. Ik had ook andere interesses en ontdekte dat er meer was dan schaken. 

      Als jongere werd ik misschien wel opgeleid om IM of GM te worden, maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik profschaker wilde worden in de zin dat ik mijn brood zou willen verdienen door alleen maar te spelen. 

      Aan het einde van mijn studententijd raakte ik op een andere manier opnieuw geïnteresseerd in het spel. Ik pakte het schaken niet op met het streven om (groot)meester te worden, maar ontdekte juist de veelzijdigheid ervan in het lesgeven, schrijven en spelen. Die afwisseling zorgt ervoor dat ik genoeg uitgedaagd word en dat ik heel veel plezier heb in wat ik doe. Daar ben ik erg dankbaar voor. 

      Groetjes, 

      Frank Erwich

  2. Avatar
    Frank Van Tellingen december 10, 2020

    Even mückensiebrig zijn, ondanks het leuke stuk over een sympathieke schaker, maar kunnen Engelse termen als Fide master indien er een goed Nederlands woord voor is (meester) niet worden vermeden?

Alleen geregistreerde kunnen een reactie achter laten.