Canon (28): Haije Kramer

Dertig keer kampioen van Philidor Leeuwarden, twintig keer kampioen van Friesland en zestig jaar schaakmedewerker van de Leeuwarder Courant. Geen enkele schaker heeft zo zijn stempel op een provincie gedrukt als Haije Kramer op Friesland. Nationaal was hij een van de sterksten achter Max Euwe.

Haije Kramer werd geboren op 24 november 1917.

Pas op zijn vijftiende leerde hij schaken en al een jaar later werd hij tweede in het clubkampioenschap van Philidor. Kramer was een natuurtalent en alles kwam snel, reeds in 1938 nam hij de wekelijkse schaakrubriek van de Leeuwarder Courant op zich. In 1947 kreeg hij zowel de rubriek als de verslaggeving voor het Algemeen Dagblad erbij, waardoor hij (als eerste Nederlander) van schaken zijn beroep kon maken. Ook schreef hij voor enkele regionale kranten, het bondsblad en de Losbladige Schaakberichten. De rubriek in de LC bleef hij tot 1998 schrijven, die in het AD tot 1969. Kramer is daarmee de meest productieve Nederlandse schaakjournalist in de geschiedenis.

Lees meer >

Canon (27): Het Interpolistoernooi

Een twaalfkamp met de sterkste schakers ter wereld, dat was de simpele formule van het Interpolis-toernooi. Geen immense zaal vol groepen met promotie- en degradatieregelingen, zoals Hoogovens en IBM. Ook geen ruimte voor de nummer vier of vijf van Nederland. Alleen wereldtoppers.

In 1976 won wereldkampioen Anatoli Karpov een vierkamp in Amsterdam, ter ere van de 75e verjaardag van Max Euwe. De Friese organisator en mecenas Waling Dijkstra vroeg hem bij die gelegenheid naar zijn financiële voorwaarden. Nadat Karpov zijn wensen had neergelegd, benaderde Dijkstra verzekeringsmaatschappij Interpolis, die al enkele denksportevenementen had gesponsord. Het bedrijf ging voor niet minder dan een twaalfkamp met alleen grootmeesters en liefst de wereldkampioen. Het eerste toernooi, in 1977, haalde de FIDE-categorie 14. Dat was op dat moment de op één na hoogste categorie die mogelijk was en de hoogste die ooit was bereikt met een toernooi met zo veel deelnemers.

Lees meer >

Canon (26): Hein Donner als schrijver

Als schaker behoorde Hein Donner in Nederland tot de grootsten. De grootste hoeveel? Daarover had hij een eigen mening en die verkondigde hij luid. Dat kon hij doen, omdat hij al tijdens zijn actieve wedstrijdperiode tevens actief was als schaakjournalist. In de jaren vijftig en zestig schreef hij in Elseviers Weekblad en De Tijd. In 1965, toen Lodewijk Prins Nederlands kampioen werd, legde Donner in beide bladen uit hoe slecht Prins wel was, hij kon nog geen paard van een loper onderscheiden.

Lees meer >

Canon (25): Hein Donner als schaker

Als schrijver heeft Hein Donner op het Nederlandse schaakleven een onuitwisbare indruk nagelaten. Daarover verschijnt in deze Canon een apart venster. Als schaker wordt hij door velen beschouwd als op twee na (Euwe en Timman) grootste of sterkste schaker in de Nederlandse geschiedenis. Dat is niet terecht als je naar de feiten kijkt. Als er in zijn toptijd wereldranglijsten hadden bestaan, was Donner daar niet in de buurt van de toptien gekomen, waar Piket en Van Wely later heel even in stonden. Ook drong hij op weg naar het wereldkampioenschap nooit door tot het interzonetoernooi, zoals Van der Wiel, Van der Sterren en Sosonko.

Lees meer >

Canon (24): Olympiades in Nederland

De Olympiade is tegenwoordig het grootste schaakevenement ter wereld, met meer dan honderd deelnemende landenteams. De eerste twee waren individuele toernooien, waarin de scores van landgenoten werden opgeteld om een rangschikking per land te krijgen. Zij worden onofficiële Olympiades genoemd. De eerste officiële, waarin landenteams (viertallen) tegen elkaar speelden, was Londen 1927. De tweede werd in 1928 in Den Haag gespeeld, gelijktijdig met de Olympische Spelen in Amsterdam.

Lees meer >

De koning is een lafaard

Vrouwen houden niet van schaken, want de koning is een lafaard. Dit schreef H.J. van der Eerden uit Den Haag in december 1956 in de Haagsche Courant. Met zijn goedvinden werd het overgenomen in het tijdschrift van de KNSB. Op mijn zoektocht naar historische gegevens voor de Canon kom ik veel leuke dingen tegen, die te uitgebreid zijn om daarin te publiceren. Daarom hierbij apart dit verhaal.

Lees meer >

Canon (23): Sergei Tiviakov

Drie keer was Sergei Tiviakov Europees kampioen: twee keer met het Nederlandse team en één keer individueel. Hij werd twee keer Nederlands kampioen en won talloze toernooien. Toch kreeg hij in ons land nauwelijks de waardering die hij verdiende.

Sergei Tiviakov werd geboren op 14 februari 1973 in Krasnodar (Rusland). Hij kreeg les op de schaakschool van Vassili Smyslov en werd wereldkampioen tot zestien en achttien jaar. In 1994 drong hij door tot de WK-kandidatenmatches van de PCA (de alternatieve bond van Kasparov), waarin hij werd uitgeschakeld door Michael Adams. In datzelfde jaar maakte hij deel uit van het Russische team dat de Olympiade won.

Tiviakov was dus al een wereldtopper toen hij zich in september 1997 in Nederland vestigde. In Groningen hielpen organisator Johan Zwanepol en zijn medewerkers hem bij zijn inburgering. Als dank daarvoor speelde hij jarenlang in de KNSB-competitie voor Groningen.

Lees meer >

Canon (22): Schaaktijdschriften

Het eerste Nederlandse schaaktijdschrift heette Sissa en werd omstreeks 1848 samengesteld door de heer Verbeek te Gouda. Het was niet meer dan een puzzelblaadje. Toen in 1873 de Nederlandse Schaakbond werd opgericht, riep die Sissa uit tot officieel bondsorgaan. Een jaar later stopte Verbeek, waarna de bond bijna twintig jaar zonder orgaan bleef. In 1893 werd het Tijdschrift van de Nederlandse Schaakbond (later KNSB) opgericht. Die naam veranderde in 1960 in Schakend Nederland en in 1996 in Schaakmagazine. Tot 1996 deed het blad uitgebreid verslag van wat er in het Nederlandse schaakleven gebeurde. Omdat tegenwoordig alles direct via internet te vinden is, belicht het blad nu vooral achtergronden en bondsnieuws.

Lees meer >

Canon (21): Timman-Karpov 1993

In 1990 had Jan Timman in de WK-kandidatenmatches de finale bereikt, die hij verloor van Anatoli Karpov. Zie het venster ‘Jan Timmans smalle pad’. In de cyclus 1991-93 kwam hij aanvankelijk net zo ver, maar wel overtuigender. Timman versloeg Hübner, Kortchnoi en Joesoepov elk met twee punten verschil. De finale verloor hij met 5-3 en vijf remises van Nigel Short.

Lees meer >

Canon (20): Jan Timmans smalle pad

 

“Na mij is er een reeks gekomen van jongelui, die een briljante wetenschappelijke carrière, maatschappelijke ambities of een bloeiend gezin gering achtten en de brede weg gemeden hebben die de massa’s gaan, die zich aan elkaar vastklampen en het smalle pad zijn opgegaan, waar alleen het bittere kruid der ontgoocheling overvloedig groeit en waarop geen vreugde te vinden is, maar alleen de geheime en eenzame last der ontbering.

O, hoe moeizaam is het pad van de schaker op aarde!” Dit citaat van Hein Donner sprak Jan Timman kennelijk aan, toen hij in 1988 onder de titel ‘Het smalle pad’ een boek schreef over zijn moeizame strijd op weg naar het wereldkampioenschap.

Lees meer >