Columns

“Voor de ‘heb’ ” door Manuel Nepveu. Column van Schaakvereniging Promotie.

De min of meer vergeten schrijver en mediapersoonlijkheid Godfried Bomans (1913-1971) heeft in een van zijn meer bespiegelende werkjes ooit geschreven dat “bezit” een fictie is. Dat is triviaal waar, maar het feit dat ik mij herinner dat hij dit ooit geschreven heeft, geeft aan dat deze vaststelling indertijd toch als een “bewustwordingsmomentje” binnenkwam. Bezit is een fictie, maar gevoelsmatig is het soms meer dan dat. Voor bezittingen van strikt persoonlijke aard,

Lees meer >

“Overzien” door Jan Willem Duijzer. Column van Schaakvereniging Promotie.

Voor mij is er geen twijfel mogelijk over de betekenis van het woord “overzien”. Iets overzien is: iets missen, iets niet-zien. Overzien is blunderen, leed. Het ergste wat je als schaker kan overkomen. Ik weet niet of ik het vaak doe, maar ik ben zeker geneigd om “overzien” in deze betekenis ook buiten het schaakdomein te gebruiken. Een tegenligger overzien, een losliggende klinker overzien… Voor mij voelt dat als normaal taalgebruik.

Lees meer >

“Een keurige heer” door Theo Mooijman. Column van Schaakvereniging Promotie

In de jaren vijftig en zestig was het heel gewoon dat bezoekende sporters of leden van andere verenigingen ondergebracht werden bij gastgezinnen. Er waren nog geen campings. Stacaravans en campers waren er ook niet, althans niet in ons land. Men was aangewezen op pensions en hotels.
Of gastgezinnen. Jeugdherbergen waren er wel, maar die waren voor jeugdigen en ook nog eens dungezaaid. Budgetten waren bescheiden en dat gold ook voor de financiële mogelijkheden van de deelnemers.

Lees meer >

Column 56: Een eerste wapenfeit

Aangezien ik in mijn leven al heel wat schaaktrainingen heb verzorgd, vooral aan (talentvolle) jeugdspelers, is het van belang om de schaakstudenten, behalve schaaktechniek ook de nodige motivatie bij te brengen. Het is mij opgevallen dat motivatie een zeer bepalende factor is op de weg naar succes. Zo bouw ik verschillende uitdagingen in bij mijn trainingsmateriaal, maar spreek ik ook regelmatig met spelers over hun schaaksuccessen.

Het is logisch dat het behalen van goede resultaten belangrijk is om op het ingeslagen pad verder te gaan. Voor jonge jeugd zijn bekers en medailles heel motiverend om de schaaktraining op te pakken. Later komen daar geldprijzen bij. Voor aanstormende talenten is het behalen van titelresultaten op een gegeven moment een belangrijke drijfveer om trainingsarbeid te leveren. En dat is in de sport, ook in het schaken, onontbeerlijk. Je kunt nog zoveel talent hebben, zonder noeste trainingsarbeid is het behalen van de top vrijwel onmogelijk. Maar de weg naar de top is weerbarstig en gaat gepaard met vallen en opstaan.

Lees meer >

“Schaken tussen wal en chip” door Hans Meijer. Column van Schaakvereniging Promotie.

U denkt dat de titel van de column van Hans een spelfout bevat? Lees zelf en oordeel!

Extreem grote getallen komen in de geschiedenis van de mensheid pas laat aan bod. Zo’n getal gaat ons voorstellingsvermogen ver te boven hetgeen evolutionair goed verklaarbaar is. Kleine getallen kunnen we gemakkelijk duiden maar bij echt grote getallen laat onze intuïtie ons in de steek. Die komen we vrijwel nooit tegen.

Lees meer >

“Bespiegelingen achter de computer” door Manuel Nepveu. Column van Schaakvereniging Promotie

De zomermaanden zijn typisch de maanden waarin schakers van allerlei sterkte hun krachten willen meten in binnen- en buitenlandse toernooien. Zo ook bij mijn schaakclub, Promotie. Niet langer serieus te nemen figuren als ikzelf spelen in het seniorentoernooi in Dieren. Maar een viertal op eer en roem beluste figuren toog naar de hoofdstad van Oostenrijk, enkele Vlissingen-verslaafden togen naar Zeeland en in het schilderachtige Brugge maakten de voorzitter van onze vereniging en een andere beminnelijke schurk de boel onveilig.

Lees meer >

“Appels en peren” door Jan Willem Duijzer. Column van Schaakvereniging Promotie.

Wat is het nut van schaken? En hebben dan andere sporten meer nut? Jan Willem laat er zijn licht over schijnen in de eerste column van het nieuwe seizoen.

De vermaarde natuurkundige Klaas Landsman1 was onlangs te horen in het NPO4-radioprogramma “Een goedemorgen met …”, op zaterdagochtend. In dit programma krijgen bekende Nederlanders de gelegenheid om hun favoriete klassieke muziek te laten horen. Landsman, die in zijn jeugd een topschaker was,

Lees meer >

Een zomeravond op een schaakclub

Toen me gevraagd werd of ik, net als twee jaar geleden, een avond van het zomerschaak bij Erasmus wilde verzorgen, hoefde ik niet lang na te denken.

“Natuurlijk doe ik dat, altijd leuk om te doen”, was mijn reactie. Afgelopen maandag, 12 augustus, was het zover.

Ik was aan de vroege kant, maar bij het betreden van de speelzaal bleken er al een paar clubleden te zijn. Ze stonden bij elkaar, gegroepeerd om een paar dozen, die bij nadere inspectie een enorme vracht aan schaakboeken en tijdschriften bleken te bevatten, de stille getuigen van een gepassioneerd schakersleven. Het was de schaaknalatenschap van een geliefde clubgenoot, clubman van het eerste uur, Arie de Jong.

De aanblik van al die schaakboeken ontroerde me. Ruim twee maanden geleden was ik bij Aries begrafenis. Het was een plechtigheid die ik niet snel zal vergeten. Familie, schaken en Feyenoord, speelden de hoofdrol. Zeldzaam warm en zeldzaam mooi. Opgesteld stond zijn schaakspel, maar er ontbraken een paar stukken. Iedere spreker maakte het spel meer compleet tot uiteindelijk zijn oudste zoon met de koning in zijn hand en na een prachtige speech naar het bord ging en de ontbrekende koning op het bord zette en omlegde. Arie was een herinnering geworden, een hele mooie.

Een schakersleven begint met het leren van de beginselen van het spel en eindigt als de speler niet meer kan of niet meer wil. En met die gedachte ging ik mijn presentatie in.

De opkomst was boven verwachting. Ruim 20 man schat ik, clubgenoten, maar ook schakers van andere clubs. Aan iedereen vroeg ik hoe oud hij was toen hij leerde schaken en zijn schakersleven daarmee een aanvang nam. De variatie bleek groot, van 4 jaar tot twintig jaar oud. Wat me verraste was niet zozeer die sterk uiteenlopende momenten waarin schaken in hun leven kwam, maar wel de stelligheid waarmee iedereen antwoord gaf. Het moment dat je kennismaakt met ons wonderbaarlijke spel is kennelijk voor iedereen magisch.

Lees meer >

Belevenissen van een arbiter: de ontmaskering

Deze keer een bijdrage van collega-arbiter Joost Jansen over een valsspeler. Hij heeft veel tijd en energie gestopt in deze kwestie om het recht te laten zegevieren en heeft dit verwoord in onderstaand verslag.

Vorig jaar raakte ik, voorafgaand aan een ronde bij het ONK in Dieren, in gesprek met een schaakmoeder en haar zoon. De ronde ervoor had ik een telefoonincident met een nul bestraft. De moeder vertelde dat haar zoon bij een veel ernstiger geval bij het HSG-toernooi (zijn tegenstander werd met diens notatieformulier van de nog aan de gang zijnde partij buiten de speelzaal betrapt met een werkende telefoon) een wedstrijdleider had getroffen die dat met een waarschuwing (niet meer doen he!) had afgedaan. Ook een arbiter maakt wel eens een beoordelingsfout…

Lees meer >

Column 55: Een bijzondere editie van de HSG Open in Hilversum

Dit weekend is het HSG-weekendtoernooi aan de gang. Het heeft zo langzamerhand al een flinke traditie opgebouwd. Zoals Johan Hut al in zijn leuke voorbeschouwing op dit toernooi schreef, ging het eerst om een internationaal toernooi waarin normen behaald zouden kunnen worden. Dat de eerste editie daarvan in 2006 met overmacht (9 uit 9!) gewonnen werd door de enig aanwezige GM Karel van der Weide, dáár kon de organisatie weinig aan doen. Het was de eerste maal dat het toernooi op de kalender verscheen en het moest blijkbaar zijn plaats nog verdienen. Zoals Hut schreef, liftte het toernooi mee met de nationale titelstrijd die oud-senator Jan Nagel naar zijn eigen woonplaats had weten te halen. In de prachtige entourage van de televisiestudios in 2008 speelden zowel mijn vriendin Petra Schuurman als pupil Anne Haast mee bij het dameskampioenschap en besloot ik om ook mee te doen in het HSG Open.

Anish Giri (foto Frans Peeters)

Dat dit een bijzonder toernooi ging worden (naar later bleek, won de toen 13-jarige Anish Giri dit evenement mét zijn eerste grootmeesternorm) werd mij na een paar ronden ook duidelijk. We hadden besloten om ons op een Landalpark te huisvesten en reden elke dag op en neer. Ik begon uitstekend aan het toernooi met 2 uit 2 en een remise in de derde ronde tegen IM Anna Zatonskih (2458), zeg maar mevrouw Fridman. In die partij stond ik eerst niet zo goed, maar daarna lange tijd huizenhoog gewonnen. Die avond gingen wij eventjes zwemmen en helaas gleed ik uit en kwam met een harde klap op mijn rug terecht. Dat deed zeer en ik kon nauwelijks meer overeind komen. Petra reed snel naar de dichtst bij zijnde huisartsenpost en daar gaven zij mij wat pijnstillers (paracetamol…) mee met het advies om wel te blijven bewegen, maar het verder rustig aan te doen…
Met een pijnlijke rug ging ik met zwart achter het bord zitten tegen de Bulgaarse (later Deense) grootmeester Boris Chatalbashev (2585). Hij speelde echter recht in mijn straatje en ik leverde – al zeg het zelf – een aardig strategisch hoogstandje af. Op zet 37 gaf hij het op. Hier is deze partij:

Lees meer >