Columns

Balletje, balletje

Een blik op de speellijst bevestigde mijn vermoeden. Ik moest tegen hèm. Niet lang daarna kwam hij op me af met die karakteristieke geamuseerde grijns op het gezicht en sprak hij op de licht zangerige toon die hem eigen is: “Wij spelen Wim.” Even later zaten we tegenover elkaar. “Hebben we al eens gespeeld?”, was zijn vraag en ik wist niet zo goed of dit nu een welgemeende vraag was of dat hij me slechts wilde herinneren aan een pijnlijke ervaring.

We hadden inderdaad al eens gespeeld. Ik was door hem in een soort moeras getrokken waarin ik objectief gezien wel beter stond, maar waar een fout levensgroot op de loer lag. En die maakte ik. “Ja, we hebben al eens gespeeld en jij won”, zei ik afgemeten. Hij kneep zijn ogen dicht om als het ware ongestoord in zijn herinnering te kunnen graven. “O ja”, zei hij na een korte pauze en zijn gelaatsuitdrukking verraadde binnenpret, “jij greep naar je hoofd onder de uitroep: ‘ach, een blunder gemaakt.’”

Dat hij zich dát herinnerde en niet iets schaaktechnisch is veelbetekenend. Hij lijkt het schaakspel geheel anders te beleven dan wie dan ook en dat heeft iets verontrustends. Je krijgt er geen vat op, je weet niet wat je te wachten staat. Dat ‘anders’ beperkt zich overigens niet tot het schaakbord.

Een paar maanden geleden liep ik met mijn vrouw in de buurt van Scheveningen op een vrijwel verlaten strand. Een eenzame man kwam ons tegemoet. Híj was het en in tegenstelling tot mijzelf leek hij totaal niet verrast. We gaven elkaar een hand en gingen vervolgens ieder ons weegs. Enige weken later stond ik in het winkeltje van het Franciscus Gasthuis op zoek naar iets leuks voor de zieke die we gingen bezoeken. “Dag Wim”, hoorde ik plots, en daar stond hij weer, als uit het niets opgedoken.

Lees meer >

“Dubbelganger” door Theo Mooijman. Column van Schaakvereniging Promotie.

Al geruime tijd koop ik geen boeken meer, dus ook geen schaakboeken. Geen plaats meer in de overvolle boekenkasten en geen tijd meer om ze te lezen. Zeker, daar is wat aan te doen. Brochures en boeken van weinig hedendaags nut verwijderen en voor het kringloopproces aanbieden. Minder tijdschriften en kranten lezen. Ik weet het dus wel, maar doe het niet. Onlangs kreeg ik een boek met als direct gevolg daarvan dat er een doorschuifactie moest plaatsvinden.

Lees meer >

“Hop, Marjanneke, laat de poppetjes dansen” door Hans Meijer

Als schaker wilt u natuurlijk schaakpartijen zien. Daaraan is geen gebrek in de column van Hans.

Tijdens het schrijven van mijn columns over verleden, heden en toekomst van het computerschaak, resp. Schaken tussen wal en chip en Het is schaken, maar niet zoals wij het kennen, kwam ik elf schaakpartijen van computers tegen mensen tegen die ik u niet wil onthouden. Vandaar deze bijlage bij bovengenoemde columns. Zoals bekend hadden Max Euwe en Hein Donner geen hoge pet op van het schaakniveau van computers. Hieronder twee partijen waarin zij hun gelijk in 1974 resp. 1982 aantoonden.

CD-6600 (David Slate, Larry Atkin, Keith Gorlen) – Prof. dr. M. Euwe (januari 1974).

1. e4 e5 2. Lc4 Pf6 3. Pc3 Pxe4 4. Pxe4 d5 5. Lb5+ c6 6. Ld3 dxe4 7. Lxe4 Ld6 8. d4 exd4 9. Dxd4 0-0 10. Pf3 De7 11. Lg5 f6 12. Le3 Pa6 13. 0-0-0 Lc7 14. c4 Le6 15. Lc2 Pb4 16. Lb1 Tad8 17. De4 f5 18. Dh4 Dxh4 19. Pxh4 b6 20. b3 f4 21. Ld4 c5 22. Lc3 Pc6 23. Txd8 Txd8 24. a3 Pd4 25. Lc2 Te8 26. f3 g5 27. Lxd4 cxd4 28. Pf5 Lxf5 29. Lxf5 Te2 30. Lh3 Te3 31. Kb2 Le5 32. Le6† Kg7 33. Ld5 d3+ 34. Kb1 Te2 35. Le4 d2 36. Kc2?

Euwe: ‘De enige grove fout. Na 36. Td1 Txg2 37. Kc2 Txh2 38. Txd2 Txd2 39. Kxd2 had nog een lang eindspel kunnen volgen.’ 36…Te1 37. Kxd2 Txh1 38. h3. 0-1 Uit: Nieuwsbrief Max Euwe Centrum, nr. 74, 3-2010.
Op 5 maart 1982 speelde Donner een partij tegen Belle van het beroemde AT&T Bell Labs.

Lees meer >

“Autonomie” door Manuel Nepveu. Column van Schaakvereniging Promotie.

In de laatste twintig jaren van mijn zogeheten werkzame leven heb ik mijn beste krachten ingezet bij TNO. Dat is me goed bevallen, maar minpuntjes zijn er natuurlijk ook geweest. Het was niet ongebruikelijk dat studenten uit een ander land een stage kwamen doen. Goed voor de studenten, goed voor TNO. Ik herinner me een Poolse student die met mij van doen kreeg. O jee, als dat maar goed is gegaan … ik hoor het sommigen van u denken.

Lees meer >

“De afwezige Giri?!” door Jan Willem Duijzer. Column van Schaakvereniging Promotie.

Herinnert u zich nog 27 april 2017? De NOS berichtte: “Giri klopt l’Ami en pakt eindzege in Reykjavik”. Zeven overwinningen, drie remises. Een geweldig toernooi. Genieten!
Om met de deur in huis te vallen: ik ben een enorme fan van Giri. Zelfs als hij twintig ‘saaie’ remises achter elkaar speelt. Voor mij is duidelijk dat hij over een uniek talent beschikt en ook over zijn inzet en ambitie heb ik geen twijfels.

Lees meer >

Belevenissen van een arbiter: Viva Cuba libre!

“Ik ben blij dat iedereen op tijd zijn visum heeft kunnen regelen!” zegt Frans tegen mij op de avond van 13 september, voor het vertrek op zaterdag naar Cuba. Plotseling verstijf ik, mijn ademhaling stokt en benauwd klinkt het uit mijn mond: “Maar Frans, ik dacht dat jij ze voor ons allemaal besteld had, ik heb nog geen visum!” Je ziet Frans schrikken en het is even angstvallig stil. Een groot probleem komt aan de oppervlakte drijven. Op de normale manieren is niet meer op tijd aan een visum te komen. En zonder visum kom je Cuba niet in. Sterker nog, je komt al niet het KLM-vliegtuig in. Wat nu?

Een half jaar eerder laat Frans Vreugdenhil, alstroemeriakweker en schaakfanaat uit het Westland, het weten: “We gaan weer!” Dit betekent dat hij als grote sponsor en organisator weer een toernooi gaat houden in Cuba.

In 2012 deed hij dat voor de eerste keer met Hollanders erbij: het Alstroemeria Open 2012 in Camajuani. Het lukte toen niet er een Fide-toernooi van te maken maar nu in 2019, zeven jaar later, is dat anders. Door het succes van toen is er bij de Cubaanse schaakbond vertrouwen ontstaan zodat het toernooi nu door hen bij de Fide geregistreerd is. Dit keer is de schaakzaal in Santa Clara het strijdtoneel voor naar verwachting zo’n 30 spelers. Buiten Frans en mijzelf zijn ook Robert Ris, Tom Bottema en Andre Duijvesteijn weer van de partij. Nieuwkomers zijn Harmen Jonkman en Manuel Bosboom, wat het totale reisgezelschap dit keer op zeven personen brengt.

Lees meer >

Hoe oud moet je zijn voor een biografie?

Er is een biografie verschenen over de 22-jarige voetballer Frenkie de Jong. Het boek telt maar liefst 320 pagina’s. Is 22  niet erg jong voor een dikke biografie? Toen ik de aankondiging zag, dacht ik aan de eerste biografie van Magnus Carlsen. Die verscheen in 2004, toen Carlsen dertien jaar was. Het boek werd geschreven door Simen Agdestein, de trainer van Carlsen, en in de Nederlandse vertaling uitgegeven door New in Chess. Ik pakte het boek erbij en zag dat ik er een uitgeprinte column had ingestopt die Gert Ligterink had geschreven op de site van Tata Steel Chess.

Ligterink schrijft dat het eerste boek over Bobby Fischer verscheen in 1966, toen hij 23 jaar was. Garry Kasparov kreeg op z’n 18e een eerste klein boekje. Beiden hadden toen al een grote staat van dienst. Carlsen had in 2004 net de C-groep in Wijk aan Zee gewonnen. Van wereldtop was nog geen sprake, dat kan ook niet voor een dertienjarige, maar waarom dan toch al een biografie?

Ligterink: “Dertien jaar, is dat niet een tikje jong voor een biografie, zegt u misschien. Uit de inleiding blijkt dat die bedenking ook bij de auteur is opgekomen. ‘Aan de Noorse pers’, schrijft Agdestein, ‘leg ik soms uit dat iemand die zo jong de grootmeestertitel verovert vergelijkbaar is met een dertienjarige die de Nobelprijs voor scheikunde wint.’ Na zo’n entree weet de lezer dat de auteur het moeilijk zal vinden afstand tot zijn onderwerp te bewaren en dat een lofzang op het punt staat te beginnen. En inderdaad, bijna alles wat Magnus heeft gedaan is in dit boek buitengewoon of op zijn minst opmerkelijk.”

Ligterink vond Carlsens optreden in de C-groep de mooiste herinnering van 2004, maar hield bedenkingen bij de biografie: “Ik hoop dat ik ongelijk heb maar ik kan me niet voorstellen dat de vroege commerciële exploitatie van Carlsens talent een goede invloed op zijn ontwikkeling zal hebben. Voetballen moet hij en studeren natuurlijk op de finesses van het toreneindspel en de Svesjnikov-variant.

Lees meer >

“Schaakpleegvader” door Theo Mooijman

De keurige heer, die bij ons werd ingekwartierd, was de jeugdleider van de K.B.S.B., de Belgische schaakbond, Hendrik Baelen. Een zeer aimabele man, die zich bij ons zeer thuis voelde.
Daar kon ik goed inkomen want mijn moeder kon uitstekend koken en mijn vader, een generatiegenoot van hem (beiden stamden uit de negentiende eeuw), was een aangenaam causeur, een sigaartje opsteken was nog heel gewoon en gold voor gezellig en een glaasje wilde ook best smaken.

Lees meer >

“Het is schaken, maar niet zoals wij het kennen”

Of ik kan schaken? Dat hangt er maar net vanaf aan wie je het vraagt. Over een dergelijk perspectief gaat de column van Hans Meyer.

In het begin van het computerschaaktijdperk werd er verschillend over de toekomst van deze machines gedacht. Max Euwe (10-06-1980): ‘Een computer zal nooit op grootmeesterniveau spelen. Daar ben ik vrijwel van overtuigd!’ en Hein Donner (13-04-1981): ‘De computer is een moron!’ hadden bepaald geen hoge verwachting van het computerschaak.

Lees meer >

“Voor de ‘heb’ ” door Manuel Nepveu. Column van Schaakvereniging Promotie.

De min of meer vergeten schrijver en mediapersoonlijkheid Godfried Bomans (1913-1971) heeft in een van zijn meer bespiegelende werkjes ooit geschreven dat “bezit” een fictie is. Dat is triviaal waar, maar het feit dat ik mij herinner dat hij dit ooit geschreven heeft, geeft aan dat deze vaststelling indertijd toch als een “bewustwordingsmomentje” binnenkwam. Bezit is een fictie, maar gevoelsmatig is het soms meer dan dat. Voor bezittingen van strikt persoonlijke aard,

Lees meer >